Het verhaal van: Larissa

Van depressief naar doorzetter

LarissaLarissa is een jonge vrouw van 31 jaar. Ze heeft geen inkomen of werk en leeft van het salaris van haar vriend waarmee ze samenwoont. Ze heeft een zware depressie. De hulp die zij krijgt van een GGZ instelling sluit niet aan bij haar licht verstandelijke beperking (LVB). Ze wordt steeds depressiever en zit hele dagen thuis.

Bij het wijkteam krijgt zij hulp van Isabel, een cliëntondersteuner van MEE. Isabel gaat op zoek naar een goede GGZ instelling die gespecialiseerd is in LVB. Larissa kan snel starten met een EMDR-behandeling. Dit blijkt een schot in de roos, Larissa voelt zich al snel veel beter. Tegelijkertijd start Isabel bij het UWV een traject om te kijken of Larissa in aanmerking komt voor een Wajong uitkering. Als dit niet het geval blijkt, wordt er een arbeidsboordeling gestart. Larissa heeft arbeidsvermogen en wil zelf ook graag aan de slag. Via een jobcoach van het Jongerenloket krijgt Larissa al snel de kans om in het washok van een restaurant op een luchthaven te beginnen. De eerste twee maanden zijn op proef. Ze zijn tevreden over Larissa en ze krijgt een contract voor een half jaar. Haar contract wordt daarna verlengd en ze mag ook wat uren in de horeca meedraaien. Binnenkort krijgt Larissa er extra uren bij en zal ze steeds meer horeca-uren krijgen. Ze gaat dan ook een opleiding volgen over hygiëne in de horeca.

Larissa gaat voor het eerst in haar leven met plezier naar haar werk en ze houdt het ook vol. Voorheen meldde zij zich vaak ziek en bleef dan dagen in bed. Dat doet zij nu niet meer. Haar behandeling is met succes afgerond en op haar werk kan ze groeien en zichzelf ontwikkelen. Ze komt voor zichzelf op en wordt steeds zelfstandiger. Isabel kan met een goed gevoel en een gerust hart afsluiten.

Isabel, cliëntondersteuner van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van: Jos

Uit de kast

josOp een vroege maandagochtend belde er een verwarde man aan bij ons MEE kantoor. Ik stelde me door een nog dichte deur voor als cliëntondersteuner en zei tegen de man dat ik eerst het alarm uit moest zetten voordat ik de deur open kon doen. Nog voordat de deur van het slot is begint de man zeer emotioneel zijn verhaal te vertellen.

Jos is rond de vijftig jaar. Hij is gescheiden en heeft een kind uit zijn vorige huwelijk. Hij zegt dat hij last heeft van paniekaanvallen en straatvrees.

Jos krijgt woonbegeleiding vanuit een zorgaanbieder en vraagt om hulp  bij bemiddeling  omdat hij niet tevreden is over de begeleiding. Hij vertelt dat de begeleider zijn privacy schendt en dat hij om die reden tijdelijk even geen begeleiding van hem wil.

Jos heeft in vertrouwen aan zijn begeleider verteld, dat hij erachter is gekomen dat hij op mannen valt. Kort daarna ontstaat er een intieme relatie tussen de cliënt en begeleider. Deze relatie heeft anderhalf jaar geduurd. Als de relatie over is vraagt Jos bij de zorgorganisatie om een andere begeleider, omdat hij zich er niet meer prettig bij voelt. Als reactie hierop maakt de begeleider de cliënt zwart binnen zijn organisatie en het netwerk van Jos. Hij deelt alle persoonlijke informatie met veel verschillende mensen.

Jos is een aantal keer op het hoofkantoor geweest maar het heeft hem niets opgeleverd. Door het stoppen van de begeleiding is Jos terug naar de GGZ gegaan, waardoor hij veel medicatie en kalmeringsmiddelen krijgt ter overbrugging.

Jos kon zijn verhaal niet aan het wijkteam vertellen omdat er een betrokkene van de zorgaanbieder in het wijkteam werkt. Gezien het feit dat er sprake is van machtsmisbruik, kan Jos het beste door een onafhankelijke cliëntondersteuning verder geholpen worden. 

Ik heb toen het initiatief genomen om de leidinggevende van de zorgaanbieder uit nodigen voor een gesprek op ‘neutrale grond’. Zowel Jos als de zorgaanbieder hebben gekozen voor het MEE kantoor en wilden graag dat ik als voorzitter bij het gesprek aanwezig zou zijn. Jos geeft aan dat hij zijn verhaal volledig wil vertellen, zonder onderbreking en geen vragen kan beantwoorden. Hiertoe is hij niet in staat. Het gesprek is een eerste stap voor hem, waarbij hij zijn verhaal kan doen, gehoord wordt en serieus genomen wordt.

Het gesprek verliep zoals gepland. Het verhaal van Jos werd voorzichtig erkent. En aan het eind kwam er een onverwachte wending. Jos was toch bereid om dieper in te gaan op de situatie, waardoor er in ieder geval een tijdelijke oplossing gevonden kon worden. Jos heeft een nieuwe begeleider gekregen en er is toegezegd dat er een onderzoek plaats zal vinden naar alles wat er gebeurd is met de vorige begeleider.  

Met Jos gaat het nu een stuk beter. Hij zegt dat hij heel blij is met de ondersteuning van MEE. Er wordt naar hem geluisterd en hij wordt betrokken bij alle hulpverleningsacties en doelen die hem aangaan. Hij zegt letterlijk dat ‘zij niet om hem heen kunnen omdat hij MEE aan zijn zij heeft’.

Het onderzoek moet nog plaatsvinden.

Een consulent van MEE

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Robert

Mevrouw PGB en het sociaal wijkzorgteam

robert2Sinds begin vorig jaar zijn veel MEE collega’s lid van Sociale Wijkzorgteams (SWT). Hulpverleners en bewoners van de gemeente kunnen zich melden met veelal meervoudige problematiek. Een huisbezoek door twee leden van het SWT volgt dan meestal.

Ik kijk in mijn mail en zie een nieuwe aanmelding. Het is Robert, een man van middelbare leeftijd, getraumatiseerd door het leven en op zoek naar rust. Een dame van een pas uit de klei getrokken PGB-bureautje heeft namens Robert een PGB aangevraagd bij de gemeente. En Robert wil graag dat zij alles voor hem gaat regelen, zodat hij zichzelf in alle rust kan terugtrekken op zijn kleine flatje op vijf hoog. Hij wil zijn leven rustig kunnen leiden, met zo min mogelijk contact met die boze buitenwereld. Als lid van het Sociaal Wijkzorgteam mag ik, vanwege mijn expertise als consulent van MEE, samen met een algemeen maatschappelijk werker in deze casus duiken.

We gaan eerst bij Robert op huisbezoek. Daar maken we kennis met hem en de dame van het PGB-bureau. Door onze ervaring weten we dat mensen vaak met een relatief klein probleem bij ons aan kloppen, maar dat er soms veel grotere problemen achter zitten. Door op allerlei leefgebieden vragen te stellen komen we veel te weten. 

‘De dame van het PGB-bureau is bereid om alle zorg op zich te nemen, begrijp ik dat goed?’ Jazeker, zegt zij, en legt beschermend een arm om de schouders van Robert. Ik ben benieuwd wat zij dan precies kan bieden en of dat aansluit bij de dingen die Robert echt nodig heeft.

Ze vertelt van plan te zijn elke dag bij hem langs te komen. Maar heeft zij dan de nodige vakkennis? En welke ervaring heeft zij eigenlijk met cliënten met een post traumatische stressstoornis? Gaat dat jonge ding echt in dat kittige mantelpakje het huis van deze meneer van middelbare leeftijd op orde krijgen? Hem motiveren zijn persoonlijke hygiëne te verbeteren? Om maar eens wat te noemen..

Robert ziet in haar de ultieme oplossing voor al zijn problemen, want in de afgelopen weken heeft die aardige dame die zijn taal spreekt zijn hart gewonnen. En ze heeft hem verteld dat ze alles voor hem gaat doen en regelen. Robert is daarmee de regie over zijn leven helemaal kwijt. Ik krijg er een naar gevoel bij en het past in ieder geval niet bij de slogan van MEE ‘grip op je leven en mee blijven doen’.

Ik overleg met zijn psychiater en psycholoog. Al snel kom ik erachter dat het voor Robert belangrijk is dat hij zelf weer aan de slag gaat, bijvoorbeeld met wat eenvoudige taken in huis. Kortom: weer gaat leven. Deel gaat uitmaken van de maatschappij door langzamerhand zo veel mogelijk zaken zelf op te pakken. Zijn administratie dan? Kan mevrouw PGB die dan misschien doen? Nou nee, ook dat is eigenlijk niet nodig. Robert kan thuis samen met een vrijwilliger aan de slag, of om hulp vragen in het vrijwel naast zijn huis gelegen wijkcentrum.

Toch heeft mevrouw PGB een meerwaarde. Want laten we niet vergeten dat meneer in deze periode van malaise alleen haar vertrouwt. Hij heeft geen familie en vrienden. Niemand, alleen haar. Uiteindelijk besluiten we het volgende advies te geven: Misschien is het goed als ze een half jaar naast hem mag staan om hem te helpen wat dingen op de rails te zetten. Zoals bijvoorbeeld het zoeken naar woonruimte, het organiseren van zijn leven en huishouden, maar dan wel met het doel om haarzelf overbodig te maken. Robert moet even de tijd krijgen om onder haar vleugels uit te groeien maar moet dingen als een boodschapje of een klusje in huis weer zelf kunnen doen. Dat lijkt vooralsnog de beste weg naar een beter leven voor hem.

Mevrouw PGB keek wel een beetje beteuterd. Haar wordt nu een andere rol toegewezen dan waarvoor ze auditie deed. Niet alleen de klikkende hakjes van mevrouw willen we horen in huis, maar ook de aarzelende stappen van Robert, die weer leiden tot de eerste kleine successen.

Inmiddels is, niet lang na dit gesprek, het PGB-bureau geheel van de aardbodem verdwenen. Robert heeft vervolgens via het SWT hulp gekregen van thuisbegeleiding. Daar is een start mee gemaakt, maar al na enkele weken heeft hij aangegeven dat hij geen hulp meer wilde. De hulpverlener van de thuisbegeleiding wilde niet voor hem schoonmaken, vertelde Robert mij verontwaardigd. Zij wilde maar steeds dat hij dat zelf ging oppakken. En dat was hem veel te moeilijk. Hij heeft vervolgens zelfstandig nog eens binnen zijn netwerk gespeurd, en een neef en iemand van de kerk bereid gevonden om hand- en spandiensten te verrichten. Met andere woorden: hij heeft het zelf geregeld. We hebben dus uiteindelijk toch ons doel bereikt.

 

Een consulent van MEE

 

 

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Jolanda

Jolanda komt weer tot haar recht

vrouw zittendJolanda (54 jaar) was een zelfstandige vrouw met een leuke baan als chauffeur die haar leven op orde had. Ze trouwde en had een leuk leven. Tot haar man, Gerard, steeds vaker een andere kant van zichzelf liet zien. Hij krijgt een alcoholverslaving en Jolanda wordt het slachtoffer van huiselijk geweld.

Uiteindelijk is Jolanda gescheiden van Gerard. Dit was een langdurig proces. Gerard liet Jolanda niet zomaar gaan. Eerst beloofde hij beterschap, later veranderden zijn mooie woorden in bedreigingen en stalkte hij haar fanatiek. Hoe langer dit duurde, hoe minder er overbleef van de zelfstandige, vrolijke vrouw die Jolanda was. Jolanda werd angstig, depressief, raakte haar baan kwijt en durfde op een gegeven moment haar huis niet meer uit. Zelfs een telefoongesprek kon zij niet aan.

Bij de huisarts was Jolanda gelukkig nog wel in beeld. Door de Praktijkondersteuner Huisarts – Geestelijke Gezondheidszorg wordt Jolanda naar het wijkteam verwezen. Jolanda is wantrouwend en angstig, maar na acht weken heeft ze voldoende moed verzameld om te komen. Aan de balie van het wijkteam komt zij door haar emoties amper uit haar woorden. Er wordt een afspraak bij haar thuis gepland.

De woning van Jolanda blijkt zeer ernstig vervuild. Veel bezittingen heeft Jolanda niet, de meubels die zij heeft zijn zwaar beschadigd. Jolanda vertelt dat zij tijdens de periode van het stalken een jongen in huis heeft genomen. Jolanda was bang om alleen te zijn vanwege Gerard. De jongen was dakloos en heeft een psychiatrische aandoening. Hij heeft in zijn psychoses de inboedel vernielt en een groot deel van Jolanda’s bezittingen weggegooid. Ook de huisdieren van Jolanda moeten het vaak ontgelden. De woning van Jolanda is geen thuis, zo voelt zij dat zelf ook. Toch heeft ze de jongen nooit op straat durven zetten.

Samen maken we afspraken: we gaan ons richten op Jolanda’s financiën, op haar woning en op haar dagbesteding.

In gesprekken met Jolanda merk ik dat zij gaat stralen als zij praat over haar leven voor Gerard. Vertelt ze de mooie verhalen over wat ze toen deed en kon, dan krijgt ze weer leven in haar ogen en nieuwe energie. Hier kom ik regelmatig op terug. Jolanda is nog niet toe aan een betaalde baan en ook vrijwilligerswerk kan zij nog niet overzien. Maar door er vaak over te praten kan ze goed nadenken over wat ze graag zou willen en wennen aan het idee dat ze toch weer een vorm van dagbesteding zal moeten vinden.

Na verloop van tijd lukt het ons om een oplossing te vinden voor haar schulden. Haar huis maakt zij met hulp van haar nichtje en een buurvrouw grondig schoon en we weten wat spulletjes te regelen om het opnieuw in te richten. De huisgenoot van Jolanda gaat begeleid wonen, dus ze heeft haar huis eindelijk weer voor zichzelf. Deze positieve ontwikkelingen geven Jolanda vertrouwen in de toekomst en zorgen er ook voor dat ze weer wat vertrouwen krijgt in anderen.

Na bijna anderhalf jaar begeleiding zijn Jolanda’s hulpvragen beantwoord en kan ik het dossier van Jolanda sluiten. Met haar goedkeuren maak ik voor haar nog wel een afspraak om eens te praten bij een organisatie voor vrijwilligerswerk. Inmiddels heb ik van de vrijwilligersorganisatie gehoord dat het nog altijd erg goed gaat met Jolanda en dat ze wordt gezien als een betrouwbare kracht. Het mooiste vind ik dat ze haar omschrijven als een slimme, vaardige vrouw die weet van aanpakken. Jolanda heeft zichzelf weer gevonden en komt weer tot haar recht.

Een consulent van MEE 

Lees meer...
Het verhaal van: Een consulent van MEE

Kennismaking met het wijkteam

wijkteamBegin januari 2015

Onze kersverse coach grabbelde in een envelop met vele sleutels en gooide na een aantal keren proberen met gepaste trots de deur open. Er volgden enthousiaste kreten van mijn nieuwbakken collega’s. De ruimte was kaal en er stonden alleen tafels en stoelen maar ik begreep dat deze ruimtes riant waren in vergelijking met andere wijkteamlocaties. Onwennig gingen we zitten. Koffie? Geen koffie. Er was wel een wasbak met een kraan en ik probeerde me in te stellen op een koffieloze ochtend met af en toe een slokje uit de kraan. De coach had echter al een oplossing bedacht: we gingen koffie halen, we zaten immers vlakbij het station. Met de hele groep gingen we weer naar buiten om de koffie te halen; ik kreeg er een schoolreisjesgevoel van. Ondertussen besnuffelden we elkaar: wat ben jij er voor één?

De coach had een programma gemaakt voor de ochtend maar die werd vrijwel meteen terzijde geschoven. We vertelden elkaar onze achtergrond inclusief allerlei persoonlijke zaken, zo weet ik nu al de lievelingskleur van mijn nieuwe collega’s en welke huisdieren ze hebben.

Over ons aanstaande werk zei de coach bondig: ‘we doen wat nodig is’’ Ze lardeerde dit met een voorbeeld uit een ander, al werkend, wijkteam: ‘zo hebben we voor 3 dagen gekookt voor een alleenstaande mijnheer die dat niet meer kon en naar een ziekenhuis moest’ . ‘Ja, doen wat nodig is, dus!’ zei ze nogmaals en ze keek me daarbij vorsend aan. Ik knikte en slikte toen ik dacht aan een ex-klant die zijn huis had volgestouwd met oud metaal, zodanig dat hij de wc deur niet meer kon bereiken…

Veel ruimte om hier op in te gaan was er niet; de groep buitelde over elkaar heen met vragen, kritische opmerkingen en verhalen. Gezellig was het wel.

We stonden in een kleine spreekkamer met 2 tafeltjes en 4 stoelen. We probeerden ons voor te stellen dat we simultaan met 2 intakers en 2 wijkbewoners binnen een kwartier het eerste meldingsformulier moesten invullen.  Een collega protesteerde over de tijdslimiet: mensen komen met een probleem en willen hun verhaal kwijt. ‘Dat moet dan toch maar op een later tijdstip want dat kan je niet maken tegenover de andere twaalf wachtenden’.  Ik probeerde me de toch niet heel ruime gang voor te stellen met 12 wijkbewoners die op hete kolen zaten te wachten tot wij eindelijk klaar waren met hun wijkgenoten. Zou de soep zo heet zijn?

Hoewel de dag nog lang niet ten einde was en ik nog allerlei afspraken had die middag voelde dat wel zo. Met weemoed dacht ik aan ons comfortabele kantoor met altijd lekkere koffie binnen handbereik en een stel fijne collega’s. We wisten precies wat we aan elkaar hadden en konden bij elkaar terecht met vele zakelijke maar ook persoonlijke beslommeringen. Het was duidelijk wat ik moest doen, waar ik goed in was en welke koers ik aan het varen was.

“Gefeliciteerd met je nieuwe baan” zei een familielid in december nadat ik ijverig mijn LinkedIn profiel had bijgewerkt. Ik relativeerde zijn felicitatie; het is eigenlijk alleen een andere plek. Nu weet ik dat hij gelijk had: het is verdomd een andere baan.

Geloof me: ik schraap al mijn frisse moed, positivisme en relativeringsvermogen bij elkaar om hier blakend van kundigheid in te stappen. Ik denk ook dat dat gaat lukken en dat ik het meestal ook nog leuk en spannend ga vinden. Maar ook ben ik een beetje bedroefd over alles wat was en goed was en collega’s die ik nauwelijks meer zie en nu al mis…

Een consulent van MEE

Lees meer...