Het verhaal van: Monique

‘Nu ik mezelf begrijp, flip ik minder snel’

Monique Overduin

De ouders van de nu 37-jarige Monique Zuiderduin merkten al vroeg dat Monique anders was. Toch heeft ze pas vijf jaar geleden de diagnose autisme gekregen.
“Ik had veel last van onduidelijkheid. Als plannen veranderden, kon ik aardig flippen. Ik was snel overprikkeld en had last van harde geluiden en schelle stemmen”, vertelt Monique. Op aanraden van haar broer liet ze zich onderzoeken. Daaruit kwam de diagnose PDD-NOS, tegenwoordig ASS: Autisme Spectrum Stoornis. “Die diagnose gaf opluchting, omdat ik eindelijk wist wat ik had, dat het een naam heeft.” Dat het zo laat werd ontdekt, komt volgens Johan Nouws, consulent bij Stichting MEE, vaker voor bij meisjes. “Het wordt niet zo snel opgemerkt omdat meiden vaak socialer overkomen dan jongens, ze verstoppen zich niet zo snel achter een computer,” aldus Nouws. 

In eerste instantie ondernam Monique geen actie. Maar toen ze problemen ondervond tijdens haar vrijwilligerswerk  ging ze op zoek naar hulp. “Op mijn vrijwilligerswerk was het in de ochtend heel duidelijk wat er van mij verwacht werd, maar in de middag mocht ik zelf kiezen wat ik zou gaan doen. Daarvan raakte ik helemaal in de war.” Via maatschappelijk werk kwam Monique in aanraking met stichting MEE; een stichting die mensen helpt met een beperking zodat ze weer mee kunnen draaien in de maatschappij. “Wij werken met een vaste methode; een werkboek voor mensen met autisme om zichzelf te leren kennen en met hun autisme om te kunnen gaan”, vertelt Nouws van MEE. “Met Monique ben ik daarna doorgegaan met een methode waarbij door middel van het uittekenen van situaties duidelijk wordt wat er in haar hoofd gebeurt. Doordat het aanschouwelijk wordt gemaakt is het ook voor anderen heel begrijpelijk.” Monique had er veel baat bij: “Vroeger dacht ik: ‘Waarom reageer ik nou zo?’ Maar nu snap ik het en kan ik er iets aan doen. Ik zal niet meer zo snel flippen omdat ik mezelf begrijp.”

Tekst en foto: Esther Akerboom

 

Lees meer...
Het verhaal van:

Zeg maar MEE, dan krijg je er twee!

fietsenAan tafel zitten moeder, vader, Consulent Wmo en consulent MEE. Het is dinsdagmiddag 16.30 uur en alle kinderen zijn thuis. De afspraak is met opzet om deze tijd gepland. Dit geeft namelijk het beste beeld van dit complexe gezin voor de Wmo consulent.

Het gezin bestaat uit moeder, vader (PDD-NOS) en 4 kinderen. De oudste is 10, hij heeft PDD-NOS en is hypermobiel, de een na oudste is 8 en heeft PDD-NOS, nummer drie is 6 en heeft PDD-NOS en de jongste is 2. Inmiddels zijn er diverse indicaties voor zowel vader als de drie kinderen met PDD-NOS. Hiermee komt er ook behoorlijk wat hulpverlening over de vloer. Moeder doet erg haar best om het gezin draaiende te houden en dat gaat haar best goed af.

Om met het hele gezin een uitstapje te ondernemen, wat best een hele onderneming is, heeft moeder een aangepaste buggy aangevraagd bij de Wmo van de gemeente. Om te beoordelen of dit een geoorloofde vraag is komt de Wmo consulent bij het gezin thuis.

De consulent heeft al snel door dat het een druk gezin is. Ze heeft een vragenlijstje dat ze af wil werken. Maar ze wordt regelmatig afgeleid door hetgeen er om haar heen gebeurt. Er is altijd wel een vraag van een kind die beantwoord moet worden. En een vreemde in huis geeft niet alleen extra onrust, sommige kinderen willen wel wat meer van deze mevrouw weten.

Tijdens het gesprek probeert moeder duidelijk te maken waarom een aangepaste buggy nodig is. Of eigenlijk willen ze liever een rolstoel. Een kind van 8 wil eigenlijk helemaal niet meer in een buggy. En wat zullen andere mensen er van denken dat er zo’n grote jongen in een buggy zit, die moet toch gewoon kunnen lopen??!!

Op het moment dat de Wmo consulent samenvat wat de vraag is en waarom schiet ik er nog een voorstel in: een tandemfiets zou eigenlijk ook wel heel handig zijn of eigenlijk liever twee.

Het valt even stil aan tafel, hier moet iedereen even over nadenken. Want waarom is een tandemfiets nodig en dan ook nog twee? Ik leg uit dat het moeilijk is voor het hele gezin om ergens naar toe te gaan. Er is één jongen die zelf kan fietsen. Hij heeft best aardig door hoe het werkt in het verkeer. De andere kinderen kunnen niet zelf fietsen en zeker niet achterop bij vader of moeder. Het hele gezin past ook niet in één auto, daar is de auto te klein voor en een grotere auto zit er financieel echt niet in. Dus als het gezin met elkaar op de fiets ergens naar toe zou kunnen dan zou dat toch wel erg fijn zijn.

De Wmo consulent noteert ondertussen alles wat ik heb gezegd. En natuurlijk begrijpt iedereen dat het wel een behoorlijke vraag is die wordt gesteld. Een paar weken later komt het verlossende antwoord. Het gezin mag een rolstoel en twee tandems uit gaan zoeken!

De gemeente heeft ingestemd met de aanvraag voor de rolstoel en het verzoek wat tijdens het gesprek naar voren is gekomen voor twee tandems! Vader en moeder kunnen nu met het hele gezin op de fiets naar het dorp, het park en het bos en met elkaar gezellige uitstapjes te maken!

Een casus om met een goed gevoel af te sluiten!

Een consulent van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van:

Achttien en volwassen

achttien en volwassenBas heeft ADHD en PDD NOS en is onlangs achttien geworden. Nu hij volwassen is vindt hij dat hij zelfstandig keuzes kan maken. Hij stopt met zijn medicatie, draait zijn dag- en nachtritme om, gaat haast niet meer naar school en eet niet of slecht. Zijn vrienden zijn belangrijk. Hij ziet niet in dat ze hem misbruiken voor geld en dat ze niet met maar om hem lachen. Henk en Janneke, de ouders van Bas, zijn wanhopig op zoek naar hulp en bellen MEE, maar Bas wil geen ondersteuning. 

In de maanden die volgen heb ik meerdere gesprekken met de ouders van Bas. Ze zijn behoorlijk overbelast. Bas is verbaal erg gewelddadig en Henk en Janneke vrezen voor fysiek geweld.

Henk en Janneke volgen een cursus bij MEE voor ouders met kinderen met autisme. Hier kunnen zij lotgenoten ontmoeten. Samen stellen we een crisislijst op, zodat Henk en Janneke weten hoe ze kunnen handelen als de situatie uit de hand loopt. Er worden voorbereidingen getroffen voor een uithuisplaatsing. Daarnaast probeer ik contact te zoeken met het netwerk van het gezin. De ouders van Bas zien dit niet zitten. Regelmatig loopt het bijna uit de hand. Zelfs als Bas wordt opgepakt door de politie, heeft dit geen invloed op zijn gedrag.

Niet veel later escaleert de situatie. Bas heeft de deur ingetrapt, het huis vernield en gedreigd zijn vader te vermoorden. Henk en Janneke zetten Bas uit huis na fysiek contact met Henk. Bas gaat naar een vriend, waar ik hem opzoek. Hij is zichtbaar geschrokken en eindelijk beïnvloedbaar. Ik krijg hem zo ver dat hij weer medicatie wil gaan gebruiken.

Henk en Janneke zien in dat ze hulp nodig hebben en dat het verstandig is hun netwerk te benaderen. Familieleden, de korfbaltrainer van Bas, buren en vrienden van Henk en Janneke komen bijeen. Zij zijn begripvol en willen ondersteunen. Er worden logeerweekenden bij familieleden gepland, de trainer gaat kookles en voorlichting over hygiëne geven en ook de buren en vrienden staan voor het gezin klaar. Henk en Janneke kunnen zelfs even op vakantie. Bas kan voorlopig weer thuis komen wonen en er worden huisregels opgesteld en afspraken gemaakt.

Het gezin is weer op een positieve manier met elkaar in gesprek. Bas is rustiger, leert nieuwe vaardigheden, gaat weer naar school en kijkt er naar uit binnenkort uit huis te gaan.

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van:

De aanhouder wint!

jordy tennisJordy is 16 jaar, gaat naar de reguliere havo, maar heeft af en toe wel last van zijn PDD-NOS. Vrienden heeft hij eigenlijk niet, hij zit het liefst alleen op zijn kamer te gamen. Zijn ouders zouden graag zien dat hij een leuke hobby krijgt. Zijn droom? Formule 1 coureur worden. Hij weet ook al hoe hij dat moet bereiken: zo vaak mogelijk naar de kartbaan gaan, heel veel rondjes rijden en dan wordt hij vanzelf ontdekt. Helaas hebben zijn ouders niet genoeg geld om deze droom werkelijkheid te laten worden, dus dat wordt nadenken over een andere vrijetijdsbesteding.

Na een eerste gesprek met zijn consulent van MEE laat Jordy merken niet zoveel behoefte te hebben aan een hobby, maar noemt toch dat hij wil boogschieten. De consulent heeft het gevoel dat dit een afleidingsmanoeuvre is van Jordy: om van het gezeur af te zijn noemt hij iets wat hem onmogelijk lijkt. Ik word als sportconsulent ingeschakeld, omdat dit toch een ingewikkelde vraag lijkt te worden.

Een intakegesprek met de ouders van Jordy en later ook met Jordy zelf volgen. Met zijn ouders kom ik op mogelijkheden als tennis, atletiek, klimmen, honkbal en boogschieten. Boogschieten zou heel goed mogelijk zijn, maar is toch niet wat Jordy wil. Uit zichzelf noemt Jordy dat hij honkbal leuk vindt. Dit is te regelen, want vlakbij het woonadres is een honkbalvereniging.

Ik neem contact op met de honkbalvereniging en we zijn van harte welkom voor een proeftraining. Ik zet de afspraak vast en spreek af met dat ik alleen met Jordy naar de vereniging zal gaan. Op de avond van de afspraak kom ik thuis bij het gezin, maar Jordy is niet beneden. Hij zit te mokken op zijn kamer en wil niet mee. Hij heeft geen zin, wil niet honkballen en gaat gewoon niet met mij mee. Gelukkig lukt het moeder om hem om te praten. Hij gaat toch met me mee, alleen om even te kijken en kennis te maken.

Op de fiets vertelt Jordy honderduit, maar op het moment dat we het verenigingsterrein oprijden, klapt hij dicht. Na een paar minuten heeft hij het wel gezien, hij wil niet honkballen, hij vindt het een saai en langzaam spel..

We fietsen terug naar huis en praten met ouders erbij nog even na. Zijn ouders willen heel graag dat hij iets gaat doen. Uiteindelijk geeft Jordy aan wel weer op tennis te willen. Dit heeft hij eerder gedaan, maar hij wil nu bij een andere vereniging spelen. Ik beloof dit voor hem uit te zoeken.

Het lukt me om contact te krijgen met één van de tennisleraren van een vereniging en het lukt om een proefles te regelen. Onderweg naar het gezin bereid ik me voor op een zelfde situatie als vorige keer, maar ik word geheel anders ontvangen! Jordy heeft zijn sportkleding al aan en staat zelfs klaar met zijn tennisracket! We fietsen samen naar de tennisbaan en worden opgevangen door de leraar.

Ik bekijk de privéles bijna met open mond: Jordy slaat erg leuke ballen en volgt de aanwijzingen goed op! Hij heeft echt talent en vindt de training leuk! Hij geeft direct aan dat hij wel door wil gaan met tennissen en wil deelnemen aan de cursus die binnenkort start.

Thuisgekomen doe ik kort verslag aan zijn ouders en die zijn heel blij om te horen dat Jordy het tennissen zo leuk vindt en door wil gaan. Ze gaan hem aanmelden voor de cursus. Ik had van tevoren niet gedacht dat dit traject zo zou verlopen, maar ben erg blij dat we hebben volgehouden. Jordy en zijn ouders zijn tevreden en Jordy gaat sporten! De aanhouder wint!

Een (sport) consulent van MEE

Lees meer...