Het verhaal van: Wilfred en Jennifer

In verwachting van het onverwachte

Kinderwens Blog (002)

Een nieuw MEE-verhaal over kinderwens, zwangerschap en ouderschap

Huisje, boompje, baby

Wilfred en Jennifer waren, net als veel andere stellen gelukkig getrouwd. Hadden beiden een stabiele baan, een huis gekocht, en zowel financiën als administratie waren netjes in orde. Een goede uitgangspositie voor gezinsuitbreiding. Zowel Wilfred als Jennifer hadden in hun jeugd speciaal onderwijs gevolgd. Vanwege de behoefte aan extra ondersteuning en veel duidelijkheid en structuur, waren ze vanuit daar doorgestroomd naar een sociale werkplaats. Toen Jennifer zwanger bleek, verwees de maatschappelijk werker van de sociale werkplaats de aankomende ouders naar MEE om te onderzoeken of ze in de opvoeding ook extra ondersteuning nodig zouden hebben.

Zo kwamen de MEE-consulenten Jantine en Dunja in contact met Wilfred en Jennifer. ‘Toen Wilfred en Jennifer bij ons werden aangemeld, was Jennifer al ruim zeven maanden in verwachting. We gingen bij hen thuis op bezoek en spraken met hen over het ouderschap. De babykamer was volledig ingericht en alle praktische voorbereidingen voor de baby waren helemaal op orde. In het gesprek werd snel duidelijk dat de aanstaande ouders nauwelijks wisten wat een baby aan verzorging nodig zou hebben’, vertelt Jantine. Om goed te weten te komen wat de komende ouders aan zouden kunnen, wat hen beweegt, wat hen motiveert en bij wie ze terechtkunnen met hun vragen, kortom om goed in kaart te brengen wat de krachten en de risico’s zijn, werd in overleg met de gedragsdeskundige afgesproken om het verantwoord ouderschapstraject te starten. Dit traject bestaat uit een psychologisch onderzoek, het in kaart brengen van het netwerk en de ‘kinderwenskoffer’. Aan de hand hiervan wordt met de ouders besproken wat er allemaal kan gaan veranderen als er een kind komt. Ook het oefenen met een oefenpop maakt deel uit van het traject.

Oefenpop Priscilla
En zo mocht oefenpop Priscilla komen logeren; de oefenpop waarmee cliënten “ervaringsgericht kunnen zorgen voor een simulatiebaby”. Een pop die zo is geprogrammeerd dat ie, net als een echte baby, op onverwachte momenten door te huilen om verzorging vraagt. Ook midden in de nacht. De oefenpop kan na afloop worden ‘uitgelezen’, zodat consulenten kunnen zien hoe de cliënt reageert en/of handelt. Dunja, de consulent die gespecialiseerd is in ‘kinderwens en verantwoord ouderschap’ herinnert het zich goed: ‘Alleen al de uitleg over hoe je voor de oefenpop zorgt, duurde bijna twee keer zo lang als normaal. De instructie dvd bekijken, situaties laten bedenken, oefenen, voordoen en plaatjes laten zien en meegeven, we hebben alles de revue laten passeren.’
De aanstaande ouders zouden voor een periode van vier dagen voor oefenpop Priscilla zorgen, maar een dag eerder dan gepland kwam de vraag of Priscilla kon worden opgehaald. De ouders vonden het moeilijk aan de zorgvraag van de oefenpop te voldoen. Wilfred gaf aan dat hij het lastig vond de oefenpop vast te houden. Dat bleek ook uit de meldingen die de consulenten in het systeem tevoorschijn zagen komen: ‘shaken baby’ en ‘insufficient head support’.

‘Ik verwacht het onverwachte’
Uit het psychologisch onderzoek van Jennifer bleek dat haar IQ rond de 50 lag. Wilfreds IQ was hoger, rond de 85, maar vanwege zijn enorme drang naar structuur waren er sterke vermoedens van autisme. Om krachten en zorgen rondom het aanstaande gezinnetje met het netwerk te delen, organiseerden de twee consulenten een familienetwerkberaad. De krachten: de aanstaande ouders staan open voor hulp, de opa’s en oma’s wilden helpen, alle babyspullen waren in huis, kinderopvang en de oppas waren geregeld. Kortom: aan alle praktische zaken was gedacht. Er waren ook zorgen: de naaste familie leek niet te beseffen hoeveel ondersteuning Wilfred en Jennifer nodig zouden hebben bij het verzorgen van hun kindje. Wilfred had ook zijn eigen zorgen. Jantine: ‘Hij zei letterlijk dat hij bang was dat er te veel op zijn schouders terecht zou komen.’ Daar moesten dus afspraken over worden gemaakt. Duidelijk, kort en simpel, op het niveau van de cliënten, maar vooral ook in goed overleg met hen, zodat ze zich er ook écht aan zouden houden. Het netwerkoverleg maakte duidelijk dat MEE zich veel meer zorgen maakte dan de aanstaande ouders en het netwerk: ‘Toen we bespraken hoe Wilfred en Jennifer om zouden gaan met situaties met de baby die je niet kunt inplannen, had Wilfred de perfecte oplossing: ‘Ik verwacht het onverwachte’. Zou dat genoeg zijn om om te kunnen gaan met alles wat een baby met zich meebrengt?

De échte baby: Wendy
Wilfred en Jennifer werden meteen goed op de proef gesteld toen de echte baby zich aandiende. Jennifer was een week over datum en daarom besloot de verloskundige haar te strippen. Daarna mochten ze weer naar huis, in tegenstelling tot wat ze hadden verwacht. Thuis kwamen de weeën op gang, waarna de aanstaande ouders halsoverkop met de tram naar het ziekenhuis moesten. De bevalling ging relatief soepel, maar leverde natuurlijk wel een behoorlijke dosis stress op. En dat werd niet minder toen ze eenmaal, met baby Wendy, weer thuis waren. Dat concludeerde ook de kraamzorg die maximaal werd ingezet. Veilig en goed zorgen voor baby Wendy was moeilijk en er waren meer onverwachte zaken dan het stel aankon. Jantine en Dunja hielden het nauwlettend in de gaten. Toen het kindje na een week een paar blauwe plekken had, waarvan de ouders niet konden zeggen hoe ze die had opgelopen, gingen de consulenten met ouders en baby naar een letselschade-arts in het ziekenhuis. Die stelde officieel vast dat er geen sprake was van lichamelijke mishandeling. Toen was wel duidelijk dat er extra ondersteuning moest komen, om Wendy’s veiligheid te blijven garanderen. Daar gingen Jantine en Dunja mét Wilfred en Jennifer mee aan de slag.

Richting een oplossing
Samen met de jonge ouders zochten Dunja en Jantine naar een goede oplossing. Ze kwamen daarbij uit op beide oma’s: baby Wendy zou de helft van de week naar oma van vaders kant gaan, terwijl oma van moeders kant de andere helft van de week in kwam wonen bij het gezin. Zo was er 24/7 extra zorg. De consulenten van MEE organiseerden extra ondersteuning via Ipse De Bruggen, waar gewerkt wordt met de Pinkies-behandelmethode. De professionals van Pinkies bouwen aan een stabiele en veilige ouder-kindrelatie bij cliënten met een (licht-)verstandelijke beperking. Ook zij kwamen al snel tot de conclusie dat er (te) weinig lerend vermogen bij de ouders aanwezig was om baby Wendy op een gezonde en veilige manier te laten opgroeien. Het lukte de ouders niet aan te sluiten bij en vooral ook te begrijpen wat Wendy nodig had. Extra ondersteuning van Pinkies bood geen soelaas. Er moest een structurele oplossing komen. Een pleeggezin binnen het eigen netwerk bleek niet te realiseren. Daarom stelden Jantine en Dunja voor, in overleg met ouders en grootouders, voort te bouwen op de reeds gemaakte afspraken en de rol van oma van vaders kant te versterken. Zij woonde dichtbij bij, had alle voorzieningen voor de baby al in huis, en het kindje was er gewend. Aldus geschiedde. Iedere dag na het werk kwam Wilfred met Jennifer eten bij zijn ouders, en konden zij onder toeziend oog van oma een deel van de zorg geven: Wendy te eten geven, in bad doen en naar bed brengen. Zo konden ze toch een aandeel naar vermogen leveren in de zorg voor hun kind.

Eind goed, al goed
De consulenten van MEE konden zich eindelijk terugtrekken uit het gezin; na anderhalf jaar van meedenken, mee begeleiden, mee coördineren, checken en mee regelen. Hoewel de oplossingen die beide consulenten aandroegen niet altijd meteen met enthousiasme werden ontvangen door Wilfred en Jennifer, lukte het Jantine en Dunja toch telkens weer om hen mee te krijgen. Juist door met de cliënten te overleggen, door náást hen te staan, in plaats van de regie over te nemen, waren ze aangekomen bij het punt waarop hun taak erop zat. Ze droegen de zorg over aan de gezinscoach van het CJG. Door dit intensieve traject hebben ze hun missie vervuld: bijdragen aan de mogelijkheden voor ook déze ouders om op een verantwoorde manier ouder te zijn. Met de veiligheid en gezondheid van het kind als allerbelangrijkste.

Bij de evaluatie een paar maanden later zei vader Wilfred: ‘Wij zien nu in dat Wendy pas bij ons kan logeren, als zij zelf kan zien wat veilig is voor haar.’

NB Om de privacy van de cliënten te waarborgen, zijn de namen gefungeerd en sommige details aangepast dan wel weggelatenDe foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene(n).

 

Lees meer...
Het verhaal van: Almaz

De eerste stap is gezet

almazAlmaz is afkomstig uit Eritrea. Almaz is 18 jaar, woont samen met haar zussen bij haar ouders en spreekt geen woord Nederlands. Ook haar niveau is laag (LVB). De zorgcoördinator verwijst haar door naar het wijkteam omdat zij vastloopt op school.

Ik werk vanuit MEE als cliëntondersteuner in het wijkteam en gaat met Almaz naar het Jongerenloket  om te kijken wat er voor haar gedaan kan worden. Almaz kan geen kant op zolang ze geen Nederlands spreekt en heeft tot die tijd zinvolle dagbesteding nodig. Bij het Jongerenloket krijgt zij een jobcoach en al snel krijgt ze de kans te starten in een vrijwillige functie bij het project Kookclub-catering. Hier bereidt zij maaltijden voor dak- en thuislozen. Ze werkt hier met Nederlandse collega’s dus oefent gedwongen haar Nederlandse taal.

Daarnaast vraag ik een Wmo arrangement aan voor individuele begeleiding. Almaz is een kwetsbaar meisje en ik schat in dat zij gevoelig kan zijn voor loverboys. Daarnaast heeft zij hulp nodig bij het leren van de Nederlandse taal, haar administratie en andere regelzaken waar zij tegenaan loopt in Nederland. Deze begeleiding krijgt Almaz vanuit Pameijer.

Almaz krijgt twee ochtenden per week Nederlandse les van vrijwilligers. Daarnaast werkt ze drie volle dagen en twee middagen als vrijwilliger op de Kookclub. Almaz geniet van haar werk en gaat met plezier. Ze heeft vijf dagen per week dagbesteding en haar kennis van de Nederlandse taal gaat met sprongen vooruit. Op de Kookclub zijn ze blij me Almaz: ze is een betrouwbare kracht die altijd komt opdagen en met plezier haar werkzaamheden uitvoert. In de toekomst kan ze ook in de lunchsalon gaan meedraaien. Wanneer Almaz de Nederlandse taal voldoende beheerst, gaan haar begeleider vanuit Pameijer, het Jongerenloket en haar begeleider bij de Kookclub bekijken wat de beste vervolgstap is voor Almaz.

Isabel, cliëntondersteuner van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van: Larissa

Van depressief naar doorzetter

LarissaLarissa is een jonge vrouw van 31 jaar. Ze heeft geen inkomen of werk en leeft van het salaris van haar vriend waarmee ze samenwoont. Ze heeft een zware depressie. De hulp die zij krijgt van een GGZ instelling sluit niet aan bij haar licht verstandelijke beperking (LVB). Ze wordt steeds depressiever en zit hele dagen thuis.

Bij het wijkteam krijgt zij hulp van Isabel, een cliëntondersteuner van MEE. Isabel gaat op zoek naar een goede GGZ instelling die gespecialiseerd is in LVB. Larissa kan snel starten met een EMDR-behandeling. Dit blijkt een schot in de roos, Larissa voelt zich al snel veel beter. Tegelijkertijd start Isabel bij het UWV een traject om te kijken of Larissa in aanmerking komt voor een Wajong uitkering. Als dit niet het geval blijkt, wordt er een arbeidsboordeling gestart. Larissa heeft arbeidsvermogen en wil zelf ook graag aan de slag. Via een jobcoach van het Jongerenloket krijgt Larissa al snel de kans om in het washok van een restaurant op een luchthaven te beginnen. De eerste twee maanden zijn op proef. Ze zijn tevreden over Larissa en ze krijgt een contract voor een half jaar. Haar contract wordt daarna verlengd en ze mag ook wat uren in de horeca meedraaien. Binnenkort krijgt Larissa er extra uren bij en zal ze steeds meer horeca-uren krijgen. Ze gaat dan ook een opleiding volgen over hygiëne in de horeca.

Larissa gaat voor het eerst in haar leven met plezier naar haar werk en ze houdt het ook vol. Voorheen meldde zij zich vaak ziek en bleef dan dagen in bed. Dat doet zij nu niet meer. Haar behandeling is met succes afgerond en op haar werk kan ze groeien en zichzelf ontwikkelen. Ze komt voor zichzelf op en wordt steeds zelfstandiger. Isabel kan met een goed gevoel en een gerust hart afsluiten.

Isabel, cliëntondersteuner van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van: Armando

Armando krijgt de kans op een beter leven

ArmandoArmando is opgegroeid op de Antillen en is op 26-jarige leeftijd in Nederland komen wonen. Inmiddels is hij in de vijftig. Het gaat niet goed met Armando. Hij komt bij Aad, cliëntondersteuner van MEE, in beeld op verzoek van de nachtopvang. Daar is Armando terechtgekomen nadat hij werd vrijgelaten uit de gevangenis en geen woning had om naar terug te keren. Men vermoedt psychische klachten en een ontwikkelingsachterstand. Armando laat erg onaangenaam gedrag zien. Hij is boos en gefrustreerd en uit dit naar alle hulpverleners die op zijn pad komen. Dit komt zijn situatie niet ten goede.

Aad: ‘Armando heeft dringend hulp nodig, maar hij is zo wanhopig dat hij erg dwingend en gespannen overkomt. Armando is boos en gefrustreerd. Door goed naar hem te luisteren, verandert gaandeweg het gesprek zijn houding. Uiteindelijk wordt het hem te veel en barst hij in tranen uit. Hij voelt zich onvoldoende gehoord door verschillende instanties en hulpverleners, het is onduidelijk wie hem helpt en waarbij. Ik merk dat hij geen overzicht heeft en veel stress ervaart. Ik stel hem voor om met een gedragsdeskundige van MEE (psycholoog) in gesprek te gaan. Op die manier kan er onderzocht worden of er sprake is van een (licht) verstandelijke beperking en psychische problemen. Armando wordt boos: hij is toch niet gek?! Uiteindelijk weet ik hem ervan te overtuigen dat dit hem juist verder kan helpen en hij stemt in.’

Mara is gedragsdeskundige bij MEE. Zij gaat met Armando in gesprek en voert een onderzoek uit. Mara: ‘In zijn gesprek met mij is Armando dwingend en ervaart duidelijk veel stress. Hij vertelt mij dat hij bedreigd is in het verleden en dat hij ook op dit moment bedreigd wordt. Hij is ontzettend angstig en achterdochtig en slaapt nauwelijks. Zijn vermoeidheid en onrust maken het lastig de intelligentietest af te nemen, maar dit lukt uiteindelijk wel. Armando blijkt inderdaad een licht verstandelijke beperking te hebben. Doordat hij verbaal relatief sterker is wordt hij vaak overschat, met alle gevolgen van dien. Hij kan informatie begrijpen, maar het onthouden en er iets mee doen is erg lastig voor Armando. Het zorgt er ook voor dat hij zijn problemen niet zelfstandig kan aanpakken. Hij heeft familieleden in de buurt wonen, maar omdat zij in het verleden de politie op de stoep hebben gehad vanwege Armando, blijven ze liever uit zijn buurt. De vrienden die hij heeft zijn vrienden uit het criminele circuit. Armando probeert hen op afstand te houden. Hij heeft twee kinderen waarmee hij nauwelijks contact heeft. Armando heeft tevens last van forse psychische klachten. Hij heeft ingrijpende gebeurtenissen achter de rug, waardoor hij mogelijk een posttraumatische stressstoornis heeft ontwikkeld. Dit zorgt voor veel angst, spanning, prikkelbaarheid en woede-uitbarstingen. Armando kan lastig helder denken en heeft moeite zich te concentreren.’

Armando is duidelijk niet op zijn plek binnen de nachtopvang. Aad: ‘Hij voelt zich bedreigd en onveilig op de slaapzaal met dertig man, waardoor zijn klachten verergeren. Het is belangrijk dat er zo snel mogelijk intensieve begeleiding en een plek voor begeleid wonen komt voor Armando. Hij heeft veel ondersteuning nodig, maar we moeten beginnen bij de basis: een plek waar Armando tot rust kan komen en waar hij zich veilig voelt. Een veilige plek die hem ervan weerhoudt terug te vallen in het criminele circuit.’

Mara omschrijft Armando als een tikkende tijdbom in haar contact met de Wmo-adviseur die bepaald of Armando een indicatie krijgt. Mara: ‘Aad en ik hadden, net als onze contactpersonen binnen de nachtopvang, de angst dat de situatie zou escaleren. Dat Armando zijn woede fysiek zou gaan uiten en dat hij zichzelf of iemand in zijn omgeving iets zou aandoen. Cliënten zoals Armando zijn complex: ze werken niet mee en gedragen zich dusdanig dat veel hulpverlening afhaakt. Het onvermogen wordt niet herkend, alleen het onbeschofte en agressieve gedrag wordt gezien. Armando voelt zich door Aad eindelijk gehoord en begrepen. Dankzij de resultaten van de onderzoeken en mijn aanbevelingen heeft Armando inmiddels een tijdelijke indicatie zodat hij kan instromen op een plek voor begeleid wonen. Hij heeft daar nu een eigen kamer. Onlangs hebben we vernomen dat hij een indicatie voor deze passende woonplek heeft gekregen, zodat hij er in elk geval de komende negen maanden kan blijven. Op deze manier kan Armando op veel gebieden de begeleiding krijgen die hij nodig heeft en kan hij aan de slag met de verwerking van zijn trauma’s.’ Aad: ‘Zonder hulp zal Armando zich gedwongen voelen om terug te vallen in het criminele circuit. Hij heeft niets en hij heeft ook niet veel te verliezen. Nu krijgt Armando een kans op een beter leven.’

 

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Dania

Dania heeft straks de touwtjes weer zelf in handen

vrouw middelbare leeftijdSandy is cliëntondersteuner bij MEE en maakt deel uit van een wijkteam. Samen met haar collega’s uit het wijkteam is zij betrokken bij een gezin. Moeder Dania heeft financiële problemen en heeft hiervoor om hulp gevraagd. Dania heeft drie kinderen, waarvan de jongste twee, Anthony (19) en David (10), nog thuis wonen.

Anthony heeft een verstandelijke beperking en brengt zijn dagen slapend door. ’s Nachts speelt hij games en houdt daarbij geen rekening met zijn moeder en broertje. De enorme herrie die hij maakt zorgt ervoor dat Dania en David regelmatig wakker liggen. De slapeloze nachten hebben ruzie tot gevolg. In huis is de sfeer gespannen en dat Anthony schulden maakt en zich niet aan de regels houdt, is niet bevorderlijk voor de situatie. Ook Dania heeft schulden en geen dagbesteding. Vanwege openstaande parkeerboetes heeft zij al eens tien dagen in de gevangenis gezeten. David gaat naar school maar heeft hier regelmatig woedeaanvallen.

Sandy: ‘De situatie binnen dit gezin was best complex. Ik heb de rol van casusregisseur op me genomen, want er was natuurlijk veel meer hulp nodig dan alleen ondersteuning bij de financiën. Zeker toen er een ruzie flink uit de hand liep en er sprake was van huiselijk geweld. Dania had in haar wanhoop zelfs met een mes gedreigd en David had alles gezien.’

Als casusregisseur houdt Sandy overzicht over de gehele situatie binnen het gezin. Ze bekijkt wat er nodig is en hoe ze dit voor elkaar kunnen krijgen. Ook zorgt ze ervoor dat iedereen op de hoogte is van het gezamenlijke doel en dat de gezinsleden gemotiveerd blijven om mee te werken. Sandy: ‘Vooral Dania kwam haar afspraken soms niet na. Het blijft voor haar lastig om zich over te geven aan hulp. Maar uiteindelijk zijn we, door goed samen te werken, toch ver gekomen. Voor Dania hebben we dagbesteding gevonden. Zij heeft nu naailes in het buurtcentrum. Wie weet kan ze daar ooit nog meer mee gaan doen. Daarnaast is er bewindvoering en budgetbeheer voor Dania geregeld. Ook krijgt zij hulp bij het omgaan met haar emoties, om ervoor te zorgen dat het nooit meer zo uit de hand loopt thuis.’

De relatie tussen Anthony en Dania was slecht en de irritaties waren in de loop der jaren enorm opgelopen. Volgens cliëntondersteuner Sandy was het beter voor hen om wat meer afstand te hebben. Begeleid wonen voor Anthony bleek de beste oplossing. Sandy: ‘Anthony heeft inmiddels een leuke woonplek en dagbesteding. Hij doet mee aan Feyenoord Jobscorer, een project van voetbalclub Feyenoord waarbij jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring kunnen opdoen. MEE is één van de partners in dit project. Met Anthony gaat het veel beter nu hij weer een gezond ritme en een doel in zijn leven heeft. In de weekenden logeert hij thuis en dat gaat ontzettend goed.’

David krijgt ondersteuning van de gedragsdeskundige. Hij heeft op jonge leeftijd al veel gezien en meegemaakt. Met zijn woedeaanvallen kan hij beter omgaan en hij voelt zich prettiger nu het er thuis een stuk rustiger aan toe gaat. Sandy: ‘Het is nu een kwestie van het verder stabiliseren van de financiële situatie van Dania. Als dit op de rit is heeft zij de ondersteuning van het wijkteam niet meer nodig en heeft zij als moeder de touwtjes weer zelf in handen.’

Een consulent van MEE

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Bart

In een half jaar van een 1 naar een 8

Stack of hands - real people agreementBart is 36 jaar, hij heeft niet-aangeboren hersenletsel en een licht verstandelijke beperking. Hij komt uit een warm gezin van allemaal harde werkers. Hun levensmotto is: “Je werkt gewoon hard.” Dus Bart ook.

Zijn vader weet al die jaren werk voor hem te vinden, maar uiteindelijk loopt het elke keer toch steeds mis. Zo rolt Bart van het ene in het andere baantje en komt uiteindelijk met een burn-out thuis te zitten. Samen kloppen ze ten einde raad bij MEE aan. Eén ding wordt snel duidelijk: Bart is al die jaren overvraagd, ondanks alle goede bedoelingen.

Om Bart te leren kennen, bezoekt de consulent van MEE hem in zijn appartement. Hij vertelt dat hij de hele dag thuis zit en zo graag weer wat zou willen doen. Stap voor stap gaan Bart en de consulent van MEE aan de slag. Om te beginnen gaan ze naar het wijkcentrum om de hoek om te vragen of Bart daar iets kan doen. Sindsdien schenkt hij er twee dagen per week koffie en thee en bezoekt een derde dag de knutselclub. Bart geniet ervan dat hij weer onder de mensen is.

Bart en de consulent brengen samen zijn netwerk in kaart. Het geeft antwoord op vragen zoals: met wie ga je om, wie maken zich zorgen om jou, met wie heb jij een warm contact? Daar rollen de mensen uit die Bart wil vragen voor een meedenkbijeenkomst: zijn ouders, tweelingbroer, zus, zwager en schoonzus. Maar ook een buurman en zijn beste vriend met zijn moeder. Stuk voor stuk mensen die het beste met Bart voorhebben en met hem mee willen denken over een plan voor de toekomst.

Bart nodigt iedereen uit en regelt een zaaltje in ‘zijn’ wijkcentrum. Hij krijgt de sleutel van het pand en zet voor iedereen koffie. Ook de consulent van MEE is erbij. Die avond vertelt Bart voor het eerst uitgebreid over zijn beperking en dat er bij hem in 2008 diagnostisch onderzoek is gedaan maar dat hij uit schaamte zweeg over de uitslag. Hij vertelt waar hij in het dagelijks leven tegenaan loopt en iedereen kan vragen stellen.

“Oh, nu valt het allemaal wel op z’n plek!” is de eerste reactie van zijn moeder. Zijn buurman zegt: “Nu begrijp ik waarom je dingen vaak vergeet of er niet bent als we een afspraak hebben. Dat doe je niet met opzet.” Ook snappen ze nu beter waar hij behoefte aan heeft en wat hij allemaal zelf kan.

In een complimentenrondje vertelt iedereen welke talenten ze in Bart zien. Bijvoorbeeld dat hij humor heeft, gezellig en zorgzaam is, computerspelletjes helemaal uit kan spelen, sportief is. Ze worden allemaal op een grote flap geschreven en zorgen voor een positieve start waarin de kracht van Bart naar voren komt. Die flap hangt sindsdien boven zijn bed. Daarna wordt iedereen gevraagd om mee te denken over een aantal vragen van Bart:

  • Wie kan mij ondersteunen bij het regelen van dingen?
  • Hoe kan ik actief bezig blijven, me minder eenzaam voelen?
  • Hoe vind ik werk dat bij mij past?
  • Hoe vind ik een vriendin?

De insteek is niet wie wat gaat doen, maar met elkaar nadenken over mogelijkheden. De consulent legt uit waarom dit het beste lukt zonder haar erbij; de plannen zijn realistischer en duurzamer. Ze weten zelf het beste wat haalbaar is en zijn een constante factor in het leven van Bart. Ook spreken ze vrijer zonder professionals. Een uur later wordt ze gebeld dat er een plan op tafel ligt.

Inmiddels zijn we een half jaar verder, er is veel gebeurd. Zo heeft MEE de schoonzus van Bart gecoacht rondom het aanvragen van een uitkering. Deze is toegewezen en dat is een enorme opluchting voor iedereen. De zorg dat hij zonder inkomen misschien zijn flat uit zou moeten is nu weg. Een volgende stap is het vinden van een baan. Werk dat overzichtelijk is en waar hij contact heeft met andere mensen. Maar niet meer full-time, die verwachtingen zijn wat bijgesteld.

Door het vrijwilligerswerk heeft Bart weer ritme in zijn leven en hij komt weer onder de mensen. Een datingsite hoeft niet meer zo nodig, want hij hoopt nu in het dagelijks leven een vriendin te ontmoeten. In het buurthuis, op de sportschool of via een singlereis, Bart trekt er weer volop op uit!

Het gaat inmiddels zó goed, dat de consulent van MEE zich terug kan trekken. Zij begint hun laatste gezamenlijke bijeenkomst met een cijferrondje: welk cijfer gaf je Bart een half jaar geleden en hoe is dat nu? Bart zegt zelf: “Toen gaf ik mezelf een 1, het ging echt slecht met mij. Maar nu geef ik mezelf een 8! Ik had veel eerder moeten vertellen dat ik een beperking heb. Dat is niets om je voor te schamen.”

Ook de consulent van MEE kijkt met een goed gevoel terug op de afgelopen periode: “Die Bart, ik vind het echt heel knap van hem. En ik gun iedereen zo’n familie! Met elkaar hebben ze in een half jaar al zoveel voor elkaar gekregen en dat geeft heel veel rust. Niet alleen bij Bart, maar ook bij zijn familie. Zijn vader kan met een gerust hart een stapje terug doen. Het rust niet meer op één persoon, ze dragen het samen. Vanaf nu redden ze het zonder MEE.”

Een consulent van MEE

 

De naam in dit verhaal is om privacy-redenen aangepast. De foto dient ter illustratie

 

Lees meer...
Het verhaal van: Daniëlle

Het belang van samen spelen

National Assembly for Wales https://www.flickr.com/photos/nationalassemblyforwales/5201569732/in/photolist-8VDpsL-e6W8DF-8eAwVu-ayGnaa-4TLEMC-6z9S5x-5NtDo6-hmaLwL-5BAwp3-fv4A8d-i46Zf1-3h9Av-9iRQkM-okcLWp-oCZvj8-6sY8F9-8VDohQ-oSYyx-8kKjSL-iux3Tc-oJGLwB-iyKPjk-gV3Emv-qyRTQC-6kTX8X-7pz6uP-gBKYfq-nz3Giy-6emWTd-8GnH22-9K6vcg-e9cWh4-2vn8ov-4GSWRn-ae643d-mbLVfH-mzBD4p-cDRh1u-6wnx18-dSVvy6-7vZjfG-pexr4H-878n6f-78LZAy-6N6nvd-47wvuw-oCYxe-cnywhW-aoMvSX-7uGycgDaniëlle heeft haar kinderen Jessie (6 jaar) en Mila (7 jaar) bij MEE aangemeld omdat zij op zoek is naar naschoolse dagbehandeling. Jessie heeft een verstandelijke beperking en Mila een gehoorprobleem. Ik vermoed dat moeder zelf ook een licht verstandelijke beperking heeft.

Daniëlle wil graag dat haar kinderen na schooltijd iets te doen hebben, omdat ze eigenlijk alleen maar thuis zitten. Mila en Jessie mogen van Daniëlle niet buiten spelen. Dit vindt zij onveilig. Eigenlijk zijn alle activiteiten waarbij geen professionele begeleiding is geen optie voor Daniëlle. De school geeft aan dat Daniëlle een zeer beschermende moeder is die door haar bezorgdheid de sociale ontwikkeling van Jessie en Mila belemmert. In de gesprekken die ik heb met Daniëlle, merk ik inderdaad dat zij erg bezorgd is over haar kinderen. Ik zie ook dat Daniëlle eigenlijk niet goed weet wat de mogelijkheden zijn en dat haar onwetendheid ervoor zorgt dat ze alles direct afschrijft. Ik leg aan Daniëlle uit dat naschoolse dagbehandeling dure zorg is die niet bedoeld is voor kinderen die simpelweg op zoek zijn naar een leuke activiteit.

Ik vertel haar over de sportconsulenten van MEE  en leg haar uit dat ze vrijblijvend eens kan praten met één van hen. Er zijn talloze activiteiten denkbaar op het gebied van sport. Ook voor kinderen met een beperking en die zijn altijd onder begeleiding. Het spelen met andere kinderen is belangrijk voor Jessie en Mila, dit probeer ik haar zo goed mogelijk duidelijk te maken.

Elke keer als ik Daniëlle spreek, benadruk ik weer hoe belangrijk het is dat haar kinderen in aanraking komen met andere kinderen en dat ze samen kunnen spelen. Vlak bij de woning van het gezin bevindt zich het buurthuis waar elke woensdagmiddag gespeeld kan worden. Daar was Daniëlle echter nooit enthousiast over, omdat de begeleiding bestaat uit vrijwilligers die geen ervaring hebben met de beperkingen van haar kinderen.

Met de nadruk op het belang van spelen heb ik Daniëlle, Mila en Jessie uitgenodigd bij mij in het buurthuis, om te laten zien waar ik zit en hoe het eruit ziet. Ik heb ze uitgenodigd op woensdagmiddag  zodat ze op een ongedwongen manier een beeld kunnen krijgen van het spelen. De kinderen zijn, op eigen initiatief, binnen mum van tijd aan het spelen en hebben de grootste lol.

Jessie en Mila mogen sindsdien elke week naar de speelactiviteit op het buurthuis. De eerste keren bleef Daniëlle om te kijken, inmiddels gaat zij tussendoor naar huis. Ook haar oudere dochter krijgt meer vrijheden die passen bij haar leeftijd. Daniëlle lijkt opgelucht en is meer ontspannen. De nieuwe situatie doet ook haar goed.

Onlangs vroeg Daniëlle wanneer zij een afspraak kan maken met een sportconsulent. Ze wil nu ook graag op zoek naar een leuke sport voor haar kinderen.

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van: Karin

Bijzondere Ontmoeting

lvb burenTwee weken geleden had ik er weer één. Een bijzondere ontmoeting. Dock – waaronder buurtbemiddeling valt – vindt het belangrijk dat de vrijwilligers zo goed mogelijk voorbereid op pad kunnen. In dat kader worden zogeheten verdiepings-bijeenkomsten georganiseerd. Deze verdiepingsbijeenkomst betrof het omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking.

Want ja, hoe gaat dat nou eenmaal? In eerste instantie maak je als buurtbemiddelaar een afspraak om in gesprek te gaan met partij a. Dit is meestal de partij die overlast ervaart. Na dit gesprek bel je aan bij Partij b, de ‘overlast’ veroorzakende partij. Je weet natuurlijk nooit wie de deur gaat opendoen. Wie je gaat ontmoeten. Wat ik wel weet is dat mensen altijd in eerste instantie geneigd zijn om vanuit zichzelf te denken en dus de andere persoon vanuit zichtzelf te benaderen. Dat dat niet altijd de beste manier hoeft te zijn moge duidelijk zijn.

De informatie deze avond werd verzorgd door MEE. Ik kende deze partij tot dit moment niet, maar ik ben heel blij dat ik ze heb leren kennen. Want we zijn voorzien van een forse stapel kennis. Ook was er een ervaringsdeskundige aanwezig. Deze meneer heeft een licht verstandelijke beperking en hij was bereid om zijn levensverhaal met ons te delen om zo bij te dragen aan onze vaardigheden om op een betere manier om te gaan met mensen met deze problematiek. Een prachtig, mooi, droevig, open maar vooral eerlijk verhaal heeft hij verteld. Een verhaal dat heel goed duidelijk maakte wat deze groep mensen nodig heeft.

Er is een wereld van kennis voor me open gegaan. Ik moet bekennen, ik had werkelijk geen idee dat deze problematiek zo’n enorme invloed heeft op het leven van alledag. Mocht ik al een beeld hebben gehad van licht verstandelijk beperkte mensen dan weet ik nu dat dat beeld verkeerd was. Het zijn geen kinderen in de verpakking van een volwassene. Het zijn volwassenen die op sommige punten functioneren met het ontwikkelingsniveau van een 10-11 jarig kind. En, zo weet ik nu, dat is dus iets heel anders.

Waar ik misschien toch al snel de neiging had om, als ik dacht niet begrepen te worden, wat langzamer te gaan praten en dezelfde woorden te uiten weet ik nu dat dat volkomen zinloos is en vervelend voor de ontvanger van mijn informatie. Concreet en duidelijk zijn, dat werkt. Er is geen onwil om informatie te ontvangen en te verwerken, het is onkunde.

Deze avond ging misschien expliciet om ‘omgaan met mensen met een ‘licht verstandelijke beperking’ maar eigenlijk is het altijd enorm belangrijk om te proberen om achter de manier van denken te komen van de persoon die je tegenover je aantreft. Om zo samen het gesprek te hebben, met respect voor elkaars onvolkomenheden.

Ik heb er weer een paar hele mooie ontmoetingen bij. Want niet alleen de trainers van MEE hebben mijn leven weer wat rijker gemaakt, maar ook alle andere buurtbemiddelaars die aanwezig waren om hun ervaring en kennis uit te breiden.

Karin, buurtbemiddelaar

Lees meer...
Het verhaal van: Een consulent van MEE

Voorlezen

voorlezenVoor deze ouders is het opvoeden van kinderen niet zo makkelijk, moeder zelf is moeilijk lerend en vader dringt er bij mij op aan om hem overal in te betrekken, want ze begrijpt niet alles….

Dus ik heb gesprekken over de jongste zoon die een verstandelijke beperking heeft en op het zml onderwijs zit.

Moeder heeft ondertussen erg veel moeite met de oudere zus, ze wordt opstandig en zegt zelfs: ” ik haat mijn broertje. Jullie houden wel van hem maar niet van mij!” Dat doet moeder echt pijn en ze vraagt: ” Wil u niet eens met haar praten? Wij weten niet zo goed wat we kunnen doen.” Ik geef haar op voor de brusjes groep. Ondertussen ga ik op zoek naar een voorleesboek over een brusje met een handicap.

Boven in de MEE bieb ligt ‘De prins op de praalwagen’ van Ina de Vries-van der Lichte, over een jongen die een gehandicapt zusje heeft en dat helemaal niet leuk vindt. Ik besluit het voor te lezen. Maar de eerste keer is het zusje helemaal van slag. Ze wil niet met een vreemde mevrouw praten en waarom moet dat nou! Ik zeg: ik ga je een verhaal voorlezen, wil je dat wel? En ja hoor, gaandeweg het verhaal vertelt ze steeds meer over haar broertje en waar ze last van heeft. Als het boek uit is, vraagt ze of ze het even mag houden, ze wil er een boekverslag van maken. Dat vind ik prima en als ik het weer op kom halen vertelt ze het volgende:

‘Ik heb uit mijn hoofd een boekverslag gemaakt en de juf heeft gevraagd of ik er een presentatie over wilde houden. Ik vertelde waar het boek over ging en over mijn eigen broertje, de klas was muisstil, niemand praatte! De juf zei dat ze diep onder de indruk was van het verhaal en ik kreeg een 10.’

Heeft het je geholpen om anders met je broertje om te gaan? vroeg ik en dat had het zeker!

‘Ik begrijp nu veel beter dat hij er niets aan kan doen en dat het voor mijn ouders ook moeilijk is om voor hem te zorgen. Ik weet dat ze van mij houden en gewoon hun best doen, dat doe ik nu ook, net als die jongen in het verhaal…’

Een consulent van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van: Claudia

Mijn droom? Een betaalde baan!

leren en werkenClaudia is 20 jaar en moeilijk lerend. Ze werd gepest, spijbelde veel en zat op verschillende scholen waar ze steeds vastliep. Daardoor kreeg ze een negatief zelfbeeld en werd ze erg onzeker. Nu zit ze op het praktijkonderwijs en wordt ze begeleid door een cliëntondersteuner. Ze loopt inmiddels stage, een belangrijke stap op weg naar een betaalde baan. 

Claudia: ‘Ik heb heel lang het gevoel gehad dat ik niets kon. Dat werd eigenlijk steeds erger. Niets lukte en ik voelde me nergens thuis. Marcel, mijn cliëntondersteuner, kijkt heel anders naar me, die ziet alleen maar wat ik wél kan. Dat voelt zo anders. Ik ben ook heel blij met de beroepentest. Daar bleek uit dat ik horeca heel leuk vind. Nu kan ik me echt op iets richten en droom zelfs van een echte baan! Ik ben er trots op dat ze mij bij La Place drie dagen in de week willen hebben.’

Nadat ze op verschillende scholen vastliep, kwam Claudia terecht bij het Praktijkonderwijs. Ook daar leek het er op dat ze weer vast zou lopen. Al snel was duidelijk dat Claudia meer behoefte heeft aan structuur en begeleiding dan de school haar kon bieden. De Praktijkschool werkt in dat soort gevallen samen met de zogenoemde ‘Navigatoren’. Dat zijn cliëntondersteuners die onderdeel zijn van het schoolteam.

Marcel: ‘Samen hebben we een traject uitgezet en een toekomstplan gemaakt. In het toekomstplan staat wat Claudia wil bereiken, wat haar mogelijkheden zijn en wat ze nodig heeft om die doelen te realiseren. Een traject uitzetten doen we niet alleen. Er zijn verschillende partijen betrokken zoals de gemeente, het UWV, hulpverleners, school, werkgever, zorginstelling en het re-integratiebureau. Als navigator/cliëntbegeleider leg ik verbindingen met alle betrokken partijen. 

De randvoorwaarden om aan het traject deel te kunnen nemen, moeten goed zijn. Als je lekker in je vel zit, heeft dat een positief effect op de werkvloer. We kijken naar alle leefgebieden. Hoe is de thuissituatie? Hoe is de financiële situatie? Lukt het iemand een eigen administratie te voeren? Kan iemand zelfstandig reizen van huis naar het werk? Ook dan gaan we met die partijen om de tafel die daar verantwoordelijk voor zijn, om de neuzen dezelfde kant op te krijgen en de begeleiding op elkaar af te stemmen.’

Claudia is begonnen met een stage bij La Place (V&D). Ze heeft het er ontzettend naar haar zin en ontdekte dat ze veel plezier heeft in horecawerk. Haar stage werd nog een keer verlengd waardoor ze nog meer kon leren en is gegroeid. Claudia heeft nu meer zelfvertrouwen en is minder onzeker. Ze kan beter haar grenzen aangeven en voor zichzelf opkomen. Ze is nu toe aan een volgende stap op weg naar een betaalde baan.

Claudia: ‘Marcel heeft mij geholpen bij het zoeken van stages. Hij ondersteunde me en ging mee als we stagegesprekken hadden. Ook bij beoordelingsgesprekken is hij erbij. Hij zegt vaak positieve dingen over me en dat is fijn om te horen. Complimenten doen me goed. Door het werk bij La Place heb ik meer zelfvertrouwen gekregen.’

Marcel: ‘Als je collega’s en werkgever je begrijpen heeft dat een positief effect op je werkplezier en functioneren. Voor jongeren zoals Claudia is het erg belangrijk dat collega’s en de werkgever begrijpen wat een beperking inhoudt. Of je nu moeilijk lerend bent, een licht verstandelijke beperking, autisme of niet aangeboren hersenletsel hebt: vaak zie je het niet aan de buitenkant. Goede voorlichting op de werkplek kan veel ‘kou uit de lucht halen’ en voorkomen dat  iemand overvraagd wordt en vastloopt’. Doordat haar zelfvertrouwen groeide is Claudia erg gemotiveerd en klaar voor een volgende stap. Haar ouders geven aan haar op alle fronten te willen steunen. Claudia heeft een werkgever veel te bieden: ze is behulpzaam, gemotiveerd, zorgvuldig, eerlijk, heeft humor, neemt initiatief en ziet werk liggen.  Momenteel wordt een werkervaringsplek gezocht bij een ander horecabedrijf. Een werkplek waar ze weer nieuwe dingen kan leren en door kan groeien naar een dienstverband. Weer een stap verder richting haar doel: een betaalde baan en een werkgever die bij haar past en rekening houdt met haar beperkingen.


Marcel Abbing, consulent

 

 

Lees meer...