Het verhaal van: Nadia

Zorgenkinderen en zilveren druppels

nadiaDe tranen lopen als zilveren druppels langs haar wangen. Ik ontmoet Nadia in haar kleine, maar zonnige, portiekwoning. Het is schoon en opgeruimd. ‘Let niet op de troep’, zegt ze. ‘Welke troep’, zeg ik. Ik mag op de bank zitten. Nadia’s jongste kind ligt in de box te slapen. Ze begint te vertellen zonder dat ik vragen stel. Als een waterval stort ze haar zorgen en frustraties voor me neer. ‘Ik ben verslaafd geweest. Ik heb domme dingen gedaan toen.’ Ze vertelt over vroeger. Over nu. Over de toekomst die ze zorgelijk vindt. Ze heeft vier kinderen. Ze staat er alleen voor. De oudste heeft een andere vader dan de jongste drie. Heb ik niets aan zegt ze. ‘Wat bedoel je, heb ik niets aan’, vraag ik. Ze helpen niet en willen geen contact met de kinderen. Schulden heeft ze ook. De grootste bij de belastingdienst.’ Ze willen dat ik € 1500,- per maand betaal. Als aflossing. Dat kan toch niet? Dan kan ik geen eten meer kopen.’ Ze wil een goede moeder zijn. Er zijn voor haar kinderen.

Nadia is op zegt ze. Gelukkig kan ze af en toe steunen op haar tante. Die woont in de buurt. Voor als ze naar de huisarts of het ziekenhuis moet. Zelf moet ze geopereerd worden. Aan haar voeten. Dat stelt ze uit anders lukt het niet meer. Haar zieke moeder woont ook in de buurt. Daar zorgt ze voor. Ze vertelt over haar kinderen. De jongste heeft chronische oorontstekingen. De oudste sleept met zijn been. Hij woont bij tante. Hij wil rust. ‘Snap ik wel’, zegt ze. Nadia maakt zich de meeste zorgen over haar derde kind: Slechthorend en een leerachterstand.

Aan bijna alle wanden in de woonkamer hangen de foto’s van haar kinderen, van haar overleden vader en van haar overleden oma. Ze heeft geen afscheid kunnen nemen. Het doet haar nog steeds verdriet. Ook 15 jaar later. Ze heeft ook last van de buren. Deze hadden een melding gedaan bij Veilig Thuis toen ze kwam klagen. Sindsdien is ze voorzichtig met hulpverlening. Bang dat mensen vinden dat ze het niet goed doet. Dat haar kinderen worden weggenomen. De tranen stromen. ‘Ok’, zeg ik. ‘Je bent afgekickt van je verslaving, zorgt er voor dat je kinderen schoon, met een volle buik en op tijd op school aankomen. Je zorgt voor je zieke moeder. Je schakelt de hulp in van je tante. Je maakt afspraken met schuldeisers. Je maakt afspraken met school, huisarts, ziekenhuizen, logopedie, sportclubjes. Je zorgt dat je huis schoon en opgeruimd is én je zorgt voor een voedzame maaltijd elke avond. Hoe krijg je dat voor elkaar?’ Het is stil. Ik hoor de wandklok tikken in de keuken. ‘Weet ik niet’, zegt ze. ‘Gewoon. Ik wil een goede moeder zijn. Mijn kinderen moeten het goed hebben. Beter dan ik het had vroeger.’ ‘Deze kinderen kunnen zich geen betere moeder wensen’, zeg ik. Nadia kijkt me aan. Haar ogen nat van de tranen. De zon breekt door op haar gezicht. Ze lacht. ‘Dank je’, zegt ze.

Peter, cliëntondersteuner MEE

Lees meer...
Het verhaal van: Sophia

Eén vraag, meerdere problemen

sophia-mee-verhalenSophia is op zoek naar een school voor speciaal onderwijs voor haar oudste zoon Milo (8). Hij heeft ADHD en autisme en is op zijn huidige school niet op zijn plek. Hij vindt er geen aansluiting bij zijn klasgenoten, hij wordt gepest, loopt didactisch achter en is snel in paniek. In een aangepaste omgeving zou Milo beter tot zijn recht komen, zo is besloten op zijn huidige (reguliere) school. Sophia is het hier mee eens. De vraag voor een passende onderwijsplek komt terecht bij Marlise, cliëntondersteuner van MEE in een wijkteam.

Marlise: ‘Sophia is een enthousiaste jonge moeder en doet alles voor haar twee zoons. Milo’s broertje Joost is bijna drie en heeft Downsyndroom. Als casusregisseur kijk ik niet alleen naar de vraag over de onderwijsplek voor Milo, maar ook naar andere vragen of problemen die spelen binnen een gezin. Om te beginnen gaan we op zoek naar een geschikte school. Die is al snel gevonden en Milo wordt hier ingeschreven. Ik geef Sophia wat opvoedondersteuning om haar te helpen nog beter om te gaan met haar zoon met autisme. Dan gaan we aan de slag met de financiële problemen van het gezin.

Sophia en haar twee zoons komen rond van een bijstandsuitkering. De intensieve zorg die haar twee kinderen nodig hebben heeft zij nog niet kunnen combineren met een baan. Ik breng Sophia in contact met een schuldhulpmaatje, een vrijwilliger die samen met haar gaat kijken hoe zij van haar schulden afkomt. Ook laat ik het gezin kennis maken met de voedsel- en kledingbank. Omdat Joost bijna drie jaar wordt en Downsyndroom heeft, heeft Sophia binnenkort recht op dubbele kinderbijslag voor hem. Ik leg Sophia uit hoe ze dit kan aanvragen, en ze gaat hiermee zelf aan de slag.

Joost gaat sinds kort twee dagdelen naar een peuterspeelzaal om in contact te komen met andere kinderen. Sophia wil voor Joost het liefst een reguliere speelzaal, maar al snel blijkt dat dit geen geschikte plek is voor hem. Hij praat er niet, zit stil in een hoekje en loopt achter in zijn ontwikkeling. Ik praat hierover met Sophia, zij vindt het een grote stap om Joost naar een speciaal kinderdagverblijf te brengen. Het liefst wil ze dat hij zo gewoon mogelijk mee kan doen en ook in aanraking komt met kinderen zonder beperking. Er blijkt in de buurt een perfecte oplossing voor Joost te zijn. Een groep, speciaal voor kinderen met meervoudige beperkingen, die samenwerkt met regulier basisonderwijs en een reguliere peuterspeelzaal. Zij zorgen voor dagelijks contact tussen kinderen met en zonder (ernstig) meervoudige beperkingen. Binnen deze groep krijgt Joost ontwikkelingsgerichte activiteiten aangeboden en gespecialiseerde begeleiding om zich optimaal te ontwikkelen. Joost heeft zijn draai hier al snel gevonden. Er valt een enorme last van Sophia’s schouders. Haar beide zoons zitten op een goede plek. Aan haar financiële problemen wordt gewerkt. Met een goed gevoel gaat zij de toekomst tegemoet.

 

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Gregory

Het grote verschil: expertise op het gebied van mensen met een beperking

Volwassen man lacht

Ik werk als cliëntondersteuner voor volwassenen in een wijkteam. Mijn wijkteamcollega was al maanden bezig met Gregory (48), toen ze enigszins gefrustreerd bij me kwam voor advies. Ze snapte Gregory niet. Als ze afspraken maakten, kwam hij ze niet na. Hij zei wel ja, maar deed nee. En het leek of alles wat ze zei niet bij hem aankwam. Ik stelde voor mee te gaan op huisbezoek, om beter te kunnen inschatten of mijn vermoeden klopte.

Consulent: ‘Gregory is een ontzettend aardige, beleefde en knappe man. Hij heeft een baan en drie kinderen. Zo op het eerste gezicht geen vuiltje aan de lucht. Als je verder kijkt, is het tegendeel waar: Gregory’s leven is een puinhoop. Op zijn werk gaat het niet goed. Hij heeft met iedereen, zowel op zijn werk als privé, miscommunicaties – met alle gevolgen van dien. Zijn collega’s zeggen regelmatig dat hij dom is en zo voelt hij zich ook. Dit maakt hem verdrietig en depressief. Hij werkt hard, maar zonder resultaat. Hij blijft fouten maken. Zijn drie kinderen heeft hij bij drie verschillende vrouwen. Twee van zijn drie kinderen mag hij niet zien. Alimentatie betalen moet hij wel. Zijn huidige vrouw, waarmee hij ook een kind heeft, is van plan om naar Suriname te vertrekken. Gregory heeft paniekaanvallen en grote schulden. Vrouwen hebben misbruik van hem gemaakt en hebben hem financieel uitgekleed. Soms is hij zo wanhopig dat hij agressief wordt. Ik vermoed een verstandelijke beperking en neem contact op met een gedragsdeskundige van MEE. Met haar overleg ik over een IQ-onderzoek. Als ik dit met Gregory bespreek, wordt hij in eerste instantie boos. Hij is toch niet gek? Het grote verschil tussen mij en mijn wijkteamcollega is mijn expertise op het gebied van mensen met een (verstandelijke) beperking. Ik weet hoe ik met Gregory moet omgaan, ik spreek zijn taal. We krijgen een band en ik neem Gregory van mijn wijkteamcollega over.Al snel ontdek ik dat Gregory analfabeet is. Ik confronteer hem hiermee. Hij schaamt zich niet alleen, er komt ook veel verdriet naar boven. Verdriet, onmacht, frustratie en wanhoop, na meer dan veertig jaar hard werken, ontzettend je best doen en alleen maar verder in de problemen raken. Al die tijd heeft hij nooit aan de verwachtingen van zijn omgeving kunnen voldoen. Gregory stemt in met het IQ onderzoek. Ik stel voor met hem mee te gaan, want Gregory kan het kantoor van MEE, waar de IQ test plaatsvindt, niet vinden zonder hulp. Hij kan immers de borden op straat ook niet lezen.

Als hij de uitslag van het onderzoek krijgt, ben ik er ook bij. Ik schrik van de uitslag en begrijp niet hoe Gregory’s verstandelijke beperking zo lang onopgemerkt is gebleven. Het is verbazingwekkend wat Gregory allemaal heeft kunnen doen met zijn IQ. Met deze uitslag kan ik een indicatie aanvragen voor woonbegeleiding, iets wat Gregory zeker nodig heeft om aan de slag te kunnen met alle problemen die spelen in zijn leven.

In de tussentijd ontmoet ik Gregory twee keer per week en hij belt mij iedere dag. Ik geef hem tips en advies, en bied hem ook een luisterend oor. Ik leg contact met de instanties waarmee Gregory te maken heeft, zoals een kredietbank, om de situatie uit te leggen. Zijn contactpersoon van de kredietbank zag Gregory als een rare klant, iemand die nooit doet wat je met hem afspreekt. Ik blijf in contact met Gregory tot hij woonbegeleiding krijgt. De indicatie is er inmiddels. Ik zal zorgen voor een warme overdracht en blijf Gregory nog even in de gaten houden. Pas als ik zeker weet dat hij in goede handen is, laat ik Gregory los.

Ik ben blij met de ruimte die we in het wijkteam hebben om de tijd en aandacht te nemen en te kijken naar wat er bij iemand past en hoe iemand het beste geholpen kan worden, maar vooral met de mogelijkheid die we nu hebben om eenvoudig gebruik te maken van elkaars specialisme en kennis. Het is een positieve manier van werken en erg effectief. Teamwork, dat is de kracht van het wijkteam.’

Een consulent van MEE

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

 

Lees meer...
Het verhaal van: Dania

Dania heeft straks de touwtjes weer zelf in handen

vrouw middelbare leeftijdSandy is cliëntondersteuner bij MEE en maakt deel uit van een wijkteam. Samen met haar collega’s uit het wijkteam is zij betrokken bij een gezin. Moeder Dania heeft financiële problemen en heeft hiervoor om hulp gevraagd. Dania heeft drie kinderen, waarvan de jongste twee, Anthony (19) en David (10), nog thuis wonen.

Anthony heeft een verstandelijke beperking en brengt zijn dagen slapend door. ’s Nachts speelt hij games en houdt daarbij geen rekening met zijn moeder en broertje. De enorme herrie die hij maakt zorgt ervoor dat Dania en David regelmatig wakker liggen. De slapeloze nachten hebben ruzie tot gevolg. In huis is de sfeer gespannen en dat Anthony schulden maakt en zich niet aan de regels houdt, is niet bevorderlijk voor de situatie. Ook Dania heeft schulden en geen dagbesteding. Vanwege openstaande parkeerboetes heeft zij al eens tien dagen in de gevangenis gezeten. David gaat naar school maar heeft hier regelmatig woedeaanvallen.

Sandy: ‘De situatie binnen dit gezin was best complex. Ik heb de rol van casusregisseur op me genomen, want er was natuurlijk veel meer hulp nodig dan alleen ondersteuning bij de financiën. Zeker toen er een ruzie flink uit de hand liep en er sprake was van huiselijk geweld. Dania had in haar wanhoop zelfs met een mes gedreigd en David had alles gezien.’

Als casusregisseur houdt Sandy overzicht over de gehele situatie binnen het gezin. Ze bekijkt wat er nodig is en hoe ze dit voor elkaar kunnen krijgen. Ook zorgt ze ervoor dat iedereen op de hoogte is van het gezamenlijke doel en dat de gezinsleden gemotiveerd blijven om mee te werken. Sandy: ‘Vooral Dania kwam haar afspraken soms niet na. Het blijft voor haar lastig om zich over te geven aan hulp. Maar uiteindelijk zijn we, door goed samen te werken, toch ver gekomen. Voor Dania hebben we dagbesteding gevonden. Zij heeft nu naailes in het buurtcentrum. Wie weet kan ze daar ooit nog meer mee gaan doen. Daarnaast is er bewindvoering en budgetbeheer voor Dania geregeld. Ook krijgt zij hulp bij het omgaan met haar emoties, om ervoor te zorgen dat het nooit meer zo uit de hand loopt thuis.’

De relatie tussen Anthony en Dania was slecht en de irritaties waren in de loop der jaren enorm opgelopen. Volgens cliëntondersteuner Sandy was het beter voor hen om wat meer afstand te hebben. Begeleid wonen voor Anthony bleek de beste oplossing. Sandy: ‘Anthony heeft inmiddels een leuke woonplek en dagbesteding. Hij doet mee aan Feyenoord Jobscorer, een project van voetbalclub Feyenoord waarbij jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring kunnen opdoen. MEE is één van de partners in dit project. Met Anthony gaat het veel beter nu hij weer een gezond ritme en een doel in zijn leven heeft. In de weekenden logeert hij thuis en dat gaat ontzettend goed.’

David krijgt ondersteuning van de gedragsdeskundige. Hij heeft op jonge leeftijd al veel gezien en meegemaakt. Met zijn woedeaanvallen kan hij beter omgaan en hij voelt zich prettiger nu het er thuis een stuk rustiger aan toe gaat. Sandy: ‘Het is nu een kwestie van het verder stabiliseren van de financiële situatie van Dania. Als dit op de rit is heeft zij de ondersteuning van het wijkteam niet meer nodig en heeft zij als moeder de touwtjes weer zelf in handen.’

Een consulent van MEE

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Akmal

Hulp vragen is geen schande

meervoudige handicapEen schoolmaatschappelijk werker brengt een Afghaans gezin in beeld bij het wijkteam. Het gaat om een gezin met vier kinderen, waarvan de middelste twee op school zitten en de oudste van negen jaar, Akmal, een ernstige meervoudige beperking heeft. Hij kan niet praten, niet lopen, heeft speciale voeding nodig, kan zichzelf niet verzorgen en heeft continue begeleiding, toezicht en zorg nodig. Eelco, een cliëntondersteuner van MEE, pakt de casus vanuit het wijkteam op.

Eelco: ‘De situatie van dit gezin is zeer complex. Ruim drie jaar geleden gaat eigenlijk alles gezien omstandigheden goed. Voor de verzorging van Akmal krijgen de ouders een persoonsgebonden budget. Akmal ontvangt doordeweeks zorg op het kinderdagcentrum. Vader Amir is een ondernemende man en heeft een baan, moeder Hidi is thuis en zorgt voor Akmal en de andere kinderen. Vanwege een overlijden in de familie gaat het gezin voor een korte periode naar Afghanistan. Akmal is de stiefzoon van Amir, zijn biologische vader is overleden en Hidi is hertrouwd. Bij aankomst in Afghanistan eigent de familie van Hidi’s overleden man zich Akmal toe. Hij wordt door de familie vastgehouden.

Volgens de Afghaanse cultuur had Hidi niet mogen hertrouwen buiten de familie en daarom is Akmal nu afgenomen van zijn moeder. Je zou kunnen zeggen dat hij wordt gegijzeld. Twee maanden lang houden ze Akmal vast, zonder de juiste voeding, medicatie en verzorging. Het gaat slecht met hem, dat is de voornaamste reden dat Hidi haar zoon terug krijgt. Voorwaarde is wel dat zij het land niet mogen verlaten. Naast het betalen van losgeld, moeten een aantal familieleden garant staan zodat Akmal in Afghanistan blijft. De familie dreigt met het vermoorden van familieleden van Hidi als zij toch het land met Akmal verlaten. Twee jaar lang verblijft het gezin noodgedwongen in Afghanistan. Hun huis, de school van de kinderen, de georganiseerde zorg voor Akmal, het PGB, alles blijft onbeheerd achter. Na twee jaar besluit de familie dat Akmal het land mag verlaten na betaling van een flink bedrag. Amir weet het bij elkaar te sprokkelen en het gezin kan eindelijk terug naar Nederland. Amir is inmiddels zijn baan kwijt, het PGB is gestopt, het huis is verwaarloosd en er zijn schulden vanwege de hypotheek die betaald moest worden en het PGB dat nog een aantal maanden is uitbetaald toen het gezin in Afghanistan verbleef.

Als cliëntondersteuner en casusregisseur ga ik aan de slag. Een collega uit het wijkteam bekijkt de financiële situatie en ik zet de zorg voor Akmal weer op poten. Er is al een nieuwe indicatie voor het kinderdagcentrum voor Akmal, ik regel logeeropvang gezien de intensieve zorg die hij nodig heeft en de zware tijd die het gezin heeft. Ook vraag ik woonurgentie aan, want het huis van het gezin bevindt zich op de derde etage en er is geen lift. Hidi kan met Akmal het huis niet verlaten, hij is inmiddels ruim veertig kilo en zij kan hem niet dragen. Alleen als Amir thuis is kan Akmal in of uit huis. Omdat dit ook voor vader te zwaar tillen wordt, wordt de Wmo ingeschakeld. Er wordt voor tijdelijke duur een trappenklimmer ingezet. Met dit hulpmiddel kan Akmal veilig en zonder veel moeite de trap op en af. De woonurgentie wordt verkregen en binnen afzienbare tijd is er een passende woning beschikbaar. Samen met Amir regel ik dat een deel van de PGB-schuld wordt kwijtgescholden doordat we kunnen aantonen dat Akmal gegijzeld was en het gezin dus geen keuze had, en daarnaast tonen we aan dat Amir en Hidi de meeste tijd in Afghanistan wel gewoon voor hun zoon hebben gezorgd. Voor de rest van de schuld kunnen we goede betalingsregelingen treffen met het Zorgkantoor.

Dan doet het volgende probleem zich aan. Doordat Amir tijdelijk een uitkering krijgt, ontvangt het gezin een brief van het IND. De verblijfsvergunning van Hidi en Akmal wordt mogelijk niet verlengd omdat ze zelf geen inkomen verwerven. Door alle zorgen komt Amir nu niet toe aan het vinden van een baan. Het PGB voor Akmal moet snel gerealiseerd worden. Omdat de ouders de zorg uitvoeren geldt dit als inkomen. Het PGB wordt geregeld en Amir stopt zijn uitkering.

Vooral Hidi is erg getraumatiseerd door de tijd in Afghanistan. Haar weet ik ervan te overtuigen dat hulp vragen bij de verwerking geen schande is. Zij gaat naar de huisarts en krijgt een doorverwijzing voor een psycholoog om over de gebeurtenis te praten. De rust binnen het gezin kan eindelijk terugkeren.’

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Robert

Robert krijgt eindelijk de juiste hulp

man middelbare leeftijdRobert is 43 jaar. Vier jaar geleden werd er pas geconstateerd dat Robert autisme heeft. Doordat hij dit niet wist en nooit begeleiding kreeg, heeft hij zijn leven lang al problemen. Hij was getrouwd, kreeg twee kinderen, maar is ook weer gescheiden. Hij is erg verslavingsgevoelig. Als het hem te veel wordt, vlucht hij in drank. Zijn toch al korte lontje wordt dan nog korter. Dit heeft er toe geleid dat Robert meerdere malen in detentie heeft gezeten. Hij heeft schulden gehad, inmiddels is hij daar dankzij schuldsanering vanaf. Voor het eerst in lange tijd is Robert schuldenvrij en zit hij niet in de gevangenis. Hij is gemotiveerd om zijn leven te beteren. Voor hulp bij zijn administratie klopt hij aan bij het wijkteam. Daar wordt hij geholpen door Angélique, cliëntondersteuner van MEE.

Angélique: ‘Robert is verbaal heel sterk. Hij wordt enorm overschat, ook door mij in het begin. Ik wilde met hem aan de slag met zijn administratie, daarvoor kwam hij tenslotte, maar dit lukte maar niet. In gesprek met hem ontdekte ik gaandeweg dat er veel meer speelt. Hij kan zich goed uiten, lijkt een enorm zelfinzicht te hebben, maar hij kan wat hij zegt niet uitvoeren.’

‘Robert en ik hebben echt een klik. Hij is erg gemotiveerd en we kunnen goed met elkaar praten. Dan ontdek ik dat Robert een terugval heeft: hij is weer gaan drinken. Een moeilijke brief kan voor Robert al genoeg zijn. Hij werd dan zo zenuwachtig omdat hij het niet kan overzien, dat hij geneigd was naar de winkel te gaan om bier te halen. Onze band wordt beter en steeds vaker belt hij mij in zulke situaties. Als het kan ga ik bij hem langs. Samen bekijken we dan waar hij tegenaan is gelopen en we maken een plan om het op te lossen.

Eind 2015 komt Robert zelf met een plan: hij wil naar de AA om van zijn alcoholverslaving af te komen. Op 1 januari 2016 is Robert resoluut gestopt en heeft sindsdien geen slok meer gedronken. Angélique: ‘Samen met Robert bereid ik gesprekken, bijvoorbeeld die met AA, voor zodat hij in staat is die zonder hulp te voeren. We oefenen samen en maken een plan. Met een plan in zijn hoofd is Robert veel minder zenuwachtig en kan hij gesprekken beter voeren. Ik heb regelmatig coachende gesprekken met Robert en die helpen hem enorm. Inmiddels heb ik in kaart kunnen brengen dat Robert meer hulp nodig heeft dan het wijkteam hem kan bieden. Hij heeft langere tijd een hulpverlener nodig die hem coacht en op wie hij kan terugvallen. Iemand die hem helpt te relativeren en met hem overzicht houdt, zodat hij rust blijft houden in zijn hoofd. De aanvraag voor een indicatie om dit voor elkaar te krijgen loopt. Ik heb er vertrouwen in dat het lukt. Ik heb ook vertrouwen in Robert. Met de juiste ondersteuning krijgt zijn leven eindelijke een positieve draai.’

Een consulent van MEE

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Jolanda

Jolanda komt weer tot haar recht

vrouw zittendJolanda (54 jaar) was een zelfstandige vrouw met een leuke baan als chauffeur die haar leven op orde had. Ze trouwde en had een leuk leven. Tot haar man, Gerard, steeds vaker een andere kant van zichzelf liet zien. Hij krijgt een alcoholverslaving en Jolanda wordt het slachtoffer van huiselijk geweld.

Uiteindelijk is Jolanda gescheiden van Gerard. Dit was een langdurig proces. Gerard liet Jolanda niet zomaar gaan. Eerst beloofde hij beterschap, later veranderden zijn mooie woorden in bedreigingen en stalkte hij haar fanatiek. Hoe langer dit duurde, hoe minder er overbleef van de zelfstandige, vrolijke vrouw die Jolanda was. Jolanda werd angstig, depressief, raakte haar baan kwijt en durfde op een gegeven moment haar huis niet meer uit. Zelfs een telefoongesprek kon zij niet aan.

Bij de huisarts was Jolanda gelukkig nog wel in beeld. Door de Praktijkondersteuner Huisarts – Geestelijke Gezondheidszorg wordt Jolanda naar het wijkteam verwezen. Jolanda is wantrouwend en angstig, maar na acht weken heeft ze voldoende moed verzameld om te komen. Aan de balie van het wijkteam komt zij door haar emoties amper uit haar woorden. Er wordt een afspraak bij haar thuis gepland.

De woning van Jolanda blijkt zeer ernstig vervuild. Veel bezittingen heeft Jolanda niet, de meubels die zij heeft zijn zwaar beschadigd. Jolanda vertelt dat zij tijdens de periode van het stalken een jongen in huis heeft genomen. Jolanda was bang om alleen te zijn vanwege Gerard. De jongen was dakloos en heeft een psychiatrische aandoening. Hij heeft in zijn psychoses de inboedel vernielt en een groot deel van Jolanda’s bezittingen weggegooid. Ook de huisdieren van Jolanda moeten het vaak ontgelden. De woning van Jolanda is geen thuis, zo voelt zij dat zelf ook. Toch heeft ze de jongen nooit op straat durven zetten.

Samen maken we afspraken: we gaan ons richten op Jolanda’s financiën, op haar woning en op haar dagbesteding.

In gesprekken met Jolanda merk ik dat zij gaat stralen als zij praat over haar leven voor Gerard. Vertelt ze de mooie verhalen over wat ze toen deed en kon, dan krijgt ze weer leven in haar ogen en nieuwe energie. Hier kom ik regelmatig op terug. Jolanda is nog niet toe aan een betaalde baan en ook vrijwilligerswerk kan zij nog niet overzien. Maar door er vaak over te praten kan ze goed nadenken over wat ze graag zou willen en wennen aan het idee dat ze toch weer een vorm van dagbesteding zal moeten vinden.

Na verloop van tijd lukt het ons om een oplossing te vinden voor haar schulden. Haar huis maakt zij met hulp van haar nichtje en een buurvrouw grondig schoon en we weten wat spulletjes te regelen om het opnieuw in te richten. De huisgenoot van Jolanda gaat begeleid wonen, dus ze heeft haar huis eindelijk weer voor zichzelf. Deze positieve ontwikkelingen geven Jolanda vertrouwen in de toekomst en zorgen er ook voor dat ze weer wat vertrouwen krijgt in anderen.

Na bijna anderhalf jaar begeleiding zijn Jolanda’s hulpvragen beantwoord en kan ik het dossier van Jolanda sluiten. Met haar goedkeuren maak ik voor haar nog wel een afspraak om eens te praten bij een organisatie voor vrijwilligerswerk. Inmiddels heb ik van de vrijwilligersorganisatie gehoord dat het nog altijd erg goed gaat met Jolanda en dat ze wordt gezien als een betrouwbare kracht. Het mooiste vind ik dat ze haar omschrijven als een slimme, vaardige vrouw die weet van aanpakken. Jolanda heeft zichzelf weer gevonden en komt weer tot haar recht.

Een consulent van MEE 

Lees meer...
Het verhaal van: Ernst

Samen bereiken we meer

ernstErnst is 45 jaar, heeft autisme en is moeilijk lerend. Hij is een alleenstaande ouder en heeft vier kinderen, waarvan twee volwassen zijn. Voor de twee jongste kinderen heeft hij een co-ouderschap met zijn ex-partner. Ernst komt aanvankelijk met hulpvragen over de opvoeding van de twee kinderen omdat hij daar in vast liep. Cliëntondersteuner Petra vermoedt dat er meer aan de hand is…

Ernst: ‘Petra, mijn cliëntondersteuner, heeft me heel goed geholpen met mijn schulden. Ze hielp me met het aanvragen van de voedselbank, de kledingbank en bewindvoering. Ze hiep me niet alleen met mijn schulden, ze heeft ervoor gezorgd dat ik mijn leven weer op de rails heb. Voordat ik cliëntondersteuning kreeg, zat ik er echt doorheen, ik was depressief en wist niet hoe ik verder moest. Ik dronk hele dagen koffie en kwam niet vooruit. Nu sta ik ’s ochtends vrolijk op. Ik ben blij dat het thuis weer goed gaat met de kinderen en dat mijn financiën straks weer op orde zijn. Er zijn weer lichtpuntjes in mijn leven en ik heb weer een doel in mijn leven. Als ik terugkijk, heb ik veel bereikt.’  

Petra, cliëntondersteuner van Ernst: ‘Ernst was heel open over zijn problemen. Ik vroeg naar zijn situatie op andere gebieden, zoals zijn financiën en welke gevolgen dit voor hem had. Toen kwam er steeds meer naar voren. Gelukkig is Ernst heel gemotiveerd om vooruit te komen.’ Ernst bleek flinke schulden te hebben. Hij overziet zijn financiën niet en begrijpt niet wat er moet gebeuren. Daarnaast is hij depressief, hij ziet het leven somber in. Naast de hulpvragen over de opvoeding van zijn kinderen, heeft Ernst geen dagstructuur en voelt hij zich nutteloos waardoor de situatie verergert. Ernst is in het verleden behandeld voor psychische problemen.  Petra en Ernst bespreken zijn problemen en Ernst krijgt allereerst opvoedings-ondersteuning. Op financieel gebied neemt Ernst zelf ook zijn verantwoordelijkheid: hij heeft de auto verkocht en doet alles met de fiets om kosten te besparen.

Er moesten regelingen worden getroffen met onder andere de woningstichting. Samen hebben we inzichtelijk gemaakt wat de schulden betroffen. Door zijn beperking is het doorspitten van de post voor Ernst een opgave en dat zorgde voor onrust. Individuele ondersteuning helpt hem om deze te ordenen. Om meer rust te creëren bij Ernst, hebben we in overleg bewindvoering aangevraagd.

Ernst hoefde zich niet meer bezig te houden met inkomsten en uitgaven en daardoor kwam hij er aan toe om aan zichzelf te werken. Zoals de opvoeding van zijn kinderen, behandeling voor zijn eigen psychische klachten en werken aan een dagstructuur. Daardoor kan hij zich binnenkort op andere zaken richten, zoals een cursus Omgaan met geld. In deze cursus leren deelnemers om met hun loon of uitkering uit te komen en schulden te voorkomen. En ze leren inzicht te krijgen in hun vaste lasten en andere uitgaven. Met verschillende instanties zijn inmiddels betalingsregelingen getroffen.’

Petra brengt in kaart wat de kracht van Ernst is. Ondanks stemmingsklachten is hij heel gemotiveerd om aan zichzelf te werken. Na een test blijkt dat Ernst moeilijk lerend is en dit, in combinatie met zijn autisme, verklaart waarom hij in het organiseren vaak vastloopt en het overzicht verliest. Duidelijke informatie en helder communiceren helpt hem het overzicht te behouden.  ‘Tegenwoordig belt Ernst zelf met de bewindvoering. Iets dat hij vroeger niet zou hebben gedaan. Ook verzamelt hij zelf de stukken die nodig zijn voor de bewindvoering. Hij wordt steeds zelfstandiger.’

Petra bespreekt de wensen en mogelijkheden met Ernst en ze stelt voor om contact op te nemen met Stichting Buitengewoon, een organisatie die dagbesteding verzorgt voor mensen met psychische problematiek. ‘Werken op een zorgboerderij, is dat iets voor jou? Lekker de hele dag buiten hard aan het werk met collega’s en zorgen voor de dieren.’ Ernst reageert enthousiast.

‘Ernst miste een daginvulling en structuur. Nu hij op de zorgboerderij werkt staat hij ’s ochtends vrolijk op en komt hij ’s avonds moe en voldaan terug. Hij voert zelfstandig taken uit op de boerderij. Het werk daar vindt hij geweldig en geeft hem weer het gevoel dat hij zinvol bezig is. Ernst is gegroeid en heeft weer zin in het leven, hij straalt, en dat is heel leuk om te zien. Hij voelt zich weer mens! En wie weet ontstaat er op een gegeven moment weer ruimte en rust om te werken aan zichzelf en zich te richten op vervolgstappen om zijn leven nog verder op de rails te krijgen.’

‘Naast de individuele ondersteuning van Ernst, coördineer ik het contact met alle instanties en hulpverleners om Ernst heen. Mijn rol is om contact te houden met Ernst en contact te houden met de verschillende partijen. Ik houd een vinger aan de pols bij de hulpverleners en ik kijk of dat goed verloopt. Verder werken Ernst en ik ernaar toe dat Ernst bepaalde zaken zelf overpakt, zodat hij weer zelf de regie voert over zijn leven.’

Bert, stichting Buitengewoon: ‘We hebben een prima medewerker erbij gekregen met Ernst, we zijn blij met hem. We zijn heel tevreden over hoe hij zijn taken oppakt en hoe hij zijn werk doet. Ernst is gegroeid en groeit nog steeds. Hij heeft een leuk contact met zijn collega’s en de medewerkers. Hij heeft weer zin in het leven, de dagstructuur helpt hem daarbij. Ernst heeft zichzelf weer op de kaart gezet!’  Ernst komt zo stap voor stap verder. Soms eentje terug, maar dan weer twee vooruit. Vooral sinds hij op de zorgboerderij werkt, gaat hij met sprongen vooruit. Zijn leven komt in een rustiger vaarwater.

 

Lees meer...
Het verhaal van: Chadrick

Een overzichtelijkere wereld

Een overzichtelijkere wereldChadrick is 8 jaar. Hij heeft een vorm van autisme. Dat zorgde voor ernstige gedragsproblemen. Zijn ouders liepen vast in de opvoeding. Ook op school ging het niet goed. De GGD zette het gezin op het spoor van cliëntondersteuning. Toen bleek dat er ook nog andere problemen thuis waren, zoals schulden.

Moeder van Chadrick: ‘Voordat Jan-Peter, onze cliëntondersteuner, kwam, hebben we andere hulp gehad om er met Chadrick uit te komen. Dat is niet gelukt. Na een aantal testen verwees de GGD ons naar Jan-Peter.’ Vader van Chadrick: ‘We weten nu wat er met Chadrick aan de hand is. We hebben geleerd om op een andere, betere manier met het gedrag van Chadrick om te gaan en te kijken naar wat hij nodig heeft. Nu kunnen we verder.’

De ouders geven bij cliëntondersteuner Jan-Peter aan dat ze het moeilijk vinden om Chadrick te sturen en aan te spreken op zijn gedrag. Er zijn regelmatig conflicten. Ook maken veranderingen binnen de school, gebrek aan structuur en onduidelijkheden dat Chadrick onrustig is in de klas. De communicatie tussen de ouders en school verloopt moeizaam. Dit drukt allemaal op het gezin en de relatie. Chadrick wordt getest en het blijkt dat hij een vorm van autisme heeft. De diagnose verklaart deels het gedrag van Chadrick. Samen met Chadrick, zijn ouders en school bekijkt Jan-Peter de verschillende mogelijkheden om de wereld voor Chadrick overzichtelijker te maken. Voor de school helpt de informatie en uitleg die Jan-Peter geeft over autisme en gedragsproblemen enorm. Hierdoor ontstaat ook meer begrip tussen ouders en de school.

Jan-Peter, cliëntondersteuner van Chadrick en zijn ouders: ‘Ik adviseerde de leerkrachten om Chadrick een duidelijke, korte opdracht te geven en pas als die klaar is, een nieuwe opdracht te geven. Zo weet Chadrick waar hij aan toe is. Dat is een goede manier om Chadrick meer structuur te geven. Een opdracht als ‘Ga maar rekenen’ overziet hij niet.’ Jan-Peter werkt samen met de ouders aan het vinden van handvatten om zo goed mogelijk te anticiperen op het gedrag van Chadrick. Zowel de ouders als Chadrick zelf denken goed mee. Als iets niet werkt, kan Chadrick over het algemeen goed aangeven waarom. Ook wordt er zoveel mogelijk rust binnen het gezin gecreëerd, zodat er minder spanningen zijn en Chadrick de aandacht krijgt die hij nodig heeft.

Tijdens een van de gesprekken met de ouders vraagt Jan-Peter door. Het blijkt dat er schulden zijn en de omgang met het budgetbeheer via de gemeente verloopt niet zo soepel. Mede daardoor liepen de spanningen binnen het gezin op. Jan-Peter schakelt een collega uit het Sociaal Team in. Moeder: ‘Jan-Peter voelde onze stress en overbelasting aan. Hij regelde vanuit het sociaal team iemand die ons kon helpen met onze financiën en die kon helpen onze administratie weer op orde te krijgen. Dat gaat nu veel beter.’

Bij het gezin zijn verschillende instanties en samenwerkingspartners betrokken. De kracht van de samenwerking zijn de korte lijnen, vaste contactpersonen en duidelijke afspraken; dit leidt snel tot resultaat. Jan-Peter: ‘Bij dit gezin zijn onder meer het GKB, het CJG, de school en bewindvoering betrokken. Naast de individuele ondersteuning die ik bied, is mijn rol ook ervoor zorgen dat alle partijen hun werk doen voor het gezin. Ik hou daarin een ‘vinger aan de pols’. Ik onderhoud dus ook de contacten met de verschillende partijen, vraag of alles goed loopt en geef antwoorden op hun vragen, zodat alles zo probleemloos mogelijk verloopt.’

Door rust en ruimte te scheppen ontstaat er ruimte voor het gezin om weer vanuit hun eigen kracht zaken op te pakken. De kracht van het gezin is dat de ouders goed kunnen aangeven wat er aan de hand is. Jan-Peter: ‘Het gezin pakt steeds meer zelf op. De ouders proberen eerst zelf te bellen met instanties. Als ze er niet uitkomen, dan kunnen wij hen bijstaan. Er is veel minder stress in het gezin. We zien dat iedereen steeds meer in hun eigen kracht komt te staan. Iedereen groeit en ontwikkelt zich. Ze doen steeds meer zelf en er ontstaat meer ruimte voor andere dingen.’ Vader: ‘Jan-Peter is heel belangrijk voor ons geweest. In onze thuissituatie maar ook in de gesprekken met de school. We hebben nu veel meer rust. Jan-Peter heeft de diagnose in gang gezet. We weten nu wat er met Chadrick aan de hand is. Dankzij de ondersteuning van Jan-Peter hebben we geleerd hoe we met Chadrick om kunnen gaan en weten we wat hij nodig heeft. Nu kunnen we verder.’

Lees meer...
Het verhaal van: Marlon

Eindelijk een eigen kamer

eindelijk een eigen kamerVanuit mijn rol als schoolmaatschappelijk werker ging ik op huisbezoek bij Marlon, een nieuwe leerling. Omdat zijn vader in het buitenland verbleef, had ik afgesproken met Soraya, de oudere zus van Marlon. De woning is gelegen in een wijk die op de schop gaat en was grotendeels dichtgetimmerd, de wijk zo goed als verlaten. Een armoedige en troosteloze vertoning. De deurbel ontbreekt, de voordeur is met planken verstevigd. Wat ik binnen aantref is echter nog veel erger. Als consulent heb ik in de loop der jaren veel gezien, maar zoiets had ik nog niet eerder meegemaakt. Geen meubels, maar zakken en dozen, stapels kleding en troep. Matrassen op de grond zonder beddengoed. Soraya legde me uit dat haar vader vast zat en haar moeder was een jaar of acht geleden bij het gezin weggegaan en zat vast in het buitenland. De vrouw die voor Marlon en Soraya zou zorgen was ook vertrokken. Soraya had haar opleiding moeten opgeven omdat er geen geld was voor het vervoer en omdat ze voor haar broertje moest zorgen. Ja, er zou iemand van Jeugdzorg langskomen, dat was haar zes weken eerder beloofd. Tot op die dag had ze niemand gezien.

Er kwam geen ondertoezichtstelling, want, zo werd geredeneerd, een ouder in hechtenis kan nog steeds gezag uitoefenen. Marlon kon uiteindelijk gelukkig terecht bij een tante, waar hij een jaar woonde tot zijn vader vrij kwam. Hij kon weer op zijn oude school terecht. Marlon had zich goed ontwikkeld en bleek een voorbeeldige leerling, dus verdere ondersteuning was niet nodig. Tot een paar jaar later..

Marlon zat inmiddels in het vierde jaar. Hij was altijd vrolijk, beleefd en goed verzorgd, maar ineens begon het op te vallen dat hij wat magerder werd. Na enige tijd vertrouwde Marlon één van de docenten toe dat zijn vader weer vast zat in het buitenland. Hij woonde nu bij zijn broer. Ze hadden het niet breed. Op school hielden we hem in de gaten, zagen er op toe dat hij tussen de middag wat at en gaven hem af en toe een ov-kaartje om naar zijn voetbalclub te kunnen gaan. Marlon is een trotse jongen en vertelde echter niet alles. Een paar maanden later werd hij bij het Acute Team van MEE aangemeld door iemand van het sociale wijkteam. Via de woningbouwvereniging waren zij met Marlon en zijn broer in contact gekomen. Er was een huurachterstand ontstaan en de woningbouwvereniging was erachter gekomen dat de hoofdhuurder zich niet in de woning bevond. Vader was voor een vakantie naar de Dominicaanse Republiek vertrokken en een half jaar later ontdekten de kinderen via een kennis dat hij weer vast zat.

Met man en macht probeer ik een beschermingsonderzoek aan te vragen. Ondertussen bepaalde de rechter dat de woning half mei verlaten moet worden, omdat er geen geld is. Het sociale wijkteam heeft geregeld dat de jongens bij de Voedselbank terecht kunnen, school geeft wekelijks een tas met eten mee en zorgt voor OV-kaartjes. Op de voetbalclub mag Marlon tijdelijk meedoen zonder contributie te hoeven betalen. Er komt steeds meer boven water: er is al jaren geen kinderbijslag ontvangen, Marlon heeft geen huisarts, geen paspoort, geen beltegoed en geen geschikte kleding. Gelukkig valt de kleding van mijn zoon bij hem in de smaak.

Dan is daar Eva, een ex-vriendin van vader met wie Marlon al vele jaren een goede band heeft. Samen hebben we weer contact met haar gezocht en zij wil hem wel in huis nemen. Er komt meer goed nieuws: voorlopige ondertoezichtstelling. Vandaag heb ik hem geholpen om zijn spullen, het beetje wat hij heeft, naar Eva te brengen. Daar heeft hij nu een eigen kamer. Ik hoop dat zij in aanmerking komt voor een pleegzorgvergoeding, want ook zij moet de eindjes aan elkaar knopen. ‘Nu mag je me mammie noemen, zegt ze lachend als ze Marlon de huissleutel overhandigd.’ Ik heb hem in maanden niet zo gelukkig zien lachen.

Een consulent van MEE

Lees meer...