Het verhaal van: Robert

Mevrouw PGB en het sociaal wijkzorgteam

robert2Sinds begin vorig jaar zijn veel MEE collega’s lid van Sociale Wijkzorgteams (SWT). Hulpverleners en bewoners van de gemeente kunnen zich melden met veelal meervoudige problematiek. Een huisbezoek door twee leden van het SWT volgt dan meestal.

Ik kijk in mijn mail en zie een nieuwe aanmelding. Het is Robert, een man van middelbare leeftijd, getraumatiseerd door het leven en op zoek naar rust. Een dame van een pas uit de klei getrokken PGB-bureautje heeft namens Robert een PGB aangevraagd bij de gemeente. En Robert wil graag dat zij alles voor hem gaat regelen, zodat hij zichzelf in alle rust kan terugtrekken op zijn kleine flatje op vijf hoog. Hij wil zijn leven rustig kunnen leiden, met zo min mogelijk contact met die boze buitenwereld. Als lid van het Sociaal Wijkzorgteam mag ik, vanwege mijn expertise als consulent van MEE, samen met een algemeen maatschappelijk werker in deze casus duiken.

We gaan eerst bij Robert op huisbezoek. Daar maken we kennis met hem en de dame van het PGB-bureau. Door onze ervaring weten we dat mensen vaak met een relatief klein probleem bij ons aan kloppen, maar dat er soms veel grotere problemen achter zitten. Door op allerlei leefgebieden vragen te stellen komen we veel te weten. 

‘De dame van het PGB-bureau is bereid om alle zorg op zich te nemen, begrijp ik dat goed?’ Jazeker, zegt zij, en legt beschermend een arm om de schouders van Robert. Ik ben benieuwd wat zij dan precies kan bieden en of dat aansluit bij de dingen die Robert echt nodig heeft.

Ze vertelt van plan te zijn elke dag bij hem langs te komen. Maar heeft zij dan de nodige vakkennis? En welke ervaring heeft zij eigenlijk met cliënten met een post traumatische stressstoornis? Gaat dat jonge ding echt in dat kittige mantelpakje het huis van deze meneer van middelbare leeftijd op orde krijgen? Hem motiveren zijn persoonlijke hygiëne te verbeteren? Om maar eens wat te noemen..

Robert ziet in haar de ultieme oplossing voor al zijn problemen, want in de afgelopen weken heeft die aardige dame die zijn taal spreekt zijn hart gewonnen. En ze heeft hem verteld dat ze alles voor hem gaat doen en regelen. Robert is daarmee de regie over zijn leven helemaal kwijt. Ik krijg er een naar gevoel bij en het past in ieder geval niet bij de slogan van MEE ‘grip op je leven en mee blijven doen’.

Ik overleg met zijn psychiater en psycholoog. Al snel kom ik erachter dat het voor Robert belangrijk is dat hij zelf weer aan de slag gaat, bijvoorbeeld met wat eenvoudige taken in huis. Kortom: weer gaat leven. Deel gaat uitmaken van de maatschappij door langzamerhand zo veel mogelijk zaken zelf op te pakken. Zijn administratie dan? Kan mevrouw PGB die dan misschien doen? Nou nee, ook dat is eigenlijk niet nodig. Robert kan thuis samen met een vrijwilliger aan de slag, of om hulp vragen in het vrijwel naast zijn huis gelegen wijkcentrum.

Toch heeft mevrouw PGB een meerwaarde. Want laten we niet vergeten dat meneer in deze periode van malaise alleen haar vertrouwt. Hij heeft geen familie en vrienden. Niemand, alleen haar. Uiteindelijk besluiten we het volgende advies te geven: Misschien is het goed als ze een half jaar naast hem mag staan om hem te helpen wat dingen op de rails te zetten. Zoals bijvoorbeeld het zoeken naar woonruimte, het organiseren van zijn leven en huishouden, maar dan wel met het doel om haarzelf overbodig te maken. Robert moet even de tijd krijgen om onder haar vleugels uit te groeien maar moet dingen als een boodschapje of een klusje in huis weer zelf kunnen doen. Dat lijkt vooralsnog de beste weg naar een beter leven voor hem.

Mevrouw PGB keek wel een beetje beteuterd. Haar wordt nu een andere rol toegewezen dan waarvoor ze auditie deed. Niet alleen de klikkende hakjes van mevrouw willen we horen in huis, maar ook de aarzelende stappen van Robert, die weer leiden tot de eerste kleine successen.

Inmiddels is, niet lang na dit gesprek, het PGB-bureau geheel van de aardbodem verdwenen. Robert heeft vervolgens via het SWT hulp gekregen van thuisbegeleiding. Daar is een start mee gemaakt, maar al na enkele weken heeft hij aangegeven dat hij geen hulp meer wilde. De hulpverlener van de thuisbegeleiding wilde niet voor hem schoonmaken, vertelde Robert mij verontwaardigd. Zij wilde maar steeds dat hij dat zelf ging oppakken. En dat was hem veel te moeilijk. Hij heeft vervolgens zelfstandig nog eens binnen zijn netwerk gespeurd, en een neef en iemand van de kerk bereid gevonden om hand- en spandiensten te verrichten. Met andere woorden: hij heeft het zelf geregeld. We hebben dus uiteindelijk toch ons doel bereikt.

 

Een consulent van MEE

 

 

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Renate

Een kwestie van bijhouden

renateRenate woont samen met haar man en drie kinderen. Haar middelste, Hugo, is twaalf en heeft een hersenbeschadiging opgelopen tijdens de geboorte. Daarnaast is hij chronisch ziek. Hij heeft twee zeldzame aandoeningen die er onder andere voor zorgen dat hij epileptisch is, slechte botten en tanden heeft en erg snel moe is. Hugo kan zijn linker hand moeilijk gebruiken en draagt aan zijn linker been een spalk. Door zijn tempo en vermoeidheid zit Hugo meestal in een rolstoel. Hugo heeft veel hulp en zorg nodig en die krijgt hij al jaren van zijn moeder dankzij een pgb verzorging en een pgb begleiding.

Renate komt bij mij voor een herindicatie van de pgb’s. Ik zie geen reden tot wijziging van de situatie, maar wel zie ik dat Renate behoorlijk overbelast, gespannen en oververmoeid is. Ik ga met haar in gesprek over haar situatie en vraag naar haar netwerk. Misschien kan zij met wat hulp van haar omgeving wat ontlast worden.

Renate vertelde dat ze wel eens een vriendin had gevraagd Hugo van school te halen. De vriendin vond dat prima. Zij zou Hugo met de auto ophalen, maar had op het laatste moment bedacht om toch met de fiets te gaan. Hier heeft Hugo een week lang pijn door gehad. Zijn lichaam kan een ritje achterop de fiets niet aan. Haar jongere zoon kan zij zonder problemen overlaten aan opa en oma. Maar Hugo’s situatie is zo complex dat ook bij opa en oma problemen onstaan. Hugo is na een bezoekje zo van slag, dat het Renate achteraf meer energie kost dan dat het heeft opgeleverd.

Ik begrijp al snel dat het in de situatie van Hugo niet gemakkelijk is om zulke intensieve zorg te verwachten van de omgeving. Tussen de regels door begrijp ik ook dat Renate en haar man al een tijdje nauwelijks toekomen aan hun administratie. In eerste instantie wil Renate hier niet veel over praten. Het stelt volgens haar niks voor. Maar als we langer praten gaat ze toch open staan voor hulp van een vrijwilliger om haar administratie op orde te krijgen. Ze begrijpt dan dat ik geen ondersteuning voorstel omdat ik twijfel aan haar kunnen, maar simpelweg omdat ik zie dat ze er nu gewoon niet aan toe komt.

Mijn voorstel is dat ze samen met de vrijwilliger en haar man alles op orde gaat brengen. Zodat het daarna alleen een kwestie is van bijhouden. Het is zonde dat het gezin nu geconfronteerd wordt met hoge boetes, alleen maar omdat de post niet op tijd geopend is. Er zijn problemen ontstaan door tijdgebrek en de stapel ongeopende post is inmiddels zo hoog dat het lastig is om een begin te maken. Ze stemt in en er valt direct een last van haar schouders. Het gezin krijgt nu tijdelijk ondersteuning van een vrijwilliger die ze weer op weg helpt. Zodat Renate’s tijd en energie overblijft voor haar eerste prioriteit: haar gezin en de zorg voor Hugo.  

Lilian is cliëntondersteuner van MEE en maakt deel uit van een wijkteam 

 

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

 

Lees meer...
Het verhaal van: Lummie

Cliëntondersteuner als wegwijzer

IMG_3073

”Manon heeft ons rust gegeven”

Ondanks dat Lummie de Lange (67) door een herseninfarct ernstig gehandicapt is geraakt en 24 uur per dag zorg nodig heeft, wil haar partner Yolanda van Velzen haar graag thuis verzorgen. Om dat te kunnen regelen heeft ze echter te maken met tijdrovende bureaucratie. Ze is dan ook heel blij dat MEE-consulent Manon Liest haar door de papieren jungle leidt.

In de woonkamer van de jaren ’90 bungalow zit een vrouw in een elektrische rolstoel. Haar blik is strak, vertoont nauwelijks mimiek. Anderhalf jaar geleden werd Lummie de Lange (67) getroffen door een herseninfarct. “Het gebeurde van de ene seconde op de andere. Ik had me net opgefrist en op het moment dat ik van de badkamer naar de slaapkamer loop, val ik voorover en kan ik niet meer opstaan.” Na een aantal weken op de afdeling intensive care van een ziekenhuis wordt ze opgenomen in een revalidatiecentrum. “Ze was zo ziek, dat ze de eerste drie maanden niet kon revalideren”, vertelt Yolanda. “In die tijd stond ik op een zaterdagochtend in de lift met de partner van een medepatiënt. Zij huilde, omdat ze voor de keuze stond of ze haar man zou laten opnemen in een verpleeghuis of dat ze zelf de zorg op zich zou nemen. Toen dacht ik bij mijzelf: ‘dat gaat ons nooit gebeuren, Lum gaat nooit naar een verpleeghuis’. Maar de verpleegkundige in het revalidatiecentrum zei tegen Lum: ‘Denk niet dat je ooit nog naar huis kunt, je bent te zwaar gehandicapt’ en de maatschappelijk werker waarschuwde me: ‘Weet wel wat je doet als je Lummie mee naar huis neemt.’ Van tevoren weet je ook niet hoe het uitpakt, maar als je het niet probeert dan weet je nooit.”

“Gelukkig wonen we gelijkvloers”, gaat Yolanda verder. “Maar om Lummie thuis te kunnen verzorgen was wel een rigoureuze verbouwing van de badkamer nodig. Daarnaast is ons spaargeld voor een groot gedeelte opgegaan aan de aanschaf van een aangepaste auto waar Lummie met haar elektrische rolstoel in kan. Die auto betekent voor ons vrijheid. Omdat wij graag zelf de regie houden, wilde ik een pgb (persoonsgebonden budget) aanvragen. Maar ik zat zo in de zorgstand dat ik panisch raakte als ik papieren moest invullen. Daar had ik geen energie meer voor. Die energie had ik nodig om zorg te verlenen. Want dat hebben mensen niet in de gaten, dat instanties van alles van je willen weten. Je blijft maar formuliertjes invullen, met steeds dezelfde vragen.”

“Mijn schoondochter, die in de psychiatrie werkt, had ooit gezegd: ‘Yo, als je ooit eens hulp nodig hebt, moet je contact opnemen met MEE.’ Dat advies heb ik ter harte genomen. Zo kwam ik in contact met MEE-consulente Manon. Zij heeft ons rust gegeven door ons te helpen door de hele papieren rompslomp heen te komen. Samen met de maatschappelijk werker van het revalidatiecentrum heeft ze voor ons een indicatie aangevraagd. Ze adviseerde ons daarbij hoe we een pgb moesten aanvragen en hoe we de invulling van de dagbesteding konden regelen. Ik ben blind op dit advies afgegaan. Daarnaast zocht ze uit voor welke zorg wij in aanmerking komen.”

Lummie heeft overal hulp bij nodig, bij het uit bed komen, wassen, aankleden, eten, naar de wc gaan. Bovendien moet ze 24 uur per dag in de gaten gehouden worden en mag ze nooit alleen gelaten worden. Yolanda zou de zorg voor Lummie dus onmogelijk in haar eentje aankunnen, ze is dan ook blij dat de MEE-consulent haar ook daarbij uit de nood hielp: “Manon heeft een netwerkbijeenkomst georganiseerd voor familie en kennissen. Daarin hebben we met elkaar de invulling van de ondersteuning van Lummie besproken. Welke taken liggen er? Waar ga je professionele hulp voor inschakelen? En welke problemen kun je via het netwerk oplossen? Wat is er allemaal mogelijk als je een pgb hebt? Hoe kun je de juiste zorg realiseren? Samen met Manon hebben we een weekschema opgezet.”

“Kortgeleden heeft Manon ons geholpen bij het omzetten van de financiering van de dagbesteding van Zin (zorg in natura) naar financiering via het pgb. Ze heeft de papieren ingevuld en ons een zorg- en budgetplan helpen opstellen. Want als je zoveel aan je hoofd hebt als ik, is dat niet te doen.”

Yolanda stuurt nog regelmatig mailtjes naar Manon met het verzoek om mee te lezen. Laatst bijvoorbeeld die brief aan het zorgkantoor met vragen hoeveel je mag declareren voor het vervoer naar de dagbesteding. “Manon neemt je aan de hand door het enorme oerwoud van regels en bureaucratie. Zij is een wegwijzer met empathisch vermogen. Een luisterend professioneel oor.”

Yolanda is ook erg te spreken over MEE: “Toen Manon laatst op vakantie was, hebben ze prima vervanging geregeld. En volgende week krijgen we van MEE voorlichting over logeermogelijkheden voor gehandicapten. Ik moest Lummie vorig jaar namelijk plechtig beloven zelf eens een weekje naar de zon te gaan.”

 

Lees meer...
Het verhaal van: Grace

Een sterk netwerk met veel herkenning

Cute young Asian woman. Image exclusive to iStockphoto.​Grace is moeder en komt uit Indonesië. In Jakarta had ze een goed leven, maar via internet was ze een Nederlandse man tegengekomen die met haar wilde trouwen. Het idee om naar het westen te gaan leek haar geweldig, maar ze had wel haar bedenkingen. Toen de man echt op het vliegveld bleek te staan en haar naar Nederland wilde laten overkomen, leek haar toekomst zonnig.

Eenmaal in Nederland, zwanger van haar eerste kind,  bleek haar man toch wat beperkingen te hebben. Haar oudste kind bleek gehandicapt en de problemen stapelden zich op. Er kwam een tweede kind en tweede hypotheek. Er waren wat tegenvallers, de man kreeg een zware hartaanval en opeens zat Grace met torenhoge schulden in een kleine flat met twee jongetjes en een zieke man.

Het wijkteam komt met 2 vrouw sterk op bezoek: voor de schulden wordt het traject van schuldhulpmaatje gestart die het gezin een jaar begeleiden. Voor de oudste zoon komt er wat hulp in de vorm van logeer weekenden en de jongste gaat naar de peuterspeelzaal met VVE (extra veel dagdelen voor de taalontwikkeling)

De ouders van de man ondersteunen het gezin waar ze kunnen maar het gehandicapte jongetje is voor hen teveel. Het gezin heeft voortdurend problemen en het netwerk is overbelast. Waar zijn de vrienden van Grace? Ze kent niemand, zegt ze.

Ik ga met Grace mee naar het taalhuis en meldt haar aan voor het vrijwilligerstraject van de taalschool, daar ontmoet ze al haar docent van de inburgeringcursus. Dan ga ik een keer mee naar de peuterspeelzaal om de jongste op te halen. Er loopt een Thaise moeder en ik zeg: schiet haar dan aan, maak contact! Grace geeft aan dat ze dat niet durft, maar na een tijdje ontstaat toch schoorvoetend wat contact. Dat is het begin van een sneeuwbaleffect: deze ene vrouw heeft weer heel veel andere contacten in het stadje en die hebben ook weer contacten.

Als ik tegenwoordig een afspraak met Grace wil maken, dan word ik tussen allerlei afspraken geplaatst in haar agenda. Ik krijg dan bijvoorbeeld het antwoord dat ze met elkaar gaan ontbijten in de Hema. Of ze gaan ’s middags met de kinderen naar de speeltuin.

Een moment van loslaten. Er is een sterk netwerk met veel herkenning van problemen, vrouwen die met een Nederlandse man getrouwd zijn en alle ins en outs die daarbij horen. Wie heeft er een wijkteam nodig?

Een consulent van MEE

 

De naam in dit verhaal is om privacy-redenen aangepast. De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

 

Lees meer...
Het verhaal van: Sandra

Sociale netwerk versterking in de praktijk

sandraSandra heeft autisme en heel veel medische problemen. Ze heeft wekelijks bezoeken aan het ziekenhuis en is elke dag druk met organiseren, van apotheek tot spullen bestellen om te katheteriseren. Ze heeft problemen met het houden van overzicht. In het eerste gesprek blijkt dat mevrouw weinig kan omdat ze beperkt is door het dragen van een korset. Ze geeft aan dat het aantrekken van steunkousen en het korset te zwaar wordt.

Ze heeft een partner die vier dagen in de week werkt en ze vertelt dat er veel spanningen in de relatie zijn, doordat het met haar steeds slechter gaat en hij het hele huishouden moet doen. En ook nog eens hun dieren, twee honden en drie katten, moet verzorgen. 

Ik stel voor om samen met haar partner alles eens in kaart te brengen. Waar sta je nu? Waar wil je heen? Wat gaat er goed en wat wil je bereiken? Hoe ziet je dag er dan uit en waar ben je dan mee bezig? Ik merkte dat het lastig was voor haar om een beeld te krijgen van wat de bedoeling was. Ook vond ze het lastig om haar man erbij te betrekken. Hij denkt toch vaak anders over de situatie, zei ze. Toch stemde ze in met een afspraak op een tijdstip dat haar man ook thuis zou zijn.

Tijdens het gesprek merkte ik dat Sandra het lastig vond om te omschrijven wat ze graag wil en wat haar kwaliteiten zijn. Ze liet zich telkens leiden door in problemen en belemmeringen te praten. Ik herhaalde vaak de vraag: en waar word je blij van, wat gaat goed? En ik zei dat het inzoomen op problemen ‘verlammend’ werkt en het bekijken van mogelijkheden veel beter is.

Ze vond dit lastig. Totdat haar man een paar voorbeelden gaf. Hij had zelf al een paar dingen opgeschreven en even later lukt het Sandra ook om de goede dingen op papier te zetten. Ze plakte ze op en ik zag meteen een ontspannen en blij gezicht. Ze kon vertellen dat ze administratief heel sterk is, goed kan notuleren en teksten schrijven. Ook de briefjes met ‘creatief’ en ‘muzikaal’ werden opgeplakt. Wel meteen met de opmerking “maar door alle problemen is er geen ruimte meer voor”.

De ideeën werden steeds concreter. Ze wilden graag een opgeruimd huis.. Er staan zoveel spullen, in alle kamers opgestapeld, dat er geen ruimte meer is.

Ze wil graag weer zwemmen en samen willen ze meer tijd met elkaar. Er werd besproken wat ze samen kunnen gaan doen. Ook werd het gevoelige punt besproken dat de vele huisdieren veel zorg en aandacht vragen. En dat er naast het huishouden eigenlijk meer hulp nodig was.

En dat was een moment waarop ik ook de netwerkbijeenkomst ter sprake kon brengen.

Gelukkig stonden ze hier voor open. We hebben een nieuwe afspraak gemaakt. Samen met de mensen uit hun omgeving gaan we kijken wie hen kan helpen een nieuwe start te maken.

Een consulent van MEE

 

De naam in dit verhaal is om privacy-redenen aangepast. De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

 

Lees meer...
Het verhaal van: Een consulent van MEE

Werk met je netwerk

werk met je netwerkBehoorlijk zelfverzekerd vertelt de jongeman tijdens ons eerste gesprek over zijn opleiding, zijn vele vaardigheden en ambities. Trots is hij op zijn 7 (!) webwinkels met voornamelijk t-shirts met prints van eigen ontwerp. Net toen ik me toch sterk begon af te vragen wat deze autistische, maar talentvolle jongen hier in hemelsnaam dééd, zuchtte zijn vader nadrukkelijk. “Misschien is het goed dat je deze mevrouw óók vertelt dat je al heel lang thuis zit achter je computer en dat er niets gebeurt. Dat die webwinkels echt niets opleveren. Dat je sociale angst hebt en bijvoorbeeld niet durft te bellen.”

Ja, dat was ook wel zo. Aha.

Het had er ook mee te maken dat hij maar één beroep wilde uitoefenen en dat was kwaliteitsmedewerker want daar was hij voor opgeleid. Maar ja, voor dat beroep zijn niet veel vacatures. Vader knikte en keek mij hoopvol aan.

Eerst maar eens mijn verwachtingregulerende praatje dat wij geen bak met banen hebben en dat de arbeidsmarkt nog steeds beroerd is. Wat wel? Een goed cv maken, werkervaring opdoen desnoods onbetaald? ”Als je maar eenmaal ergens binnen bent, want je kan het wel goed vertellen en je hebt een hoop te bieden!”, zei ik bemoedigend. Vader knikt opgelucht, zijn zoon lacht voor het eerst.

In de daarop volgende weken gingen we aan de slag met zijn cv en netwerken (e-mail aan iedereen dat je werk zoekt en welk werk, bijv. ex-mentors, ex-werkgevers). Hij was wel verknocht geraakt aan zijn veilige wereldje achter zijn beeldscherm dus op afspraken komen op het MEE-kantoor was al een uitdaging. Ik realiseerde me: dit moet niet te lang duren anders wordt het steeds moeilijker om in beweging te komen voor deze jongen. Toen we het hadden over bedrijven waar hij wel ‘stage’ zou willen lopen ging er ineens een lampje bij mij branden. Een vader van een andere autistische jongen uit mijn caseload werkt bij een grote bierbrouwerij. Hij weet als geen ander dat deze jongens wel een opstapje kunnen gebruiken, dus 1+1=2.

Enkele weken later werd ik gebeld door een manager van de brouwerij dat ze wel een gesprekje wilden met mijn klant om te kijken naar de mogelijkheden, op korte termijn graag. Wat houd ik toch van dat doortastende elan van het bedrijfsleven!

Het gesprek verliep prima, mijn klant liet zich van zijn beste kant zien en hij mag drie maanden volledig betaald (!) werkervaring opdoen in een soort testlab waar ze op alle mogelijke manieren de verpakkingen van het bier uittestten.

‘Het is ook nog echt leuk werk!’ zei hij met een grote grijns op de weg terug.

 

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van: Carola

Een schreeuw om hulp

Carola familieCarola is 43 jaar. Ze heeft fibromyalgie (reuma in de weke delen) en is chronisch vermoeid. Door haar ziekte heeft ze veel pijn. Na advies van een vriendin kwam ze bij MEE terecht. 

Carola: ‘Ik heb lang niet kunnen accepteren dat ik ziek was en dat mijn lichaam faalde. Toen ik steeds zieker werd, kreeg ik een hele zware depressie. Ik wilde nog zoveel doen, maar dat kon niet meer. Ik had hulp nodig.  

Aanvankelijk vroeg ik Miriam, mijn cliëntondersteuner, of ze mij kon helpen met de aanvraag voor een scootmobiel. Door mijn depressie zat ik veel binnen. Mensen om mij heen zeiden: ‘Je moet weer onder de mensen komen, je moet er op uit.’ En omdat ik moeilijk loop, dacht ik dat een scootmobiel de oplossing was. Maar Miriam signaleerde direct dat mijn vraag om hulpmiddelen een schreeuw was om andere hulp. Zij had in de gaten dat ik veel depressiever was vanwege mijn ziekte dan dat ik liet zien. En zij stelde de juiste vragen om achter de kern te komen.’

Miriam: ‘Er volgden meerdere gesprekken met Carola, haar man en zoon. Daaruit kwamen verschillende andere zaken naar voren. Carola heeft moeite met het gegeven dat ze vaak moe is en pijn heeft. Daardoor is ze vaak boos en gefrustreerd, maar ze heeft ook last van schuldgevoelens ten opzichte van haar gezin. Dit brengt veel stress met zich mee. Langzaam aan gleed ze in een depressie die steeds erger werd. Carola sluit zich meer en meer af van de buitenwereld, omdat ze behoefte heeft aan stabiliteit en rust.

Tijdens de gesprekken maakten we voor Carola inzichtelijk op welke vragen zij een plan wil maken en wie uit haar netwerk kunnen meedenken. Daaruit bleken andere thema’s naar voren te komen, zoals acceptatie van de ziekte, pijn en laag energieniveau. Ik stelde voor om een netwerkbijeenkomst te organiseren. Daarin komen mensen uit de naaste omgeving van Carola en die voor haar belangrijk zijn, bij elkaar. Aan het begin van de bijeenkomst gaven we hen de informatie die nodig is om inzicht te krijgen in de problemen en knelpunten die er zijn.’

Carola: ‘Miriam vermoedde dat mijn netwerk uitkomst kon bieden. Ze hielp mij mijn netwerk in te schakelen en versterken door een kernteam samen te stellen uit mijn directe omgeving. Mensen die ik vertrouw, waar ik me veilig voel. Waar ik hulp aan kan vragen. Mijn kernteam bestaat uit familie en vrienden. Dat netwerk was er in het verleden natuurlijk ook, maar ik heb nooit om hulp durven vragen.’ 

Miriam: Tijdens de intensieve netwerkbijeenkomst gaven de mensen uit Carola’s netwerk haar adviezen en handvatten. Carola formuleerde in haar plan antwoorden op haar belangrijkste vragen en issues. Ik werk nu al een aantal jaren vanuit de visie en werkwijze van Sociale Netwerk Versterking. Je kijkt dan heel breed naar de situatie van de cliënt. Door deze aanpak komt de essentie van het probleem snel boven tafel. Als dit benoemd is, focussen we op: hoe verder? Welk plan gaat de cliënt maken? Ik word vaak verrast door de creatieve oplossingen van het netwerk zelf!’

Carola: ‘De beperkingen die mijn ziekte met zich meebrengt, vond ik moeilijk te accepteren. Dankzij de bijeenkomst durf ik nu zonder schuldgevoel te zeggen dat afspraken niet door kunnen gaan omdat ik teveel pijn ervaar of dat ik er te weinig energie voor heb. Ziek zijn mag, ik hoef niet meer voor mezelf en voor anderen te verbergen dat ik pijn heb. Dat mijn netwerk daar alle begrip voor heeft, geeft me een gevoel van veiligheid en kracht. Mijn onzekerheid, frustratie en boosheid maakten plaats voor meer zelfvertrouwen.’

Onder andere Carola’s zoon Shamus en Carola’s vriendin Jopi zitten in haar netwerk en zorgen er voor dat ze niet te veel wordt belast.

Shamus: ‘Ik zorg ervoor dat Carola niet te veel op zich neemt. Dat ze haar rust kan nemen. Niet te veel afspraken op één dag. Soms wil ze te veel en heeft ze niet in de gaten dat ze teveel plant. Verder help ik in het huishouden, met boodschappen doen en koken.’

Jopi: ‘Ik ben Carola’s klankbord. Ik heb zelf niet-aangeboren hersenletsel en net als bij Carola, zie je bij mij aan de buitenkant ook niets. Ik weet dus als geen ander hoe het voelt als de buitenwereld over je oordeelt als je iets niet kunt. En hoe het voelt als mensen niet aan je kunnen zien dat je een beperking hebt, terwijl je wel hulp nodig hebt. Ik heb gezien hoe Carola zich positief ontwikkeld heeft dankzij de ondersteuning van haar netwerk. Ik heb haar zien veranderen in een hele positieve vrouw, die veel beter in haar vel zit.’

Miriam: ‘Wat mij het meeste opviel, is hoe snel Carola de draad oppakte na elk gesprek. Ieder gesprek bracht iets teweeg bij haar en stap voor stap groeide ze. Ze kreeg weer geloof in haar zelf. Hierdoor kon ze samen met haar netwerk de juiste besluiten nemen voor de vragen waar ze mee worstelde. Dat was heel mooi om te zien. Vooral als ik het eerste gesprek vergelijk met het laatste. Wat een enorme groei heeft ze doorgemaakt!’

Carola: ‘Ik heb veel aan de mensen uit mijn netwerk en ik zal in de  toekomst nog op hen moeten leunen. Ik heb geleerd om wat makkelijker om hulp te vragen. Dat is fijn want ik weet nu dat ik het niet meer alleen hoef te doen. En dat heeft Miriam mij gegeven. Miriam heeft alles voor mij betekend. Zij heeft mijn netwerk vergroot en de deur weer opengezet naar buiten. Zonder haar, had ik nog steeds binnen gezeten of was ik opgenomen geweest, want ik was een gevaar voor mezelf. Ik zal nu en in de toekomst gebruik blijven maken van mijn netwerk. Dat geeft me lucht en het gevoel dat ik er niet meer alleen voor sta.’

Carola heeft het hele proces afgesloten met het schrijven van een boek. Het boek is inmiddels uitgegeven. Daar is ze heel trots op en het geeft haar kracht.

 

Lees meer...
Het verhaal van: Chris

Het netwerk werkt

sociaal netwerkChris (52 jaar) heeft een verstandelijke beperking en autisme. Hij woont al zijn hele leven samen met zijn moeder, die zelf een licht verstandelijke beperking heeft. Sinds een jaar of twintig wonen ze in een kleine 55-pluswoning. Chris is afhankelijk van zijn moeder en moeder is op haar beurt afhankelijk van Chris. Samen redden ze het, maar zonder elkaar zal het waarschijnlijk niet lang goed gaan. Dan overlijdt moeder. Voor Chris is dit een enorme klap. Het overlijden, de begrafenis en alles wat er geregeld moet worden.. Het is voor Chris allemaal te veel.

Ik probeer Chris door deze eerste zware periode te helpen en bespreek dan met hem hoe het verder moet. Koste wat het kost wil hij in zijn vertrouwde omgeving blijven wonen, het huisje waar hij al die jaren samen met zijn moeder heeft geleefd. Deze plek kent hij en hier voelt hij zich fijn.

Omdat ik wil proberen voor elkaar te krijgen dat Chris in de woning kan blijven, zoek ik contact met een aantal mensen uit zijn netwerk. Ik spreek in eerste instantie met een tante en een buurman. We zorgen samen dat er inzicht komt in de financiën en samen met Chris maken we een lijst van de uitgaven die nodig zijn en de posten waarop Chris kan bezuinigen.

Zij helpen Chris ook om te leren hoe hij het huis schoon moet houden. Samen met zijn buurman maakt Chris overzichtelijke schema’s waarin alle taken aan bod komen. Dit helpt hem enorm, hij begint het huishouden zelfs leuk te vinden! Vanwege de beperkingen waarmee Chris te maken heeft is er ook professionele ondersteuning nodig. Toch kan Chris steeds meer zelf doordat hij hulp en steun krijgt van zijn omgeving. Zijn buurman helpt hem in en om het huis, met een vriendin gaat hij geregeld op pad om boodschappen te doen en ook zijn tante helpt hem waar nodig.

Zijn moeder is natuurlijk onvervangbaar, maar dankzij zijn netwerk kan Chris wel in zijn huis blijven wonen en heeft hij zijn leven op orde.

Een consulent van MEE

 

 

Lees meer...
Het verhaal van:

Het intaketoiletgesprek

toiletgesprekMark meldt zich aan bij MEE voor ondersteuning. Hij heeft het syndroom van Asperger. Mark is 54 jaar en woont in een studentencomplex. Tot vorig jaar kwam hij bij de ontmoetingsgroep voor mensen met autisme bij MEE, maar hij vond daar geen aansluiting. Mark is bezig aan zijn 5e studie aan de universiteit. Hij blijft studeren omdat hij door zijn beperkingen geen passend werk kan vinden. Mark heeft geen vrienden en geen contact met zijn ouders.

Met studiegenoten en professoren ontstaan regelmatig conflicten omdat hij hen niet begrijpt. Het eerste telefonisch contact verliep bijzonder. Ik had niet mogen bellen maar moest mailen! Mark maakt een geagiteerde indruk door de telefoon. Hij geeft aan dat ik bij het bezoek aan hem vooral niet mag laten zien aan anderen dat ik van MEE ben. Ik mag ook niet hard praten omdat de muren in zijn woning zeer dun zijn en hij niet wil dat anderen iets horen. Mijn nieuwsgierigheid naar Mark is gewekt!

Via een collega die de ontmoetingsgroep leidt waar Mark kwam, begrijp ik dat hij grote moeite heeft met sociale contacten. Bij teveel prikkels kan hij zeer boos worden en verbaal agressief reageren. Dit wetende, heb ik geprobeerd om hem uit te nodigen voor een bezoek aan kantoor, zodat het voor mij veiliger was. Maar Mark was niet bereid op kantoor te komen, ik moest naar hem toe.

Het was even zoeken naar het juiste studentenhuisblok. Als ik aanbel, zie ik door een gang een meneer naar mij toe rennen. Hij doet de deur voor mij open en rent naar een voordeur aan de andere kant van de gang. Oké, dat zal Mark zijn, dus ik volg hem. Hij bijt mij kortaf toe dat ik aan de verkeerde deur gebeld heb. Ik wist niet dat er twee deuren waren! Daarna word ik een klein smal gangetje ingeleid en wijst Mark dat ik een deur door moet. De voordeur gaat op slot.

Tot mijn grote verbazing heeft hij een stoel in de toilet staan waar ik op moet zitten. Mark gaat op de zeer vervuilde toilet tegenover mij zitten en zo begint mijn gesprek. Mark vertelt dat hij begeleiding nodig heeft. Een half jaar geleden had hij begeleiding, maar deze heeft hij gestopt omdat hij het te duur vond. Bovendien vond hij dat de ambulante begeleiding hem niet goed begeleidde. Mark vertelt dat de ambulante begeleiders HBO niveau hebben en dat dit niet aansluit bij zijn universitaire niveau. Mark kijkt steeds naar beneden om de informatie te verwerken die hij van mij krijgt. Ik wacht steeds op hem totdat hij opkijkt en geef dan antwoord. Mark vraagt welk niveau ik heb. Hij kijkt op en ik kijk naar hem en antwoord met een twinkeling in mijn ogen dat ik HBO geschoold ben. We hebben een rustig intaketoiletgesprek. We spreken af dat ik toch weer een indicatie ga aanvragen. Tevens verwijs ik hem naar de huisarts omdat Mark vertelt dat hij zijn medicatie niet meer inneemt en sombere gevoelens heeft.

Uiteindelijk heeft Mark geen indicatie gekregen van het CIZ omdat aangegeven werd dat hij al twee keer een indicatie heeft gehad. Hij werd verwezen naar de Wmo voor huishoudelijke zorg omdat zijn woning zeer vervuild is. De GGZ gaat weer een indicatie aanvragen voor ambulante begeleiding met onderbouwing van de psychiater omdat Mark specialistische begeleiding nodig heeft van hulpverleners die bekend zijn met autisme.

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van:

Achttien en volwassen

achttien en volwassenBas heeft ADHD en PDD NOS en is onlangs achttien geworden. Nu hij volwassen is vindt hij dat hij zelfstandig keuzes kan maken. Hij stopt met zijn medicatie, draait zijn dag- en nachtritme om, gaat haast niet meer naar school en eet niet of slecht. Zijn vrienden zijn belangrijk. Hij ziet niet in dat ze hem misbruiken voor geld en dat ze niet met maar om hem lachen. Henk en Janneke, de ouders van Bas, zijn wanhopig op zoek naar hulp en bellen MEE, maar Bas wil geen ondersteuning. 

In de maanden die volgen heb ik meerdere gesprekken met de ouders van Bas. Ze zijn behoorlijk overbelast. Bas is verbaal erg gewelddadig en Henk en Janneke vrezen voor fysiek geweld.

Henk en Janneke volgen een cursus bij MEE voor ouders met kinderen met autisme. Hier kunnen zij lotgenoten ontmoeten. Samen stellen we een crisislijst op, zodat Henk en Janneke weten hoe ze kunnen handelen als de situatie uit de hand loopt. Er worden voorbereidingen getroffen voor een uithuisplaatsing. Daarnaast probeer ik contact te zoeken met het netwerk van het gezin. De ouders van Bas zien dit niet zitten. Regelmatig loopt het bijna uit de hand. Zelfs als Bas wordt opgepakt door de politie, heeft dit geen invloed op zijn gedrag.

Niet veel later escaleert de situatie. Bas heeft de deur ingetrapt, het huis vernield en gedreigd zijn vader te vermoorden. Henk en Janneke zetten Bas uit huis na fysiek contact met Henk. Bas gaat naar een vriend, waar ik hem opzoek. Hij is zichtbaar geschrokken en eindelijk beïnvloedbaar. Ik krijg hem zo ver dat hij weer medicatie wil gaan gebruiken.

Henk en Janneke zien in dat ze hulp nodig hebben en dat het verstandig is hun netwerk te benaderen. Familieleden, de korfbaltrainer van Bas, buren en vrienden van Henk en Janneke komen bijeen. Zij zijn begripvol en willen ondersteunen. Er worden logeerweekenden bij familieleden gepland, de trainer gaat kookles en voorlichting over hygiëne geven en ook de buren en vrienden staan voor het gezin klaar. Henk en Janneke kunnen zelfs even op vakantie. Bas kan voorlopig weer thuis komen wonen en er worden huisregels opgesteld en afspraken gemaakt.

Het gezin is weer op een positieve manier met elkaar in gesprek. Bas is rustiger, leert nieuwe vaardigheden, gaat weer naar school en kijkt er naar uit binnenkort uit huis te gaan.

Een consulent van MEE

Lees meer...