Het verhaal van: Almaz

De eerste stap is gezet

almazAlmaz is afkomstig uit Eritrea. Almaz is 18 jaar, woont samen met haar zussen bij haar ouders en spreekt geen woord Nederlands. Ook haar niveau is laag (LVB). De zorgcoördinator verwijst haar door naar het wijkteam omdat zij vastloopt op school.

Ik werk vanuit MEE als cliëntondersteuner in het wijkteam en gaat met Almaz naar het Jongerenloket  om te kijken wat er voor haar gedaan kan worden. Almaz kan geen kant op zolang ze geen Nederlands spreekt en heeft tot die tijd zinvolle dagbesteding nodig. Bij het Jongerenloket krijgt zij een jobcoach en al snel krijgt ze de kans te starten in een vrijwillige functie bij het project Kookclub-catering. Hier bereidt zij maaltijden voor dak- en thuislozen. Ze werkt hier met Nederlandse collega’s dus oefent gedwongen haar Nederlandse taal.

Daarnaast vraag ik een Wmo arrangement aan voor individuele begeleiding. Almaz is een kwetsbaar meisje en ik schat in dat zij gevoelig kan zijn voor loverboys. Daarnaast heeft zij hulp nodig bij het leren van de Nederlandse taal, haar administratie en andere regelzaken waar zij tegenaan loopt in Nederland. Deze begeleiding krijgt Almaz vanuit Pameijer.

Almaz krijgt twee ochtenden per week Nederlandse les van vrijwilligers. Daarnaast werkt ze drie volle dagen en twee middagen als vrijwilliger op de Kookclub. Almaz geniet van haar werk en gaat met plezier. Ze heeft vijf dagen per week dagbesteding en haar kennis van de Nederlandse taal gaat met sprongen vooruit. Op de Kookclub zijn ze blij me Almaz: ze is een betrouwbare kracht die altijd komt opdagen en met plezier haar werkzaamheden uitvoert. In de toekomst kan ze ook in de lunchsalon gaan meedraaien. Wanneer Almaz de Nederlandse taal voldoende beheerst, gaan haar begeleider vanuit Pameijer, het Jongerenloket en haar begeleider bij de Kookclub bekijken wat de beste vervolgstap is voor Almaz.

Isabel, cliëntondersteuner van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van: Een consulent van MEE

Kennismaking met het wijkteam

wijkteamBegin januari 2015

Onze kersverse coach grabbelde in een envelop met vele sleutels en gooide na een aantal keren proberen met gepaste trots de deur open. Er volgden enthousiaste kreten van mijn nieuwbakken collega’s. De ruimte was kaal en er stonden alleen tafels en stoelen maar ik begreep dat deze ruimtes riant waren in vergelijking met andere wijkteamlocaties. Onwennig gingen we zitten. Koffie? Geen koffie. Er was wel een wasbak met een kraan en ik probeerde me in te stellen op een koffieloze ochtend met af en toe een slokje uit de kraan. De coach had echter al een oplossing bedacht: we gingen koffie halen, we zaten immers vlakbij het station. Met de hele groep gingen we weer naar buiten om de koffie te halen; ik kreeg er een schoolreisjesgevoel van. Ondertussen besnuffelden we elkaar: wat ben jij er voor één?

De coach had een programma gemaakt voor de ochtend maar die werd vrijwel meteen terzijde geschoven. We vertelden elkaar onze achtergrond inclusief allerlei persoonlijke zaken, zo weet ik nu al de lievelingskleur van mijn nieuwe collega’s en welke huisdieren ze hebben.

Over ons aanstaande werk zei de coach bondig: ‘we doen wat nodig is’’ Ze lardeerde dit met een voorbeeld uit een ander, al werkend, wijkteam: ‘zo hebben we voor 3 dagen gekookt voor een alleenstaande mijnheer die dat niet meer kon en naar een ziekenhuis moest’ . ‘Ja, doen wat nodig is, dus!’ zei ze nogmaals en ze keek me daarbij vorsend aan. Ik knikte en slikte toen ik dacht aan een ex-klant die zijn huis had volgestouwd met oud metaal, zodanig dat hij de wc deur niet meer kon bereiken…

Veel ruimte om hier op in te gaan was er niet; de groep buitelde over elkaar heen met vragen, kritische opmerkingen en verhalen. Gezellig was het wel.

We stonden in een kleine spreekkamer met 2 tafeltjes en 4 stoelen. We probeerden ons voor te stellen dat we simultaan met 2 intakers en 2 wijkbewoners binnen een kwartier het eerste meldingsformulier moesten invullen.  Een collega protesteerde over de tijdslimiet: mensen komen met een probleem en willen hun verhaal kwijt. ‘Dat moet dan toch maar op een later tijdstip want dat kan je niet maken tegenover de andere twaalf wachtenden’.  Ik probeerde me de toch niet heel ruime gang voor te stellen met 12 wijkbewoners die op hete kolen zaten te wachten tot wij eindelijk klaar waren met hun wijkgenoten. Zou de soep zo heet zijn?

Hoewel de dag nog lang niet ten einde was en ik nog allerlei afspraken had die middag voelde dat wel zo. Met weemoed dacht ik aan ons comfortabele kantoor met altijd lekkere koffie binnen handbereik en een stel fijne collega’s. We wisten precies wat we aan elkaar hadden en konden bij elkaar terecht met vele zakelijke maar ook persoonlijke beslommeringen. Het was duidelijk wat ik moest doen, waar ik goed in was en welke koers ik aan het varen was.

“Gefeliciteerd met je nieuwe baan” zei een familielid in december nadat ik ijverig mijn LinkedIn profiel had bijgewerkt. Ik relativeerde zijn felicitatie; het is eigenlijk alleen een andere plek. Nu weet ik dat hij gelijk had: het is verdomd een andere baan.

Geloof me: ik schraap al mijn frisse moed, positivisme en relativeringsvermogen bij elkaar om hier blakend van kundigheid in te stappen. Ik denk ook dat dat gaat lukken en dat ik het meestal ook nog leuk en spannend ga vinden. Maar ook ben ik een beetje bedroefd over alles wat was en goed was en collega’s die ik nauwelijks meer zie en nu al mis…

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van:

Het intaketoiletgesprek

toiletgesprekMark meldt zich aan bij MEE voor ondersteuning. Hij heeft het syndroom van Asperger. Mark is 54 jaar en woont in een studentencomplex. Tot vorig jaar kwam hij bij de ontmoetingsgroep voor mensen met autisme bij MEE, maar hij vond daar geen aansluiting. Mark is bezig aan zijn 5e studie aan de universiteit. Hij blijft studeren omdat hij door zijn beperkingen geen passend werk kan vinden. Mark heeft geen vrienden en geen contact met zijn ouders.

Met studiegenoten en professoren ontstaan regelmatig conflicten omdat hij hen niet begrijpt. Het eerste telefonisch contact verliep bijzonder. Ik had niet mogen bellen maar moest mailen! Mark maakt een geagiteerde indruk door de telefoon. Hij geeft aan dat ik bij het bezoek aan hem vooral niet mag laten zien aan anderen dat ik van MEE ben. Ik mag ook niet hard praten omdat de muren in zijn woning zeer dun zijn en hij niet wil dat anderen iets horen. Mijn nieuwsgierigheid naar Mark is gewekt!

Via een collega die de ontmoetingsgroep leidt waar Mark kwam, begrijp ik dat hij grote moeite heeft met sociale contacten. Bij teveel prikkels kan hij zeer boos worden en verbaal agressief reageren. Dit wetende, heb ik geprobeerd om hem uit te nodigen voor een bezoek aan kantoor, zodat het voor mij veiliger was. Maar Mark was niet bereid op kantoor te komen, ik moest naar hem toe.

Het was even zoeken naar het juiste studentenhuisblok. Als ik aanbel, zie ik door een gang een meneer naar mij toe rennen. Hij doet de deur voor mij open en rent naar een voordeur aan de andere kant van de gang. Oké, dat zal Mark zijn, dus ik volg hem. Hij bijt mij kortaf toe dat ik aan de verkeerde deur gebeld heb. Ik wist niet dat er twee deuren waren! Daarna word ik een klein smal gangetje ingeleid en wijst Mark dat ik een deur door moet. De voordeur gaat op slot.

Tot mijn grote verbazing heeft hij een stoel in de toilet staan waar ik op moet zitten. Mark gaat op de zeer vervuilde toilet tegenover mij zitten en zo begint mijn gesprek. Mark vertelt dat hij begeleiding nodig heeft. Een half jaar geleden had hij begeleiding, maar deze heeft hij gestopt omdat hij het te duur vond. Bovendien vond hij dat de ambulante begeleiding hem niet goed begeleidde. Mark vertelt dat de ambulante begeleiders HBO niveau hebben en dat dit niet aansluit bij zijn universitaire niveau. Mark kijkt steeds naar beneden om de informatie te verwerken die hij van mij krijgt. Ik wacht steeds op hem totdat hij opkijkt en geef dan antwoord. Mark vraagt welk niveau ik heb. Hij kijkt op en ik kijk naar hem en antwoord met een twinkeling in mijn ogen dat ik HBO geschoold ben. We hebben een rustig intaketoiletgesprek. We spreken af dat ik toch weer een indicatie ga aanvragen. Tevens verwijs ik hem naar de huisarts omdat Mark vertelt dat hij zijn medicatie niet meer inneemt en sombere gevoelens heeft.

Uiteindelijk heeft Mark geen indicatie gekregen van het CIZ omdat aangegeven werd dat hij al twee keer een indicatie heeft gehad. Hij werd verwezen naar de Wmo voor huishoudelijke zorg omdat zijn woning zeer vervuild is. De GGZ gaat weer een indicatie aanvragen voor ambulante begeleiding met onderbouwing van de psychiater omdat Mark specialistische begeleiding nodig heeft van hulpverleners die bekend zijn met autisme.

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van:

Zeg maar MEE, dan krijg je er twee!

fietsenAan tafel zitten moeder, vader, Consulent Wmo en consulent MEE. Het is dinsdagmiddag 16.30 uur en alle kinderen zijn thuis. De afspraak is met opzet om deze tijd gepland. Dit geeft namelijk het beste beeld van dit complexe gezin voor de Wmo consulent.

Het gezin bestaat uit moeder, vader (PDD-NOS) en 4 kinderen. De oudste is 10, hij heeft PDD-NOS en is hypermobiel, de een na oudste is 8 en heeft PDD-NOS, nummer drie is 6 en heeft PDD-NOS en de jongste is 2. Inmiddels zijn er diverse indicaties voor zowel vader als de drie kinderen met PDD-NOS. Hiermee komt er ook behoorlijk wat hulpverlening over de vloer. Moeder doet erg haar best om het gezin draaiende te houden en dat gaat haar best goed af.

Om met het hele gezin een uitstapje te ondernemen, wat best een hele onderneming is, heeft moeder een aangepaste buggy aangevraagd bij de Wmo van de gemeente. Om te beoordelen of dit een geoorloofde vraag is komt de Wmo consulent bij het gezin thuis.

De consulent heeft al snel door dat het een druk gezin is. Ze heeft een vragenlijstje dat ze af wil werken. Maar ze wordt regelmatig afgeleid door hetgeen er om haar heen gebeurt. Er is altijd wel een vraag van een kind die beantwoord moet worden. En een vreemde in huis geeft niet alleen extra onrust, sommige kinderen willen wel wat meer van deze mevrouw weten.

Tijdens het gesprek probeert moeder duidelijk te maken waarom een aangepaste buggy nodig is. Of eigenlijk willen ze liever een rolstoel. Een kind van 8 wil eigenlijk helemaal niet meer in een buggy. En wat zullen andere mensen er van denken dat er zo’n grote jongen in een buggy zit, die moet toch gewoon kunnen lopen??!!

Op het moment dat de Wmo consulent samenvat wat de vraag is en waarom schiet ik er nog een voorstel in: een tandemfiets zou eigenlijk ook wel heel handig zijn of eigenlijk liever twee.

Het valt even stil aan tafel, hier moet iedereen even over nadenken. Want waarom is een tandemfiets nodig en dan ook nog twee? Ik leg uit dat het moeilijk is voor het hele gezin om ergens naar toe te gaan. Er is één jongen die zelf kan fietsen. Hij heeft best aardig door hoe het werkt in het verkeer. De andere kinderen kunnen niet zelf fietsen en zeker niet achterop bij vader of moeder. Het hele gezin past ook niet in één auto, daar is de auto te klein voor en een grotere auto zit er financieel echt niet in. Dus als het gezin met elkaar op de fiets ergens naar toe zou kunnen dan zou dat toch wel erg fijn zijn.

De Wmo consulent noteert ondertussen alles wat ik heb gezegd. En natuurlijk begrijpt iedereen dat het wel een behoorlijke vraag is die wordt gesteld. Een paar weken later komt het verlossende antwoord. Het gezin mag een rolstoel en twee tandems uit gaan zoeken!

De gemeente heeft ingestemd met de aanvraag voor de rolstoel en het verzoek wat tijdens het gesprek naar voren is gekomen voor twee tandems! Vader en moeder kunnen nu met het hele gezin op de fiets naar het dorp, het park en het bos en met elkaar gezellige uitstapjes te maken!

Een casus om met een goed gevoel af te sluiten!

Een consulent van MEE

 

Lees meer...