Het verhaal van: Mats

Mats op Weg

mee op wegSinds een tijdje gaat de 17-jarige Mats van Dijk alleen naar school. Bus 22 brengt hem in minder dan tien minuten naar zijn school.

Voor Mats zijn deze ritjes in zijn eentje best bijzonder: hij heeft het syndroom van Down. De vaardigheden die hij nodig heeft om zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen leerde hij van Irene van Harten, zijn MEE op Weg-trainer.

Mats is enthousiast over het reizen met de bus. Voordat hij zelf met de bus ging, werd hij ’s ochtends door een speciaal taxibusje al om kwart voor acht opgehaald, terwijl de school pas om negen uur begon. Bij ieder adres op de route moest er gewacht worden. ‘Dat duurde zo vreselijk lang!’, zucht Mats. Moeder Ardi vult aan: ‘Er is nog een reden waarom Mats het zo fijn vindt om met de bus te gaan en niet meer door het busje opgehaald te worden. Mats zei ook ‘Het busje is voor kleintjes’. Toch Mats?’ Mats beaamt dat: ‘Ik ben al zeventien! En volgend jaar word ik achttien.’

Met trainer Irene oefende hij verschillende dingen die hem helpen om veilig van huis naar school te komen, en weer terug. Mats somt op: ‘Hand opsteken bij de halte. Inchecken. Op stop drukken. En uitchecken.’ Zijn ov-chipkaart hangt in een plastic hoesje aan een touwtje om zijn nek. Zo kan hij die niet kwijtraken als hij de bus instapt met zijn schooltas en soms ook nog een hockeystick in zijn handen. Op een los papier in het plastic hoesje staan de instaphalte en uitstaphalte geschreven. En voor noodgevallen het telefoonnummer van moeder Ardi. Dat heeft hij nog niet hoeven gebruiken. Eén keer ging het bijna mis. Bus 22 rijdt namelijk twee routes: een met de school van Mats als eindbestemming, en een die naar de Waalsdorperweg gaat. Gelukkig zat er een medeleerling in de bus die hem kende en wist dat hij moest uitstappen. Bovendien leerde hij tijdens de training van Irene dat hij om hulp moet vragen als het nodig is. Wat hij moet doen als de bus te laat is, weet Mats heel goed: ‘Wachten natuurlijk!’

Voor moeder Ardi was het een vanzelfsprekende stap dat Mats zelfstandig ging reizen. ‘Ik vond het wel spannend. Maar niet superspannend. Ik wist dat hij het kon.’ Zelf had ze de route ook al met haar zoon geoefend: ‘Mats stapte dan in bij de bushalte, en ik fietste heel hard achter de bus aan. Bij de uitstaphalte wachtte ik hem dan weer op.’ Door de omleidingen en wegopbrekingen bij hen in de wijk was ze daar tijdelijk mee gestopt.

De training van MEE kwam op een goed moment. De school attendeerde haar erop. Ook Mats’ leraren vonden dat hij in aanmerking kwam voor zelfstandig reizen. De trainer van MEE had, als externe deskundige, een duidelijke toegevoegde waarde vindt Ardi: ‘Ik geloof dat vreemde ogen dwingen. Mats luistert bij het oefenen beter naar Irene dan naar mij.’ Als Mats lachend knikt, vervolgt ze: ‘Ook vind ik het fijn dat dit advies van een externe deskundige kwam. Haar beoordeling was een onafhankelijke bevestiging dat hij het kon.’ Ze weet hoe belangrijk het voor Mats is. ‘Hij wil zo graag die zelfstandigheid. Hij gaat alleen naar de bakker en naar de AH, om pannenkoeken te halen als hij daar trek in heeft’- Mats lacht glunderend – ‘en vorige week ging hij alleen naar de kapper. Ik vroeg nog of ik mee moest om te betalen, maar hij zei ‘geef me maar geld mee’ en wilde liever alleen. Ook is hij al alleen thuis gekomen van zijn hockeytraining. Het is niet alleen goed voor Mats, ook voor mijzelf is dat prettig, dat hij meer dingen alleen kan.’

Mats heeft nu al zin in de zomer. Dan kan hij misschien zelf met de tram naar het strand: ‘Als het mooi weer is, met zon en een blauwe lucht. Niet als het waait want dan komt er zand in mijn gezicht en daar houd ik niet van.’ Hij is enthousiast over MEE op Weg en zelfstandig reizen, en deelt dat graag met iedereen die het horen wil: ‘Het is heel leuk. Ga mee!’

Lees meer...
Het verhaal van: Tara

Tara vindt haar eigen weg in het leven

TaraTara (15 jaar) heeft cerebrale parese en fietst van haar woning naar de bushalte om daar de bus naar school te nemen. Op zich niets bijzonders, maar Tara moet op een drukke weg fietsen en ze kende eerst de verkeerstekens niet goed. Dankzij het project MEE op Weg leerde ze zich veilig te bewegen in het verkeer en vergrootte ze zo haar zelfstandigheid.

Tijdens MEE op Weg leren kinderen met een beperking hoe ze zelfstandig en veilig kunnen reizen zonder daarbij gebruik te hoeven maken van aangepast vervoer. Dit vergroot hun zelfstandigheid. Iedere deelnemer krijgt een maatje waarmee op regelmatige tijdstippen wordt geoefend in het verkeer. Hetzij het reizen met tram/bus/metro. hetzij het fietsen van een bepaalde route. Tara fietste gedurende drie maanden samen met haar maatje wekelijks in de omgeving van haar woonplaats op een leenfiets van MEE. Dankzij deze routine durft ze vandaag de dag de weg naar de bushalte helemaal alleen te fietsen. ‘De training zit goed in elkaar. Ik weet nu wat ik moet doen op drukke wegen en ben niet meer bang. Mijn moeder vindt het nog wel eng dat ik dit doe, maar ze gunt mij mijn vrijheid. Voor het reizen met het openbaar vervoer heb ik geen begeleiding gehad vanuit MEE op Weg. Als ik ergens naartoe moet, zoek ik zelf op hoe ik moet reizen en dan lukt het wel. Ik heb cerebrale parese sinds mijn geboorte. Ik kan alles wel zelf doen, alleen duren sommige dingen wat langer.’

Tara had ook nog een sportvraag waarvoor ze een beroep deed op de sportconsulent (ook wel beweegcoach genoemd) van MEE. ‘Ik wist niet goed wat voor sport ik wilde doen. Samen met de sportconsulent ben ik daarom gaan kijken wat mogelijk was. Eerst kwamen we uit op tennis. Daarvoor moest ik echter zeven kilometer fietsen en dat is te ver. Nu zit ik op judo bij een reguliere judoclub in de buurt.

‘Ik ben zelf gaan kijken bij de judovereniging. Daarna mailde ik de consulent mijn bevindingen. Het was voor mij en de andere leden van de vereniging in het begin wennen. Ik wist niet wat ik wel en niet moest zeggen, de anderen in het begin niet hoe te reageren. Samenwerking is heel belangrijk en dus moet je wel communiceren. Elke les leer ik weer wat bij wat communicatie betreft. Ik wil graag doorgaan met judo, maar weet nog niet of ik daar de energie en tijd voor ga hebben. Ik zit in het examenjaar van het VMBO.’

Tara heeft goede ervaringen met haar contact met MEE. Ze kwam bij MEE terecht na advies van haar fysiotherapeut. ‘Bij MEE op Weg had ik een goed contact met de begeleider en ook met de sportconsulent was het contact goed. Ik geef zelf steeds aan wat ik wil bereiken en dan gaat men op zoek naar wat nodig is om dat te bereiken. Ik heb momenteel geen hulpvragen meer.’

Nog even en Tara gaat zelf cliënten van MEE helpen. Haar stage voor school loopt ze bij MEE op het gebied van sport. Het is niet de eerste keer dat ze iets doet voor de organisatie. ‘Ik heb aan de wethouder van sport al eens iets verteld over mijn ervaringen met MEE. Tijdens mijn stage zal ik de consulent helpen bij het vinden van een sport voor andere kinderen met een beperking.’

Wat ze na haar laatste jaar VMBO wil gaan doen, weet Tara nog niet. ‘Ik heb geen idee wat ik wil worden. Mijn gedachten wisselen regelmatig. Ik wil wel verder studeren.’

Diverse MEE organisaties bieden de training MEE op Weg aan en hebben een sportconsulent en/of beweegcoach. Neem voor meer informatie contact op met een MEE bij u in de buurt.

De naam in dit verhaal is om privacy-redenen aangepast.

Lees meer...
Het verhaal van: JP

Samen actief op basis van gelijkwaardigheid

JP en NicolasJP zocht iemand om meer structuur in zijn dagelijkse leven te krijgen. Vooral in het huishouden. Nicolas is vrijwilliger bij MEE. Zo hebben ze elkaar leren kennen. JP onderneemt met hulp van Nicolas meer activiteiten buiten en is ook gaan sporten. Hij koos ervoor om aan klimsport te gaan doen.

JP is een creatieve jongeman. Hij heeft de kunstacademie doorlopen en kan erg goed tekenen. ’s Zomers bezoekt hij een zomerkamp waar allerlei creatieve workshops worden gegeven. Hij heeft behoefte aan een maatje om meer structuur in zijn dagelijkse leven te brengen, omdat hij autistisch is.

Het eerste contact was voor beiden wennen. JP: ‘Ik moest wennen dat er iemand over de vloer kwam. Dat was erg vreemd. Ik laat niet snel het achterste van mijn tong zien, maar nu is er wel een vertrouwensband.’ Nicolas merkte al snel dat het bij JP thuis aan orde ontbrak. ‘Het was niet erg netjes bij JP. Dat is wel confronterend. Samen zijn we daaraan gaan werken en maken we duidelijke afspraken. JP is nogal een verzamelaar. Ik vraag hem dan of hij het voorwerp de afgelopen drie of zes maanden heeft gemist. Als dat niet zo is, zal hij het de komende zes maanden ook niet missen. De eerste periode ging ik wekelijks bij hem langs, maar dat zijn we gaan afbouwen. Nu ben ik er een keer in de twee/drie weken voor gemiddeld twee uur. Alleen als het eens iets minder goed gaat met JP bezoek ik hem vaker.’

JP heeft jarenlang vrijwilligerswerk gedaan bij een stichting die atelierruimte biedt aan kunstenaars met een verstandelijke beperking. Hij kan goed omgaan met mensen met een verstandelijke beperking. Hij heeft op moment van publicatie net een betaalde baan gevonden, wat niet meeviel. Daardoor zat hij veel thuis, wat natuurlijk niet ideaal is. Om hem in beweging te krijgen, zochten hij en Nicolas contact met een sportconsulent van MEE. Die kwam met de suggestie aan JP om te gaan klimmen. Hij voelt zich er goed bij: ‘Ik klom vroeger ook al in bomen. Ik ben lenig en licht gebouwd. Je kunt klimmen op verschillende niveaus. Zo stel je jezelf een doel. Dat voelt als een overwinning. Ik heb er meer zelfvertrouwen door gekregen. Het fijne is ook dat er geen competitie heerst. Het is een meer individuele sport.’

Nicolas doet niet mee aan het klimmen, ‘daar heb ik het lef niet voor’, maar is wel de eerste keren mee geweest om te kijken hoe het ging. Hij is ervan overtuigd dat de keuze voor het klimmen een goede is geweest. ‘Bij het klimmen, komen verschillende zaken kijken. Socializen, samenwerken, elkaar vertrouwen. Dat zijn nu net juist dingen waar JP moeite mee heeft. Hij wordt er goed opgevangen. De anderen weten dat hij autisme heeft. Natuurlijk stelden ze vragen toen ze zagen dat ik hem begeleidde.’

Tegenwoordig gaat Nicolas niet meer mee. JP had een vast klimmaatje gevonden en is nu op zoek naar een ander.

Alhoewel er altijd een scheidslijn blijft tussen de begeleider en de cliënt van MEE gaan JP en Nicolas op goede voet met elkaar om. Ze leren ook van elkaar. JP is nu bijvoorbeeld minder teruggetrokken. Dat wil niet zeggen dat JP altijd zin heeft in mensen over de vloer. Hij laat Nicolas wel altijd binnen. Verder heeft hij geleerd meer te communiceren. Nicolas op zijn beurt is eveneens gegroeid door het contact. ‘Ik heb hem wel eens een persoonlijke onthulling gedaan die ik bij anderen niet zo snel zou doen. Ons contact is gebaseerd op gelijkwaardigheid. Ik ben niet meer of minder dan JP. Ook ik heb mijn zwakke punten. Ik heb nogal eens de neiging om te laat te komen. Nadat dat drie keer achter elkaar was gebeurd, kon ik zien dat hij het niet leuk vond. We hebben toen daarover een compromis gevonden.’

Aanvankelijk was het de bedoeling dat Nicolas niet langer dan een jaar JP zou begeleiden. Beiden wilden het echter graag voortzetten. JP realiseert zich dat hij een steuntje nodig heeft om actief te blijven. Voor Nicolas geldt: ‘Ik wil hem het steuntje in de rug graag blijven geven. Ik heb er geen tijdsperiode op geplakt.’

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van: Daniëlle

Het belang van samen spelen

National Assembly for Wales https://www.flickr.com/photos/nationalassemblyforwales/5201569732/in/photolist-8VDpsL-e6W8DF-8eAwVu-ayGnaa-4TLEMC-6z9S5x-5NtDo6-hmaLwL-5BAwp3-fv4A8d-i46Zf1-3h9Av-9iRQkM-okcLWp-oCZvj8-6sY8F9-8VDohQ-oSYyx-8kKjSL-iux3Tc-oJGLwB-iyKPjk-gV3Emv-qyRTQC-6kTX8X-7pz6uP-gBKYfq-nz3Giy-6emWTd-8GnH22-9K6vcg-e9cWh4-2vn8ov-4GSWRn-ae643d-mbLVfH-mzBD4p-cDRh1u-6wnx18-dSVvy6-7vZjfG-pexr4H-878n6f-78LZAy-6N6nvd-47wvuw-oCYxe-cnywhW-aoMvSX-7uGycgDaniëlle heeft haar kinderen Jessie (6 jaar) en Mila (7 jaar) bij MEE aangemeld omdat zij op zoek is naar naschoolse dagbehandeling. Jessie heeft een verstandelijke beperking en Mila een gehoorprobleem. Ik vermoed dat moeder zelf ook een licht verstandelijke beperking heeft.

Daniëlle wil graag dat haar kinderen na schooltijd iets te doen hebben, omdat ze eigenlijk alleen maar thuis zitten. Mila en Jessie mogen van Daniëlle niet buiten spelen. Dit vindt zij onveilig. Eigenlijk zijn alle activiteiten waarbij geen professionele begeleiding is geen optie voor Daniëlle. De school geeft aan dat Daniëlle een zeer beschermende moeder is die door haar bezorgdheid de sociale ontwikkeling van Jessie en Mila belemmert. In de gesprekken die ik heb met Daniëlle, merk ik inderdaad dat zij erg bezorgd is over haar kinderen. Ik zie ook dat Daniëlle eigenlijk niet goed weet wat de mogelijkheden zijn en dat haar onwetendheid ervoor zorgt dat ze alles direct afschrijft. Ik leg aan Daniëlle uit dat naschoolse dagbehandeling dure zorg is die niet bedoeld is voor kinderen die simpelweg op zoek zijn naar een leuke activiteit.

Ik vertel haar over de sportconsulenten van MEE  en leg haar uit dat ze vrijblijvend eens kan praten met één van hen. Er zijn talloze activiteiten denkbaar op het gebied van sport. Ook voor kinderen met een beperking en die zijn altijd onder begeleiding. Het spelen met andere kinderen is belangrijk voor Jessie en Mila, dit probeer ik haar zo goed mogelijk duidelijk te maken.

Elke keer als ik Daniëlle spreek, benadruk ik weer hoe belangrijk het is dat haar kinderen in aanraking komen met andere kinderen en dat ze samen kunnen spelen. Vlak bij de woning van het gezin bevindt zich het buurthuis waar elke woensdagmiddag gespeeld kan worden. Daar was Daniëlle echter nooit enthousiast over, omdat de begeleiding bestaat uit vrijwilligers die geen ervaring hebben met de beperkingen van haar kinderen.

Met de nadruk op het belang van spelen heb ik Daniëlle, Mila en Jessie uitgenodigd bij mij in het buurthuis, om te laten zien waar ik zit en hoe het eruit ziet. Ik heb ze uitgenodigd op woensdagmiddag  zodat ze op een ongedwongen manier een beeld kunnen krijgen van het spelen. De kinderen zijn, op eigen initiatief, binnen mum van tijd aan het spelen en hebben de grootste lol.

Jessie en Mila mogen sindsdien elke week naar de speelactiviteit op het buurthuis. De eerste keren bleef Daniëlle om te kijken, inmiddels gaat zij tussendoor naar huis. Ook haar oudere dochter krijgt meer vrijheden die passen bij haar leeftijd. Daniëlle lijkt opgelucht en is meer ontspannen. De nieuwe situatie doet ook haar goed.

Onlangs vroeg Daniëlle wanneer zij een afspraak kan maken met een sportconsulent. Ze wil nu ook graag op zoek naar een leuke sport voor haar kinderen.

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van: Souresh

Dat is pas scoren!

scorenSouresh (19 jaar) woont nog niet zo lang in Rotterdam. In zijn vorige woonplaats, buiten Zuid-Holland, voetbalde hij met veel plezier. Souresh heeft een verstandelijke beperking en heeft praktijkonderwijs gevolgd. Sinds een aantal maanden werkt hij bij de supermarkt in de buurt van zijn nieuwe woning en hij heeft het daar erg naar zijn zin.

Souresh kende nog niet veel mensen in de buurt. En hij miste het voetballen. Een leuke voetbalvereniging vinden was dus een goede oplossing. Nadat we elkaar gesproken hadden, was mijn conclusie dat Souresh het best op zijn plek zou zijn op een vereniging zo’n twintig minuten fietsen van zijn woning vandaan. Dit leek mij een goede omgeving om zijn sociale netwerk te vergroten. Maar toen kwam het volgende probleem.. Hij kende de weg niet en hij had geen fiets.

Ik dacht meteen aan MEE op Weg, een project van MEE waarbij deelnemers leren om (vaak met een maatje vanuit MEE) zelfstandig te reizen. Er werd, in overleg met de moeder van Souresh, besloten dat zij zelf met Souresh zou gaan oefenen. Maar hij had nog steeds geen fiets en er was ook geen geld om er één te kopen. De projectmedewerkers van MEE op Weg hebben toen een fiets kunnen regelen.

Souresh is eerst samen met zijn moeder een keertje naar de club gefietst. Daarna is zij nog een keer mee geweest naar een proeftraining. Toen de eerste thuiswedstrijd was ging hij alleen op de fiets om te gaan kijken. Een week later mocht hij voor het eerst een wedstrijd meespelen. Hij kwam natuurlijk zelf op de fiets en scoorde ook nog, vijf keer zelfs!

Souresh is goed op zijn plek bij deze sportvereniging en het is helemaal mooi dat hij hier nu zelf naar toe kan dankzij de hulp van MEE op Weg. Zijn teamgenoten vroegen hem direct mee naar een thuiswedstrijd van Feyenoord en na de training en wedstrijden wordt er met elkaar nog wat gedronken. Souresh is zelfstandiger geworden én hij heeft er een stel vrienden bij. Dat is pas scoren!

Een consulent van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van: Dirk

In beweging

beweegcoachIedere week is Linda te vinden in het revalidatiezwembad. Ze komt daar naartoe om te zwemmen met leeftijdgenoot Dirk. Dirk zit in een rolstoel en wil zijn spieren in beweging houden. Via de beweegcoach van het VTV zijn ze met elkaar in contact gebracht.

Linda: “Dirk had meteen vertrouwen in mij”.

Dirk is negentien jaar en een meester in techniek. Hij repareert telefoons en tablets en is dol op gadgets. Sinds hij in een rolstoel is beland, laat zijn lijf het echter afweten. Om toch te blijven bewegen, zocht hij contact met de beweegcoach. Zwemmen in het revalidatiezwembad bleek een uitkomst. Hij werd gekoppeld aan Linda, een sportieve jonge vrouw. Dirk: “ In het begin was het wel even wennen, maar nu gaat het goed”.

Linda wil graag kijken of een studie die opleidt tot werk met mensen met beperkingen iets voor haar is. Ze is blij dat het zwemmen met Dirk haar deze kans biedt. Linda: “Ik speurde op het internet en zag iets met begeleiden met sporten en toen dacht ik gelijk, ‘dat lijkt mij heel interessant’”. Linda had nog geen ervaring in het begeleiden dus een beetje spannend was het wel. “Eerst dacht ik, kan ik dat wel, maar ik wist dat ze begeleiders hebben in het zwembad en die lieten mij meteen zien hoe het werken met mensen met beperkingen is”.

De Beweegcoach of sportconsulent koppelt op deze manier regelmatig vrijwilligers aan allerlei soorten mensen met beperkingen. Van jong tot oud, voor iedereen is het gezond om een vorm van beweging te vinden.

Linda is allang niet meer bang dat ze iets verkeerd zou kunnen doen. “Dirk kan niet veel in het water, alleen met zijn armen een beetje en in het begin was ik bang dat ‘ie zou verdrinken, maar er zijn natuurlijk genoeg middelen om hem drijvend te houden”. Dirk zegt zich ondertussen beter te voelen sinds hij zwemt. Dirk: “Het is heel goed voor mijn spieren en ik merk dat ik mij heel erg goed voel sinds ik dit doe”.

 

Wilt u ook graag sporten of meer bewegen en kunt u geen geschikte activiteit vinden?

Neem dan contact op met de Beweegcoach in Delft, Den Haag of het Westland of met de sportconsulent in Leiden of Rotterdam.

 

 

Lees meer...
Het verhaal van:

Er is geen winnen of verliezen

Pim zit in kleermakerszit op de mat. Hij heeft zijn witte pak aan. Zijn band zit zorgvuldig geknoopt om zijn middel. Zijn wangen zijn rood. Ademloos luistert hij naar de leraar. De leraar noemt zijn naam. Blij staat Pim op. Hij mag het voordoen. Samen. “Zoek maar een maatje”, zegt de leraar dan. Drie kinderen rennen naar Pim. Ze willen met hem trainen. Want hij deed het net heel goed voor. Pim is voorzichtig. Zijn maatje is kleiner dan hij. Samen doen ze de oefening. Net als de andere kinderen op de mat. “Er is geen winnen of verliezen, er is alleen maar leren.”, zegt de leraar tegen de kinderen.

Budo… Het was niet makkelijk om een sport te vinden voor Pim. Autisme. MCDD. Angsten. Een sportconsulent van MEE had de oplossing: budo, een speciaal ontwikkelde training, gebaseerd op oosterse vechtsporten, voor kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum.

Het was zo ver. Op een woensdagmiddag. Het kostte heel wat overredingskracht om Pim mee te krijgen. Angstig stond hij verscholen achter mijn benen. Nee, hij ging niet meedoen. Daar stond Patrick. In zijn blauwe pak. Rust. Dat straalde hij uit. Respect. Voor Pim. Voor zijn angst. Voor zijn eigenheid. Voor zijn autisme. ‘Natuurlijk hoef je niet mee te doen’, zei Patrick. ‘Maar misschien kun je wel kijken? Je bent er nu toch’. Dat wilde Pim wel. Langs de kant keken we naar de les. Pim heel dicht naast me. Rust. Dat straalde de les uit. Respect. Voor de kinderen. Respect. Voor Patrick. Hij liet Pim rustig kijken. Hij observeerde Pim. Hoe hij schuifelde op de bank. Hoe hij alles volgde. Hoe hij even lachte als het toch wel heel leuk was op de mat. Patrick wachtte het juiste moment af. Tot Pim er klaar voor was. “Je kunt misschien best even meedoen met dit spel, je bent er nu toch.”, zei hij. “Straks denk je thuis, had ik nu toch maar even meegedaan…” En daar ging Pim. Hij deed mee. Het ijs was gebroken.

Vanaf die week gaat Pim elke week naar budo. Hij vindt het heerlijk. Hij leerde er veel. Concentreren. Wachten op je beurt. Je grenzen verleggen. Iemand helpen. Kracht. Discipline. Zelfvertrouwen. En hij vond een nieuwe vriend. Een maatje voor het leven. “Ik wil eigenlijk wel nog een keer extra trainen.”, zei hij op een dag. En zo ging het. De donderdag kwam erbij. Daar stond Pim weer. De eerste keer bij de donderdaggroep. Gespannen. Wriemelend aan zijn budopak. “Kom maar even naast me staan.”, zei Patrick. Dat deed Pim. “Dit is een oude vriend van me. Hij komt voortaan ook op donderdag trainen en ik ben heel vereerd dat hij bij ons is.”, zei Patrick tegen de andere kinderen. Pim straalde. En alle kinderen wilden wel met die oude vriend van Patrick trainen! Ineens was het helemaal niet eng meer in die nieuwe groep.

En dat is de magie van Patrick. Precies op het juiste moment het goede zeggen. Deze kinderen het gevoel geven dat ze speciaal zijn. Zodat ze boven zichzelf uitstijgen. Want Patrick pakt het niet alleen zo aan bij Pim. Nee, hij doet dat bij alle kinderen. Allemaal krijgen ze het gevoel dat ze er mogen zijn. Allemaal willen ze werken voor Patrick. Pim traint nog steeds. Een band en heel wat vuistjes verder. Twee keer in de week. In de nieuwe dojo. Het zijn de hoogtepunten voor Pim. Hij heeft het zwaar. Zijn angsten zijn groot. Vaak is hij verward en op school gaat het niet goed. We moeten op zoek naar andere mogelijkheden. En steeds is daar weer Patrick. Een baken voor Pim. Als Pim traint, is hij niet zo angstig. In de war is hij dan ook niet. Hij landt weer. Met twee voeten op de aarde. Hij voelt zich veilig. Hij helpt andere kinderen. Sparren vindt hij het mooiste dat er is. “Er is geen winnen of verliezen, er is alleen maar trainen.”, zegt Patrick. En zo is het. Hang loose!

De moeder van Pim

Er zijn meerdere MEE organisaties die een sportconsulent of beweegcoach in dienst hebben. Informeer bij uw lokale MEE of ze u kunnen helpen bij het zoeken naar een juiste sport, beweegactiviteit of vereniging.

Lees meer...
Het verhaal van:

De aanhouder wint!

jordy tennisJordy is 16 jaar, gaat naar de reguliere havo, maar heeft af en toe wel last van zijn PDD-NOS. Vrienden heeft hij eigenlijk niet, hij zit het liefst alleen op zijn kamer te gamen. Zijn ouders zouden graag zien dat hij een leuke hobby krijgt. Zijn droom? Formule 1 coureur worden. Hij weet ook al hoe hij dat moet bereiken: zo vaak mogelijk naar de kartbaan gaan, heel veel rondjes rijden en dan wordt hij vanzelf ontdekt. Helaas hebben zijn ouders niet genoeg geld om deze droom werkelijkheid te laten worden, dus dat wordt nadenken over een andere vrijetijdsbesteding.

Na een eerste gesprek met zijn consulent van MEE laat Jordy merken niet zoveel behoefte te hebben aan een hobby, maar noemt toch dat hij wil boogschieten. De consulent heeft het gevoel dat dit een afleidingsmanoeuvre is van Jordy: om van het gezeur af te zijn noemt hij iets wat hem onmogelijk lijkt. Ik word als sportconsulent ingeschakeld, omdat dit toch een ingewikkelde vraag lijkt te worden.

Een intakegesprek met de ouders van Jordy en later ook met Jordy zelf volgen. Met zijn ouders kom ik op mogelijkheden als tennis, atletiek, klimmen, honkbal en boogschieten. Boogschieten zou heel goed mogelijk zijn, maar is toch niet wat Jordy wil. Uit zichzelf noemt Jordy dat hij honkbal leuk vindt. Dit is te regelen, want vlakbij het woonadres is een honkbalvereniging.

Ik neem contact op met de honkbalvereniging en we zijn van harte welkom voor een proeftraining. Ik zet de afspraak vast en spreek af met dat ik alleen met Jordy naar de vereniging zal gaan. Op de avond van de afspraak kom ik thuis bij het gezin, maar Jordy is niet beneden. Hij zit te mokken op zijn kamer en wil niet mee. Hij heeft geen zin, wil niet honkballen en gaat gewoon niet met mij mee. Gelukkig lukt het moeder om hem om te praten. Hij gaat toch met me mee, alleen om even te kijken en kennis te maken.

Op de fiets vertelt Jordy honderduit, maar op het moment dat we het verenigingsterrein oprijden, klapt hij dicht. Na een paar minuten heeft hij het wel gezien, hij wil niet honkballen, hij vindt het een saai en langzaam spel..

We fietsen terug naar huis en praten met ouders erbij nog even na. Zijn ouders willen heel graag dat hij iets gaat doen. Uiteindelijk geeft Jordy aan wel weer op tennis te willen. Dit heeft hij eerder gedaan, maar hij wil nu bij een andere vereniging spelen. Ik beloof dit voor hem uit te zoeken.

Het lukt me om contact te krijgen met één van de tennisleraren van een vereniging en het lukt om een proefles te regelen. Onderweg naar het gezin bereid ik me voor op een zelfde situatie als vorige keer, maar ik word geheel anders ontvangen! Jordy heeft zijn sportkleding al aan en staat zelfs klaar met zijn tennisracket! We fietsen samen naar de tennisbaan en worden opgevangen door de leraar.

Ik bekijk de privéles bijna met open mond: Jordy slaat erg leuke ballen en volgt de aanwijzingen goed op! Hij heeft echt talent en vindt de training leuk! Hij geeft direct aan dat hij wel door wil gaan met tennissen en wil deelnemen aan de cursus die binnenkort start.

Thuisgekomen doe ik kort verslag aan zijn ouders en die zijn heel blij om te horen dat Jordy het tennissen zo leuk vindt en door wil gaan. Ze gaan hem aanmelden voor de cursus. Ik had van tevoren niet gedacht dat dit traject zo zou verlopen, maar ben erg blij dat we hebben volgehouden. Jordy en zijn ouders zijn tevreden en Jordy gaat sporten! De aanhouder wint!

Een (sport) consulent van MEE

Lees meer...