Het verhaal van: Almaz

De eerste stap is gezet

almazAlmaz is afkomstig uit Eritrea. Almaz is 18 jaar, woont samen met haar zussen bij haar ouders en spreekt geen woord Nederlands. Ook haar niveau is laag (LVB). De zorgcoördinator verwijst haar door naar het wijkteam omdat zij vastloopt op school.

Ik werk vanuit MEE als cliëntondersteuner in het wijkteam en gaat met Almaz naar het Jongerenloket  om te kijken wat er voor haar gedaan kan worden. Almaz kan geen kant op zolang ze geen Nederlands spreekt en heeft tot die tijd zinvolle dagbesteding nodig. Bij het Jongerenloket krijgt zij een jobcoach en al snel krijgt ze de kans te starten in een vrijwillige functie bij het project Kookclub-catering. Hier bereidt zij maaltijden voor dak- en thuislozen. Ze werkt hier met Nederlandse collega’s dus oefent gedwongen haar Nederlandse taal.

Daarnaast vraag ik een Wmo arrangement aan voor individuele begeleiding. Almaz is een kwetsbaar meisje en ik schat in dat zij gevoelig kan zijn voor loverboys. Daarnaast heeft zij hulp nodig bij het leren van de Nederlandse taal, haar administratie en andere regelzaken waar zij tegenaan loopt in Nederland. Deze begeleiding krijgt Almaz vanuit Pameijer.

Almaz krijgt twee ochtenden per week Nederlandse les van vrijwilligers. Daarnaast werkt ze drie volle dagen en twee middagen als vrijwilliger op de Kookclub. Almaz geniet van haar werk en gaat met plezier. Ze heeft vijf dagen per week dagbesteding en haar kennis van de Nederlandse taal gaat met sprongen vooruit. Op de Kookclub zijn ze blij me Almaz: ze is een betrouwbare kracht die altijd komt opdagen en met plezier haar werkzaamheden uitvoert. In de toekomst kan ze ook in de lunchsalon gaan meedraaien. Wanneer Almaz de Nederlandse taal voldoende beheerst, gaan haar begeleider vanuit Pameijer, het Jongerenloket en haar begeleider bij de Kookclub bekijken wat de beste vervolgstap is voor Almaz.

Isabel, cliëntondersteuner van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van: Larissa

Van depressief naar doorzetter

LarissaLarissa is een jonge vrouw van 31 jaar. Ze heeft geen inkomen of werk en leeft van het salaris van haar vriend waarmee ze samenwoont. Ze heeft een zware depressie. De hulp die zij krijgt van een GGZ instelling sluit niet aan bij haar licht verstandelijke beperking (LVB). Ze wordt steeds depressiever en zit hele dagen thuis.

Bij het wijkteam krijgt zij hulp van Isabel, een cliëntondersteuner van MEE. Isabel gaat op zoek naar een goede GGZ instelling die gespecialiseerd is in LVB. Larissa kan snel starten met een EMDR-behandeling. Dit blijkt een schot in de roos, Larissa voelt zich al snel veel beter. Tegelijkertijd start Isabel bij het UWV een traject om te kijken of Larissa in aanmerking komt voor een Wajong uitkering. Als dit niet het geval blijkt, wordt er een arbeidsboordeling gestart. Larissa heeft arbeidsvermogen en wil zelf ook graag aan de slag. Via een jobcoach van het Jongerenloket krijgt Larissa al snel de kans om in het washok van een restaurant op een luchthaven te beginnen. De eerste twee maanden zijn op proef. Ze zijn tevreden over Larissa en ze krijgt een contract voor een half jaar. Haar contract wordt daarna verlengd en ze mag ook wat uren in de horeca meedraaien. Binnenkort krijgt Larissa er extra uren bij en zal ze steeds meer horeca-uren krijgen. Ze gaat dan ook een opleiding volgen over hygiëne in de horeca.

Larissa gaat voor het eerst in haar leven met plezier naar haar werk en ze houdt het ook vol. Voorheen meldde zij zich vaak ziek en bleef dan dagen in bed. Dat doet zij nu niet meer. Haar behandeling is met succes afgerond en op haar werk kan ze groeien en zichzelf ontwikkelen. Ze komt voor zichzelf op en wordt steeds zelfstandiger. Isabel kan met een goed gevoel en een gerust hart afsluiten.

Isabel, cliëntondersteuner van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van: Armando

Armando krijgt de kans op een beter leven

ArmandoArmando is opgegroeid op de Antillen en is op 26-jarige leeftijd in Nederland komen wonen. Inmiddels is hij in de vijftig. Het gaat niet goed met Armando. Hij komt bij Aad, cliëntondersteuner van MEE, in beeld op verzoek van de nachtopvang. Daar is Armando terechtgekomen nadat hij werd vrijgelaten uit de gevangenis en geen woning had om naar terug te keren. Men vermoedt psychische klachten en een ontwikkelingsachterstand. Armando laat erg onaangenaam gedrag zien. Hij is boos en gefrustreerd en uit dit naar alle hulpverleners die op zijn pad komen. Dit komt zijn situatie niet ten goede.

Aad: ‘Armando heeft dringend hulp nodig, maar hij is zo wanhopig dat hij erg dwingend en gespannen overkomt. Armando is boos en gefrustreerd. Door goed naar hem te luisteren, verandert gaandeweg het gesprek zijn houding. Uiteindelijk wordt het hem te veel en barst hij in tranen uit. Hij voelt zich onvoldoende gehoord door verschillende instanties en hulpverleners, het is onduidelijk wie hem helpt en waarbij. Ik merk dat hij geen overzicht heeft en veel stress ervaart. Ik stel hem voor om met een gedragsdeskundige van MEE (psycholoog) in gesprek te gaan. Op die manier kan er onderzocht worden of er sprake is van een (licht) verstandelijke beperking en psychische problemen. Armando wordt boos: hij is toch niet gek?! Uiteindelijk weet ik hem ervan te overtuigen dat dit hem juist verder kan helpen en hij stemt in.’

Mara is gedragsdeskundige bij MEE. Zij gaat met Armando in gesprek en voert een onderzoek uit. Mara: ‘In zijn gesprek met mij is Armando dwingend en ervaart duidelijk veel stress. Hij vertelt mij dat hij bedreigd is in het verleden en dat hij ook op dit moment bedreigd wordt. Hij is ontzettend angstig en achterdochtig en slaapt nauwelijks. Zijn vermoeidheid en onrust maken het lastig de intelligentietest af te nemen, maar dit lukt uiteindelijk wel. Armando blijkt inderdaad een licht verstandelijke beperking te hebben. Doordat hij verbaal relatief sterker is wordt hij vaak overschat, met alle gevolgen van dien. Hij kan informatie begrijpen, maar het onthouden en er iets mee doen is erg lastig voor Armando. Het zorgt er ook voor dat hij zijn problemen niet zelfstandig kan aanpakken. Hij heeft familieleden in de buurt wonen, maar omdat zij in het verleden de politie op de stoep hebben gehad vanwege Armando, blijven ze liever uit zijn buurt. De vrienden die hij heeft zijn vrienden uit het criminele circuit. Armando probeert hen op afstand te houden. Hij heeft twee kinderen waarmee hij nauwelijks contact heeft. Armando heeft tevens last van forse psychische klachten. Hij heeft ingrijpende gebeurtenissen achter de rug, waardoor hij mogelijk een posttraumatische stressstoornis heeft ontwikkeld. Dit zorgt voor veel angst, spanning, prikkelbaarheid en woede-uitbarstingen. Armando kan lastig helder denken en heeft moeite zich te concentreren.’

Armando is duidelijk niet op zijn plek binnen de nachtopvang. Aad: ‘Hij voelt zich bedreigd en onveilig op de slaapzaal met dertig man, waardoor zijn klachten verergeren. Het is belangrijk dat er zo snel mogelijk intensieve begeleiding en een plek voor begeleid wonen komt voor Armando. Hij heeft veel ondersteuning nodig, maar we moeten beginnen bij de basis: een plek waar Armando tot rust kan komen en waar hij zich veilig voelt. Een veilige plek die hem ervan weerhoudt terug te vallen in het criminele circuit.’

Mara omschrijft Armando als een tikkende tijdbom in haar contact met de Wmo-adviseur die bepaald of Armando een indicatie krijgt. Mara: ‘Aad en ik hadden, net als onze contactpersonen binnen de nachtopvang, de angst dat de situatie zou escaleren. Dat Armando zijn woede fysiek zou gaan uiten en dat hij zichzelf of iemand in zijn omgeving iets zou aandoen. Cliënten zoals Armando zijn complex: ze werken niet mee en gedragen zich dusdanig dat veel hulpverlening afhaakt. Het onvermogen wordt niet herkend, alleen het onbeschofte en agressieve gedrag wordt gezien. Armando voelt zich door Aad eindelijk gehoord en begrepen. Dankzij de resultaten van de onderzoeken en mijn aanbevelingen heeft Armando inmiddels een tijdelijke indicatie zodat hij kan instromen op een plek voor begeleid wonen. Hij heeft daar nu een eigen kamer. Onlangs hebben we vernomen dat hij een indicatie voor deze passende woonplek heeft gekregen, zodat hij er in elk geval de komende negen maanden kan blijven. Op deze manier kan Armando op veel gebieden de begeleiding krijgen die hij nodig heeft en kan hij aan de slag met de verwerking van zijn trauma’s.’ Aad: ‘Zonder hulp zal Armando zich gedwongen voelen om terug te vallen in het criminele circuit. Hij heeft niets en hij heeft ook niet veel te verliezen. Nu krijgt Armando een kans op een beter leven.’

 

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Dania

Dania heeft straks de touwtjes weer zelf in handen

vrouw middelbare leeftijdSandy is cliëntondersteuner bij MEE en maakt deel uit van een wijkteam. Samen met haar collega’s uit het wijkteam is zij betrokken bij een gezin. Moeder Dania heeft financiële problemen en heeft hiervoor om hulp gevraagd. Dania heeft drie kinderen, waarvan de jongste twee, Anthony (19) en David (10), nog thuis wonen.

Anthony heeft een verstandelijke beperking en brengt zijn dagen slapend door. ’s Nachts speelt hij games en houdt daarbij geen rekening met zijn moeder en broertje. De enorme herrie die hij maakt zorgt ervoor dat Dania en David regelmatig wakker liggen. De slapeloze nachten hebben ruzie tot gevolg. In huis is de sfeer gespannen en dat Anthony schulden maakt en zich niet aan de regels houdt, is niet bevorderlijk voor de situatie. Ook Dania heeft schulden en geen dagbesteding. Vanwege openstaande parkeerboetes heeft zij al eens tien dagen in de gevangenis gezeten. David gaat naar school maar heeft hier regelmatig woedeaanvallen.

Sandy: ‘De situatie binnen dit gezin was best complex. Ik heb de rol van casusregisseur op me genomen, want er was natuurlijk veel meer hulp nodig dan alleen ondersteuning bij de financiën. Zeker toen er een ruzie flink uit de hand liep en er sprake was van huiselijk geweld. Dania had in haar wanhoop zelfs met een mes gedreigd en David had alles gezien.’

Als casusregisseur houdt Sandy overzicht over de gehele situatie binnen het gezin. Ze bekijkt wat er nodig is en hoe ze dit voor elkaar kunnen krijgen. Ook zorgt ze ervoor dat iedereen op de hoogte is van het gezamenlijke doel en dat de gezinsleden gemotiveerd blijven om mee te werken. Sandy: ‘Vooral Dania kwam haar afspraken soms niet na. Het blijft voor haar lastig om zich over te geven aan hulp. Maar uiteindelijk zijn we, door goed samen te werken, toch ver gekomen. Voor Dania hebben we dagbesteding gevonden. Zij heeft nu naailes in het buurtcentrum. Wie weet kan ze daar ooit nog meer mee gaan doen. Daarnaast is er bewindvoering en budgetbeheer voor Dania geregeld. Ook krijgt zij hulp bij het omgaan met haar emoties, om ervoor te zorgen dat het nooit meer zo uit de hand loopt thuis.’

De relatie tussen Anthony en Dania was slecht en de irritaties waren in de loop der jaren enorm opgelopen. Volgens cliëntondersteuner Sandy was het beter voor hen om wat meer afstand te hebben. Begeleid wonen voor Anthony bleek de beste oplossing. Sandy: ‘Anthony heeft inmiddels een leuke woonplek en dagbesteding. Hij doet mee aan Feyenoord Jobscorer, een project van voetbalclub Feyenoord waarbij jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring kunnen opdoen. MEE is één van de partners in dit project. Met Anthony gaat het veel beter nu hij weer een gezond ritme en een doel in zijn leven heeft. In de weekenden logeert hij thuis en dat gaat ontzettend goed.’

David krijgt ondersteuning van de gedragsdeskundige. Hij heeft op jonge leeftijd al veel gezien en meegemaakt. Met zijn woedeaanvallen kan hij beter omgaan en hij voelt zich prettiger nu het er thuis een stuk rustiger aan toe gaat. Sandy: ‘Het is nu een kwestie van het verder stabiliseren van de financiële situatie van Dania. Als dit op de rit is heeft zij de ondersteuning van het wijkteam niet meer nodig en heeft zij als moeder de touwtjes weer zelf in handen.’

Een consulent van MEE

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Morena

De lach op het gezicht van Morena is weer terug

MorenaAchter elke voordeur schuilt een verhaal. Voor Morena geldt dat zeker ook. Een tijd lang kwam nauwelijks nog buiten. Ze voelde zich somber, had nauwelijks sociale contacten en kampte met een onverwerkt verleden. Met hulp van een cliëntondersteuner zette ze grote stappen in de richting van een nieuwe, blije toekomst.

Goed luisteren is altijd het eerste wat ik doe bij een nieuwe ontmoeting”, vertelt cliëntondersteuner José van MEE. “Daar nemen we ook ruim de tijd voor, want zo leg je de basis voor een geschikte ondersteuning. Bij de eerste ontmoeting met Morena zag ik een vriendelijke vrouw. Maar al gauw bleek dat ze helemaal niet goed in haar vel zat.” Voor Morena voelde dat eerste gesprek met José als een opluchting. “Ik had eindelijk het gevoel dat ik op het juiste adres was: voor het eerst in twintig jaar werd ik gehoord! Al tijden kwam ik bij verschillende instellingen waar ik de opdracht kreeg om mijn probleem van me af te schrijven. Dat vond ik heel moeilijk. Ik kan mijn verdriet en boosheid niet goed op papier kwijt. Ik wilde echt met iemand in gesprek en een klik hebben. Bij José had ik dat vanaf het begin.”

Het verhaal van Morena liegt er niet om. Ze trouwde op 22-jarige leeftijd met een Nederlandse man, waarna ze de Dominicaanse Republiek verliet. Een gelukkig huwelijk werd het niet. Uiteindelijk scheidden ze vijf jaar geleden. Haar echtgenoot stond haar niet toe dat ze sociale contacten aanging of zich ontwikkelde waardoor ze veroordeeld was tot huiselijke taken en het verzorgen van haar inmiddels achttienjarige zoon. Het verdriet om een al eerder doodgeboren kind was groot, maar dat kon ze met niemand delen. Door een bedrijfsongeval in de catering lag ze twaalf jaar geleden lang in het ziekenhuis. Nog steeds heeft ze veel last van haar heupen en knieën. Mede daarom is ze volledig afgekeurd om te werken. Bovendien werd ze anderhalf jaar geleden geopereerd aan baarmoederkanker, waarvan ze nu herstellende is. “Ja, het is veel”, zegt Morena, die geen familie heeft waarbij ze terecht kan. “Ik heb één goede vriendin, maar zij woont in Rotterdam. Zo gauw ik buiten mijn vertrouwde omgeving kom, schiet ik in de stress. Even met de trein naar Rotterdam lukt me gewoon niet.”

Uit de tas van José komt een grote witte tekening tevoorschijn met daarop een tienpuntenschaal van tevredenheid. Morena gaf haar leven eind vorig jaar een vijf. Ze had last van paniekaanvallen, was erg eenzaam en had weinig vertrouwen in zichzelf en in anderen. Uit een IQ-test bleek ook dat ze moeilijk lerend is en een taalachterstand heeft. José: “Tegelijk had ik vrij snel door dat Morena heel praktisch en creatief is en haar leven graag een positieve wending wilde geven. Dat zijn goede aanknopingspunten om iemand in zijn kracht te zetten. Maar we moesten ook iets met haar opgekropte verleden, want dat knaagde zichtbaar aan haar.”

Samen met stagiaire Lisa ging José voor Morena aan de slag, op twee fronten tegelijk. Het ene spoor leidde naar psychiatrische dagbehandeling, een instelling die gespecialiseerd is in therapie voor mensen met een verstandelijke beperking en moeilijk lerende mensen. Morena wordt daar binnenkort gedurende twaalf weken bijna dagelijks begeleid om haar levensverhaal een plek te geven. “Ze heeft veel meegemaakt, er is intensieve begeleiding nodig om dat te verwerken. Intensiever dan MEE kan bieden. Voor therapie is de deskundigheid van psychologen en een psychiater nodig”, aldus José. “Ik heb kunnen helpen Morena snel door de intakes te leiden. Haar probleem is voor mij urgent omdat verwerking van het verleden een grote stap is om verder te kunnen.” Morena: “José was een fijne steun bij de intakes. Zij kende mijn verhaal inmiddels. Er werd me gevraagd of ik nog zin in het leven heb. Dat vond ik zo raar: natuurlijk heb ik er zin in. Ik heb alleen een probleem waar ik zo snel mogelijk van af wil. Ik zie overal blijdschap en dat wil ik ook!”

Met Lisa volgde Morena het tweede spoor, dat zich richtte op het verbeteren van haar taalvaardigheid en het vinden van passend vrijwilligerswerk. José keek op de achtergrond mee naar de vorderingen. “Ik zag een heel gemotiveerde Morena die initiatieven nam, zelf de telefoon pakte en overal informeerde. Ze kwam letterlijk in beweging en ging vaker het huis weer uit. Je zag haar elke week verder opfleuren en zelfs weer lachen. Toen ze voor het eerst bij ons kwam, vertelde ze ook dat er conflicten met haar zoon waren. Ik wilde nog voorstellen om hem ook eens uit te nodigen, maar voor ik het wist had ze thuis zelf al een goed gesprek met hem gehad. Daarin zag ik de vooruitgang. Ze is een aanpakker, maar had onze begeleiding nodig om de ban te breken.”

“Ik ben er nog niet, mijn verdriet en paniekaanvallen zijn er nog”, erkent Morena. “Daar ga ik hard aan werken bij dagbehandeling. Mijn zelfverzekerdheid is in elk geval al erg gegroeid. Ik ga de deur weer vaker uit en mijn Latijns-Amerikaans temperament begint terug te komen”, zegt ze met een grote lach. “Ik heb ook al even vrijwilligerswerk gedaan bij een ouderensoos, alleen dat stopte helaas door te weinig animo. Mogelijk kan ik aan de slag als vrijwilliger in een snoezelruimte van een verzorgingshuis voor dementerende ouderen. Het hangt nog even af van het aantal dagen dat de dagtherapie in beslag neemt, want dat is de belangrijkste vervolgstap. Daarna kan ik verder plannen maken.”

José: “Ik hoop dat Morena haar leven weer helemaal op de rit krijgt. De therapie gaat daar zeker bij helpen. Maar het is ook belangrijk dat ze zich daarna goed blijft voelen. Vrijwilligerswerk speelt daarin een grote rol , want daardoor komt ze buiten en doet ze sociale contacten op. In de aanpak van MEE krijgt dat aspect veel nadruk. Een netwerk van vrienden en kennissen maakt je leven mooi.” En Morena zelf? Die heeft alvast een doel gesteld: “Als ik weer in de trein durf en naar mijn vriendin durf te reizen, dan gaat het echt weer helemaal goed met me.”

 

Dit verhaal is tot stand gekomen in samenwerking met magazine Doe mee!

Lees meer...
Het verhaal van: Bart

In een half jaar van een 1 naar een 8

Stack of hands - real people agreementBart is 36 jaar, hij heeft niet-aangeboren hersenletsel en een licht verstandelijke beperking. Hij komt uit een warm gezin van allemaal harde werkers. Hun levensmotto is: “Je werkt gewoon hard.” Dus Bart ook.

Zijn vader weet al die jaren werk voor hem te vinden, maar uiteindelijk loopt het elke keer toch steeds mis. Zo rolt Bart van het ene in het andere baantje en komt uiteindelijk met een burn-out thuis te zitten. Samen kloppen ze ten einde raad bij MEE aan. Eén ding wordt snel duidelijk: Bart is al die jaren overvraagd, ondanks alle goede bedoelingen.

Om Bart te leren kennen, bezoekt de consulent van MEE hem in zijn appartement. Hij vertelt dat hij de hele dag thuis zit en zo graag weer wat zou willen doen. Stap voor stap gaan Bart en de consulent van MEE aan de slag. Om te beginnen gaan ze naar het wijkcentrum om de hoek om te vragen of Bart daar iets kan doen. Sindsdien schenkt hij er twee dagen per week koffie en thee en bezoekt een derde dag de knutselclub. Bart geniet ervan dat hij weer onder de mensen is.

Bart en de consulent brengen samen zijn netwerk in kaart. Het geeft antwoord op vragen zoals: met wie ga je om, wie maken zich zorgen om jou, met wie heb jij een warm contact? Daar rollen de mensen uit die Bart wil vragen voor een meedenkbijeenkomst: zijn ouders, tweelingbroer, zus, zwager en schoonzus. Maar ook een buurman en zijn beste vriend met zijn moeder. Stuk voor stuk mensen die het beste met Bart voorhebben en met hem mee willen denken over een plan voor de toekomst.

Bart nodigt iedereen uit en regelt een zaaltje in ‘zijn’ wijkcentrum. Hij krijgt de sleutel van het pand en zet voor iedereen koffie. Ook de consulent van MEE is erbij. Die avond vertelt Bart voor het eerst uitgebreid over zijn beperking en dat er bij hem in 2008 diagnostisch onderzoek is gedaan maar dat hij uit schaamte zweeg over de uitslag. Hij vertelt waar hij in het dagelijks leven tegenaan loopt en iedereen kan vragen stellen.

“Oh, nu valt het allemaal wel op z’n plek!” is de eerste reactie van zijn moeder. Zijn buurman zegt: “Nu begrijp ik waarom je dingen vaak vergeet of er niet bent als we een afspraak hebben. Dat doe je niet met opzet.” Ook snappen ze nu beter waar hij behoefte aan heeft en wat hij allemaal zelf kan.

In een complimentenrondje vertelt iedereen welke talenten ze in Bart zien. Bijvoorbeeld dat hij humor heeft, gezellig en zorgzaam is, computerspelletjes helemaal uit kan spelen, sportief is. Ze worden allemaal op een grote flap geschreven en zorgen voor een positieve start waarin de kracht van Bart naar voren komt. Die flap hangt sindsdien boven zijn bed. Daarna wordt iedereen gevraagd om mee te denken over een aantal vragen van Bart:

  • Wie kan mij ondersteunen bij het regelen van dingen?
  • Hoe kan ik actief bezig blijven, me minder eenzaam voelen?
  • Hoe vind ik werk dat bij mij past?
  • Hoe vind ik een vriendin?

De insteek is niet wie wat gaat doen, maar met elkaar nadenken over mogelijkheden. De consulent legt uit waarom dit het beste lukt zonder haar erbij; de plannen zijn realistischer en duurzamer. Ze weten zelf het beste wat haalbaar is en zijn een constante factor in het leven van Bart. Ook spreken ze vrijer zonder professionals. Een uur later wordt ze gebeld dat er een plan op tafel ligt.

Inmiddels zijn we een half jaar verder, er is veel gebeurd. Zo heeft MEE de schoonzus van Bart gecoacht rondom het aanvragen van een uitkering. Deze is toegewezen en dat is een enorme opluchting voor iedereen. De zorg dat hij zonder inkomen misschien zijn flat uit zou moeten is nu weg. Een volgende stap is het vinden van een baan. Werk dat overzichtelijk is en waar hij contact heeft met andere mensen. Maar niet meer full-time, die verwachtingen zijn wat bijgesteld.

Door het vrijwilligerswerk heeft Bart weer ritme in zijn leven en hij komt weer onder de mensen. Een datingsite hoeft niet meer zo nodig, want hij hoopt nu in het dagelijks leven een vriendin te ontmoeten. In het buurthuis, op de sportschool of via een singlereis, Bart trekt er weer volop op uit!

Het gaat inmiddels zó goed, dat de consulent van MEE zich terug kan trekken. Zij begint hun laatste gezamenlijke bijeenkomst met een cijferrondje: welk cijfer gaf je Bart een half jaar geleden en hoe is dat nu? Bart zegt zelf: “Toen gaf ik mezelf een 1, het ging echt slecht met mij. Maar nu geef ik mezelf een 8! Ik had veel eerder moeten vertellen dat ik een beperking heb. Dat is niets om je voor te schamen.”

Ook de consulent van MEE kijkt met een goed gevoel terug op de afgelopen periode: “Die Bart, ik vind het echt heel knap van hem. En ik gun iedereen zo’n familie! Met elkaar hebben ze in een half jaar al zoveel voor elkaar gekregen en dat geeft heel veel rust. Niet alleen bij Bart, maar ook bij zijn familie. Zijn vader kan met een gerust hart een stapje terug doen. Het rust niet meer op één persoon, ze dragen het samen. Vanaf nu redden ze het zonder MEE.”

Een consulent van MEE

 

De naam in dit verhaal is om privacy-redenen aangepast. De foto dient ter illustratie

 

Lees meer...
Het verhaal van: Daniëlle

Het belang van samen spelen

National Assembly for Wales https://www.flickr.com/photos/nationalassemblyforwales/5201569732/in/photolist-8VDpsL-e6W8DF-8eAwVu-ayGnaa-4TLEMC-6z9S5x-5NtDo6-hmaLwL-5BAwp3-fv4A8d-i46Zf1-3h9Av-9iRQkM-okcLWp-oCZvj8-6sY8F9-8VDohQ-oSYyx-8kKjSL-iux3Tc-oJGLwB-iyKPjk-gV3Emv-qyRTQC-6kTX8X-7pz6uP-gBKYfq-nz3Giy-6emWTd-8GnH22-9K6vcg-e9cWh4-2vn8ov-4GSWRn-ae643d-mbLVfH-mzBD4p-cDRh1u-6wnx18-dSVvy6-7vZjfG-pexr4H-878n6f-78LZAy-6N6nvd-47wvuw-oCYxe-cnywhW-aoMvSX-7uGycgDaniëlle heeft haar kinderen Jessie (6 jaar) en Mila (7 jaar) bij MEE aangemeld omdat zij op zoek is naar naschoolse dagbehandeling. Jessie heeft een verstandelijke beperking en Mila een gehoorprobleem. Ik vermoed dat moeder zelf ook een licht verstandelijke beperking heeft.

Daniëlle wil graag dat haar kinderen na schooltijd iets te doen hebben, omdat ze eigenlijk alleen maar thuis zitten. Mila en Jessie mogen van Daniëlle niet buiten spelen. Dit vindt zij onveilig. Eigenlijk zijn alle activiteiten waarbij geen professionele begeleiding is geen optie voor Daniëlle. De school geeft aan dat Daniëlle een zeer beschermende moeder is die door haar bezorgdheid de sociale ontwikkeling van Jessie en Mila belemmert. In de gesprekken die ik heb met Daniëlle, merk ik inderdaad dat zij erg bezorgd is over haar kinderen. Ik zie ook dat Daniëlle eigenlijk niet goed weet wat de mogelijkheden zijn en dat haar onwetendheid ervoor zorgt dat ze alles direct afschrijft. Ik leg aan Daniëlle uit dat naschoolse dagbehandeling dure zorg is die niet bedoeld is voor kinderen die simpelweg op zoek zijn naar een leuke activiteit.

Ik vertel haar over de sportconsulenten van MEE  en leg haar uit dat ze vrijblijvend eens kan praten met één van hen. Er zijn talloze activiteiten denkbaar op het gebied van sport. Ook voor kinderen met een beperking en die zijn altijd onder begeleiding. Het spelen met andere kinderen is belangrijk voor Jessie en Mila, dit probeer ik haar zo goed mogelijk duidelijk te maken.

Elke keer als ik Daniëlle spreek, benadruk ik weer hoe belangrijk het is dat haar kinderen in aanraking komen met andere kinderen en dat ze samen kunnen spelen. Vlak bij de woning van het gezin bevindt zich het buurthuis waar elke woensdagmiddag gespeeld kan worden. Daar was Daniëlle echter nooit enthousiast over, omdat de begeleiding bestaat uit vrijwilligers die geen ervaring hebben met de beperkingen van haar kinderen.

Met de nadruk op het belang van spelen heb ik Daniëlle, Mila en Jessie uitgenodigd bij mij in het buurthuis, om te laten zien waar ik zit en hoe het eruit ziet. Ik heb ze uitgenodigd op woensdagmiddag  zodat ze op een ongedwongen manier een beeld kunnen krijgen van het spelen. De kinderen zijn, op eigen initiatief, binnen mum van tijd aan het spelen en hebben de grootste lol.

Jessie en Mila mogen sindsdien elke week naar de speelactiviteit op het buurthuis. De eerste keren bleef Daniëlle om te kijken, inmiddels gaat zij tussendoor naar huis. Ook haar oudere dochter krijgt meer vrijheden die passen bij haar leeftijd. Daniëlle lijkt opgelucht en is meer ontspannen. De nieuwe situatie doet ook haar goed.

Onlangs vroeg Daniëlle wanneer zij een afspraak kan maken met een sportconsulent. Ze wil nu ook graag op zoek naar een leuke sport voor haar kinderen.

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van: Karin

Bijzondere Ontmoeting

lvb burenTwee weken geleden had ik er weer één. Een bijzondere ontmoeting. Dock – waaronder buurtbemiddeling valt – vindt het belangrijk dat de vrijwilligers zo goed mogelijk voorbereid op pad kunnen. In dat kader worden zogeheten verdiepings-bijeenkomsten georganiseerd. Deze verdiepingsbijeenkomst betrof het omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking.

Want ja, hoe gaat dat nou eenmaal? In eerste instantie maak je als buurtbemiddelaar een afspraak om in gesprek te gaan met partij a. Dit is meestal de partij die overlast ervaart. Na dit gesprek bel je aan bij Partij b, de ‘overlast’ veroorzakende partij. Je weet natuurlijk nooit wie de deur gaat opendoen. Wie je gaat ontmoeten. Wat ik wel weet is dat mensen altijd in eerste instantie geneigd zijn om vanuit zichzelf te denken en dus de andere persoon vanuit zichtzelf te benaderen. Dat dat niet altijd de beste manier hoeft te zijn moge duidelijk zijn.

De informatie deze avond werd verzorgd door MEE. Ik kende deze partij tot dit moment niet, maar ik ben heel blij dat ik ze heb leren kennen. Want we zijn voorzien van een forse stapel kennis. Ook was er een ervaringsdeskundige aanwezig. Deze meneer heeft een licht verstandelijke beperking en hij was bereid om zijn levensverhaal met ons te delen om zo bij te dragen aan onze vaardigheden om op een betere manier om te gaan met mensen met deze problematiek. Een prachtig, mooi, droevig, open maar vooral eerlijk verhaal heeft hij verteld. Een verhaal dat heel goed duidelijk maakte wat deze groep mensen nodig heeft.

Er is een wereld van kennis voor me open gegaan. Ik moet bekennen, ik had werkelijk geen idee dat deze problematiek zo’n enorme invloed heeft op het leven van alledag. Mocht ik al een beeld hebben gehad van licht verstandelijk beperkte mensen dan weet ik nu dat dat beeld verkeerd was. Het zijn geen kinderen in de verpakking van een volwassene. Het zijn volwassenen die op sommige punten functioneren met het ontwikkelingsniveau van een 10-11 jarig kind. En, zo weet ik nu, dat is dus iets heel anders.

Waar ik misschien toch al snel de neiging had om, als ik dacht niet begrepen te worden, wat langzamer te gaan praten en dezelfde woorden te uiten weet ik nu dat dat volkomen zinloos is en vervelend voor de ontvanger van mijn informatie. Concreet en duidelijk zijn, dat werkt. Er is geen onwil om informatie te ontvangen en te verwerken, het is onkunde.

Deze avond ging misschien expliciet om ‘omgaan met mensen met een ‘licht verstandelijke beperking’ maar eigenlijk is het altijd enorm belangrijk om te proberen om achter de manier van denken te komen van de persoon die je tegenover je aantreft. Om zo samen het gesprek te hebben, met respect voor elkaars onvolkomenheden.

Ik heb er weer een paar hele mooie ontmoetingen bij. Want niet alleen de trainers van MEE hebben mijn leven weer wat rijker gemaakt, maar ook alle andere buurtbemiddelaars die aanwezig waren om hun ervaring en kennis uit te breiden.

Karin, buurtbemiddelaar

Lees meer...
Het verhaal van: Een consulent van MEE

Voorlezen

voorlezenVoor deze ouders is het opvoeden van kinderen niet zo makkelijk, moeder zelf is moeilijk lerend en vader dringt er bij mij op aan om hem overal in te betrekken, want ze begrijpt niet alles….

Dus ik heb gesprekken over de jongste zoon die een verstandelijke beperking heeft en op het zml onderwijs zit.

Moeder heeft ondertussen erg veel moeite met de oudere zus, ze wordt opstandig en zegt zelfs: ” ik haat mijn broertje. Jullie houden wel van hem maar niet van mij!” Dat doet moeder echt pijn en ze vraagt: ” Wil u niet eens met haar praten? Wij weten niet zo goed wat we kunnen doen.” Ik geef haar op voor de brusjes groep. Ondertussen ga ik op zoek naar een voorleesboek over een brusje met een handicap.

Boven in de MEE bieb ligt ‘De prins op de praalwagen’ van Ina de Vries-van der Lichte, over een jongen die een gehandicapt zusje heeft en dat helemaal niet leuk vindt. Ik besluit het voor te lezen. Maar de eerste keer is het zusje helemaal van slag. Ze wil niet met een vreemde mevrouw praten en waarom moet dat nou! Ik zeg: ik ga je een verhaal voorlezen, wil je dat wel? En ja hoor, gaandeweg het verhaal vertelt ze steeds meer over haar broertje en waar ze last van heeft. Als het boek uit is, vraagt ze of ze het even mag houden, ze wil er een boekverslag van maken. Dat vind ik prima en als ik het weer op kom halen vertelt ze het volgende:

‘Ik heb uit mijn hoofd een boekverslag gemaakt en de juf heeft gevraagd of ik er een presentatie over wilde houden. Ik vertelde waar het boek over ging en over mijn eigen broertje, de klas was muisstil, niemand praatte! De juf zei dat ze diep onder de indruk was van het verhaal en ik kreeg een 10.’

Heeft het je geholpen om anders met je broertje om te gaan? vroeg ik en dat had het zeker!

‘Ik begrijp nu veel beter dat hij er niets aan kan doen en dat het voor mijn ouders ook moeilijk is om voor hem te zorgen. Ik weet dat ze van mij houden en gewoon hun best doen, dat doe ik nu ook, net als die jongen in het verhaal…’

Een consulent van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van: Ernst

Samen bereiken we meer

ernstErnst is 45 jaar, heeft autisme en is moeilijk lerend. Hij is een alleenstaande ouder en heeft vier kinderen, waarvan twee volwassen zijn. Voor de twee jongste kinderen heeft hij een co-ouderschap met zijn ex-partner. Ernst komt aanvankelijk met hulpvragen over de opvoeding van de twee kinderen omdat hij daar in vast liep. Cliëntondersteuner Petra vermoedt dat er meer aan de hand is…

Ernst: ‘Petra, mijn cliëntondersteuner, heeft me heel goed geholpen met mijn schulden. Ze hielp me met het aanvragen van de voedselbank, de kledingbank en bewindvoering. Ze hiep me niet alleen met mijn schulden, ze heeft ervoor gezorgd dat ik mijn leven weer op de rails heb. Voordat ik cliëntondersteuning kreeg, zat ik er echt doorheen, ik was depressief en wist niet hoe ik verder moest. Ik dronk hele dagen koffie en kwam niet vooruit. Nu sta ik ’s ochtends vrolijk op. Ik ben blij dat het thuis weer goed gaat met de kinderen en dat mijn financiën straks weer op orde zijn. Er zijn weer lichtpuntjes in mijn leven en ik heb weer een doel in mijn leven. Als ik terugkijk, heb ik veel bereikt.’  

Petra, cliëntondersteuner van Ernst: ‘Ernst was heel open over zijn problemen. Ik vroeg naar zijn situatie op andere gebieden, zoals zijn financiën en welke gevolgen dit voor hem had. Toen kwam er steeds meer naar voren. Gelukkig is Ernst heel gemotiveerd om vooruit te komen.’ Ernst bleek flinke schulden te hebben. Hij overziet zijn financiën niet en begrijpt niet wat er moet gebeuren. Daarnaast is hij depressief, hij ziet het leven somber in. Naast de hulpvragen over de opvoeding van zijn kinderen, heeft Ernst geen dagstructuur en voelt hij zich nutteloos waardoor de situatie verergert. Ernst is in het verleden behandeld voor psychische problemen.  Petra en Ernst bespreken zijn problemen en Ernst krijgt allereerst opvoedings-ondersteuning. Op financieel gebied neemt Ernst zelf ook zijn verantwoordelijkheid: hij heeft de auto verkocht en doet alles met de fiets om kosten te besparen.

Er moesten regelingen worden getroffen met onder andere de woningstichting. Samen hebben we inzichtelijk gemaakt wat de schulden betroffen. Door zijn beperking is het doorspitten van de post voor Ernst een opgave en dat zorgde voor onrust. Individuele ondersteuning helpt hem om deze te ordenen. Om meer rust te creëren bij Ernst, hebben we in overleg bewindvoering aangevraagd.

Ernst hoefde zich niet meer bezig te houden met inkomsten en uitgaven en daardoor kwam hij er aan toe om aan zichzelf te werken. Zoals de opvoeding van zijn kinderen, behandeling voor zijn eigen psychische klachten en werken aan een dagstructuur. Daardoor kan hij zich binnenkort op andere zaken richten, zoals een cursus Omgaan met geld. In deze cursus leren deelnemers om met hun loon of uitkering uit te komen en schulden te voorkomen. En ze leren inzicht te krijgen in hun vaste lasten en andere uitgaven. Met verschillende instanties zijn inmiddels betalingsregelingen getroffen.’

Petra brengt in kaart wat de kracht van Ernst is. Ondanks stemmingsklachten is hij heel gemotiveerd om aan zichzelf te werken. Na een test blijkt dat Ernst moeilijk lerend is en dit, in combinatie met zijn autisme, verklaart waarom hij in het organiseren vaak vastloopt en het overzicht verliest. Duidelijke informatie en helder communiceren helpt hem het overzicht te behouden.  ‘Tegenwoordig belt Ernst zelf met de bewindvoering. Iets dat hij vroeger niet zou hebben gedaan. Ook verzamelt hij zelf de stukken die nodig zijn voor de bewindvoering. Hij wordt steeds zelfstandiger.’

Petra bespreekt de wensen en mogelijkheden met Ernst en ze stelt voor om contact op te nemen met Stichting Buitengewoon, een organisatie die dagbesteding verzorgt voor mensen met psychische problematiek. ‘Werken op een zorgboerderij, is dat iets voor jou? Lekker de hele dag buiten hard aan het werk met collega’s en zorgen voor de dieren.’ Ernst reageert enthousiast.

‘Ernst miste een daginvulling en structuur. Nu hij op de zorgboerderij werkt staat hij ’s ochtends vrolijk op en komt hij ’s avonds moe en voldaan terug. Hij voert zelfstandig taken uit op de boerderij. Het werk daar vindt hij geweldig en geeft hem weer het gevoel dat hij zinvol bezig is. Ernst is gegroeid en heeft weer zin in het leven, hij straalt, en dat is heel leuk om te zien. Hij voelt zich weer mens! En wie weet ontstaat er op een gegeven moment weer ruimte en rust om te werken aan zichzelf en zich te richten op vervolgstappen om zijn leven nog verder op de rails te krijgen.’

‘Naast de individuele ondersteuning van Ernst, coördineer ik het contact met alle instanties en hulpverleners om Ernst heen. Mijn rol is om contact te houden met Ernst en contact te houden met de verschillende partijen. Ik houd een vinger aan de pols bij de hulpverleners en ik kijk of dat goed verloopt. Verder werken Ernst en ik ernaar toe dat Ernst bepaalde zaken zelf overpakt, zodat hij weer zelf de regie voert over zijn leven.’

Bert, stichting Buitengewoon: ‘We hebben een prima medewerker erbij gekregen met Ernst, we zijn blij met hem. We zijn heel tevreden over hoe hij zijn taken oppakt en hoe hij zijn werk doet. Ernst is gegroeid en groeit nog steeds. Hij heeft een leuk contact met zijn collega’s en de medewerkers. Hij heeft weer zin in het leven, de dagstructuur helpt hem daarbij. Ernst heeft zichzelf weer op de kaart gezet!’  Ernst komt zo stap voor stap verder. Soms eentje terug, maar dan weer twee vooruit. Vooral sinds hij op de zorgboerderij werkt, gaat hij met sprongen vooruit. Zijn leven komt in een rustiger vaarwater.

 

Lees meer...