Het verhaal van: Dominique en Hannie

Al bijna twintig jaar maatjes!

Dominique en Hannie in het atelier

Dominique en Hannie in het atelier

De 63-jarige Hannie en 23-jarige Dominique zijn al bijna twintig jaar maatjes. In oktober 1998 reageerde Hannie op een advertentie in de krant, waarin werd gevraagd om vrijwillig maatje te worden van een kleuter met Down. Wat begon als ondersteuning om het betreffende gezin te ontlasten, groeide in de loop der jaren uit tot een hechte vertrouwensband.

‘Ik vond het een goed idee’, herinnert moeder José zich, ‘toen ik destijds door een MEE-consulent werd gewezen op de mogelijkheden van een ‘vrijwillige thuishulp’. Het was voor mij écht een uitkomst. Doordat Hannie op de vrijdagmiddag bij ons thuis kwam en met Dominique aan het spelen was, kon ik bijvoorbeeld even boodschappen doen. Daardoor had ik in het weekend meer tijd voor mijn gezin.’

Hannie ging met Dominique puzzelen, ze knutselden samen en vaak nam Hannie Dominique mee naar de bibliotheek. Dat doen ze inmiddels al lang niet meer. Tegenwoordig gaat Hannie wekelijks mee naar Dominiques zwemles.

Voor ieder kledingstuk een apart hangertje
Iedere dinsdagavond om 10 over 6 ’s avonds staat Hannie bij Dominique voor de deur. Vaak heeft Dominique haar eten dan nog net niet op. Ze eet de laatste hapjes, ruimt de tafel af en gaat dan met Hannie mee. Alles volgens vaste patronen, want daar hecht Dominique aan. In de auto ligt altijd een pakje Sultana’s klaar. Volgens het ritueel krijgt Dominique daar één van. De andere twee zijn voor Hannie en haar man, voor bij de koffie ’s avonds, als Hannie weer thuis is. In het zwembad helpt Hannie Dominique met uitkleden, de kleding netjes op een hangertje hangen  – ‘voor ieder kledingstuk één hangertje, toch, Do?’ – en de haren netjes in twee vlechten doen. ‘Dominique kan het ook allemaal zelf, maar als ik er ben, is het zo fijn dat ik haar help.’ Dominique knikt, en lacht als Hannie zichzelf de persoonlijke assistent noemt. Het zwemmen is leuk, het spel dat ze aan het einde spelen nog leuker. Dan wordt er altijd even ‘de jongens tegen de meiden’ gespeeld. ‘En wat zeggen jullie altijd als jullie winnen?’, vraagt Hannie aan Dominique. Het is een vraag waarop Hannie het antwoord al weet. ‘Jongens zijn losers!’ zegt Dominique met weer een grote lach. Als het zwemmen is afgelopen, helpt Hannie met douchen en aankleden. ‘Ik mag zes keer op de doucheknop duwen’, glundert Dominique. Alles rustig aan, geen haast.

Moeder José geeft aan dat daar ook echt de meerwaarde zit: ‘Hannie neemt alle tijd voor Dominique, bij een moeder is dat soms toch anders. Ik zit vaker te haasten, en zeg ‘schiet nou op’. Daarom is het voor Dominique zo fijn om met Hannie naar zwemmen te gaan.

Extra aandacht
Twee dagen in de week, op maandag en dinsdag, is Dominique bij een dagbesteding. Bij de dagbesteding hebben deelnemers verschillende mogelijkheden. Ze werken in de horeca, repareren fietsen of zijn bezig in het naai-atelier. Hannie komt er regelmatig om lege jampotjes te brengen die worden hergebruikt. Dominique zit het liefste in het atelier. Daar haalt ze met uiterste concentratie de achterzakken van spijkerbroeken. Die worden gebruikt om kussens van te maken, of om op tassen te naaien. Hannie, (die voor dit interview ook bij de dagbesteding is), laat tijdens deze gelegenheid aan Dominique zien hoe ze met haar tornmesje iets meer kracht kan zetten. ‘Als je ‘m zo vasthoudt wordt het gemakkelijker’, zegt ze liefdevol. ‘Wat een spierballen heb je van het zwemmen!’ Dominique glundert en geniet zichtbaar van de extra aandacht die ze krijgt doordat haar maatje er is.

Niet voor niets is moeder José zo enthousiast over de vrijwillige thuishulp van VTV (Vrijetijdsbesteding, Thuishulp en Vormingsactiviteiten) : ‘Hannie zet zich met hart en ziel in. Ze hebben zo’n klik! Ik heb volledig vertrouwen in haar.’ Hannie wil geen complimenten voor haar inzet. Die wuift ze weg: ‘Het is doodnormaal wat ik doe. Ik vind het leuk, en kan er ook nog eens iemand anders mee helpen. Mooi toch?’

Lees meer...
Het verhaal van: Morena

De lach op het gezicht van Morena is weer terug

MorenaAchter elke voordeur schuilt een verhaal. Voor Morena geldt dat zeker ook. Een tijd lang kwam nauwelijks nog buiten. Ze voelde zich somber, had nauwelijks sociale contacten en kampte met een onverwerkt verleden. Met hulp van een cliëntondersteuner zette ze grote stappen in de richting van een nieuwe, blije toekomst.

Goed luisteren is altijd het eerste wat ik doe bij een nieuwe ontmoeting”, vertelt cliëntondersteuner José van MEE. “Daar nemen we ook ruim de tijd voor, want zo leg je de basis voor een geschikte ondersteuning. Bij de eerste ontmoeting met Morena zag ik een vriendelijke vrouw. Maar al gauw bleek dat ze helemaal niet goed in haar vel zat.” Voor Morena voelde dat eerste gesprek met José als een opluchting. “Ik had eindelijk het gevoel dat ik op het juiste adres was: voor het eerst in twintig jaar werd ik gehoord! Al tijden kwam ik bij verschillende instellingen waar ik de opdracht kreeg om mijn probleem van me af te schrijven. Dat vond ik heel moeilijk. Ik kan mijn verdriet en boosheid niet goed op papier kwijt. Ik wilde echt met iemand in gesprek en een klik hebben. Bij José had ik dat vanaf het begin.”

Het verhaal van Morena liegt er niet om. Ze trouwde op 22-jarige leeftijd met een Nederlandse man, waarna ze de Dominicaanse Republiek verliet. Een gelukkig huwelijk werd het niet. Uiteindelijk scheidden ze vijf jaar geleden. Haar echtgenoot stond haar niet toe dat ze sociale contacten aanging of zich ontwikkelde waardoor ze veroordeeld was tot huiselijke taken en het verzorgen van haar inmiddels achttienjarige zoon. Het verdriet om een al eerder doodgeboren kind was groot, maar dat kon ze met niemand delen. Door een bedrijfsongeval in de catering lag ze twaalf jaar geleden lang in het ziekenhuis. Nog steeds heeft ze veel last van haar heupen en knieën. Mede daarom is ze volledig afgekeurd om te werken. Bovendien werd ze anderhalf jaar geleden geopereerd aan baarmoederkanker, waarvan ze nu herstellende is. “Ja, het is veel”, zegt Morena, die geen familie heeft waarbij ze terecht kan. “Ik heb één goede vriendin, maar zij woont in Rotterdam. Zo gauw ik buiten mijn vertrouwde omgeving kom, schiet ik in de stress. Even met de trein naar Rotterdam lukt me gewoon niet.”

Uit de tas van José komt een grote witte tekening tevoorschijn met daarop een tienpuntenschaal van tevredenheid. Morena gaf haar leven eind vorig jaar een vijf. Ze had last van paniekaanvallen, was erg eenzaam en had weinig vertrouwen in zichzelf en in anderen. Uit een IQ-test bleek ook dat ze moeilijk lerend is en een taalachterstand heeft. José: “Tegelijk had ik vrij snel door dat Morena heel praktisch en creatief is en haar leven graag een positieve wending wilde geven. Dat zijn goede aanknopingspunten om iemand in zijn kracht te zetten. Maar we moesten ook iets met haar opgekropte verleden, want dat knaagde zichtbaar aan haar.”

Samen met stagiaire Lisa ging José voor Morena aan de slag, op twee fronten tegelijk. Het ene spoor leidde naar psychiatrische dagbehandeling, een instelling die gespecialiseerd is in therapie voor mensen met een verstandelijke beperking en moeilijk lerende mensen. Morena wordt daar binnenkort gedurende twaalf weken bijna dagelijks begeleid om haar levensverhaal een plek te geven. “Ze heeft veel meegemaakt, er is intensieve begeleiding nodig om dat te verwerken. Intensiever dan MEE kan bieden. Voor therapie is de deskundigheid van psychologen en een psychiater nodig”, aldus José. “Ik heb kunnen helpen Morena snel door de intakes te leiden. Haar probleem is voor mij urgent omdat verwerking van het verleden een grote stap is om verder te kunnen.” Morena: “José was een fijne steun bij de intakes. Zij kende mijn verhaal inmiddels. Er werd me gevraagd of ik nog zin in het leven heb. Dat vond ik zo raar: natuurlijk heb ik er zin in. Ik heb alleen een probleem waar ik zo snel mogelijk van af wil. Ik zie overal blijdschap en dat wil ik ook!”

Met Lisa volgde Morena het tweede spoor, dat zich richtte op het verbeteren van haar taalvaardigheid en het vinden van passend vrijwilligerswerk. José keek op de achtergrond mee naar de vorderingen. “Ik zag een heel gemotiveerde Morena die initiatieven nam, zelf de telefoon pakte en overal informeerde. Ze kwam letterlijk in beweging en ging vaker het huis weer uit. Je zag haar elke week verder opfleuren en zelfs weer lachen. Toen ze voor het eerst bij ons kwam, vertelde ze ook dat er conflicten met haar zoon waren. Ik wilde nog voorstellen om hem ook eens uit te nodigen, maar voor ik het wist had ze thuis zelf al een goed gesprek met hem gehad. Daarin zag ik de vooruitgang. Ze is een aanpakker, maar had onze begeleiding nodig om de ban te breken.”

“Ik ben er nog niet, mijn verdriet en paniekaanvallen zijn er nog”, erkent Morena. “Daar ga ik hard aan werken bij dagbehandeling. Mijn zelfverzekerdheid is in elk geval al erg gegroeid. Ik ga de deur weer vaker uit en mijn Latijns-Amerikaans temperament begint terug te komen”, zegt ze met een grote lach. “Ik heb ook al even vrijwilligerswerk gedaan bij een ouderensoos, alleen dat stopte helaas door te weinig animo. Mogelijk kan ik aan de slag als vrijwilliger in een snoezelruimte van een verzorgingshuis voor dementerende ouderen. Het hangt nog even af van het aantal dagen dat de dagtherapie in beslag neemt, want dat is de belangrijkste vervolgstap. Daarna kan ik verder plannen maken.”

José: “Ik hoop dat Morena haar leven weer helemaal op de rit krijgt. De therapie gaat daar zeker bij helpen. Maar het is ook belangrijk dat ze zich daarna goed blijft voelen. Vrijwilligerswerk speelt daarin een grote rol , want daardoor komt ze buiten en doet ze sociale contacten op. In de aanpak van MEE krijgt dat aspect veel nadruk. Een netwerk van vrienden en kennissen maakt je leven mooi.” En Morena zelf? Die heeft alvast een doel gesteld: “Als ik weer in de trein durf en naar mijn vriendin durf te reizen, dan gaat het echt weer helemaal goed met me.”

 

Dit verhaal is tot stand gekomen in samenwerking met magazine Doe mee!

Lees meer...
Het verhaal van: Bart

In een half jaar van een 1 naar een 8

Stack of hands - real people agreementBart is 36 jaar, hij heeft niet-aangeboren hersenletsel en een licht verstandelijke beperking. Hij komt uit een warm gezin van allemaal harde werkers. Hun levensmotto is: “Je werkt gewoon hard.” Dus Bart ook.

Zijn vader weet al die jaren werk voor hem te vinden, maar uiteindelijk loopt het elke keer toch steeds mis. Zo rolt Bart van het ene in het andere baantje en komt uiteindelijk met een burn-out thuis te zitten. Samen kloppen ze ten einde raad bij MEE aan. Eén ding wordt snel duidelijk: Bart is al die jaren overvraagd, ondanks alle goede bedoelingen.

Om Bart te leren kennen, bezoekt de consulent van MEE hem in zijn appartement. Hij vertelt dat hij de hele dag thuis zit en zo graag weer wat zou willen doen. Stap voor stap gaan Bart en de consulent van MEE aan de slag. Om te beginnen gaan ze naar het wijkcentrum om de hoek om te vragen of Bart daar iets kan doen. Sindsdien schenkt hij er twee dagen per week koffie en thee en bezoekt een derde dag de knutselclub. Bart geniet ervan dat hij weer onder de mensen is.

Bart en de consulent brengen samen zijn netwerk in kaart. Het geeft antwoord op vragen zoals: met wie ga je om, wie maken zich zorgen om jou, met wie heb jij een warm contact? Daar rollen de mensen uit die Bart wil vragen voor een meedenkbijeenkomst: zijn ouders, tweelingbroer, zus, zwager en schoonzus. Maar ook een buurman en zijn beste vriend met zijn moeder. Stuk voor stuk mensen die het beste met Bart voorhebben en met hem mee willen denken over een plan voor de toekomst.

Bart nodigt iedereen uit en regelt een zaaltje in ‘zijn’ wijkcentrum. Hij krijgt de sleutel van het pand en zet voor iedereen koffie. Ook de consulent van MEE is erbij. Die avond vertelt Bart voor het eerst uitgebreid over zijn beperking en dat er bij hem in 2008 diagnostisch onderzoek is gedaan maar dat hij uit schaamte zweeg over de uitslag. Hij vertelt waar hij in het dagelijks leven tegenaan loopt en iedereen kan vragen stellen.

“Oh, nu valt het allemaal wel op z’n plek!” is de eerste reactie van zijn moeder. Zijn buurman zegt: “Nu begrijp ik waarom je dingen vaak vergeet of er niet bent als we een afspraak hebben. Dat doe je niet met opzet.” Ook snappen ze nu beter waar hij behoefte aan heeft en wat hij allemaal zelf kan.

In een complimentenrondje vertelt iedereen welke talenten ze in Bart zien. Bijvoorbeeld dat hij humor heeft, gezellig en zorgzaam is, computerspelletjes helemaal uit kan spelen, sportief is. Ze worden allemaal op een grote flap geschreven en zorgen voor een positieve start waarin de kracht van Bart naar voren komt. Die flap hangt sindsdien boven zijn bed. Daarna wordt iedereen gevraagd om mee te denken over een aantal vragen van Bart:

  • Wie kan mij ondersteunen bij het regelen van dingen?
  • Hoe kan ik actief bezig blijven, me minder eenzaam voelen?
  • Hoe vind ik werk dat bij mij past?
  • Hoe vind ik een vriendin?

De insteek is niet wie wat gaat doen, maar met elkaar nadenken over mogelijkheden. De consulent legt uit waarom dit het beste lukt zonder haar erbij; de plannen zijn realistischer en duurzamer. Ze weten zelf het beste wat haalbaar is en zijn een constante factor in het leven van Bart. Ook spreken ze vrijer zonder professionals. Een uur later wordt ze gebeld dat er een plan op tafel ligt.

Inmiddels zijn we een half jaar verder, er is veel gebeurd. Zo heeft MEE de schoonzus van Bart gecoacht rondom het aanvragen van een uitkering. Deze is toegewezen en dat is een enorme opluchting voor iedereen. De zorg dat hij zonder inkomen misschien zijn flat uit zou moeten is nu weg. Een volgende stap is het vinden van een baan. Werk dat overzichtelijk is en waar hij contact heeft met andere mensen. Maar niet meer full-time, die verwachtingen zijn wat bijgesteld.

Door het vrijwilligerswerk heeft Bart weer ritme in zijn leven en hij komt weer onder de mensen. Een datingsite hoeft niet meer zo nodig, want hij hoopt nu in het dagelijks leven een vriendin te ontmoeten. In het buurthuis, op de sportschool of via een singlereis, Bart trekt er weer volop op uit!

Het gaat inmiddels zó goed, dat de consulent van MEE zich terug kan trekken. Zij begint hun laatste gezamenlijke bijeenkomst met een cijferrondje: welk cijfer gaf je Bart een half jaar geleden en hoe is dat nu? Bart zegt zelf: “Toen gaf ik mezelf een 1, het ging echt slecht met mij. Maar nu geef ik mezelf een 8! Ik had veel eerder moeten vertellen dat ik een beperking heb. Dat is niets om je voor te schamen.”

Ook de consulent van MEE kijkt met een goed gevoel terug op de afgelopen periode: “Die Bart, ik vind het echt heel knap van hem. En ik gun iedereen zo’n familie! Met elkaar hebben ze in een half jaar al zoveel voor elkaar gekregen en dat geeft heel veel rust. Niet alleen bij Bart, maar ook bij zijn familie. Zijn vader kan met een gerust hart een stapje terug doen. Het rust niet meer op één persoon, ze dragen het samen. Vanaf nu redden ze het zonder MEE.”

Een consulent van MEE

 

De naam in dit verhaal is om privacy-redenen aangepast. De foto dient ter illustratie

 

Lees meer...