Het verhaal van: Almaz

De eerste stap is gezet

almazAlmaz is afkomstig uit Eritrea. Almaz is 18 jaar, woont samen met haar zussen bij haar ouders en spreekt geen woord Nederlands. Ook haar niveau is laag (LVB). De zorgcoördinator verwijst haar door naar het wijkteam omdat zij vastloopt op school.

Ik werk vanuit MEE als cliëntondersteuner in het wijkteam en gaat met Almaz naar het Jongerenloket  om te kijken wat er voor haar gedaan kan worden. Almaz kan geen kant op zolang ze geen Nederlands spreekt en heeft tot die tijd zinvolle dagbesteding nodig. Bij het Jongerenloket krijgt zij een jobcoach en al snel krijgt ze de kans te starten in een vrijwillige functie bij het project Kookclub-catering. Hier bereidt zij maaltijden voor dak- en thuislozen. Ze werkt hier met Nederlandse collega’s dus oefent gedwongen haar Nederlandse taal.

Daarnaast vraag ik een Wmo arrangement aan voor individuele begeleiding. Almaz is een kwetsbaar meisje en ik schat in dat zij gevoelig kan zijn voor loverboys. Daarnaast heeft zij hulp nodig bij het leren van de Nederlandse taal, haar administratie en andere regelzaken waar zij tegenaan loopt in Nederland. Deze begeleiding krijgt Almaz vanuit Pameijer.

Almaz krijgt twee ochtenden per week Nederlandse les van vrijwilligers. Daarnaast werkt ze drie volle dagen en twee middagen als vrijwilliger op de Kookclub. Almaz geniet van haar werk en gaat met plezier. Ze heeft vijf dagen per week dagbesteding en haar kennis van de Nederlandse taal gaat met sprongen vooruit. Op de Kookclub zijn ze blij me Almaz: ze is een betrouwbare kracht die altijd komt opdagen en met plezier haar werkzaamheden uitvoert. In de toekomst kan ze ook in de lunchsalon gaan meedraaien. Wanneer Almaz de Nederlandse taal voldoende beheerst, gaan haar begeleider vanuit Pameijer, het Jongerenloket en haar begeleider bij de Kookclub bekijken wat de beste vervolgstap is voor Almaz.

Isabel, cliëntondersteuner van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van: Larissa

Van depressief naar doorzetter

LarissaLarissa is een jonge vrouw van 31 jaar. Ze heeft geen inkomen of werk en leeft van het salaris van haar vriend waarmee ze samenwoont. Ze heeft een zware depressie. De hulp die zij krijgt van een GGZ instelling sluit niet aan bij haar licht verstandelijke beperking (LVB). Ze wordt steeds depressiever en zit hele dagen thuis.

Bij het wijkteam krijgt zij hulp van Isabel, een cliëntondersteuner van MEE. Isabel gaat op zoek naar een goede GGZ instelling die gespecialiseerd is in LVB. Larissa kan snel starten met een EMDR-behandeling. Dit blijkt een schot in de roos, Larissa voelt zich al snel veel beter. Tegelijkertijd start Isabel bij het UWV een traject om te kijken of Larissa in aanmerking komt voor een Wajong uitkering. Als dit niet het geval blijkt, wordt er een arbeidsboordeling gestart. Larissa heeft arbeidsvermogen en wil zelf ook graag aan de slag. Via een jobcoach van het Jongerenloket krijgt Larissa al snel de kans om in het washok van een restaurant op een luchthaven te beginnen. De eerste twee maanden zijn op proef. Ze zijn tevreden over Larissa en ze krijgt een contract voor een half jaar. Haar contract wordt daarna verlengd en ze mag ook wat uren in de horeca meedraaien. Binnenkort krijgt Larissa er extra uren bij en zal ze steeds meer horeca-uren krijgen. Ze gaat dan ook een opleiding volgen over hygiëne in de horeca.

Larissa gaat voor het eerst in haar leven met plezier naar haar werk en ze houdt het ook vol. Voorheen meldde zij zich vaak ziek en bleef dan dagen in bed. Dat doet zij nu niet meer. Haar behandeling is met succes afgerond en op haar werk kan ze groeien en zichzelf ontwikkelen. Ze komt voor zichzelf op en wordt steeds zelfstandiger. Isabel kan met een goed gevoel en een gerust hart afsluiten.

Isabel, cliëntondersteuner van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van: Dania

Dania heeft straks de touwtjes weer zelf in handen

vrouw middelbare leeftijdSandy is cliëntondersteuner bij MEE en maakt deel uit van een wijkteam. Samen met haar collega’s uit het wijkteam is zij betrokken bij een gezin. Moeder Dania heeft financiële problemen en heeft hiervoor om hulp gevraagd. Dania heeft drie kinderen, waarvan de jongste twee, Anthony (19) en David (10), nog thuis wonen.

Anthony heeft een verstandelijke beperking en brengt zijn dagen slapend door. ’s Nachts speelt hij games en houdt daarbij geen rekening met zijn moeder en broertje. De enorme herrie die hij maakt zorgt ervoor dat Dania en David regelmatig wakker liggen. De slapeloze nachten hebben ruzie tot gevolg. In huis is de sfeer gespannen en dat Anthony schulden maakt en zich niet aan de regels houdt, is niet bevorderlijk voor de situatie. Ook Dania heeft schulden en geen dagbesteding. Vanwege openstaande parkeerboetes heeft zij al eens tien dagen in de gevangenis gezeten. David gaat naar school maar heeft hier regelmatig woedeaanvallen.

Sandy: ‘De situatie binnen dit gezin was best complex. Ik heb de rol van casusregisseur op me genomen, want er was natuurlijk veel meer hulp nodig dan alleen ondersteuning bij de financiën. Zeker toen er een ruzie flink uit de hand liep en er sprake was van huiselijk geweld. Dania had in haar wanhoop zelfs met een mes gedreigd en David had alles gezien.’

Als casusregisseur houdt Sandy overzicht over de gehele situatie binnen het gezin. Ze bekijkt wat er nodig is en hoe ze dit voor elkaar kunnen krijgen. Ook zorgt ze ervoor dat iedereen op de hoogte is van het gezamenlijke doel en dat de gezinsleden gemotiveerd blijven om mee te werken. Sandy: ‘Vooral Dania kwam haar afspraken soms niet na. Het blijft voor haar lastig om zich over te geven aan hulp. Maar uiteindelijk zijn we, door goed samen te werken, toch ver gekomen. Voor Dania hebben we dagbesteding gevonden. Zij heeft nu naailes in het buurtcentrum. Wie weet kan ze daar ooit nog meer mee gaan doen. Daarnaast is er bewindvoering en budgetbeheer voor Dania geregeld. Ook krijgt zij hulp bij het omgaan met haar emoties, om ervoor te zorgen dat het nooit meer zo uit de hand loopt thuis.’

De relatie tussen Anthony en Dania was slecht en de irritaties waren in de loop der jaren enorm opgelopen. Volgens cliëntondersteuner Sandy was het beter voor hen om wat meer afstand te hebben. Begeleid wonen voor Anthony bleek de beste oplossing. Sandy: ‘Anthony heeft inmiddels een leuke woonplek en dagbesteding. Hij doet mee aan Feyenoord Jobscorer, een project van voetbalclub Feyenoord waarbij jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring kunnen opdoen. MEE is één van de partners in dit project. Met Anthony gaat het veel beter nu hij weer een gezond ritme en een doel in zijn leven heeft. In de weekenden logeert hij thuis en dat gaat ontzettend goed.’

David krijgt ondersteuning van de gedragsdeskundige. Hij heeft op jonge leeftijd al veel gezien en meegemaakt. Met zijn woedeaanvallen kan hij beter omgaan en hij voelt zich prettiger nu het er thuis een stuk rustiger aan toe gaat. Sandy: ‘Het is nu een kwestie van het verder stabiliseren van de financiële situatie van Dania. Als dit op de rit is heeft zij de ondersteuning van het wijkteam niet meer nodig en heeft zij als moeder de touwtjes weer zelf in handen.’

Een consulent van MEE

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Frederique

Van cliënt tot gastdocent

paul herbert https://www.flickr.com/photos/116088152@N02/14081624634/Een klein jaar geleden werd ik gebeld door een psycholoog van een bedrijf.

Ze vertelde dat ze binnen het bedrijf een stagiaire van 24 hadden met niet-aangeboren hersenletsel (NAH), ten gevolge van een herseninfarct op jonge leeftijd.

Deze jonge vrouw, Frederique wilde graag naast de werkzaamheden als stagiaire haar ervaringen met betrekking tot NAH delen met leeftijdsgenoten. Maar ook benadrukken dat ze ondanks de beperkingen, toch een leuk en zinvol leven heeft.

De vraag van de psycholoog was of een consulent van MEE haar daarbij zou kunnen ondersteunen of een rol daarin zou kunnen spelen.

Er werd afgesproken dat ik kennis zou maken met Frederique op haar stageplek. Tijdens het gesprek zouden zowel de psycholoog als de manager van de afdeling aanwezig zijn.

Frederique bleek een enthousiaste vrouw te zijn met veel humor. Tijdens het gesprek vertelde ze dat ze bezig was om haar ervaringen over het omgaan met haar beperkingen op papier te zetten. Om eventueel in de toekomst in eigen beheer een boekje te kunnen uitgeven.

De manager gaf aan dat het bedrijf méér wilde doen dan haar alleen een stageplek bieden en zagen voor zichzelf als sociale taak om Frederique te ondersteunen bij haar wens iets structureels en positiefs te kunnen doen met haar ervaringen. Het liefst wilde Frederique een betaalde baan als gastdocent op middelbare scholen.

Frederique heeft een Wajonguitkering. Tijdens het gesprek kwam aan de orde dat een betaalde baan waarschijnlijk niet tot de mogelijkheden zou behoren. Maar dat er zou worden gekeken op welke manier ze wel een belangrijke bijdrage zou kunnen leveren aan de educatie van leeftijdsgenoten.

Tijdens het eerste gesprek werd aangegeven dat ik haar hulpvraag zou bespreken binnen MEE en een voorstel zou mailen voor een nieuwe afspraak op haar stageplek.

Dankzij verschillende gesprekken met collega’s kwam ik uiteindelijk terecht bij een collega die contacten had met een ROC.

Op deze school worden in het kader van het vak maatschappelijke oriëntatie met enige regelmaat gastdocenten uitgenodigd met verschillende beperkingen.

Vaak zijn het oudere personen die hun verhaal vertellen. Daarom was de vakdocent zeer enthousiast omdat het dit keer een jonge vrouw betrof. Hij verwachtte dat haar verhaal daardoor beter zou aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen.

Tijdens het tweede gesprek heb ik het bovenstaande aan Frederique kunnen vertellen. Ze was blij met deze mogelijkheid en in overleg met haar en de begeleiders werd overeen gekomen dat er een afspraak zou worden gemaakt met de school om kennis te maken.

Al snel kreeg ik te horen dat de school mijn cliënte graag wilde uitnodigen voor verschillende groepen leerlingen tijdens het schooljaar. Ze waren onder de indruk van haar enthousiasme en humor en haar onbevangenheid tijdens het vertellen van haar levensverhaal.

Inmiddels heeft Frederique aan het eind van het vorige schooljaar als gastdocent een les gegeven en werd ze gelijk gevraagd voor verschillende dagen tijdens het lopende schooljaar.

Dankzij de bemiddeling vanuit MEE was het mogelijk een bijdrage te leveren aan een structurele toevoeging in het dagelijkse leven van een jonge vrouw die meer wilde zijn dan een persoon met niet aangeboren hersenletsel!

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van: Een consulent van MEE

Kennismaking met het wijkteam

wijkteamBegin januari 2015

Onze kersverse coach grabbelde in een envelop met vele sleutels en gooide na een aantal keren proberen met gepaste trots de deur open. Er volgden enthousiaste kreten van mijn nieuwbakken collega’s. De ruimte was kaal en er stonden alleen tafels en stoelen maar ik begreep dat deze ruimtes riant waren in vergelijking met andere wijkteamlocaties. Onwennig gingen we zitten. Koffie? Geen koffie. Er was wel een wasbak met een kraan en ik probeerde me in te stellen op een koffieloze ochtend met af en toe een slokje uit de kraan. De coach had echter al een oplossing bedacht: we gingen koffie halen, we zaten immers vlakbij het station. Met de hele groep gingen we weer naar buiten om de koffie te halen; ik kreeg er een schoolreisjesgevoel van. Ondertussen besnuffelden we elkaar: wat ben jij er voor één?

De coach had een programma gemaakt voor de ochtend maar die werd vrijwel meteen terzijde geschoven. We vertelden elkaar onze achtergrond inclusief allerlei persoonlijke zaken, zo weet ik nu al de lievelingskleur van mijn nieuwe collega’s en welke huisdieren ze hebben.

Over ons aanstaande werk zei de coach bondig: ‘we doen wat nodig is’’ Ze lardeerde dit met een voorbeeld uit een ander, al werkend, wijkteam: ‘zo hebben we voor 3 dagen gekookt voor een alleenstaande mijnheer die dat niet meer kon en naar een ziekenhuis moest’ . ‘Ja, doen wat nodig is, dus!’ zei ze nogmaals en ze keek me daarbij vorsend aan. Ik knikte en slikte toen ik dacht aan een ex-klant die zijn huis had volgestouwd met oud metaal, zodanig dat hij de wc deur niet meer kon bereiken…

Veel ruimte om hier op in te gaan was er niet; de groep buitelde over elkaar heen met vragen, kritische opmerkingen en verhalen. Gezellig was het wel.

We stonden in een kleine spreekkamer met 2 tafeltjes en 4 stoelen. We probeerden ons voor te stellen dat we simultaan met 2 intakers en 2 wijkbewoners binnen een kwartier het eerste meldingsformulier moesten invullen.  Een collega protesteerde over de tijdslimiet: mensen komen met een probleem en willen hun verhaal kwijt. ‘Dat moet dan toch maar op een later tijdstip want dat kan je niet maken tegenover de andere twaalf wachtenden’.  Ik probeerde me de toch niet heel ruime gang voor te stellen met 12 wijkbewoners die op hete kolen zaten te wachten tot wij eindelijk klaar waren met hun wijkgenoten. Zou de soep zo heet zijn?

Hoewel de dag nog lang niet ten einde was en ik nog allerlei afspraken had die middag voelde dat wel zo. Met weemoed dacht ik aan ons comfortabele kantoor met altijd lekkere koffie binnen handbereik en een stel fijne collega’s. We wisten precies wat we aan elkaar hadden en konden bij elkaar terecht met vele zakelijke maar ook persoonlijke beslommeringen. Het was duidelijk wat ik moest doen, waar ik goed in was en welke koers ik aan het varen was.

“Gefeliciteerd met je nieuwe baan” zei een familielid in december nadat ik ijverig mijn LinkedIn profiel had bijgewerkt. Ik relativeerde zijn felicitatie; het is eigenlijk alleen een andere plek. Nu weet ik dat hij gelijk had: het is verdomd een andere baan.

Geloof me: ik schraap al mijn frisse moed, positivisme en relativeringsvermogen bij elkaar om hier blakend van kundigheid in te stappen. Ik denk ook dat dat gaat lukken en dat ik het meestal ook nog leuk en spannend ga vinden. Maar ook ben ik een beetje bedroefd over alles wat was en goed was en collega’s die ik nauwelijks meer zie en nu al mis…

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van: Claudia

Mijn droom? Een betaalde baan!

leren en werkenClaudia is 20 jaar en moeilijk lerend. Ze werd gepest, spijbelde veel en zat op verschillende scholen waar ze steeds vastliep. Daardoor kreeg ze een negatief zelfbeeld en werd ze erg onzeker. Nu zit ze op het praktijkonderwijs en wordt ze begeleid door een cliëntondersteuner. Ze loopt inmiddels stage, een belangrijke stap op weg naar een betaalde baan. 

Claudia: ‘Ik heb heel lang het gevoel gehad dat ik niets kon. Dat werd eigenlijk steeds erger. Niets lukte en ik voelde me nergens thuis. Marcel, mijn cliëntondersteuner, kijkt heel anders naar me, die ziet alleen maar wat ik wél kan. Dat voelt zo anders. Ik ben ook heel blij met de beroepentest. Daar bleek uit dat ik horeca heel leuk vind. Nu kan ik me echt op iets richten en droom zelfs van een echte baan! Ik ben er trots op dat ze mij bij La Place drie dagen in de week willen hebben.’

Nadat ze op verschillende scholen vastliep, kwam Claudia terecht bij het Praktijkonderwijs. Ook daar leek het er op dat ze weer vast zou lopen. Al snel was duidelijk dat Claudia meer behoefte heeft aan structuur en begeleiding dan de school haar kon bieden. De Praktijkschool werkt in dat soort gevallen samen met de zogenoemde ‘Navigatoren’. Dat zijn cliëntondersteuners die onderdeel zijn van het schoolteam.

Marcel: ‘Samen hebben we een traject uitgezet en een toekomstplan gemaakt. In het toekomstplan staat wat Claudia wil bereiken, wat haar mogelijkheden zijn en wat ze nodig heeft om die doelen te realiseren. Een traject uitzetten doen we niet alleen. Er zijn verschillende partijen betrokken zoals de gemeente, het UWV, hulpverleners, school, werkgever, zorginstelling en het re-integratiebureau. Als navigator/cliëntbegeleider leg ik verbindingen met alle betrokken partijen. 

De randvoorwaarden om aan het traject deel te kunnen nemen, moeten goed zijn. Als je lekker in je vel zit, heeft dat een positief effect op de werkvloer. We kijken naar alle leefgebieden. Hoe is de thuissituatie? Hoe is de financiële situatie? Lukt het iemand een eigen administratie te voeren? Kan iemand zelfstandig reizen van huis naar het werk? Ook dan gaan we met die partijen om de tafel die daar verantwoordelijk voor zijn, om de neuzen dezelfde kant op te krijgen en de begeleiding op elkaar af te stemmen.’

Claudia is begonnen met een stage bij La Place (V&D). Ze heeft het er ontzettend naar haar zin en ontdekte dat ze veel plezier heeft in horecawerk. Haar stage werd nog een keer verlengd waardoor ze nog meer kon leren en is gegroeid. Claudia heeft nu meer zelfvertrouwen en is minder onzeker. Ze kan beter haar grenzen aangeven en voor zichzelf opkomen. Ze is nu toe aan een volgende stap op weg naar een betaalde baan.

Claudia: ‘Marcel heeft mij geholpen bij het zoeken van stages. Hij ondersteunde me en ging mee als we stagegesprekken hadden. Ook bij beoordelingsgesprekken is hij erbij. Hij zegt vaak positieve dingen over me en dat is fijn om te horen. Complimenten doen me goed. Door het werk bij La Place heb ik meer zelfvertrouwen gekregen.’

Marcel: ‘Als je collega’s en werkgever je begrijpen heeft dat een positief effect op je werkplezier en functioneren. Voor jongeren zoals Claudia is het erg belangrijk dat collega’s en de werkgever begrijpen wat een beperking inhoudt. Of je nu moeilijk lerend bent, een licht verstandelijke beperking, autisme of niet aangeboren hersenletsel hebt: vaak zie je het niet aan de buitenkant. Goede voorlichting op de werkplek kan veel ‘kou uit de lucht halen’ en voorkomen dat  iemand overvraagd wordt en vastloopt’. Doordat haar zelfvertrouwen groeide is Claudia erg gemotiveerd en klaar voor een volgende stap. Haar ouders geven aan haar op alle fronten te willen steunen. Claudia heeft een werkgever veel te bieden: ze is behulpzaam, gemotiveerd, zorgvuldig, eerlijk, heeft humor, neemt initiatief en ziet werk liggen.  Momenteel wordt een werkervaringsplek gezocht bij een ander horecabedrijf. Een werkplek waar ze weer nieuwe dingen kan leren en door kan groeien naar een dienstverband. Weer een stap verder richting haar doel: een betaalde baan en een werkgever die bij haar past en rekening houdt met haar beperkingen.


Marcel Abbing, consulent

 

 

Lees meer...
Het verhaal van: Een consulent van MEE

Werk met je netwerk

werk met je netwerkBehoorlijk zelfverzekerd vertelt de jongeman tijdens ons eerste gesprek over zijn opleiding, zijn vele vaardigheden en ambities. Trots is hij op zijn 7 (!) webwinkels met voornamelijk t-shirts met prints van eigen ontwerp. Net toen ik me toch sterk begon af te vragen wat deze autistische, maar talentvolle jongen hier in hemelsnaam dééd, zuchtte zijn vader nadrukkelijk. “Misschien is het goed dat je deze mevrouw óók vertelt dat je al heel lang thuis zit achter je computer en dat er niets gebeurt. Dat die webwinkels echt niets opleveren. Dat je sociale angst hebt en bijvoorbeeld niet durft te bellen.”

Ja, dat was ook wel zo. Aha.

Het had er ook mee te maken dat hij maar één beroep wilde uitoefenen en dat was kwaliteitsmedewerker want daar was hij voor opgeleid. Maar ja, voor dat beroep zijn niet veel vacatures. Vader knikte en keek mij hoopvol aan.

Eerst maar eens mijn verwachtingregulerende praatje dat wij geen bak met banen hebben en dat de arbeidsmarkt nog steeds beroerd is. Wat wel? Een goed cv maken, werkervaring opdoen desnoods onbetaald? ”Als je maar eenmaal ergens binnen bent, want je kan het wel goed vertellen en je hebt een hoop te bieden!”, zei ik bemoedigend. Vader knikt opgelucht, zijn zoon lacht voor het eerst.

In de daarop volgende weken gingen we aan de slag met zijn cv en netwerken (e-mail aan iedereen dat je werk zoekt en welk werk, bijv. ex-mentors, ex-werkgevers). Hij was wel verknocht geraakt aan zijn veilige wereldje achter zijn beeldscherm dus op afspraken komen op het MEE-kantoor was al een uitdaging. Ik realiseerde me: dit moet niet te lang duren anders wordt het steeds moeilijker om in beweging te komen voor deze jongen. Toen we het hadden over bedrijven waar hij wel ‘stage’ zou willen lopen ging er ineens een lampje bij mij branden. Een vader van een andere autistische jongen uit mijn caseload werkt bij een grote bierbrouwerij. Hij weet als geen ander dat deze jongens wel een opstapje kunnen gebruiken, dus 1+1=2.

Enkele weken later werd ik gebeld door een manager van de brouwerij dat ze wel een gesprekje wilden met mijn klant om te kijken naar de mogelijkheden, op korte termijn graag. Wat houd ik toch van dat doortastende elan van het bedrijfsleven!

Het gesprek verliep prima, mijn klant liet zich van zijn beste kant zien en hij mag drie maanden volledig betaald (!) werkervaring opdoen in een soort testlab waar ze op alle mogelijke manieren de verpakkingen van het bier uittestten.

‘Het is ook nog echt leuk werk!’ zei hij met een grote grijns op de weg terug.

 

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van: Barbara

Altijd werk

barbara heetmanMijn moeder zei vroeger tegen mij en mijn zussen: jullie moeten loodgieter worden. Dan heb je altijd werk. Mijn moeder had vaker praktische adviezen. Daar kom ik zo op terug. Maar ik werd geen loodgieter. Ik belandde in een topfunctie. En ik heb altijd werk. Ik werd disability manager. Een klein detail: het is een onbezoldigde betrekking. Levert het dan niks op? Jawel. Een kabelbaan in huis voor de tillift; een rolstoel die kan zitten, liggen én staan; een bestelbusje geschikt voor mijn forse buitenmaten. En meer exclusieve gadgets. Herinnert u zich hoe premier Rutte onlangs een tulp aangereikt kreeg door een robotmeisje? Dat zou de toekomst zijn. Wel, mensen met een progressieve spierziekte – zoals ik heb – drinken al jaren zelfstandig hun glaasje bier of limonade met een geavanceerde robotarm.

Disability management, een beroep dus met buitensporige bonussen, is kort gezegd: alles regelen rond je handicap. Overal en altijd. Een echte 24/7 business. Overdag stuur je de medewerkers aan die in shifts helpen bij de primaire processen: opstaan, wassen, aankleden, wc-bezoek. Daarnaast doen ze het huishouden en de hele catering. ‘s Nachts ligt het ingewikkeld. Werk als dit met grote verantwoordelijkheden laat je nooit los. Dus eenmaal in bed begint het woelen en draaien. Maar hoe draai je je om, als je geen kracht hebt? Personeel voor de nachtdienst is moeilijk te vinden, of je betaalt het dubbele tarief. Een alternatief is het aantrekken van een al of niet vaste bedpartner. Hierbij loop je wel het risico dat er van slapen helemaal niets meer komt.

Je hebt als disability manager ook contact met andere soorten medewerkers. Denk aan de medische staf: fysiotherapeut, ergotherapeut, diverse doktoren. Een afdeling die hoge omzetten draait, is de techniek. Soms komen er per dag drie monteurs voor uiteenlopende calamiteiten: de rolstoel wil meer niet omlaag, de lift niet meer omhoog en de automatische deur niet meer open. Het plannen van al die werkzaamheden vraagt om groot organisatietalent.

Om je werkelijk in deze sector te handhaven, tellen vooral communicatievaardigheden. Instrueren, motiveren, corrigeren, onderhandelen, overtuigen, noem maar op. Deze technieken moet je niet alleen toepassen op medewerkers van de eerder genoemde binnendiensten maar vooral op die van de zogenaamde buitendienst. Daar zitten de grote jongens, daar moeten targets worden gehaald en die bonussen worden binnengesleept – stoel plafondlift auto. En ooit een keer die robotarm. Het gaat hier om medewerkers van -u voelt hem aankomen- de gemeente. En van het UWV en de zorgverzekering. Bij deze divisies, met weinig contacten op de werkvloer -mijn vloer, is het lastig om de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Laat staan in de richting die jij wilt. Hier is doorzettingsvermogen vereist.

Een zeer arbeidsintensieve taak tenslotte is die van locatiescout. Zittend in een rolstoel van 150 kilo met een draaicirkel van anderhalve meter, kijk je bij elke activiteit buiten de deur naar één ding: kan ik erin? Dat valt vaak tegen. In Amsterdam hebben zelfs nieuwe gebouwen monumentale trappen. Ik moet bekennen dat ik me afvraag: hoe welkom zijn mensen met een beperking?

Enfin, een disability manager heeft een flinke caseload. Je zou wel eens een sabbatical willen. Maar dat zit er vanwege de aard van het werk niet in. Gewoon doorgaan. Die houding heb ik gelukkig van huis uit meegekregen, net als alle andere genoemde kwaliteiten. En zo kom ik bij mijn moeder. Nu ze 83 en dementerend is, begeleiden wij haar. Maar vroeger was zij mijn personal coach. Ze liet me zelf bellen naar instanties, al vond ik het eng. Dat staat toch veel leuker, zei ze dan. Participeren was vanzelfsprekend. Anticiperen ook. Dus werd een traplift aangevraagd toen ik 13 was en kwam die precies op tijd toen ik op mijn 16e niet meer naar boven kon.

Mijn moeder liet ook zien dat contact met lotgenoten heel handig is. En het gebruik van hulpmiddelen. Ik wilde als puber eerst niets van andere gehandicapten weten; zij ging met mijn vader naar informatiedagen. Regelmatig kwamen ze dan thuis met interessante voorwerpen. Raad eens wat dit is? We zagen een langwerpig designobject van plexiglas. Ik bleek hiermee staand te kunnen plassen, zodat ik niet altijd meer opgetild hoefde te worden van de wc. Zo raakte ik gewend aan mijn eerste gadgets.

Toen ik het huis uitging om te studeren in Amsterdam, dacht ik dat ik na deze jarenlange training on the job gediplomeerd gehandicapt was. Ik deed vrijwilligerswerk, cursussen en ging elk weekend dansen. Ik haalde mijn aangepaste autorijbewijs en crosste op een mini-scootmobiel door de buurt. Vervolgens kwam er een rollator, want ik begon gevaarlijk te wankelen. Op dat moment leek ik ook geestelijk controle te verliezen. Ik kreeg angsten. Ik meldde me bij een psycholoog, maar daar hoorde ik dat het normaal was om het moeilijk te hebben als je aan een ziekte lijdt. Ik werd doorverwezen naar maatschappelijk werk. De mevrouw aan wie ik vertelde wat ik allemaal deed, zei: meid, je doet het fantastisch!

Ik was blijkbaar zielig of dapper, maar wat moest ik daarmee? Ik had iemand nodig om met mij mee te denken, om mee te sparren op gelijk niveau. Ik had weer een coach nodig.

Want ik zat in een ingrijpende transitie -van lopen naar zitten. Als manager draaide ik overuren met mijn groeiende imperium. Meer disability, meer hulp, meer beslissingen. Ik overleefde. Maar wat ze zeggen is waar: it’s lonely at the top.

En toen kwam ik bij MEE. Niet als cliënt. Ik kreeg een echte -betaalde- baan als informatiemedewerker. Had ik MEE maar eerder ontdekt! Consulenten bij MEE zijn coaches. Met grondige kennis van de situatie van mensen met een beperking. Zij vragen: hoe wil jij leven? Wat is daar voor nodig? Vooruitdenken is noodzakelijk, maar bekijk het breder. Wat is jouw visie, jouw missie? Als je dat weet, ben je pas echt een succesvolle disability manager.

Bij een nieuwe fase in mijn ziekte richt ik mij nu op die visie. Met steun van zo’n coach. Dan kan ik zelf weer verder. Aan het werk.

Barbara Heetman is informatiemedewerker bij MEE Amstel en Zaan.

Lees meer...
Het verhaal van: Anna

Een apart mens

een apart mensIn duidelijke taal maakt Anna me duidelijk dat ik had gezegd om 14.30 uur te bellen voor een afspraak en niet om 14.40 uur. En dat ze dit niet fijn vindt. Enigszins beducht voor wat me te wachten staat bel ik bij haar aan. Ik was echter nog geen half uur binnen of ik werd al getrakteerd op een prachtig gedicht en een melodietje op haar mondorgel. Een grappig contrast met haar eerdere woorden dat ze toch wel een beetje aan vreemde mensen moet wennen. Vrolijk, druk en beweeglijk fladdert ze rond in haar keurige flat en vertelt wat flarden uit haar verleden die in geen enkel opzicht vrolijk zijn. Anna (50) wil echter niet te veel kwijt over haar moeilijke jeugd maar duidelijk wordt dat haar ouders te veel eigen problemen hadden om voor hun kinderen te kunnen zorgen.


Ze was altijd al een beetje ‘anders’ en omdat ze niet goed kon leren heeft ze eerst op de BLO en later op de LOM school gezeten. Toch is het haar gelukt om een MBO diploma voor bejaardenverzorgende te halen. Ze heeft altijd in de zorg gewerkt en dat ging vanwege haar enorme wilskracht. Dat ze bijvoorbeeld niet snel kan schakelen en wat langzamer is werd geaccepteerd. Haar leven loopt pas echt spaak als haar relatie, waarmee ze al 22 jaar samenwoont, strandt. Haar ex-partner regelde eigenlijk alles voor haar. Met de administratie en de financiën had ze zich nooit bemoeid omdat ze dat moeilijk vond. Ze moest verhuizen en een heel nieuw zelfstandig leven beginnen en wist niet hoe dat moest. Ze voelde zich angstig en alleen.

Via haar huisarts kwam ze bij MEE terecht. Ze laat me een map zien waar een folder van MEE in zit. Ze heeft hem zelf versierd met een oranje klavertje 4: “zo blij was ik met jullie hulp” straalt ze. Met de ondersteuning van de MEE-consulent lukt het wel om de nodige stappen te zetten; een nieuw huis, een bureautje dat haar financiën regelt en wekelijkse begeleiding om te zorgen dat ze het blijft redden.

“Ik word altijd hoger ingeschat en dat komt omdat ik zo’n vlotte babbel heb” zegt ze over zichzelf. Dat ze ook autisme heeft daar is ze pas een paar jaar geleden achter gekomen. Nu heeft het feit dat haar omgeving haar altijd al een apart mens vond een naam. Ze begrijpt zichzelf nu beter. Waarom ze er bijvoorbeeld moeite mee heeft als ze op haar werk toch de ramen moet zemen terwijl ze daar niet op gerekend had. Dan kan ze plotseling weglopen omdat ze even niet weet wat ze er mee aanmoet.

Haar huidige werkgever in de thuiszorg houdt daar rekening mee; ze krijgt alleen adressen bij oudere mensen die wat meer gesteld zijn op regelmaat en secuur werk in plaats van snelheid. Mensen die er geen punt van maken als Anna zich soms wat ‘anders’ gedraagt. Ook nu heeft Anna de grootste moeite om te blijven zitten, fladdert druk heen en weer alsof ze geen vrouw van middelbare leeftijd is maar een jong kind. Haar onverstoorbaar slapende poes krijgt af en toe een aai. Een belangrijke stabiele factor in haar leven. Ze is tevreden nu en creatief als ze is dicht ze uit de losse pols;

Fladderen als een vogel

Dit hoort bij mij

zo vloog ik naar MEE 

Dit stemde mij tevree

Nu vlieg ik op eigen kracht

wis en waarachtig

wat jullie voor mij gedaan hebben is prachtig

 

Een consulent van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van:

Het intaketoiletgesprek

toiletgesprekMark meldt zich aan bij MEE voor ondersteuning. Hij heeft het syndroom van Asperger. Mark is 54 jaar en woont in een studentencomplex. Tot vorig jaar kwam hij bij de ontmoetingsgroep voor mensen met autisme bij MEE, maar hij vond daar geen aansluiting. Mark is bezig aan zijn 5e studie aan de universiteit. Hij blijft studeren omdat hij door zijn beperkingen geen passend werk kan vinden. Mark heeft geen vrienden en geen contact met zijn ouders.

Met studiegenoten en professoren ontstaan regelmatig conflicten omdat hij hen niet begrijpt. Het eerste telefonisch contact verliep bijzonder. Ik had niet mogen bellen maar moest mailen! Mark maakt een geagiteerde indruk door de telefoon. Hij geeft aan dat ik bij het bezoek aan hem vooral niet mag laten zien aan anderen dat ik van MEE ben. Ik mag ook niet hard praten omdat de muren in zijn woning zeer dun zijn en hij niet wil dat anderen iets horen. Mijn nieuwsgierigheid naar Mark is gewekt!

Via een collega die de ontmoetingsgroep leidt waar Mark kwam, begrijp ik dat hij grote moeite heeft met sociale contacten. Bij teveel prikkels kan hij zeer boos worden en verbaal agressief reageren. Dit wetende, heb ik geprobeerd om hem uit te nodigen voor een bezoek aan kantoor, zodat het voor mij veiliger was. Maar Mark was niet bereid op kantoor te komen, ik moest naar hem toe.

Het was even zoeken naar het juiste studentenhuisblok. Als ik aanbel, zie ik door een gang een meneer naar mij toe rennen. Hij doet de deur voor mij open en rent naar een voordeur aan de andere kant van de gang. Oké, dat zal Mark zijn, dus ik volg hem. Hij bijt mij kortaf toe dat ik aan de verkeerde deur gebeld heb. Ik wist niet dat er twee deuren waren! Daarna word ik een klein smal gangetje ingeleid en wijst Mark dat ik een deur door moet. De voordeur gaat op slot.

Tot mijn grote verbazing heeft hij een stoel in de toilet staan waar ik op moet zitten. Mark gaat op de zeer vervuilde toilet tegenover mij zitten en zo begint mijn gesprek. Mark vertelt dat hij begeleiding nodig heeft. Een half jaar geleden had hij begeleiding, maar deze heeft hij gestopt omdat hij het te duur vond. Bovendien vond hij dat de ambulante begeleiding hem niet goed begeleidde. Mark vertelt dat de ambulante begeleiders HBO niveau hebben en dat dit niet aansluit bij zijn universitaire niveau. Mark kijkt steeds naar beneden om de informatie te verwerken die hij van mij krijgt. Ik wacht steeds op hem totdat hij opkijkt en geef dan antwoord. Mark vraagt welk niveau ik heb. Hij kijkt op en ik kijk naar hem en antwoord met een twinkeling in mijn ogen dat ik HBO geschoold ben. We hebben een rustig intaketoiletgesprek. We spreken af dat ik toch weer een indicatie ga aanvragen. Tevens verwijs ik hem naar de huisarts omdat Mark vertelt dat hij zijn medicatie niet meer inneemt en sombere gevoelens heeft.

Uiteindelijk heeft Mark geen indicatie gekregen van het CIZ omdat aangegeven werd dat hij al twee keer een indicatie heeft gehad. Hij werd verwezen naar de Wmo voor huishoudelijke zorg omdat zijn woning zeer vervuild is. De GGZ gaat weer een indicatie aanvragen voor ambulante begeleiding met onderbouwing van de psychiater omdat Mark specialistische begeleiding nodig heeft van hulpverleners die bekend zijn met autisme.

Een consulent van MEE

Lees meer...