Het verhaal van:

Knokken door een nogal krom leven

DSC_5040 2Wat betreft mijn ziekte kan ik het beste bij het begin beginnen.

Ik ben vanaf mijn geboorte al astmatisch en verder mijn hele jeugd ziek. Soms zelfs doodziek en vanaf mijn elfde bij een psychiater en op mijn zestiende voor zwaar werk afgekeurd. Maar laat ik niet gaan klagen…
Wel wil ik nog vertellen dat ik als jutter geboren ben. In Den Helder dus.

Door alle omstandigheden werd ik onzeker en bang voor wat het leven zou gaan geven. 12 ambachten en 13 ongelukken dus en Koning Alcohol als boezemvriend. En een relatie die iedereen mis zag gaan, maar ik wilde het samen met mijn vrouw niet opgeven. Het onvermijdelijke gebeurde toch. En scheiden doet lijden. Twee kinderen die zich in het leven perfect staande kunnen houden zijn uit deze relatie voortgekomen en daar ben ik dan weer erg blij om.

Ik kwam meerdere keren afwisselend in een gewoon ziekenhuis en dan weer in een psychiatrisch ziekenhuis terecht. Ook andere relaties deden hun intrede, spannend was mijn leven wel, maar rustig bepaald niet.

En door al die omstandigheden verplaatste ik mij veelvuldig. In eerste instantie alleen door Noord-Holland maar later ook door Zuid-Holland van hot naar her en nergens mijn billen echt kunnen plaatsen. Tot mijn laatste opname in Noordwijkerhout in de Sancta Maria. Men wilde me vaste klant maken. Eigenlijk helemaal uit de maatschappij halen. Ik heb veel in isoleercellen gezeten. Daardoor ontstond er een vechtlust die ik nog steeds in me voel.

Tijdens een woonperiode in de winter van 1988 balde ik mijn vuist en ben ik er tegenaan gegaan en gaan strijden voor wat belangrijk was. Een eigen identiteit. Want een mens mag je niet afschrijven. Te licht voor het leven, te dom voor de maatschappij? In zo’n situatie ontstaat er een kernexplosie van krachten. Ik wil meedoen en sterk zijn. Helaas begon mijn lijf fysiek kraakjes te vertonen. Nu was mijn brein oké, maar wilde mijn lijf niet meer… Het gevoel of ik door dikke stroop liep te baggeren. En nog niet vooruit kwam. Maar de dokters vonden niets en met mijn psychiatrische achtergrond was het al gauw: ‘het zit tussen de oren mijnheer’. Totdat een neuroloog eindelijk een onderzoek deed en concludeerde: diverse hernia’s in nek en rug. 

Een operatie in mijn nek volgde en alles leek oké te zijn. Ik kon weer lopen en mijn vreugde kende geen einde. Tot ik ineens die stroop weer voelde en ik wist dat het voorgoed afgelopen was. Fini. Ik had ook nu twee opties. Berusting of knokken. Het leven had me een beetje gesloopt.

Maar ik kreeg steun uit onbekende hoek. Een telefoontje met de MEE. ‘De wie…?’ was mijn toch wat verbaasde antwoord. ‘MEE… mag ik met je praten? En deze vriendelijke consulent adviseerde me een activiteitencentrum. Ik ben haar nog dankbaar en ook Jan die me nu helpt. Ik heb nog steeds veel rotte ziektes maar je weet dat MEE schouder aan schouder met je mee wil. In je nogal kromme leven.

Tegenwoordig ben ik zelfs voorzitter van de cliëntenraad van MEE Zuid-Holland Noord.

Dit is mijn MEE-verhaal. En dat wilde ik hier even kwijt.

Martin Dobber

Lees meer...
Het verhaal van:

Ben ik dan van je af?

1407412_sleeping_2De ‘hulpverlening’ over de vloer, dat wil je liever niet. Als het even kan doe je liever alles zelf en houd je de regie over je eigen leven. Maar dat is soms een gevecht.  Zeker als je als vrouw met een verstandelijke beperking en schizofrenie, moeder wordt. Dan gebeurt er van alles. Het ziekenhuis doet een AMK melding, er komt een voogd en het kindje wordt bij de grootouders geplaatst. De voogd vraagt om een diagnostisch onderzoek bij MEE en vader is net verhuisd naar Nederland en spreekt de taal niet.

Het gezin gaat vier maanden in Turkije op vakantie en mijn cliënte moet mee als ze haar kind wil zien. Als ze weer terug zijn start MEE met het onderzoek, terwijl het kind door de grootouders wordt verzorgd.

Na een half jaar wordt de Onder Toezicht Stelling niet verlengd en is het de bedoeling dat het kind verder door grootouders wordt opgevoed. Moeder is steeds meer met haar kind thuis en zorgt zoveel mogelijk zelf voor haar, met steun van de familie.

Dan zit alleen MEE nog in het gezin, alle andere hulp is gestopt. MEE organiseert een groot overleg en met de hele familie wordt beraadslaagd wat te doen. De familie is ondertussen zeer wantrouwend tegenover hulp en zegt: ‘We doen het allemaal zelf wel en we hebben geen hulp nodig.’ MEE wil graag dat er bij moeder thuis ook ondersteuning ingezet wordt zodat in de opvoeding vooral de ontwikkelingsstimulering begeleid kan worden. Er wordt een indicatie voor begeleiding afgegeven en er kan een zorgaanbieder aan de slag.

Moeder en de familie hebben moeite met de eigen bijdrage en de Nederlandse hulpverlening. We besluiten een Turkse begeleider te zoeken en verzoeken de indicatie om te zetten in een PGB. Dat wordt afgewezen en na bezwaar bij het Zorgkantoor volgt er een hoorzitting. Een week later heeft moeder het PGB toegewezen gekregen en kunnen we op zoek naar een geschikte hulpverlener.

De familie en MEE zoekt parallel en MEE komt met de stichting Aanzet en familie met een thuishulpbureau. Beide houden een intake met mijn cliënte en de familie kiest uiteindelijk voor Aanzet. Dit pakt goed uit, want de Turkse begeleidster heeft een goede ingang bij mijn cliënte en haar man. Ze wordt steeds zelfstandiger en zelfverzekerder en haar dochtertje is een vrolijke ondernemende peuter met plezier in het leven.

Het heeft al met al negen maanden geduurd vanaf de afgifte van indicatie tot het inzetten van zorg. Als MEE samen met de familie dan alles heeft geregeld en iedereen met elkaar in contact is, kan er afgesloten worden. Ik bel de cliënte en zeg: ‘vind je het goed dat ik aan de peuterspeelzaal vraag hoe het gaat? Dan kan ik daarna afsluiten’. 

De cliënte zegt: ‘BEN IK DAN VAN JE AF?’

En in haar stem klinkt de hoop en verwachting dat ze de regie terug heeft..

Een consulent van MEE

Lees meer...