Het verhaal van:

‘Hij mankeert toch niks?’

638377_snowboarder_2Voor Vincent de Boer (34) uit Delft was 2007 het rampjaar. In februari van dat jaar kreeg hij een ernstig snowboardongeluk in Oostenrijk. Hij moest uitwijken voor een onbesuisde skiër, tuimelde 60 meter naar beneden in een ravijn en brak schouders, polsen, vingers en ribben. In allerijl werd hij met de ambulance naar de eerste hulp in het ziekenhuis gebracht. Daar werden zijn wonden verbonden en kreeg hij morfine tegen de hevige pijn. Verder stelden de artsen een hersenschudding vast waarmee ze Vincent na een paar dagen alweer naar huis stuurden. Een gipsvlucht was volgens hen niet nodig. Bij thuiskomst lag hij vier maanden plat om te herstellen. In het ziekenhuis in Nederland werd ondertussen ook het whiplashsyndroom genoemd, want Vincent bleef maar klachten houden die niet als het gevolg van een hersenschudding verklaard konden worden. Maar ook die diagnose bleek niet de juiste. Zijn vriendin Belinda Anthonijsz (35) zag bepaalde dingen en dacht: ‘Dat kán niet alleen een hersenschudding of whiplash zijn’. ‘Hij vergat dat hij een pak koffie moest halen op het moment dat hij in de winkel was bijvoorbeeld. Of ik vroeg hem of hij brood in de vriezer wilde leggen, maar dan deed hij dat met een doos eieren ’.

Ik trok het gewoon niet meer
Ook het Sophia revalidatiecentrum waar hij onder behandeling was kon Vincent na verloop van tijd niet meer verder helpen, behalve het advies om maar eens met MEE contact op te nemen. Een consulent wees hen op de mogelijkheid dat er sprake zou kunnen zijn van niet aangeboren hersenletsel en raadde aan contact op te nemen met de NAH-afdeling van Bavo. Vincent werd uitgebreid onderzocht door een neuroloog  die inderdaad NAH constateerde en uitlegde dat zijn voorhoofdskwab en hersenstam waren beschadigd. Het was inmiddels drie jaar later. Zijn baan als lasser en machinaal verspaner kon Vincent niet meer aanhouden: ‘ik kon niet meer tegen fel licht, tegen drukte, tegen geluiden. Alle vakkennis was uit mijn geheugen verdwenen. Mijn werkgever was heel sociaal en toonde begrip, maar ik trok het gewoon niet meer.’

Niet meer in hokje doorsneegezin
Het leven was ingrijpend veranderd. Geen werk. Veel minder inkomen. De behoefte bij Vincent aan een ‘dictatoriale’ structuur, met zo min mogelijk prikkels en veel momenten van herstel. ‘Als ik een avondje uit ben geweest moet ik twee dagen uitrusten. Anders word ik chaotisch en prikkelbaar ‘ zegt Vincent terwijl hij lacht naar Belinda die naast hem op de bank zit en knikt. Desondanks genieten ze allebei van veel dingen en is hun relatie stevig. Belinda: ‘we zien er de humor van in als Vin steeds vergeet uit te checken in de bus: die HTM wordt rijk van ons zeggen we dan tegen elkaar…!. De kunst is om je niet te laten meeslepen door de maatschappij die steeds meer van mensen verlangt in een steeds sneller tempo. Je moet accepteren dat je een ander leven hebt, dat je niet meer in het hokje van het doorsneegezin past. Ik vind het wel vervelend dat mensen soms zo weinig begrip hebben. Ze zien op het eerste gezicht niets aan Vincent en zeggen dan meteen “Hij mankeert toch niets? Hij kan toch wel werken?”

Rijker en beter
‘Je moet hulp durven vragen’ noemt Vincent als hem gevraagd wordt hoe hij de veranderingen een plaats kan geven. ‘En wat vandaag niet lukt, doen we morgen gewoon. En als er wat is: eerlijk met elkaar praten en elkaar de ruimte gunnen. We genieten trouwens van de meest simpele dingen: een mooie tuin, wandelen in het bos… alledaagse kleine wondertjes. Ons leven is wat dat betreft zelfs rijker en beter geworden’.
Voor Belinda komt daar ook nog het contact bij dat ze heeft gekregen met de mensen in de ontmoetingsgroep voor partners van mensen met NAH die door MEE georganiseerd wordt: ‘Daar kan ik alles kwijt en krijg ik begrip en goede adviezen en ik heb er nog een goede vriendin aan overgehouden ook.’  

Heeft u ook interesse in een ontmoetingsgroep over NAH? Meer informatie vindt u op onze website.       

Lees meer...
Het verhaal van:

Waar zit de beperking?

Fons_0539Mijn cliënt is ziek. Er is een aantal jaar geleden geheel onverwacht een ernstige vorm van botkanker bij hem vastgesteld. Dit heeft geleid tot een heupprothese wat deze jonge man met mogelijkheden een beperking bracht. Samen met MEE is cliënt door hulpverleningsland gewandeld en heeft hij diverse aanpassingen gekregen van een invalidenparkeerplaats  voor het huis tot badkamersteunen, een ziekenhuisbed en een rolstoel. Vervolgens is er gezorgd voor een Wajongstatus en is een traject voor een opleiding via het UWV in gang gezet, ondersteund door “studie en handicap”; is er een rugzak voor scholing thuis en extra begeleiding op school. Dit alles leek voldoende mogelijkheden te bieden voor een MBO opleiding: sociaal cultureel werk in Rotterdam.

Na een jaar school, blijkt dat de opleiding niet verder wil met mijn cliënt (ze zien geen mogelijkheden voor nieuwe aanpassingen zoals ondersteuning thuis of op school via rugzak en digitale huiswerkopdrachten). Ondanks de positieve studieresultaten en een enorme motivatie van mijn cliënt.

Voor mijn cliënt is deze opleiding van “levensbelang” en buiten zijn familie om is deze opleiding de enige deelname aan de maatschappij.

Na een van de vele operaties en maanden bedrust kreeg mijn cliënt dit ongezouten bericht van zijn opleiding: stoppen!

Alle hulptroepen zijn nu ingezet ( juridische dienst van MEE, UWV, stagebegeleider, studie en handicap ) om de BEPERKING van school op te lossen en MEE te denken over hoe er voorzien kan worden in de aanpassingen, die voor mijn cliënt noodzakelijk zijn om deze opleiding, gepast en aangepast af te ronden.

Volgens de vele betrokkenen ligt de beperking echt niet bij mijn cliënt, maar moet de MBO opleiding MEE gaan werken aan zijn beperking voor mijn cliënt met mogelijkheden.

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van:

Sociaal netwerk inzetten kansloos?

sociaal netwerkAl geruime tijd begeleid ik een gezin waar de ouders het zwaar hebben met de opvoeding van hun kinderen. Uit onmacht gebruikten ze geweld bij hun opvoeding. Allerlei instanties hebben het gezin geholpen. Een CIZ indicatie werd niet toegekend omdat deze ouders wel een verstandelijke beperking hebben maar goed voor zichzelf kunnen zorgen en het huishouden prima kunnen organiseren. De opvoeding is echter wel een groot probleem. Na een jaar lang onderzoeken bij GGZ hebben de kinderen ook een diagnose en kan er eindelijk ambulante begeleiding in het gezin komen.

Het geweld stoppen is inmiddels gelukt en de ouders vertellen anderen nu dat ze hun kinderen niet meer in de kast opsluiten omdat dit niet meer mag van mij, de consulent van MEE. Het bewust worden dat dit niet voor mij, maar voor de kinderen en hen zelf goed is, is een volgende moeilijke stap.

De nieuwe ‘sociale netwerk strategie’ schudt mij wakker. Hoe zit het nu werkelijk met het netwerk? Ouders zeggen steeds geen steun van familie te krijgen en dat dit ook nooit zal lukken. ‘Zij begrijpen ons niet. Wij doen het nooit goed. Onze kinderen kunnen niet goed leren en wij hebben het financieel moeilijk, wat zij niet willen begrijpen’. De ouders staan niet open voor een gesprek met familie en reageren als volgt; ‘Als jij daar je tijd aan wil besteden, prima maar voor ons hoef je het niet te doen’. Ook een betrokken organisatie reageert: ‘het zal waarschijnlijk niets opleveren, maar als jij het wil proberen, prima’. 

Ondanks de negatieve berichten hebben we toch een gesprek met opa en oma bij de ouders thuis gehad. Het werd zelfs bijna gezellig! Vervolgens werden ook de broers en zussen van de ouders geïnteresseerd en vroegen om een gesprek. Ik heb met toestemming van de ouders een familiegesprek gevoerd, waar ouders niet bij aanwezig wilden zijn maar wel een terugkoppeling over hebben gekregen. Is dit de familie waar de ouders zo negatief over spraken? Ik kon het bijna niet geloven! Wat dit familiegesprek heeft opgeleverd, was boven verwachting !

Er is meer begrip gekomen bij de familie die geen idee had hoe moeilijk dit gezin het heeft. Zij hadden geen idee hoeveel hulp er aan dit gezin gegeven werd en dit maakt dat zij zich weer betrokken voelen bij hun kind, broer, schoonzus en kleinkinderen en neefjes/nichtjes. Er zijn mooie dingen uit voort gekomen. De ouders voelen zich ontspannen en meer geaccepteerd. De kinderen worden nu geholpen met hun huiswerk door hun oom die in dezelfde straat blijkt te wonen!

Dat de nieuwe manier van werken zo snel zijn vruchten af zou werpen, heeft me verbaasd. Ik weet zeker dat deze familie elkaar vanaf nu veel meer zal steunen en ik ben blij dat ik hier een steentje aan heb kunnen bijdragen. Hulp vanuit je eigen omgeving krijgen voelt altijd prettiger dan hulp moeten accepteren van een instantie. Familie, vrienden en buren weten vaak te weinig over de problemen die er spelen. Zodra dit duidelijk gemaakt kan worden is er vaak direct meer begrip en bereidwilligheid om te helpen. Het inzetten van het sociale netwerk, werkt wel degelijk!

Een consulent van MEE

Lees meer...