Het verhaal van: Sophia

Eén vraag, meerdere problemen

sophia-mee-verhalenSophia is op zoek naar een school voor speciaal onderwijs voor haar oudste zoon Milo (8). Hij heeft ADHD en autisme en is op zijn huidige school niet op zijn plek. Hij vindt er geen aansluiting bij zijn klasgenoten, hij wordt gepest, loopt didactisch achter en is snel in paniek. In een aangepaste omgeving zou Milo beter tot zijn recht komen, zo is besloten op zijn huidige (reguliere) school. Sophia is het hier mee eens. De vraag voor een passende onderwijsplek komt terecht bij Marlise, cliëntondersteuner van MEE in een wijkteam.

Marlise: ‘Sophia is een enthousiaste jonge moeder en doet alles voor haar twee zoons. Milo’s broertje Joost is bijna drie en heeft Downsyndroom. Als casusregisseur kijk ik niet alleen naar de vraag over de onderwijsplek voor Milo, maar ook naar andere vragen of problemen die spelen binnen een gezin. Om te beginnen gaan we op zoek naar een geschikte school. Die is al snel gevonden en Milo wordt hier ingeschreven. Ik geef Sophia wat opvoedondersteuning om haar te helpen nog beter om te gaan met haar zoon met autisme. Dan gaan we aan de slag met de financiële problemen van het gezin.

Sophia en haar twee zoons komen rond van een bijstandsuitkering. De intensieve zorg die haar twee kinderen nodig hebben heeft zij nog niet kunnen combineren met een baan. Ik breng Sophia in contact met een schuldhulpmaatje, een vrijwilliger die samen met haar gaat kijken hoe zij van haar schulden afkomt. Ook laat ik het gezin kennis maken met de voedsel- en kledingbank. Omdat Joost bijna drie jaar wordt en Downsyndroom heeft, heeft Sophia binnenkort recht op dubbele kinderbijslag voor hem. Ik leg Sophia uit hoe ze dit kan aanvragen, en ze gaat hiermee zelf aan de slag.

Joost gaat sinds kort twee dagdelen naar een peuterspeelzaal om in contact te komen met andere kinderen. Sophia wil voor Joost het liefst een reguliere speelzaal, maar al snel blijkt dat dit geen geschikte plek is voor hem. Hij praat er niet, zit stil in een hoekje en loopt achter in zijn ontwikkeling. Ik praat hierover met Sophia, zij vindt het een grote stap om Joost naar een speciaal kinderdagverblijf te brengen. Het liefst wil ze dat hij zo gewoon mogelijk mee kan doen en ook in aanraking komt met kinderen zonder beperking. Er blijkt in de buurt een perfecte oplossing voor Joost te zijn. Een groep, speciaal voor kinderen met meervoudige beperkingen, die samenwerkt met regulier basisonderwijs en een reguliere peuterspeelzaal. Zij zorgen voor dagelijks contact tussen kinderen met en zonder (ernstig) meervoudige beperkingen. Binnen deze groep krijgt Joost ontwikkelingsgerichte activiteiten aangeboden en gespecialiseerde begeleiding om zich optimaal te ontwikkelen. Joost heeft zijn draai hier al snel gevonden. Er valt een enorme last van Sophia’s schouders. Haar beide zoons zitten op een goede plek. Aan haar financiële problemen wordt gewerkt. Met een goed gevoel gaat zij de toekomst tegemoet.

 

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Jules

Passend onderwijs aanbieden doe je met z’n allen!

passend onderwijsJules Duyvesteijn (7 jaar) heeft het syndroom van Down. Hij is in februari 2014 gestart met regulier basisonderwijs. Dit was de voorkeur van zijn ouders: ze kiezen voor een zo gewoon mogelijke opvoeding en daarbij hoort deelname aan een reguliere basisschool in de buurt en meedoen in de wijk. De ouders kozen voor de openbare Montessoribasisschool Jan Vermeer. Deze school biedt passend onderwijs aan waardoor Jules de kans krijgt mee te doen met de ‘gewone’ leerlingen. De juffen krijgen ondersteuning van begeleiders uit de zorg en het speciaal onderwijs. Deze begeleiding betekent maatwerk en dat is zeker nodig. Jules kan bijvoorbeeld nog niet praten en daarom wordt gebruik gemaakt van gebaren en afbeeldingen. Op die manier leren de juffen en ook de kinderen in de klas om goed met Jules te communiceren. Deze uitwisseling is erg belangrijk voor Jules zijn ontwikkeling: uit onderzoek blijkt dat een talige leeromgeving de beste stimulans is voor kinderen met Down syndroom om taalvaardig te worden. Bij Jules duurde het wat langer voordat hij schoolrijp was. Na afronding van de reguliere kinderopvang en het Kinderdienstencentrum Kind en Zo, is hij op 6-jarige leeftijd in het basisonderwijs ingestroomd. De school biedt een geleidelijke opbouw in het aantal lesuren om de belasting voor Jules, de klas en de juffen langzaam uit te breiden. Dit betekent dat Jules thuis ook begeleiding krijgt. Jules gaat vanaf dag 1 met veel plezier naar school. De juffen zetten zich samen met de begeleiders in om zijn ontwikkeling te stimuleren. Ook de klasgenoten spelen daarin een belangrijke rol. Zij helpen Jules graag en vinden het heel normaal dat hij ook op school zit. De kinderen kennen hem goed en voor hen is Jules geen onbekende meer in de buurt. De Jan Vermeerschool heeft Jules met een ‘open mind’  ontvangen. Tegelijk met Jules is vorig jaar Cooper Heeman (5 jaar) en begin dit jaar Elise de Cock (4 jaar) ingestroomd, ook deze beide kinderen hebben het Down Syndroom . Hiermee laat de Jan Vermeerschool zien dat zij passend onderwijs structureel omarmen, en dat is met recht bijzonder te noemen. Zij zetten zich enorm in om de kinderen op hun eigen tempo en niveau te laten integreren. Met de transitie van de Jeugdwet naar gemeenten vanaf dit jaar, kunnen scholen en gemeente er samen voor zorgen dat ieder opgroeiend kind een passende schoolloopbaan heeft en hulp krijgt waar nodig. Passend onderwijs aanbieden doe je met z’n allen! Het Oudernetwerk Samenwijs Delft e.o. wil de zon laten schijnen voor de juffen, want zij zijn de centrale spil in de klas. Er wordt een groot beroep op hen gedaan; er is veel aandacht en kunde nodig om al deze verschillende kinderen onderwijs op maat aan te bieden.

In februari kreeg de Openbare Montessoribasisschool Jan Vermeer in Delft een Zonnetje van Oudernetwerk Samenwijs voor het aanbieden van passend onderwijs aan kinderen met Down syndroom en andere beperkingen. In het ‘Delftse Zonnetje’ dat aan hen wordt uitgereikt is een spiegel verwerkt; het symboliseert de voorbeeldfunctie van degene die deze prijs ontvangt. Het Oudernetwerk Samenwijs wordt door MEE ondersteund.

Lees meer...
Het verhaal van: Chadrick

Een overzichtelijkere wereld

Een overzichtelijkere wereldChadrick is 8 jaar. Hij heeft een vorm van autisme. Dat zorgde voor ernstige gedragsproblemen. Zijn ouders liepen vast in de opvoeding. Ook op school ging het niet goed. De GGD zette het gezin op het spoor van cliëntondersteuning. Toen bleek dat er ook nog andere problemen thuis waren, zoals schulden.

Moeder van Chadrick: ‘Voordat Jan-Peter, onze cliëntondersteuner, kwam, hebben we andere hulp gehad om er met Chadrick uit te komen. Dat is niet gelukt. Na een aantal testen verwees de GGD ons naar Jan-Peter.’ Vader van Chadrick: ‘We weten nu wat er met Chadrick aan de hand is. We hebben geleerd om op een andere, betere manier met het gedrag van Chadrick om te gaan en te kijken naar wat hij nodig heeft. Nu kunnen we verder.’

De ouders geven bij cliëntondersteuner Jan-Peter aan dat ze het moeilijk vinden om Chadrick te sturen en aan te spreken op zijn gedrag. Er zijn regelmatig conflicten. Ook maken veranderingen binnen de school, gebrek aan structuur en onduidelijkheden dat Chadrick onrustig is in de klas. De communicatie tussen de ouders en school verloopt moeizaam. Dit drukt allemaal op het gezin en de relatie. Chadrick wordt getest en het blijkt dat hij een vorm van autisme heeft. De diagnose verklaart deels het gedrag van Chadrick. Samen met Chadrick, zijn ouders en school bekijkt Jan-Peter de verschillende mogelijkheden om de wereld voor Chadrick overzichtelijker te maken. Voor de school helpt de informatie en uitleg die Jan-Peter geeft over autisme en gedragsproblemen enorm. Hierdoor ontstaat ook meer begrip tussen ouders en de school.

Jan-Peter, cliëntondersteuner van Chadrick en zijn ouders: ‘Ik adviseerde de leerkrachten om Chadrick een duidelijke, korte opdracht te geven en pas als die klaar is, een nieuwe opdracht te geven. Zo weet Chadrick waar hij aan toe is. Dat is een goede manier om Chadrick meer structuur te geven. Een opdracht als ‘Ga maar rekenen’ overziet hij niet.’ Jan-Peter werkt samen met de ouders aan het vinden van handvatten om zo goed mogelijk te anticiperen op het gedrag van Chadrick. Zowel de ouders als Chadrick zelf denken goed mee. Als iets niet werkt, kan Chadrick over het algemeen goed aangeven waarom. Ook wordt er zoveel mogelijk rust binnen het gezin gecreëerd, zodat er minder spanningen zijn en Chadrick de aandacht krijgt die hij nodig heeft.

Tijdens een van de gesprekken met de ouders vraagt Jan-Peter door. Het blijkt dat er schulden zijn en de omgang met het budgetbeheer via de gemeente verloopt niet zo soepel. Mede daardoor liepen de spanningen binnen het gezin op. Jan-Peter schakelt een collega uit het Sociaal Team in. Moeder: ‘Jan-Peter voelde onze stress en overbelasting aan. Hij regelde vanuit het sociaal team iemand die ons kon helpen met onze financiën en die kon helpen onze administratie weer op orde te krijgen. Dat gaat nu veel beter.’

Bij het gezin zijn verschillende instanties en samenwerkingspartners betrokken. De kracht van de samenwerking zijn de korte lijnen, vaste contactpersonen en duidelijke afspraken; dit leidt snel tot resultaat. Jan-Peter: ‘Bij dit gezin zijn onder meer het GKB, het CJG, de school en bewindvoering betrokken. Naast de individuele ondersteuning die ik bied, is mijn rol ook ervoor zorgen dat alle partijen hun werk doen voor het gezin. Ik hou daarin een ‘vinger aan de pols’. Ik onderhoud dus ook de contacten met de verschillende partijen, vraag of alles goed loopt en geef antwoorden op hun vragen, zodat alles zo probleemloos mogelijk verloopt.’

Door rust en ruimte te scheppen ontstaat er ruimte voor het gezin om weer vanuit hun eigen kracht zaken op te pakken. De kracht van het gezin is dat de ouders goed kunnen aangeven wat er aan de hand is. Jan-Peter: ‘Het gezin pakt steeds meer zelf op. De ouders proberen eerst zelf te bellen met instanties. Als ze er niet uitkomen, dan kunnen wij hen bijstaan. Er is veel minder stress in het gezin. We zien dat iedereen steeds meer in hun eigen kracht komt te staan. Iedereen groeit en ontwikkelt zich. Ze doen steeds meer zelf en er ontstaat meer ruimte voor andere dingen.’ Vader: ‘Jan-Peter is heel belangrijk voor ons geweest. In onze thuissituatie maar ook in de gesprekken met de school. We hebben nu veel meer rust. Jan-Peter heeft de diagnose in gang gezet. We weten nu wat er met Chadrick aan de hand is. Dankzij de ondersteuning van Jan-Peter hebben we geleerd hoe we met Chadrick om kunnen gaan en weten we wat hij nodig heeft. Nu kunnen we verder.’

Lees meer...
Het verhaal van:

Alleen en toch gelukkig

www.garrisonphoto.orgHet flatje van Sylvia is klein, duidelijk bedoeld voor één persoon. Ik weet dat ze twee kinderen heeft die beiden nog schoolgaand zijn. Ze verteld dat ze ontzettend blij is met deze plek en zich eindelijk weer een beetje ontspannen voelt. Ze laat me de foto’s zien van haar jongens die op een prominente plaats in de kamer staan. Ze hebben mooie, vrolijke gezichten en Sylvia is duidelijk trots op ze. ‘Als de jongens hier bij me zijn in het weekend geniet ik het allermeest” zegt ze. Toch wonen ze niet bij haar en ook dat is voor iedereen het beste, daar is ze van overtuigd. Voordat ze dit kon zeggen heeft ze een lange weg afgelegd.

Haar jongste zoontje is geboren met een slecht werkende schildklier waardoor hij een ontwikkelingsachterstand heeft. “hij ziet er uit als een heel normaal jochie van 6 maar op het moment dat je met hem wilt praten merk je dat er iets mis is want dat kan hij niet.”

Nu zit hij op speciaal onderwijs en krijgt hij de aandacht en begeleiding die hij verdient. Maar dat is wel anders geweest. Toen Sam 3 jaar was en Sylvia nog samen was met haar man, zaten ze met de handen in het haar. Want weten dat je kind een ontwikkelingsachterstand heeft en weten hoe je daar dan mee om moet gaan zijn twee heel verschillende dingen. Sam praatte niet en begreep weinig. Hij zag geen enkel gevaar maar werd wel steeds groter en sneller. “We moesten hem 20 uur per etmaal in de gaten houden”. Ook was hij regelmatig volkomen van slag zonder dat Sylvia begreep waarom. De huisarts wees hen op MEE. De consulent die zij kreeg was gespecialiseerd in opvoedondersteuning bij kinderen met een beperking en leerde Sylvia en haar man te werken met pictogrammen (plaatjes) om met Sam te kunnen communiceren. Ook zorgde ze voor wekelijkse begeleiding in het gezin die Sylvia kon helpen met een vaste dagstructuur voor Sam. Samen zochten en vonden ze passend onderwijs voor Sam. Om het gezin wat te ontlasten ging Sam af en toe naar een logeeropvang zodat ze weer een beetje aan elkaar en zichzelf toekwamen. Eind goed al goed?

“Toen mijn man in het buitenland was heb ik er ineens alles uitgegooid tegen ‘mijn’ consulent, ze schrok er echt van!”. Ze was diep ongelukkig in haar huwelijk; haar man misbruikte en vernederde haar, maar naar de buitenwereld toe was hij de ideale man en echtgenoot en niemand wist er van. Zelfs haar naaste familie niet. “Op dat moment zat ik er helemaal doorheen en had het gevoel geen kant op te kunnen.” Ze vond kracht door het gesprek en besloot samen met haar kinderen weg te gaan en bij haar zus in te trekken.

Omdat dit geen houdbare situatie was heeft de consulent van MEE: 1 gezin 1 plan op gestart. Iedereen die betrokken was rond dit gezin werd bijeengeroepen om mee te denken over een oplossing voor dit gezin. Met name haar ouders, broers en zus hebben (nog steeds) een belangrijke stem. Haar man belooft beterschap en ze proberen het nog een tijdje. “ Niet zo zeer voor mezelf maar voor mijn kinderen wilde ik alles op alles zetten om weer een gezin te vormen”. Helaas lukte het Sylvia niet meer om zich weer goed en veilig te voelen bij haar man; er was te veel gebeurd.

“Bij de volgende 1 gezin 1 plan bijeenkomst kondigde ik dus aan dat ik liever met mijn kinderen alleen wilde wonen”. Tot haar verbazing bleek niemand het vanzelfsprekend te vinden dat de kinderen met haar zouden meegaan. “ Het klopt dat de opvoeding mij eigenlijk altijd al zwaar viel; ik kan heel somber zijn, ik heb veel ellende meegemaakt in mijn jeugd. Ook heb ik beschadigde wervels waardoor ik veel pijn in mijn rug kan hebben. Dan ben je niet de leukste moeder.” Hoewel haar man vaak geen leuke echtgenoot was is hij wel altijd een goede, betrokken en leuke vader geweest. “Zijn kinderen zijn alles voor hem.”

Dan nu toch eind goed als goed? “Ja” lacht ze. “Doordeweeks zijn ze bij hun vader en zorgen ook mijn moeder en zus voor mijn jongens. En in het weekend zijn ze bij mij en ben ik er 100% voor ze en kan ik echt van ze genieten!”


Een consulent van MEE

Lees meer...