Het verhaal van: Een consulent van MEE

Voorlezen

voorlezenVoor deze ouders is het opvoeden van kinderen niet zo makkelijk, moeder zelf is moeilijk lerend en vader dringt er bij mij op aan om hem overal in te betrekken, want ze begrijpt niet alles….

Dus ik heb gesprekken over de jongste zoon die een verstandelijke beperking heeft en op het zml onderwijs zit.

Moeder heeft ondertussen erg veel moeite met de oudere zus, ze wordt opstandig en zegt zelfs: ” ik haat mijn broertje. Jullie houden wel van hem maar niet van mij!” Dat doet moeder echt pijn en ze vraagt: ” Wil u niet eens met haar praten? Wij weten niet zo goed wat we kunnen doen.” Ik geef haar op voor de brusjes groep. Ondertussen ga ik op zoek naar een voorleesboek over een brusje met een handicap.

Boven in de MEE bieb ligt ‘De prins op de praalwagen’ van Ina de Vries-van der Lichte, over een jongen die een gehandicapt zusje heeft en dat helemaal niet leuk vindt. Ik besluit het voor te lezen. Maar de eerste keer is het zusje helemaal van slag. Ze wil niet met een vreemde mevrouw praten en waarom moet dat nou! Ik zeg: ik ga je een verhaal voorlezen, wil je dat wel? En ja hoor, gaandeweg het verhaal vertelt ze steeds meer over haar broertje en waar ze last van heeft. Als het boek uit is, vraagt ze of ze het even mag houden, ze wil er een boekverslag van maken. Dat vind ik prima en als ik het weer op kom halen vertelt ze het volgende:

‘Ik heb uit mijn hoofd een boekverslag gemaakt en de juf heeft gevraagd of ik er een presentatie over wilde houden. Ik vertelde waar het boek over ging en over mijn eigen broertje, de klas was muisstil, niemand praatte! De juf zei dat ze diep onder de indruk was van het verhaal en ik kreeg een 10.’

Heeft het je geholpen om anders met je broertje om te gaan? vroeg ik en dat had het zeker!

‘Ik begrijp nu veel beter dat hij er niets aan kan doen en dat het voor mijn ouders ook moeilijk is om voor hem te zorgen. Ik weet dat ze van mij houden en gewoon hun best doen, dat doe ik nu ook, net als die jongen in het verhaal…’

Een consulent van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van: Ernst

Samen bereiken we meer

ernstErnst is 45 jaar, heeft autisme en is moeilijk lerend. Hij is een alleenstaande ouder en heeft vier kinderen, waarvan twee volwassen zijn. Voor de twee jongste kinderen heeft hij een co-ouderschap met zijn ex-partner. Ernst komt aanvankelijk met hulpvragen over de opvoeding van de twee kinderen omdat hij daar in vast liep. Cliëntondersteuner Petra vermoedt dat er meer aan de hand is…

Ernst: ‘Petra, mijn cliëntondersteuner, heeft me heel goed geholpen met mijn schulden. Ze hielp me met het aanvragen van de voedselbank, de kledingbank en bewindvoering. Ze hiep me niet alleen met mijn schulden, ze heeft ervoor gezorgd dat ik mijn leven weer op de rails heb. Voordat ik cliëntondersteuning kreeg, zat ik er echt doorheen, ik was depressief en wist niet hoe ik verder moest. Ik dronk hele dagen koffie en kwam niet vooruit. Nu sta ik ’s ochtends vrolijk op. Ik ben blij dat het thuis weer goed gaat met de kinderen en dat mijn financiën straks weer op orde zijn. Er zijn weer lichtpuntjes in mijn leven en ik heb weer een doel in mijn leven. Als ik terugkijk, heb ik veel bereikt.’  

Petra, cliëntondersteuner van Ernst: ‘Ernst was heel open over zijn problemen. Ik vroeg naar zijn situatie op andere gebieden, zoals zijn financiën en welke gevolgen dit voor hem had. Toen kwam er steeds meer naar voren. Gelukkig is Ernst heel gemotiveerd om vooruit te komen.’ Ernst bleek flinke schulden te hebben. Hij overziet zijn financiën niet en begrijpt niet wat er moet gebeuren. Daarnaast is hij depressief, hij ziet het leven somber in. Naast de hulpvragen over de opvoeding van zijn kinderen, heeft Ernst geen dagstructuur en voelt hij zich nutteloos waardoor de situatie verergert. Ernst is in het verleden behandeld voor psychische problemen.  Petra en Ernst bespreken zijn problemen en Ernst krijgt allereerst opvoedings-ondersteuning. Op financieel gebied neemt Ernst zelf ook zijn verantwoordelijkheid: hij heeft de auto verkocht en doet alles met de fiets om kosten te besparen.

Er moesten regelingen worden getroffen met onder andere de woningstichting. Samen hebben we inzichtelijk gemaakt wat de schulden betroffen. Door zijn beperking is het doorspitten van de post voor Ernst een opgave en dat zorgde voor onrust. Individuele ondersteuning helpt hem om deze te ordenen. Om meer rust te creëren bij Ernst, hebben we in overleg bewindvoering aangevraagd.

Ernst hoefde zich niet meer bezig te houden met inkomsten en uitgaven en daardoor kwam hij er aan toe om aan zichzelf te werken. Zoals de opvoeding van zijn kinderen, behandeling voor zijn eigen psychische klachten en werken aan een dagstructuur. Daardoor kan hij zich binnenkort op andere zaken richten, zoals een cursus Omgaan met geld. In deze cursus leren deelnemers om met hun loon of uitkering uit te komen en schulden te voorkomen. En ze leren inzicht te krijgen in hun vaste lasten en andere uitgaven. Met verschillende instanties zijn inmiddels betalingsregelingen getroffen.’

Petra brengt in kaart wat de kracht van Ernst is. Ondanks stemmingsklachten is hij heel gemotiveerd om aan zichzelf te werken. Na een test blijkt dat Ernst moeilijk lerend is en dit, in combinatie met zijn autisme, verklaart waarom hij in het organiseren vaak vastloopt en het overzicht verliest. Duidelijke informatie en helder communiceren helpt hem het overzicht te behouden.  ‘Tegenwoordig belt Ernst zelf met de bewindvoering. Iets dat hij vroeger niet zou hebben gedaan. Ook verzamelt hij zelf de stukken die nodig zijn voor de bewindvoering. Hij wordt steeds zelfstandiger.’

Petra bespreekt de wensen en mogelijkheden met Ernst en ze stelt voor om contact op te nemen met Stichting Buitengewoon, een organisatie die dagbesteding verzorgt voor mensen met psychische problematiek. ‘Werken op een zorgboerderij, is dat iets voor jou? Lekker de hele dag buiten hard aan het werk met collega’s en zorgen voor de dieren.’ Ernst reageert enthousiast.

‘Ernst miste een daginvulling en structuur. Nu hij op de zorgboerderij werkt staat hij ’s ochtends vrolijk op en komt hij ’s avonds moe en voldaan terug. Hij voert zelfstandig taken uit op de boerderij. Het werk daar vindt hij geweldig en geeft hem weer het gevoel dat hij zinvol bezig is. Ernst is gegroeid en heeft weer zin in het leven, hij straalt, en dat is heel leuk om te zien. Hij voelt zich weer mens! En wie weet ontstaat er op een gegeven moment weer ruimte en rust om te werken aan zichzelf en zich te richten op vervolgstappen om zijn leven nog verder op de rails te krijgen.’

‘Naast de individuele ondersteuning van Ernst, coördineer ik het contact met alle instanties en hulpverleners om Ernst heen. Mijn rol is om contact te houden met Ernst en contact te houden met de verschillende partijen. Ik houd een vinger aan de pols bij de hulpverleners en ik kijk of dat goed verloopt. Verder werken Ernst en ik ernaar toe dat Ernst bepaalde zaken zelf overpakt, zodat hij weer zelf de regie voert over zijn leven.’

Bert, stichting Buitengewoon: ‘We hebben een prima medewerker erbij gekregen met Ernst, we zijn blij met hem. We zijn heel tevreden over hoe hij zijn taken oppakt en hoe hij zijn werk doet. Ernst is gegroeid en groeit nog steeds. Hij heeft een leuk contact met zijn collega’s en de medewerkers. Hij heeft weer zin in het leven, de dagstructuur helpt hem daarbij. Ernst heeft zichzelf weer op de kaart gezet!’  Ernst komt zo stap voor stap verder. Soms eentje terug, maar dan weer twee vooruit. Vooral sinds hij op de zorgboerderij werkt, gaat hij met sprongen vooruit. Zijn leven komt in een rustiger vaarwater.

 

Lees meer...
Het verhaal van: Claudia

Mijn droom? Een betaalde baan!

leren en werkenClaudia is 20 jaar en moeilijk lerend. Ze werd gepest, spijbelde veel en zat op verschillende scholen waar ze steeds vastliep. Daardoor kreeg ze een negatief zelfbeeld en werd ze erg onzeker. Nu zit ze op het praktijkonderwijs en wordt ze begeleid door een cliëntondersteuner. Ze loopt inmiddels stage, een belangrijke stap op weg naar een betaalde baan. 

Claudia: ‘Ik heb heel lang het gevoel gehad dat ik niets kon. Dat werd eigenlijk steeds erger. Niets lukte en ik voelde me nergens thuis. Marcel, mijn cliëntondersteuner, kijkt heel anders naar me, die ziet alleen maar wat ik wél kan. Dat voelt zo anders. Ik ben ook heel blij met de beroepentest. Daar bleek uit dat ik horeca heel leuk vind. Nu kan ik me echt op iets richten en droom zelfs van een echte baan! Ik ben er trots op dat ze mij bij La Place drie dagen in de week willen hebben.’

Nadat ze op verschillende scholen vastliep, kwam Claudia terecht bij het Praktijkonderwijs. Ook daar leek het er op dat ze weer vast zou lopen. Al snel was duidelijk dat Claudia meer behoefte heeft aan structuur en begeleiding dan de school haar kon bieden. De Praktijkschool werkt in dat soort gevallen samen met de zogenoemde ‘Navigatoren’. Dat zijn cliëntondersteuners die onderdeel zijn van het schoolteam.

Marcel: ‘Samen hebben we een traject uitgezet en een toekomstplan gemaakt. In het toekomstplan staat wat Claudia wil bereiken, wat haar mogelijkheden zijn en wat ze nodig heeft om die doelen te realiseren. Een traject uitzetten doen we niet alleen. Er zijn verschillende partijen betrokken zoals de gemeente, het UWV, hulpverleners, school, werkgever, zorginstelling en het re-integratiebureau. Als navigator/cliëntbegeleider leg ik verbindingen met alle betrokken partijen. 

De randvoorwaarden om aan het traject deel te kunnen nemen, moeten goed zijn. Als je lekker in je vel zit, heeft dat een positief effect op de werkvloer. We kijken naar alle leefgebieden. Hoe is de thuissituatie? Hoe is de financiële situatie? Lukt het iemand een eigen administratie te voeren? Kan iemand zelfstandig reizen van huis naar het werk? Ook dan gaan we met die partijen om de tafel die daar verantwoordelijk voor zijn, om de neuzen dezelfde kant op te krijgen en de begeleiding op elkaar af te stemmen.’

Claudia is begonnen met een stage bij La Place (V&D). Ze heeft het er ontzettend naar haar zin en ontdekte dat ze veel plezier heeft in horecawerk. Haar stage werd nog een keer verlengd waardoor ze nog meer kon leren en is gegroeid. Claudia heeft nu meer zelfvertrouwen en is minder onzeker. Ze kan beter haar grenzen aangeven en voor zichzelf opkomen. Ze is nu toe aan een volgende stap op weg naar een betaalde baan.

Claudia: ‘Marcel heeft mij geholpen bij het zoeken van stages. Hij ondersteunde me en ging mee als we stagegesprekken hadden. Ook bij beoordelingsgesprekken is hij erbij. Hij zegt vaak positieve dingen over me en dat is fijn om te horen. Complimenten doen me goed. Door het werk bij La Place heb ik meer zelfvertrouwen gekregen.’

Marcel: ‘Als je collega’s en werkgever je begrijpen heeft dat een positief effect op je werkplezier en functioneren. Voor jongeren zoals Claudia is het erg belangrijk dat collega’s en de werkgever begrijpen wat een beperking inhoudt. Of je nu moeilijk lerend bent, een licht verstandelijke beperking, autisme of niet aangeboren hersenletsel hebt: vaak zie je het niet aan de buitenkant. Goede voorlichting op de werkplek kan veel ‘kou uit de lucht halen’ en voorkomen dat  iemand overvraagd wordt en vastloopt’. Doordat haar zelfvertrouwen groeide is Claudia erg gemotiveerd en klaar voor een volgende stap. Haar ouders geven aan haar op alle fronten te willen steunen. Claudia heeft een werkgever veel te bieden: ze is behulpzaam, gemotiveerd, zorgvuldig, eerlijk, heeft humor, neemt initiatief en ziet werk liggen.  Momenteel wordt een werkervaringsplek gezocht bij een ander horecabedrijf. Een werkplek waar ze weer nieuwe dingen kan leren en door kan groeien naar een dienstverband. Weer een stap verder richting haar doel: een betaalde baan en een werkgever die bij haar past en rekening houdt met haar beperkingen.


Marcel Abbing, consulent

 

 

Lees meer...
Het verhaal van: Anna

Een apart mens

een apart mensIn duidelijke taal maakt Anna me duidelijk dat ik had gezegd om 14.30 uur te bellen voor een afspraak en niet om 14.40 uur. En dat ze dit niet fijn vindt. Enigszins beducht voor wat me te wachten staat bel ik bij haar aan. Ik was echter nog geen half uur binnen of ik werd al getrakteerd op een prachtig gedicht en een melodietje op haar mondorgel. Een grappig contrast met haar eerdere woorden dat ze toch wel een beetje aan vreemde mensen moet wennen. Vrolijk, druk en beweeglijk fladdert ze rond in haar keurige flat en vertelt wat flarden uit haar verleden die in geen enkel opzicht vrolijk zijn. Anna (50) wil echter niet te veel kwijt over haar moeilijke jeugd maar duidelijk wordt dat haar ouders te veel eigen problemen hadden om voor hun kinderen te kunnen zorgen.


Ze was altijd al een beetje ‘anders’ en omdat ze niet goed kon leren heeft ze eerst op de BLO en later op de LOM school gezeten. Toch is het haar gelukt om een MBO diploma voor bejaardenverzorgende te halen. Ze heeft altijd in de zorg gewerkt en dat ging vanwege haar enorme wilskracht. Dat ze bijvoorbeeld niet snel kan schakelen en wat langzamer is werd geaccepteerd. Haar leven loopt pas echt spaak als haar relatie, waarmee ze al 22 jaar samenwoont, strandt. Haar ex-partner regelde eigenlijk alles voor haar. Met de administratie en de financiën had ze zich nooit bemoeid omdat ze dat moeilijk vond. Ze moest verhuizen en een heel nieuw zelfstandig leven beginnen en wist niet hoe dat moest. Ze voelde zich angstig en alleen.

Via haar huisarts kwam ze bij MEE terecht. Ze laat me een map zien waar een folder van MEE in zit. Ze heeft hem zelf versierd met een oranje klavertje 4: “zo blij was ik met jullie hulp” straalt ze. Met de ondersteuning van de MEE-consulent lukt het wel om de nodige stappen te zetten; een nieuw huis, een bureautje dat haar financiën regelt en wekelijkse begeleiding om te zorgen dat ze het blijft redden.

“Ik word altijd hoger ingeschat en dat komt omdat ik zo’n vlotte babbel heb” zegt ze over zichzelf. Dat ze ook autisme heeft daar is ze pas een paar jaar geleden achter gekomen. Nu heeft het feit dat haar omgeving haar altijd al een apart mens vond een naam. Ze begrijpt zichzelf nu beter. Waarom ze er bijvoorbeeld moeite mee heeft als ze op haar werk toch de ramen moet zemen terwijl ze daar niet op gerekend had. Dan kan ze plotseling weglopen omdat ze even niet weet wat ze er mee aanmoet.

Haar huidige werkgever in de thuiszorg houdt daar rekening mee; ze krijgt alleen adressen bij oudere mensen die wat meer gesteld zijn op regelmaat en secuur werk in plaats van snelheid. Mensen die er geen punt van maken als Anna zich soms wat ‘anders’ gedraagt. Ook nu heeft Anna de grootste moeite om te blijven zitten, fladdert druk heen en weer alsof ze geen vrouw van middelbare leeftijd is maar een jong kind. Haar onverstoorbaar slapende poes krijgt af en toe een aai. Een belangrijke stabiele factor in haar leven. Ze is tevreden nu en creatief als ze is dicht ze uit de losse pols;

Fladderen als een vogel

Dit hoort bij mij

zo vloog ik naar MEE 

Dit stemde mij tevree

Nu vlieg ik op eigen kracht

wis en waarachtig

wat jullie voor mij gedaan hebben is prachtig

 

Een consulent van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van:

Meer dan één uitweg

MEE verhaal meer dan één uitwegSharon (veertien jaar) vormt samen met haar moeder, stiefvader en zusjes een gezin en heeft een beneden gemiddelde intelligentie. De ouders van Sharon maakten zich grote zorgen en er was veel ruzie. Sharon ging haar eigen gang en haar ouders hadden het idee dat zij geen enkele invloed op hun dochter hadden. Sharon kwam thuis wanneer het haar uit kwam, hield zich niet aan afspraken en haar moeder wist vaak niet waar ze was. Ook op school waren er problemen. Doordat Sharon zo vaak afwezig was, kwam ze met bureau Halt in aanraking.

De ouders van Sharon waren de zorgen, ruzies en de slechte invloed van Sharon op haar zusjes op een gegeven moment zo zat dat ze eigenlijk maar één uitweg zagen: Sharon moest onder toezicht ergens anders gaan wonen, ‘wij kunnen het niet meer’.

In de eerste ontmoeting bleek Sharon een zeer schuchter en te mager meisje dat deed voorkomen dat niets haar meer interesseerde.

Toen ik haar vertelde dat haar ouders hulp zochten om de problemen op te lossen, dreigde de situatie te escaleren. Vooral toen bleek dat Sharon’s ouders haar het liefst nog voor de vakantie uit huis geplaatst zagen. Gelukkig stelden de ouders zich kwetsbaar en open op ten opzichte van de hulpverlening van MEE.

Sharon’s ouders bleken zich niet te realiseren dat hun dochter een beneden gemiddeld IQ heeft. Ik kwam er achter dat de verwachtingen die Sharon’s ouders van haar hadden vaak te hoog gegrepen waren. Na een aantal intensieve gesprekken kwamen de ouders van Sharon tot het inzicht dat zij hun verantwoordelijkheid moesten nemen en dat Sharon op meerdere vlakken veel meer zorg (aandacht voor haar beperking), toezicht en liefde nodig heeft dan zij tot dan toe kreeg.

Middels ‘Families First’ is crisisinterventie ingezet. Zowel Sharon als haar ouders zijn gemotiveerd aan de slag gegaan en het proces is zeer positief verlopen. Hiermee is een uithuisplaatsing voorkomen. Ook heb ik een intensieve orthopedagogische gezinsbehandeling aangevraagd om de positieve verbetering vast te houden. Sharon’s ouders zijn opgelucht en voelen zich enorm gesterkt in hun opvoedrol.


Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van:

Ongeopende post

ongeopende postOpgewekt vertelt Corola (29) dat zij en haar gezin moeten leven van €75,- per week. En dat dit alweer een stuk beter is dan de €65,- die ze eerder kreeg. Uitgaan, winkelen, een sportclub, een pretparkbezoek dat is allemaal onbetaalbaar geworden. En dat zal de eerstvolgende jaren ook zo blijven. Wel saai, maar toch beter dan het donkere dal waar ze een jaar geleden in zat: huizenhoge schulden, een onbetaalbaar en onverkoopbaar koophuis en een ernstig ziek kind.

De droom van Corola was kapster worden. Op de kappersschool bleek ze talent te hebben en haalde hoge cijfers voor de praktijk. Helaas lukte het met de theorie helemaal niet. Voordat ze naar de kappersschool ging heeft Corola praktijkonderwijs gedaan, want leren uit boeken is moeilijk voor haar. ‘Hoewel niemand dat aan mij ziet, ben ik moeilijk lerend’ zegt Corola eerlijk. Haar droom kon ze dus niet waarmaken maar ze kon een baan krijgen in de thuiszorg en dat vond ze ook fijn werk. Corola kan hard werken en ze houdt van een praatje en gezelligheid.

Met haar vriend kocht ze negen jaar geleden een huisje. Ze leefden makkelijk. Ze gaven gewoon geld uit zonder er echt op te letten. Het ging net goed omdat ze beiden meestal wel werk hadden. Dat werd anders toen ze drie jaar geleden zwanger werd van Giovanni. Na de geboorte bleek al snel dat Giovanni niet goed groeide. Er volgde een loodzware periode met veel onderzoeken en ziekenhuisopnames. Giovanni bleek een ziekte te hebben waarbij zijn lichaam geen zout afvoert: Nefrogene Diabetes Insipidus. Hierdoor liep hij constant het gevaar voor uitdroging.

Het eerste half jaar was Corola zoveel mogelijk bij haar kind in het ziekenhuis. Ze was al voor de zwangerschap gestopt met werken en had afgesproken met haar werkgever dat ze weer terug kwam zodra het kon. Maar het kon niet. Ze wilde er zijn voor haar zieke baby. Dat hij gezond werd, daar ging het om. Vaak aten ze in het ziekenhuis om maar zoveel mogelijk bij hem te zijn.

Haar telefoonrekening werd huizenhoog. Toen het uiteindelijk met Giovanni langzaam beter ging, ging het financieel bergafwaarts. Deurwaarders belden aan en de post durfden ze al lang niet meer te openen. Het dieptepunt kwam toen ze afgesloten zouden worden van elektriciteit. Giovanni kreeg iedere nacht vocht door een sonde-apparaat dus dat zou een ramp betekenen.

Ze moesten hun huis uit want dat konden ze niet meer betalen. Het werd te koop gezet terwijl de huizenmarkt was ingestort en er was dan ook geen belangstelling voor. Het werd hoog tijd om hulp te vragen.

Via de GGD kwamen ze bij MEE terecht. Samen met de gezinscoach zijn ze aan de klus begonnen die startte met het openen van de stapels post. Langzaam maar zeker werden alle schulden geïnventariseerd, zijn er regelingen getroffen, urgentie aangevraagd voor een huurwoning en schuldsanering aangevraagd. Ook de zorg voor Giovanni was een onderwerp, maar dat Corola haar hart kon luchten was minstens zo belangrijk.

In hun nieuwe ruime huurflat scharrelt Giovanni vrolijk rond. Eindelijk heeft Corola weer tijd om ook een beetje aan zichzelf te denken. Ze zou de drie dagen dat haar zoon op het medisch kinderdagverblijf zit weer graag willen werken. Voor het geld, maar zeker ook voor de aanspraak en gezelligheid. Helaas is het in deze tijd lastig om een baan te vinden. Ze zijn uit het dal, maar er is nog veel te wensen; een baan, meer contact met leeftijdsgenoten, een tweede kind en uit de schuldenlast. Maar als ze naar Giovanni kijkt straalt ze. “Mijn zoon is mijn leven’. Het komt recht uit haar hart.


Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van:

Een zorgverzekering? Hoezo? Ik ben toch niet ziek?

Piet schuldenPiet is een jongeman van 20 met een licht verstandelijke beperking en heeft een schuld van om en nabij 16.000 euro. En deze schuld loopt per maand op, omdat hij zijn zorgverzekering niet betaald, door rente, administratiekosten en verhogingskosten.

Piet heeft sinds ongeveer een jaar een Wajong uitkering. Door de hoogte van de schuld zou je denken dat Piet veel schuldeisers heeft. Maar dit is niet het geval. Het gaat eigenlijk om drie grote partijen: een zorgverzekeraar, de Belastingdienst en het CJIB.

Samen met zijn moeder en een mogelijke bewindvoerder heb ik moeten praten als Brugman om Piet te mogen aanmelden bij de gemeente, afdeling schuldhulpverlening (SHV). Uiteindelijk ging hij akkoord. Ook stonden er nog drie auto’s op zijn naam. Ik had als hulpverlener wekelijks contact met zowel Piet als zijn moeder om hem ook daadwerkelijk de stappen te laten zetten die nodig zijn om de auto’s van zijn naam te halen. Daarnaast heb ik contact opgenomen met alle schuldeisers om een overzicht te kunnen maken van alles wat nog open stond. Na grondig onderzoek bleek dat de schulden bij het CJIB saneerbare boetes waren. Een geluk bij een ongeluk, want als het om niet saneerbare boetes gaat kom je de SHV niet in. In elk geval niet voor dat deel van de schulden.

Na veel gesprekken, uitleg en motiverende woorden van mijn kant (met hulp van moeder) lukte het Piet om naar de afspraken met de schuldhulpverlener te komen. Ik zorgde voor al het papierwerk zoals jaaropgave, inkomensoverzicht, schuldenoverzicht, etc. Piet was toch wel blij dat er nu iets zou gaan gebeuren en het lukte hem om zich aan de afspraken te houden. Helaas kregen wij tijdens het vierde bezoek aan de SHV te horen dat Piet niet toegelaten werd. De reden was dat zijn inkomen te laag is in vergelijking met de hoogte van de schuld. Het CJIB wilde wel meewerken aan een schuldentraject, maar zij schelden niet naar drie jaar het eventuele restbedrag kwijt. En dit restbedrag wat over zou blijven was te hoog voor Piet om dan in 1 jaar te moeten aflossen met zijn Wajong-uitkering. Daarnaast stond er ook nog een schuld open bij de belastingdienst. En aangezien zij altijd voorrang hebben op andere schuldeisers was het ‘jammer maar helaas’.

Gevolg: Terug bij af. Een gedemotiveerde, maar vooral teleurgestelde Piet. En een MEE consulent met gevoelens van onmacht. Wat nu? Ik heb toch maar weer contact opgenomen met de bewindvoerder die twee gesprekken in de beginfase met Piet, moeder en mij heeft gevoerd. Maar deze bewindvoerder ziet het niet zitten om met Piet in zee te gaan omdat hij denkt dat Piet niet in staat is zich te houden aan de regels die aan hem worden gesteld vanuit bewindvoering.

En dus ben ik druk op zoek naar een andere bewindvoerder die laagdrempelig en slagvaardig is en een lange adem heeft. Maar ook bereid is om met de schuldeisers een regeling te treffen en zich daarin wil vastbijten. Het zijn allemaal logge instanties met een eigen, vaak star beleid. Het werkt ook niet in Piet zijn voordeel dat een aantal van de openstaande boetes bij het CJIB vrij recent zijn. Hoe leg je aan instanties als het CJIB en de Belastingdienst uit hoe LVB jongeren denken en handelen?

In de tussentijd zal ik opnieuw de schuldeisers aanschrijven, ditmaal met het verzoek om de openstaande schulden te bevriezen om te voorkomen dat de kosten alsmaar blijven oplopen. Maar dan moet je dus van goede huize komen en de schuldeisers iets kunnen toezeggen. Hopelijk vind ik de laagdrempelige, slagvaardige en vasthoudende bewindvoerder waarnaar ik dringend op zoek ben voor Piet. En hopelijk lukt het dan om Piet te overtuigen om zich onder bewind te laten stellen.

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van:

Komen en gaan

Moslim vrouw met kindMevrouw Yoesra Chabvin wordt aangemeld bij MEE door een medewerker van het Blijf-van mijn lijf huis. Yoesra heeft eerst met haar zoontje anderhalf jaar in het Blijf-van-mijn-lijf huis gewoond. Daarna in een zelfstandig appartement. Ze is gevlucht uit haar huwelijk, omdat haar man haar veelvuldig sloeg en vernederde. Op het moment van aanmelding bij MEE ontvangt Yoesra al anderhalf jaar nazorg en begeleiding aan huis, maar ze kan nog steeds niet helemaal zelfstandig functioneren. Bij het Blijf-van-mijn-lijf huis beginnen ze te vermoeden dat mevrouw Chabvin een verstandelijke beperking heeft.

Ze kan niet lezen en schrijven, omdat ze in haar geboorteland Marokko nooit naar school is geweest. Haar Nederlands is nog vrij beperkt en ze begrijpt niet goed hoe instanties werken. Het intake gesprek doe ik samen met een collega die haar taal spreekt. We leggen uit dat mevrouw een onderzoek krijgt om te kijken of ze hulp vanuit MEE kan krijgen. Aanvankelijk wil Yoesra daar niet aan meewerken. Ze vertelt dat ze niet gehandicapt is. Haar hoofd doet het niet goed, omdat ze veel geslagen is en ze niet kan lezen en schrijven omdat ze nooit naar school is geweest.

Als duidelijk is dat ze alleen hulp kan krijgen als ze mee werkt aan het onderzoek, stemt ze zuchtend in. Uit het onderzoek bij MEE blijkt dat Yoesra een lichte verstandelijke beperking heeft en de verdere hulpverlening kan starten. Er liggen veel vragen. Vragen rond haar tijdelijke verblijfsvergunning, financiële vragen, vragen rond de school van haar zoontje die niet goed meekan met leren en over de instanties waarmee ze te maken heeft.

Door haar consulent te worden stap ik een nieuwe wereld in. Een wereld waarin ik te maken krijg met verlenging van een tijdelijke verblijfsvergunning, inburgeringcursus, plafond-leerling en taaltoets via de computer. Samen beginnen we aan een spannend traject waarin elkaar begrijpen de hoogste prioriteit heeft. Ik leer dat lidwoorden overbodige toevoegingen zijn en dat werkwoord-verbuigingen een luxe is waar je ook buiten kunt. Mevrouw Chabvin zegt: ‘ik komen kantoor, ik praten, ik brief.’ En kijk, dat begrijp ik goed. Door goed naar haar te luisteren, leer ik welke begrippen ze kent en welke woorden ze niet begrijpt. Zo leer ik al gauw dat ze het woord ‘goed’ kent, maar als ik variaties gebruik zoals ‘mooi’, ‘fijn’ of alleen maar een toevoeging erbij ‘zo goed?’, kijkt ze me glazig aan. Het is opletten wat je zegt, maar… wat is communicatie toch een mooi iets.

Als we elkaar begrijpen, bloeien we allebei op. Op een gegeven moment praten we over de brief waarin ze opgeroepen wordt om te kijken of ze alsnog de inburgeringcursus kan volbrengen. Ik bereid haar voor op het gesprek en zeg wat belangrijk is om te vertellen: ‘hoofd moeilijk, hoofd pijn, vergeten snel’. Ik zie aan haar ogen dat ze begrijpt wat ik bedoel en aan haar samenzweerderig lachje om haar mond dat ze ook de onderliggende boodschap begrijpt: duidelijk maken dat de inburgeringcursus te hoog gegrepen is voor haar.

Ik leer Yoesra kennen als een dappere, eerlijke dame die ondanks haar nare verleden en ondanks het feit dat ze nooit scholing heeft gehad, weet wat ze wil in het leven. Ze komt met steeds meer vragen en verhalen. Zo vaak dat ik haar regelmatig moet zeggen dat ze moet wachten totdat ik tijd heb om er voor haar te zijn. Als ze opbelt en ik kan haar niet gelijk helpen, start ze een onderhandeling die mij sterk doet denken aan een prijsonderhandeling op de Marokkaanse groentemarkt: ‘Lieke, kan je mij helpen?’. ‘Nee vandaag heb ik geen tijd, volgende week kan wel’. ‘Lieke, 10 minuten! Brief gemeente moeilijk’. ‘Sorry Yoesra, vandaag heb ik het druk, kan niet vandaag. ‘Lieke, 5 minuten, ik komen, jij kijken, ik gaan’.

Uiteindelijk legt ze zich neer bij een afspraak voor de volgende dag. Als ik na een aantal weken de bevestiging binnen heb van het CIZ dat Yoesra in aanmerking komt voor individuele begeleiding van een zorgaanbieder, voel ik verdriet. Ik zal deze mevrouw, die me dierbaar is geworden, weer moeten loslaten. En… hoe leg ik haar uit wat de reden is dat een andere organisatie haar verder gaat begeleiden? In het intake gesprek is dat wel genoemd, maar dat zal ze vast weer vergeten zijn. Uiteindelijk begrijpt ze mijn uitleg over de vervolghulp wel en ze vat samen: ‘ik begrijpen, het is komen en gaan’. Ik zal haar gaan missen. Maar, zij gaat het wel redden. Deze mevrouw heeft voor hetere vuren gestaan. Ze maakt goed contact en zo is het leven: komen en gaan.

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van:

Rianne is toch niet de enige die zonder vrienden thuis zit?

Sabrina_9364Je zal maar 16 jaar zijn, graag leuke activiteiten willen doen, maar in je dorp geen vrienden hebben waarmee je dat kunt doen. Rianne is zo’n meisje. Op school heeft ze wel vriendinnen, maar niet in haar woonplaats. Haar moeder vraagt tijdens het kennismakingsgesprek aan mij: ‘Het kan toch niet zo zijn dat Rianne de enige is die zonder vrienden thuis zit en zich rot verveelt?’

Rianne volgt het praktijkonderwijs. Ze is wat verlegen en maakt niet zo gemakkelijk contact met andere jongeren. Ze heeft jarenlang op scouting gezeten. Dat vond ze leuk, maar toch vond ze het moeilijk om aansluiting met andere jongeren te krijgen. Ik merk dat veel ouders die een zoon of dochter hebben in het speciaal onderwijs dit herkennen. Het VTV in Leiden biedt voor deze doelgroep veel leuke activiteiten aan, maar jongeren van 16 jaar uit het praktijkonderwijs, willen vaak juist leuke dingen doen in hun eigen omgeving. 

Tijdens het gesprek krijgen we allerlei plannen en worden we echt enthousiast! Rianne weet wel wat ze wil. Ze zou graag een vriendengroepje willen om gezellige dingen mee te doen. Haar moeder komt met het idee om het clubhuis van hun sportvereniging daarvoor te gebruiken. Rianne weet ook precies wat ze wil gaan doen: films kijken en cupcakes bakken!

Mijn taak wordt het om jongeren te vinden die qua leeftijd en niveau bij Rianne passen en die in haar woonplaats wonen. Dit blijkt niet gemakkelijk. Ik vraag me af of ik cliënten van MEE zomaar kan bellen, zonder dat zij zelf een vraag hebben. ‘Gewoon doen’, zegt mijn collega en mijn werk wordt beloond. De ouders die ik telefonisch spreek zijn zo enthousiast dat ik vleugels krijg. Een moeder zegt zelfs: ‘Wat ben ik blij dat je ons belt, dit is precies wat wij zoeken voor onze dochter’.

Nog enthousiaster worden we als we ondersteuning krijgen vanuit het VTV. De consulent van VTV is een enthousiaste jonge meid en zij heeft meteen het plan om de bijeenkomst te begeleiden. We gaan steeds groter denken. Misschien kunnen we wel veel meer avonden organiseren. Ook Rianne en haar moeder zetten hun netwerk in. Hun nichtje doet een opleiding in de zorg voor mensen met een beperking. Zij wil ook graag komen helpen. Dit is voor haar meteen een mooie leerervaring. En dan is het zover. We hebben zes jongeren bij elkaar die graag willen komen.

Rianne en haar moeder plannen de datum en zij reserveren het clubhuis. De uitnodigingen gaan de deur uit en dan gaat het gebeuren. Op vrijdagochtend stapt Rianne met buikpijn uit bed en moppert boos tegen haar moeder; ‘Jij ook altijd met je stomme ideeën, straks is het helemaal niet leuk!’ Het is natuurlijk ook wel spannend. Ook de moeder van Rianne denkt even: ‘Waar ben ik aan begonnen?’ Maar als het eenmaal zover is wordt de avond is een groot succes! De zes deelnemers zijn allemaal gekomen en er wordt veel gelachen. Er zijn allerlei spelletjes gedaan om elkaar te leren kennen, zoals speed-daten en Twister. Er worden zelfs serieuze gesprekken gevoerd over wat je moet doen als je gepest wordt.

Natuurlijk hebben de jongeren hun gegevens uitgewisseld, zodat ze elkaar op Facebook kunnen opzoeken. De moeder van Rianne vertelt dat haar dochter de volgende ochtend stralend uit bed kwam, nog nagenietend van de leuke avond. Een heel ander gezicht dan op vrijdagochtend, toen het allemaal nog zo spannend was. De moeder van Rianne en ik geven haar een high five! Zo trots zijn we dat we dit toch maar mooi voor elkaar hebben gekregen! De consulent van VTV is ook enthousiast. Met Rianne en haar moeder maakt ze al nieuwe plannen. De volgende bijeenkomst staat alweer bij iedereen met grote letters in de agenda!

Een consulent van MEE

Heb je ook moeite om nieuwe vrienden te maken? MEE biedt verschillende cursussen aan op het gebied van vriendschap en sociale vaardigheden. Kijk voor meer informatie op onze website.

Lees meer...