Het verhaal van: Robert

Mevrouw PGB en het sociaal wijkzorgteam

robert2Sinds begin vorig jaar zijn veel MEE collega’s lid van Sociale Wijkzorgteams (SWT). Hulpverleners en bewoners van de gemeente kunnen zich melden met veelal meervoudige problematiek. Een huisbezoek door twee leden van het SWT volgt dan meestal.

Ik kijk in mijn mail en zie een nieuwe aanmelding. Het is Robert, een man van middelbare leeftijd, getraumatiseerd door het leven en op zoek naar rust. Een dame van een pas uit de klei getrokken PGB-bureautje heeft namens Robert een PGB aangevraagd bij de gemeente. En Robert wil graag dat zij alles voor hem gaat regelen, zodat hij zichzelf in alle rust kan terugtrekken op zijn kleine flatje op vijf hoog. Hij wil zijn leven rustig kunnen leiden, met zo min mogelijk contact met die boze buitenwereld. Als lid van het Sociaal Wijkzorgteam mag ik, vanwege mijn expertise als consulent van MEE, samen met een algemeen maatschappelijk werker in deze casus duiken.

We gaan eerst bij Robert op huisbezoek. Daar maken we kennis met hem en de dame van het PGB-bureau. Door onze ervaring weten we dat mensen vaak met een relatief klein probleem bij ons aan kloppen, maar dat er soms veel grotere problemen achter zitten. Door op allerlei leefgebieden vragen te stellen komen we veel te weten. 

‘De dame van het PGB-bureau is bereid om alle zorg op zich te nemen, begrijp ik dat goed?’ Jazeker, zegt zij, en legt beschermend een arm om de schouders van Robert. Ik ben benieuwd wat zij dan precies kan bieden en of dat aansluit bij de dingen die Robert echt nodig heeft.

Ze vertelt van plan te zijn elke dag bij hem langs te komen. Maar heeft zij dan de nodige vakkennis? En welke ervaring heeft zij eigenlijk met cliënten met een post traumatische stressstoornis? Gaat dat jonge ding echt in dat kittige mantelpakje het huis van deze meneer van middelbare leeftijd op orde krijgen? Hem motiveren zijn persoonlijke hygiëne te verbeteren? Om maar eens wat te noemen..

Robert ziet in haar de ultieme oplossing voor al zijn problemen, want in de afgelopen weken heeft die aardige dame die zijn taal spreekt zijn hart gewonnen. En ze heeft hem verteld dat ze alles voor hem gaat doen en regelen. Robert is daarmee de regie over zijn leven helemaal kwijt. Ik krijg er een naar gevoel bij en het past in ieder geval niet bij de slogan van MEE ‘grip op je leven en mee blijven doen’.

Ik overleg met zijn psychiater en psycholoog. Al snel kom ik erachter dat het voor Robert belangrijk is dat hij zelf weer aan de slag gaat, bijvoorbeeld met wat eenvoudige taken in huis. Kortom: weer gaat leven. Deel gaat uitmaken van de maatschappij door langzamerhand zo veel mogelijk zaken zelf op te pakken. Zijn administratie dan? Kan mevrouw PGB die dan misschien doen? Nou nee, ook dat is eigenlijk niet nodig. Robert kan thuis samen met een vrijwilliger aan de slag, of om hulp vragen in het vrijwel naast zijn huis gelegen wijkcentrum.

Toch heeft mevrouw PGB een meerwaarde. Want laten we niet vergeten dat meneer in deze periode van malaise alleen haar vertrouwt. Hij heeft geen familie en vrienden. Niemand, alleen haar. Uiteindelijk besluiten we het volgende advies te geven: Misschien is het goed als ze een half jaar naast hem mag staan om hem te helpen wat dingen op de rails te zetten. Zoals bijvoorbeeld het zoeken naar woonruimte, het organiseren van zijn leven en huishouden, maar dan wel met het doel om haarzelf overbodig te maken. Robert moet even de tijd krijgen om onder haar vleugels uit te groeien maar moet dingen als een boodschapje of een klusje in huis weer zelf kunnen doen. Dat lijkt vooralsnog de beste weg naar een beter leven voor hem.

Mevrouw PGB keek wel een beetje beteuterd. Haar wordt nu een andere rol toegewezen dan waarvoor ze auditie deed. Niet alleen de klikkende hakjes van mevrouw willen we horen in huis, maar ook de aarzelende stappen van Robert, die weer leiden tot de eerste kleine successen.

Inmiddels is, niet lang na dit gesprek, het PGB-bureau geheel van de aardbodem verdwenen. Robert heeft vervolgens via het SWT hulp gekregen van thuisbegeleiding. Daar is een start mee gemaakt, maar al na enkele weken heeft hij aangegeven dat hij geen hulp meer wilde. De hulpverlener van de thuisbegeleiding wilde niet voor hem schoonmaken, vertelde Robert mij verontwaardigd. Zij wilde maar steeds dat hij dat zelf ging oppakken. En dat was hem veel te moeilijk. Hij heeft vervolgens zelfstandig nog eens binnen zijn netwerk gespeurd, en een neef en iemand van de kerk bereid gevonden om hand- en spandiensten te verrichten. Met andere woorden: hij heeft het zelf geregeld. We hebben dus uiteindelijk toch ons doel bereikt.

 

Een consulent van MEE

 

 

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Bart

In een half jaar van een 1 naar een 8

Stack of hands - real people agreementBart is 36 jaar, hij heeft niet-aangeboren hersenletsel en een licht verstandelijke beperking. Hij komt uit een warm gezin van allemaal harde werkers. Hun levensmotto is: “Je werkt gewoon hard.” Dus Bart ook.

Zijn vader weet al die jaren werk voor hem te vinden, maar uiteindelijk loopt het elke keer toch steeds mis. Zo rolt Bart van het ene in het andere baantje en komt uiteindelijk met een burn-out thuis te zitten. Samen kloppen ze ten einde raad bij MEE aan. Eén ding wordt snel duidelijk: Bart is al die jaren overvraagd, ondanks alle goede bedoelingen.

Om Bart te leren kennen, bezoekt de consulent van MEE hem in zijn appartement. Hij vertelt dat hij de hele dag thuis zit en zo graag weer wat zou willen doen. Stap voor stap gaan Bart en de consulent van MEE aan de slag. Om te beginnen gaan ze naar het wijkcentrum om de hoek om te vragen of Bart daar iets kan doen. Sindsdien schenkt hij er twee dagen per week koffie en thee en bezoekt een derde dag de knutselclub. Bart geniet ervan dat hij weer onder de mensen is.

Bart en de consulent brengen samen zijn netwerk in kaart. Het geeft antwoord op vragen zoals: met wie ga je om, wie maken zich zorgen om jou, met wie heb jij een warm contact? Daar rollen de mensen uit die Bart wil vragen voor een meedenkbijeenkomst: zijn ouders, tweelingbroer, zus, zwager en schoonzus. Maar ook een buurman en zijn beste vriend met zijn moeder. Stuk voor stuk mensen die het beste met Bart voorhebben en met hem mee willen denken over een plan voor de toekomst.

Bart nodigt iedereen uit en regelt een zaaltje in ‘zijn’ wijkcentrum. Hij krijgt de sleutel van het pand en zet voor iedereen koffie. Ook de consulent van MEE is erbij. Die avond vertelt Bart voor het eerst uitgebreid over zijn beperking en dat er bij hem in 2008 diagnostisch onderzoek is gedaan maar dat hij uit schaamte zweeg over de uitslag. Hij vertelt waar hij in het dagelijks leven tegenaan loopt en iedereen kan vragen stellen.

“Oh, nu valt het allemaal wel op z’n plek!” is de eerste reactie van zijn moeder. Zijn buurman zegt: “Nu begrijp ik waarom je dingen vaak vergeet of er niet bent als we een afspraak hebben. Dat doe je niet met opzet.” Ook snappen ze nu beter waar hij behoefte aan heeft en wat hij allemaal zelf kan.

In een complimentenrondje vertelt iedereen welke talenten ze in Bart zien. Bijvoorbeeld dat hij humor heeft, gezellig en zorgzaam is, computerspelletjes helemaal uit kan spelen, sportief is. Ze worden allemaal op een grote flap geschreven en zorgen voor een positieve start waarin de kracht van Bart naar voren komt. Die flap hangt sindsdien boven zijn bed. Daarna wordt iedereen gevraagd om mee te denken over een aantal vragen van Bart:

  • Wie kan mij ondersteunen bij het regelen van dingen?
  • Hoe kan ik actief bezig blijven, me minder eenzaam voelen?
  • Hoe vind ik werk dat bij mij past?
  • Hoe vind ik een vriendin?

De insteek is niet wie wat gaat doen, maar met elkaar nadenken over mogelijkheden. De consulent legt uit waarom dit het beste lukt zonder haar erbij; de plannen zijn realistischer en duurzamer. Ze weten zelf het beste wat haalbaar is en zijn een constante factor in het leven van Bart. Ook spreken ze vrijer zonder professionals. Een uur later wordt ze gebeld dat er een plan op tafel ligt.

Inmiddels zijn we een half jaar verder, er is veel gebeurd. Zo heeft MEE de schoonzus van Bart gecoacht rondom het aanvragen van een uitkering. Deze is toegewezen en dat is een enorme opluchting voor iedereen. De zorg dat hij zonder inkomen misschien zijn flat uit zou moeten is nu weg. Een volgende stap is het vinden van een baan. Werk dat overzichtelijk is en waar hij contact heeft met andere mensen. Maar niet meer full-time, die verwachtingen zijn wat bijgesteld.

Door het vrijwilligerswerk heeft Bart weer ritme in zijn leven en hij komt weer onder de mensen. Een datingsite hoeft niet meer zo nodig, want hij hoopt nu in het dagelijks leven een vriendin te ontmoeten. In het buurthuis, op de sportschool of via een singlereis, Bart trekt er weer volop op uit!

Het gaat inmiddels zó goed, dat de consulent van MEE zich terug kan trekken. Zij begint hun laatste gezamenlijke bijeenkomst met een cijferrondje: welk cijfer gaf je Bart een half jaar geleden en hoe is dat nu? Bart zegt zelf: “Toen gaf ik mezelf een 1, het ging echt slecht met mij. Maar nu geef ik mezelf een 8! Ik had veel eerder moeten vertellen dat ik een beperking heb. Dat is niets om je voor te schamen.”

Ook de consulent van MEE kijkt met een goed gevoel terug op de afgelopen periode: “Die Bart, ik vind het echt heel knap van hem. En ik gun iedereen zo’n familie! Met elkaar hebben ze in een half jaar al zoveel voor elkaar gekregen en dat geeft heel veel rust. Niet alleen bij Bart, maar ook bij zijn familie. Zijn vader kan met een gerust hart een stapje terug doen. Het rust niet meer op één persoon, ze dragen het samen. Vanaf nu redden ze het zonder MEE.”

Een consulent van MEE

 

De naam in dit verhaal is om privacy-redenen aangepast. De foto dient ter illustratie

 

Lees meer...
Het verhaal van: Lummie

Cliëntondersteuner als wegwijzer

IMG_3073

”Manon heeft ons rust gegeven”

Ondanks dat Lummie de Lange (67) door een herseninfarct ernstig gehandicapt is geraakt en 24 uur per dag zorg nodig heeft, wil haar partner Yolanda van Velzen haar graag thuis verzorgen. Om dat te kunnen regelen heeft ze echter te maken met tijdrovende bureaucratie. Ze is dan ook heel blij dat MEE-consulent Manon Liest haar door de papieren jungle leidt.

In de woonkamer van de jaren ’90 bungalow zit een vrouw in een elektrische rolstoel. Haar blik is strak, vertoont nauwelijks mimiek. Anderhalf jaar geleden werd Lummie de Lange (67) getroffen door een herseninfarct. “Het gebeurde van de ene seconde op de andere. Ik had me net opgefrist en op het moment dat ik van de badkamer naar de slaapkamer loop, val ik voorover en kan ik niet meer opstaan.” Na een aantal weken op de afdeling intensive care van een ziekenhuis wordt ze opgenomen in een revalidatiecentrum. “Ze was zo ziek, dat ze de eerste drie maanden niet kon revalideren”, vertelt Yolanda. “In die tijd stond ik op een zaterdagochtend in de lift met de partner van een medepatiënt. Zij huilde, omdat ze voor de keuze stond of ze haar man zou laten opnemen in een verpleeghuis of dat ze zelf de zorg op zich zou nemen. Toen dacht ik bij mijzelf: ‘dat gaat ons nooit gebeuren, Lum gaat nooit naar een verpleeghuis’. Maar de verpleegkundige in het revalidatiecentrum zei tegen Lum: ‘Denk niet dat je ooit nog naar huis kunt, je bent te zwaar gehandicapt’ en de maatschappelijk werker waarschuwde me: ‘Weet wel wat je doet als je Lummie mee naar huis neemt.’ Van tevoren weet je ook niet hoe het uitpakt, maar als je het niet probeert dan weet je nooit.”

“Gelukkig wonen we gelijkvloers”, gaat Yolanda verder. “Maar om Lummie thuis te kunnen verzorgen was wel een rigoureuze verbouwing van de badkamer nodig. Daarnaast is ons spaargeld voor een groot gedeelte opgegaan aan de aanschaf van een aangepaste auto waar Lummie met haar elektrische rolstoel in kan. Die auto betekent voor ons vrijheid. Omdat wij graag zelf de regie houden, wilde ik een pgb (persoonsgebonden budget) aanvragen. Maar ik zat zo in de zorgstand dat ik panisch raakte als ik papieren moest invullen. Daar had ik geen energie meer voor. Die energie had ik nodig om zorg te verlenen. Want dat hebben mensen niet in de gaten, dat instanties van alles van je willen weten. Je blijft maar formuliertjes invullen, met steeds dezelfde vragen.”

“Mijn schoondochter, die in de psychiatrie werkt, had ooit gezegd: ‘Yo, als je ooit eens hulp nodig hebt, moet je contact opnemen met MEE.’ Dat advies heb ik ter harte genomen. Zo kwam ik in contact met MEE-consulente Manon. Zij heeft ons rust gegeven door ons te helpen door de hele papieren rompslomp heen te komen. Samen met de maatschappelijk werker van het revalidatiecentrum heeft ze voor ons een indicatie aangevraagd. Ze adviseerde ons daarbij hoe we een pgb moesten aanvragen en hoe we de invulling van de dagbesteding konden regelen. Ik ben blind op dit advies afgegaan. Daarnaast zocht ze uit voor welke zorg wij in aanmerking komen.”

Lummie heeft overal hulp bij nodig, bij het uit bed komen, wassen, aankleden, eten, naar de wc gaan. Bovendien moet ze 24 uur per dag in de gaten gehouden worden en mag ze nooit alleen gelaten worden. Yolanda zou de zorg voor Lummie dus onmogelijk in haar eentje aankunnen, ze is dan ook blij dat de MEE-consulent haar ook daarbij uit de nood hielp: “Manon heeft een netwerkbijeenkomst georganiseerd voor familie en kennissen. Daarin hebben we met elkaar de invulling van de ondersteuning van Lummie besproken. Welke taken liggen er? Waar ga je professionele hulp voor inschakelen? En welke problemen kun je via het netwerk oplossen? Wat is er allemaal mogelijk als je een pgb hebt? Hoe kun je de juiste zorg realiseren? Samen met Manon hebben we een weekschema opgezet.”

“Kortgeleden heeft Manon ons geholpen bij het omzetten van de financiering van de dagbesteding van Zin (zorg in natura) naar financiering via het pgb. Ze heeft de papieren ingevuld en ons een zorg- en budgetplan helpen opstellen. Want als je zoveel aan je hoofd hebt als ik, is dat niet te doen.”

Yolanda stuurt nog regelmatig mailtjes naar Manon met het verzoek om mee te lezen. Laatst bijvoorbeeld die brief aan het zorgkantoor met vragen hoeveel je mag declareren voor het vervoer naar de dagbesteding. “Manon neemt je aan de hand door het enorme oerwoud van regels en bureaucratie. Zij is een wegwijzer met empathisch vermogen. Een luisterend professioneel oor.”

Yolanda is ook erg te spreken over MEE: “Toen Manon laatst op vakantie was, hebben ze prima vervanging geregeld. En volgende week krijgen we van MEE voorlichting over logeermogelijkheden voor gehandicapten. Ik moest Lummie vorig jaar namelijk plechtig beloven zelf eens een weekje naar de zon te gaan.”

 

Lees meer...
Het verhaal van: Grace

Een sterk netwerk met veel herkenning

Cute young Asian woman. Image exclusive to iStockphoto.​Grace is moeder en komt uit Indonesië. In Jakarta had ze een goed leven, maar via internet was ze een Nederlandse man tegengekomen die met haar wilde trouwen. Het idee om naar het westen te gaan leek haar geweldig, maar ze had wel haar bedenkingen. Toen de man echt op het vliegveld bleek te staan en haar naar Nederland wilde laten overkomen, leek haar toekomst zonnig.

Eenmaal in Nederland, zwanger van haar eerste kind,  bleek haar man toch wat beperkingen te hebben. Haar oudste kind bleek gehandicapt en de problemen stapelden zich op. Er kwam een tweede kind en tweede hypotheek. Er waren wat tegenvallers, de man kreeg een zware hartaanval en opeens zat Grace met torenhoge schulden in een kleine flat met twee jongetjes en een zieke man.

Het wijkteam komt met 2 vrouw sterk op bezoek: voor de schulden wordt het traject van schuldhulpmaatje gestart die het gezin een jaar begeleiden. Voor de oudste zoon komt er wat hulp in de vorm van logeer weekenden en de jongste gaat naar de peuterspeelzaal met VVE (extra veel dagdelen voor de taalontwikkeling)

De ouders van de man ondersteunen het gezin waar ze kunnen maar het gehandicapte jongetje is voor hen teveel. Het gezin heeft voortdurend problemen en het netwerk is overbelast. Waar zijn de vrienden van Grace? Ze kent niemand, zegt ze.

Ik ga met Grace mee naar het taalhuis en meldt haar aan voor het vrijwilligerstraject van de taalschool, daar ontmoet ze al haar docent van de inburgeringcursus. Dan ga ik een keer mee naar de peuterspeelzaal om de jongste op te halen. Er loopt een Thaise moeder en ik zeg: schiet haar dan aan, maak contact! Grace geeft aan dat ze dat niet durft, maar na een tijdje ontstaat toch schoorvoetend wat contact. Dat is het begin van een sneeuwbaleffect: deze ene vrouw heeft weer heel veel andere contacten in het stadje en die hebben ook weer contacten.

Als ik tegenwoordig een afspraak met Grace wil maken, dan word ik tussen allerlei afspraken geplaatst in haar agenda. Ik krijg dan bijvoorbeeld het antwoord dat ze met elkaar gaan ontbijten in de Hema. Of ze gaan ’s middags met de kinderen naar de speeltuin.

Een moment van loslaten. Er is een sterk netwerk met veel herkenning van problemen, vrouwen die met een Nederlandse man getrouwd zijn en alle ins en outs die daarbij horen. Wie heeft er een wijkteam nodig?

Een consulent van MEE

 

De naam in dit verhaal is om privacy-redenen aangepast. De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

 

Lees meer...
Het verhaal van: Marthe

‘Belangrijke voorwaarde is de motivatie vanuit de persoon zelf’

Marthe‘Ik heb heel lang als vrijwilliger bij een manege voor gehandicapten gewerkt’, vertelt de Leidse Marthe Oost (zie foto). ‘De gedachte om iets te doen voor een ander, heeft er bij mij altijd wel ingezeten.’

Toen Marthe de oproep zag om mensen te helpen hun sociale netwerk te verstevigen, twijfelde zij niet. ‘Ik ervaar zelf hoe fijn het is met de mensen om me heen. Om met elkaar plezier en lol te hebben in het leven. Als ik andere mensen kan helpen om aansluiting te vinden, help ik graag een handje.’

Als ‘netwerkcoach’ ga je gedurende ongeveer een jaar met iemand met een beperking aan de slag om het sociale netwerk uit te breiden en/of te verstevigen.

Tijdens haar eerste coachingstraject ondersteunde ze een jonge vrouw. ‘Allereerst ga je samen aan de slag om het huidige netwerk van iemand in kaart te brengen. Vervolgens kijk je welke wensen of doelen iemand heeft en ontwikkel je een stappenplan om die te bereiken. Een van de zaken die deze vrouw wilde bereiken, was het zoeken naar een baantje. Samen met haar heb ik een sollicitatiebrief en cv gemaakt en haar geholpen met het zoeken naar geschikte werkgevers. Daar was zij heel blij mee. Ze had zelf geen idee hoe ze het allemaal moest aanpakken. Een andere wens was om lid te worden van een dansschool. Samen met haar heb ik gezocht naar leuke dansscholen in de omgeving.’

Een belangrijke voorwaarde is dat iemand gemotiveerd is om het eigen netwerk uit te breiden. ‘Wanneer vooral de omgeving vindt dat de deelnemer baat zou hebben bij uitbreiding van het netwerk, merk je op een gegeven moment toch dat zaken achterblijven, omdat de persoon zelf soms niet volledig achter zaken staat. Gelukkig heb ik haar kunnen helpen met de opstart naar het vinden van werk’, geeft Marthe aan.

Bij deze dame moet Marthe juist zelf een beetje voor afremming zorgen. Om niet teveel stappen in één keer te doen maar juist stapje voor stapje doelen te bereiken. Het vergt daarom ook een hoop creativiteit en flexibiliteit van de vrijwilliger om hier goed op in te spelen. Ieder traject is uniek en vergt daarom een aanpak op maat.

Zelf leert Marthe ook van haar werk als vrijwillige netwerkcoach. ‘Ik heb directe interactie met deze mensen. Ik leer om mogelijkheden te zoeken hoe je mensen met een beperking kunt motiveren om stappen te ondernemen. Dat is nieuw voor mij bij deze doelgroep en vind ik erg leuk. In mijn dagelijkse leven werk ik met mensen met een ernstige verstandelijke beperking en vindt de interactie op een heel ander niveau plaats.’

Voordat je als coach bij iemand wordt ingezet, ontvang je een training waarin je handvaten krijgt. Dit is volgens een vaste methodiek ‘Natuurlijk, een netwerkcoach’. Naast de theorie leer je ook over het omgaan met mensen met een beperking.

Het project ‘Wie ben ik en wie ken ik’ is een samenwerking van MEE Zuid-Holland Noord en VTV (Vrijetijdsbesteding, Thuishulp en Vormingsactiviteiten).

Lees meer...
Het verhaal van: Sandra

Sociale netwerk versterking in de praktijk

sandraSandra heeft autisme en heel veel medische problemen. Ze heeft wekelijks bezoeken aan het ziekenhuis en is elke dag druk met organiseren, van apotheek tot spullen bestellen om te katheteriseren. Ze heeft problemen met het houden van overzicht. In het eerste gesprek blijkt dat mevrouw weinig kan omdat ze beperkt is door het dragen van een korset. Ze geeft aan dat het aantrekken van steunkousen en het korset te zwaar wordt.

Ze heeft een partner die vier dagen in de week werkt en ze vertelt dat er veel spanningen in de relatie zijn, doordat het met haar steeds slechter gaat en hij het hele huishouden moet doen. En ook nog eens hun dieren, twee honden en drie katten, moet verzorgen. 

Ik stel voor om samen met haar partner alles eens in kaart te brengen. Waar sta je nu? Waar wil je heen? Wat gaat er goed en wat wil je bereiken? Hoe ziet je dag er dan uit en waar ben je dan mee bezig? Ik merkte dat het lastig was voor haar om een beeld te krijgen van wat de bedoeling was. Ook vond ze het lastig om haar man erbij te betrekken. Hij denkt toch vaak anders over de situatie, zei ze. Toch stemde ze in met een afspraak op een tijdstip dat haar man ook thuis zou zijn.

Tijdens het gesprek merkte ik dat Sandra het lastig vond om te omschrijven wat ze graag wil en wat haar kwaliteiten zijn. Ze liet zich telkens leiden door in problemen en belemmeringen te praten. Ik herhaalde vaak de vraag: en waar word je blij van, wat gaat goed? En ik zei dat het inzoomen op problemen ‘verlammend’ werkt en het bekijken van mogelijkheden veel beter is.

Ze vond dit lastig. Totdat haar man een paar voorbeelden gaf. Hij had zelf al een paar dingen opgeschreven en even later lukt het Sandra ook om de goede dingen op papier te zetten. Ze plakte ze op en ik zag meteen een ontspannen en blij gezicht. Ze kon vertellen dat ze administratief heel sterk is, goed kan notuleren en teksten schrijven. Ook de briefjes met ‘creatief’ en ‘muzikaal’ werden opgeplakt. Wel meteen met de opmerking “maar door alle problemen is er geen ruimte meer voor”.

De ideeën werden steeds concreter. Ze wilden graag een opgeruimd huis.. Er staan zoveel spullen, in alle kamers opgestapeld, dat er geen ruimte meer is.

Ze wil graag weer zwemmen en samen willen ze meer tijd met elkaar. Er werd besproken wat ze samen kunnen gaan doen. Ook werd het gevoelige punt besproken dat de vele huisdieren veel zorg en aandacht vragen. En dat er naast het huishouden eigenlijk meer hulp nodig was.

En dat was een moment waarop ik ook de netwerkbijeenkomst ter sprake kon brengen.

Gelukkig stonden ze hier voor open. We hebben een nieuwe afspraak gemaakt. Samen met de mensen uit hun omgeving gaan we kijken wie hen kan helpen een nieuwe start te maken.

Een consulent van MEE

 

De naam in dit verhaal is om privacy-redenen aangepast. De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

 

Lees meer...
Het verhaal van: Een consulent van MEE

Werk met je netwerk

werk met je netwerkBehoorlijk zelfverzekerd vertelt de jongeman tijdens ons eerste gesprek over zijn opleiding, zijn vele vaardigheden en ambities. Trots is hij op zijn 7 (!) webwinkels met voornamelijk t-shirts met prints van eigen ontwerp. Net toen ik me toch sterk begon af te vragen wat deze autistische, maar talentvolle jongen hier in hemelsnaam dééd, zuchtte zijn vader nadrukkelijk. “Misschien is het goed dat je deze mevrouw óók vertelt dat je al heel lang thuis zit achter je computer en dat er niets gebeurt. Dat die webwinkels echt niets opleveren. Dat je sociale angst hebt en bijvoorbeeld niet durft te bellen.”

Ja, dat was ook wel zo. Aha.

Het had er ook mee te maken dat hij maar één beroep wilde uitoefenen en dat was kwaliteitsmedewerker want daar was hij voor opgeleid. Maar ja, voor dat beroep zijn niet veel vacatures. Vader knikte en keek mij hoopvol aan.

Eerst maar eens mijn verwachtingregulerende praatje dat wij geen bak met banen hebben en dat de arbeidsmarkt nog steeds beroerd is. Wat wel? Een goed cv maken, werkervaring opdoen desnoods onbetaald? ”Als je maar eenmaal ergens binnen bent, want je kan het wel goed vertellen en je hebt een hoop te bieden!”, zei ik bemoedigend. Vader knikt opgelucht, zijn zoon lacht voor het eerst.

In de daarop volgende weken gingen we aan de slag met zijn cv en netwerken (e-mail aan iedereen dat je werk zoekt en welk werk, bijv. ex-mentors, ex-werkgevers). Hij was wel verknocht geraakt aan zijn veilige wereldje achter zijn beeldscherm dus op afspraken komen op het MEE-kantoor was al een uitdaging. Ik realiseerde me: dit moet niet te lang duren anders wordt het steeds moeilijker om in beweging te komen voor deze jongen. Toen we het hadden over bedrijven waar hij wel ‘stage’ zou willen lopen ging er ineens een lampje bij mij branden. Een vader van een andere autistische jongen uit mijn caseload werkt bij een grote bierbrouwerij. Hij weet als geen ander dat deze jongens wel een opstapje kunnen gebruiken, dus 1+1=2.

Enkele weken later werd ik gebeld door een manager van de brouwerij dat ze wel een gesprekje wilden met mijn klant om te kijken naar de mogelijkheden, op korte termijn graag. Wat houd ik toch van dat doortastende elan van het bedrijfsleven!

Het gesprek verliep prima, mijn klant liet zich van zijn beste kant zien en hij mag drie maanden volledig betaald (!) werkervaring opdoen in een soort testlab waar ze op alle mogelijke manieren de verpakkingen van het bier uittestten.

‘Het is ook nog echt leuk werk!’ zei hij met een grote grijns op de weg terug.

 

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van: Carola

Een schreeuw om hulp

Carola familieCarola is 43 jaar. Ze heeft fibromyalgie (reuma in de weke delen) en is chronisch vermoeid. Door haar ziekte heeft ze veel pijn. Na advies van een vriendin kwam ze bij MEE terecht. 

Carola: ‘Ik heb lang niet kunnen accepteren dat ik ziek was en dat mijn lichaam faalde. Toen ik steeds zieker werd, kreeg ik een hele zware depressie. Ik wilde nog zoveel doen, maar dat kon niet meer. Ik had hulp nodig.  

Aanvankelijk vroeg ik Miriam, mijn cliëntondersteuner, of ze mij kon helpen met de aanvraag voor een scootmobiel. Door mijn depressie zat ik veel binnen. Mensen om mij heen zeiden: ‘Je moet weer onder de mensen komen, je moet er op uit.’ En omdat ik moeilijk loop, dacht ik dat een scootmobiel de oplossing was. Maar Miriam signaleerde direct dat mijn vraag om hulpmiddelen een schreeuw was om andere hulp. Zij had in de gaten dat ik veel depressiever was vanwege mijn ziekte dan dat ik liet zien. En zij stelde de juiste vragen om achter de kern te komen.’

Miriam: ‘Er volgden meerdere gesprekken met Carola, haar man en zoon. Daaruit kwamen verschillende andere zaken naar voren. Carola heeft moeite met het gegeven dat ze vaak moe is en pijn heeft. Daardoor is ze vaak boos en gefrustreerd, maar ze heeft ook last van schuldgevoelens ten opzichte van haar gezin. Dit brengt veel stress met zich mee. Langzaam aan gleed ze in een depressie die steeds erger werd. Carola sluit zich meer en meer af van de buitenwereld, omdat ze behoefte heeft aan stabiliteit en rust.

Tijdens de gesprekken maakten we voor Carola inzichtelijk op welke vragen zij een plan wil maken en wie uit haar netwerk kunnen meedenken. Daaruit bleken andere thema’s naar voren te komen, zoals acceptatie van de ziekte, pijn en laag energieniveau. Ik stelde voor om een netwerkbijeenkomst te organiseren. Daarin komen mensen uit de naaste omgeving van Carola en die voor haar belangrijk zijn, bij elkaar. Aan het begin van de bijeenkomst gaven we hen de informatie die nodig is om inzicht te krijgen in de problemen en knelpunten die er zijn.’

Carola: ‘Miriam vermoedde dat mijn netwerk uitkomst kon bieden. Ze hielp mij mijn netwerk in te schakelen en versterken door een kernteam samen te stellen uit mijn directe omgeving. Mensen die ik vertrouw, waar ik me veilig voel. Waar ik hulp aan kan vragen. Mijn kernteam bestaat uit familie en vrienden. Dat netwerk was er in het verleden natuurlijk ook, maar ik heb nooit om hulp durven vragen.’ 

Miriam: Tijdens de intensieve netwerkbijeenkomst gaven de mensen uit Carola’s netwerk haar adviezen en handvatten. Carola formuleerde in haar plan antwoorden op haar belangrijkste vragen en issues. Ik werk nu al een aantal jaren vanuit de visie en werkwijze van Sociale Netwerk Versterking. Je kijkt dan heel breed naar de situatie van de cliënt. Door deze aanpak komt de essentie van het probleem snel boven tafel. Als dit benoemd is, focussen we op: hoe verder? Welk plan gaat de cliënt maken? Ik word vaak verrast door de creatieve oplossingen van het netwerk zelf!’

Carola: ‘De beperkingen die mijn ziekte met zich meebrengt, vond ik moeilijk te accepteren. Dankzij de bijeenkomst durf ik nu zonder schuldgevoel te zeggen dat afspraken niet door kunnen gaan omdat ik teveel pijn ervaar of dat ik er te weinig energie voor heb. Ziek zijn mag, ik hoef niet meer voor mezelf en voor anderen te verbergen dat ik pijn heb. Dat mijn netwerk daar alle begrip voor heeft, geeft me een gevoel van veiligheid en kracht. Mijn onzekerheid, frustratie en boosheid maakten plaats voor meer zelfvertrouwen.’

Onder andere Carola’s zoon Shamus en Carola’s vriendin Jopi zitten in haar netwerk en zorgen er voor dat ze niet te veel wordt belast.

Shamus: ‘Ik zorg ervoor dat Carola niet te veel op zich neemt. Dat ze haar rust kan nemen. Niet te veel afspraken op één dag. Soms wil ze te veel en heeft ze niet in de gaten dat ze teveel plant. Verder help ik in het huishouden, met boodschappen doen en koken.’

Jopi: ‘Ik ben Carola’s klankbord. Ik heb zelf niet-aangeboren hersenletsel en net als bij Carola, zie je bij mij aan de buitenkant ook niets. Ik weet dus als geen ander hoe het voelt als de buitenwereld over je oordeelt als je iets niet kunt. En hoe het voelt als mensen niet aan je kunnen zien dat je een beperking hebt, terwijl je wel hulp nodig hebt. Ik heb gezien hoe Carola zich positief ontwikkeld heeft dankzij de ondersteuning van haar netwerk. Ik heb haar zien veranderen in een hele positieve vrouw, die veel beter in haar vel zit.’

Miriam: ‘Wat mij het meeste opviel, is hoe snel Carola de draad oppakte na elk gesprek. Ieder gesprek bracht iets teweeg bij haar en stap voor stap groeide ze. Ze kreeg weer geloof in haar zelf. Hierdoor kon ze samen met haar netwerk de juiste besluiten nemen voor de vragen waar ze mee worstelde. Dat was heel mooi om te zien. Vooral als ik het eerste gesprek vergelijk met het laatste. Wat een enorme groei heeft ze doorgemaakt!’

Carola: ‘Ik heb veel aan de mensen uit mijn netwerk en ik zal in de  toekomst nog op hen moeten leunen. Ik heb geleerd om wat makkelijker om hulp te vragen. Dat is fijn want ik weet nu dat ik het niet meer alleen hoef te doen. En dat heeft Miriam mij gegeven. Miriam heeft alles voor mij betekend. Zij heeft mijn netwerk vergroot en de deur weer opengezet naar buiten. Zonder haar, had ik nog steeds binnen gezeten of was ik opgenomen geweest, want ik was een gevaar voor mezelf. Ik zal nu en in de toekomst gebruik blijven maken van mijn netwerk. Dat geeft me lucht en het gevoel dat ik er niet meer alleen voor sta.’

Carola heeft het hele proces afgesloten met het schrijven van een boek. Het boek is inmiddels uitgegeven. Daar is ze heel trots op en het geeft haar kracht.

 

Lees meer...
Het verhaal van: Souresh

Dat is pas scoren!

scorenSouresh (19 jaar) woont nog niet zo lang in Rotterdam. In zijn vorige woonplaats, buiten Zuid-Holland, voetbalde hij met veel plezier. Souresh heeft een verstandelijke beperking en heeft praktijkonderwijs gevolgd. Sinds een aantal maanden werkt hij bij de supermarkt in de buurt van zijn nieuwe woning en hij heeft het daar erg naar zijn zin.

Souresh kende nog niet veel mensen in de buurt. En hij miste het voetballen. Een leuke voetbalvereniging vinden was dus een goede oplossing. Nadat we elkaar gesproken hadden, was mijn conclusie dat Souresh het best op zijn plek zou zijn op een vereniging zo’n twintig minuten fietsen van zijn woning vandaan. Dit leek mij een goede omgeving om zijn sociale netwerk te vergroten. Maar toen kwam het volgende probleem.. Hij kende de weg niet en hij had geen fiets.

Ik dacht meteen aan MEE op Weg, een project van MEE waarbij deelnemers leren om (vaak met een maatje vanuit MEE) zelfstandig te reizen. Er werd, in overleg met de moeder van Souresh, besloten dat zij zelf met Souresh zou gaan oefenen. Maar hij had nog steeds geen fiets en er was ook geen geld om er één te kopen. De projectmedewerkers van MEE op Weg hebben toen een fiets kunnen regelen.

Souresh is eerst samen met zijn moeder een keertje naar de club gefietst. Daarna is zij nog een keer mee geweest naar een proeftraining. Toen de eerste thuiswedstrijd was ging hij alleen op de fiets om te gaan kijken. Een week later mocht hij voor het eerst een wedstrijd meespelen. Hij kwam natuurlijk zelf op de fiets en scoorde ook nog, vijf keer zelfs!

Souresh is goed op zijn plek bij deze sportvereniging en het is helemaal mooi dat hij hier nu zelf naar toe kan dankzij de hulp van MEE op Weg. Zijn teamgenoten vroegen hem direct mee naar een thuiswedstrijd van Feyenoord en na de training en wedstrijden wordt er met elkaar nog wat gedronken. Souresh is zelfstandiger geworden én hij heeft er een stel vrienden bij. Dat is pas scoren!

Een consulent van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van: Marlon

Eindelijk een eigen kamer

eindelijk een eigen kamerVanuit mijn rol als schoolmaatschappelijk werker ging ik op huisbezoek bij Marlon, een nieuwe leerling. Omdat zijn vader in het buitenland verbleef, had ik afgesproken met Soraya, de oudere zus van Marlon. De woning is gelegen in een wijk die op de schop gaat en was grotendeels dichtgetimmerd, de wijk zo goed als verlaten. Een armoedige en troosteloze vertoning. De deurbel ontbreekt, de voordeur is met planken verstevigd. Wat ik binnen aantref is echter nog veel erger. Als consulent heb ik in de loop der jaren veel gezien, maar zoiets had ik nog niet eerder meegemaakt. Geen meubels, maar zakken en dozen, stapels kleding en troep. Matrassen op de grond zonder beddengoed. Soraya legde me uit dat haar vader vast zat en haar moeder was een jaar of acht geleden bij het gezin weggegaan en zat vast in het buitenland. De vrouw die voor Marlon en Soraya zou zorgen was ook vertrokken. Soraya had haar opleiding moeten opgeven omdat er geen geld was voor het vervoer en omdat ze voor haar broertje moest zorgen. Ja, er zou iemand van Jeugdzorg langskomen, dat was haar zes weken eerder beloofd. Tot op die dag had ze niemand gezien.

Er kwam geen ondertoezichtstelling, want, zo werd geredeneerd, een ouder in hechtenis kan nog steeds gezag uitoefenen. Marlon kon uiteindelijk gelukkig terecht bij een tante, waar hij een jaar woonde tot zijn vader vrij kwam. Hij kon weer op zijn oude school terecht. Marlon had zich goed ontwikkeld en bleek een voorbeeldige leerling, dus verdere ondersteuning was niet nodig. Tot een paar jaar later..

Marlon zat inmiddels in het vierde jaar. Hij was altijd vrolijk, beleefd en goed verzorgd, maar ineens begon het op te vallen dat hij wat magerder werd. Na enige tijd vertrouwde Marlon één van de docenten toe dat zijn vader weer vast zat in het buitenland. Hij woonde nu bij zijn broer. Ze hadden het niet breed. Op school hielden we hem in de gaten, zagen er op toe dat hij tussen de middag wat at en gaven hem af en toe een ov-kaartje om naar zijn voetbalclub te kunnen gaan. Marlon is een trotse jongen en vertelde echter niet alles. Een paar maanden later werd hij bij het Acute Team van MEE aangemeld door iemand van het sociale wijkteam. Via de woningbouwvereniging waren zij met Marlon en zijn broer in contact gekomen. Er was een huurachterstand ontstaan en de woningbouwvereniging was erachter gekomen dat de hoofdhuurder zich niet in de woning bevond. Vader was voor een vakantie naar de Dominicaanse Republiek vertrokken en een half jaar later ontdekten de kinderen via een kennis dat hij weer vast zat.

Met man en macht probeer ik een beschermingsonderzoek aan te vragen. Ondertussen bepaalde de rechter dat de woning half mei verlaten moet worden, omdat er geen geld is. Het sociale wijkteam heeft geregeld dat de jongens bij de Voedselbank terecht kunnen, school geeft wekelijks een tas met eten mee en zorgt voor OV-kaartjes. Op de voetbalclub mag Marlon tijdelijk meedoen zonder contributie te hoeven betalen. Er komt steeds meer boven water: er is al jaren geen kinderbijslag ontvangen, Marlon heeft geen huisarts, geen paspoort, geen beltegoed en geen geschikte kleding. Gelukkig valt de kleding van mijn zoon bij hem in de smaak.

Dan is daar Eva, een ex-vriendin van vader met wie Marlon al vele jaren een goede band heeft. Samen hebben we weer contact met haar gezocht en zij wil hem wel in huis nemen. Er komt meer goed nieuws: voorlopige ondertoezichtstelling. Vandaag heb ik hem geholpen om zijn spullen, het beetje wat hij heeft, naar Eva te brengen. Daar heeft hij nu een eigen kamer. Ik hoop dat zij in aanmerking komt voor een pleegzorgvergoeding, want ook zij moet de eindjes aan elkaar knopen. ‘Nu mag je me mammie noemen, zegt ze lachend als ze Marlon de huissleutel overhandigd.’ Ik heb hem in maanden niet zo gelukkig zien lachen.

Een consulent van MEE

Lees meer...