Het verhaal van: Wilfred en Jennifer

In verwachting van het onverwachte

Kinderwens Blog (002)

Een nieuw MEE-verhaal over kinderwens, zwangerschap en ouderschap

Huisje, boompje, baby

Wilfred en Jennifer waren, net als veel andere stellen gelukkig getrouwd. Hadden beiden een stabiele baan, een huis gekocht, en zowel financiën als administratie waren netjes in orde. Een goede uitgangspositie voor gezinsuitbreiding. Zowel Wilfred als Jennifer hadden in hun jeugd speciaal onderwijs gevolgd. Vanwege de behoefte aan extra ondersteuning en veel duidelijkheid en structuur, waren ze vanuit daar doorgestroomd naar een sociale werkplaats. Toen Jennifer zwanger bleek, verwees de maatschappelijk werker van de sociale werkplaats de aankomende ouders naar MEE om te onderzoeken of ze in de opvoeding ook extra ondersteuning nodig zouden hebben.

Zo kwamen de MEE-consulenten Jantine en Dunja in contact met Wilfred en Jennifer. ‘Toen Wilfred en Jennifer bij ons werden aangemeld, was Jennifer al ruim zeven maanden in verwachting. We gingen bij hen thuis op bezoek en spraken met hen over het ouderschap. De babykamer was volledig ingericht en alle praktische voorbereidingen voor de baby waren helemaal op orde. In het gesprek werd snel duidelijk dat de aanstaande ouders nauwelijks wisten wat een baby aan verzorging nodig zou hebben’, vertelt Jantine. Om goed te weten te komen wat de komende ouders aan zouden kunnen, wat hen beweegt, wat hen motiveert en bij wie ze terechtkunnen met hun vragen, kortom om goed in kaart te brengen wat de krachten en de risico’s zijn, werd in overleg met de gedragsdeskundige afgesproken om het verantwoord ouderschapstraject te starten. Dit traject bestaat uit een psychologisch onderzoek, het in kaart brengen van het netwerk en de ‘kinderwenskoffer’. Aan de hand hiervan wordt met de ouders besproken wat er allemaal kan gaan veranderen als er een kind komt. Ook het oefenen met een oefenpop maakt deel uit van het traject.

Oefenpop Priscilla
En zo mocht oefenpop Priscilla komen logeren; de oefenpop waarmee cliënten “ervaringsgericht kunnen zorgen voor een simulatiebaby”. Een pop die zo is geprogrammeerd dat ie, net als een echte baby, op onverwachte momenten door te huilen om verzorging vraagt. Ook midden in de nacht. De oefenpop kan na afloop worden ‘uitgelezen’, zodat consulenten kunnen zien hoe de cliënt reageert en/of handelt. Dunja, de consulent die gespecialiseerd is in ‘kinderwens en verantwoord ouderschap’ herinnert het zich goed: ‘Alleen al de uitleg over hoe je voor de oefenpop zorgt, duurde bijna twee keer zo lang als normaal. De instructie dvd bekijken, situaties laten bedenken, oefenen, voordoen en plaatjes laten zien en meegeven, we hebben alles de revue laten passeren.’
De aanstaande ouders zouden voor een periode van vier dagen voor oefenpop Priscilla zorgen, maar een dag eerder dan gepland kwam de vraag of Priscilla kon worden opgehaald. De ouders vonden het moeilijk aan de zorgvraag van de oefenpop te voldoen. Wilfred gaf aan dat hij het lastig vond de oefenpop vast te houden. Dat bleek ook uit de meldingen die de consulenten in het systeem tevoorschijn zagen komen: ‘shaken baby’ en ‘insufficient head support’.

‘Ik verwacht het onverwachte’
Uit het psychologisch onderzoek van Jennifer bleek dat haar IQ rond de 50 lag. Wilfreds IQ was hoger, rond de 85, maar vanwege zijn enorme drang naar structuur waren er sterke vermoedens van autisme. Om krachten en zorgen rondom het aanstaande gezinnetje met het netwerk te delen, organiseerden de twee consulenten een familienetwerkberaad. De krachten: de aanstaande ouders staan open voor hulp, de opa’s en oma’s wilden helpen, alle babyspullen waren in huis, kinderopvang en de oppas waren geregeld. Kortom: aan alle praktische zaken was gedacht. Er waren ook zorgen: de naaste familie leek niet te beseffen hoeveel ondersteuning Wilfred en Jennifer nodig zouden hebben bij het verzorgen van hun kindje. Wilfred had ook zijn eigen zorgen. Jantine: ‘Hij zei letterlijk dat hij bang was dat er te veel op zijn schouders terecht zou komen.’ Daar moesten dus afspraken over worden gemaakt. Duidelijk, kort en simpel, op het niveau van de cliënten, maar vooral ook in goed overleg met hen, zodat ze zich er ook écht aan zouden houden. Het netwerkoverleg maakte duidelijk dat MEE zich veel meer zorgen maakte dan de aanstaande ouders en het netwerk: ‘Toen we bespraken hoe Wilfred en Jennifer om zouden gaan met situaties met de baby die je niet kunt inplannen, had Wilfred de perfecte oplossing: ‘Ik verwacht het onverwachte’. Zou dat genoeg zijn om om te kunnen gaan met alles wat een baby met zich meebrengt?

De échte baby: Wendy
Wilfred en Jennifer werden meteen goed op de proef gesteld toen de echte baby zich aandiende. Jennifer was een week over datum en daarom besloot de verloskundige haar te strippen. Daarna mochten ze weer naar huis, in tegenstelling tot wat ze hadden verwacht. Thuis kwamen de weeën op gang, waarna de aanstaande ouders halsoverkop met de tram naar het ziekenhuis moesten. De bevalling ging relatief soepel, maar leverde natuurlijk wel een behoorlijke dosis stress op. En dat werd niet minder toen ze eenmaal, met baby Wendy, weer thuis waren. Dat concludeerde ook de kraamzorg die maximaal werd ingezet. Veilig en goed zorgen voor baby Wendy was moeilijk en er waren meer onverwachte zaken dan het stel aankon. Jantine en Dunja hielden het nauwlettend in de gaten. Toen het kindje na een week een paar blauwe plekken had, waarvan de ouders niet konden zeggen hoe ze die had opgelopen, gingen de consulenten met ouders en baby naar een letselschade-arts in het ziekenhuis. Die stelde officieel vast dat er geen sprake was van lichamelijke mishandeling. Toen was wel duidelijk dat er extra ondersteuning moest komen, om Wendy’s veiligheid te blijven garanderen. Daar gingen Jantine en Dunja mét Wilfred en Jennifer mee aan de slag.

Richting een oplossing
Samen met de jonge ouders zochten Dunja en Jantine naar een goede oplossing. Ze kwamen daarbij uit op beide oma’s: baby Wendy zou de helft van de week naar oma van vaders kant gaan, terwijl oma van moeders kant de andere helft van de week in kwam wonen bij het gezin. Zo was er 24/7 extra zorg. De consulenten van MEE organiseerden extra ondersteuning via Ipse De Bruggen, waar gewerkt wordt met de Pinkies-behandelmethode. De professionals van Pinkies bouwen aan een stabiele en veilige ouder-kindrelatie bij cliënten met een (licht-)verstandelijke beperking. Ook zij kwamen al snel tot de conclusie dat er (te) weinig lerend vermogen bij de ouders aanwezig was om baby Wendy op een gezonde en veilige manier te laten opgroeien. Het lukte de ouders niet aan te sluiten bij en vooral ook te begrijpen wat Wendy nodig had. Extra ondersteuning van Pinkies bood geen soelaas. Er moest een structurele oplossing komen. Een pleeggezin binnen het eigen netwerk bleek niet te realiseren. Daarom stelden Jantine en Dunja voor, in overleg met ouders en grootouders, voort te bouwen op de reeds gemaakte afspraken en de rol van oma van vaders kant te versterken. Zij woonde dichtbij bij, had alle voorzieningen voor de baby al in huis, en het kindje was er gewend. Aldus geschiedde. Iedere dag na het werk kwam Wilfred met Jennifer eten bij zijn ouders, en konden zij onder toeziend oog van oma een deel van de zorg geven: Wendy te eten geven, in bad doen en naar bed brengen. Zo konden ze toch een aandeel naar vermogen leveren in de zorg voor hun kind.

Eind goed, al goed
De consulenten van MEE konden zich eindelijk terugtrekken uit het gezin; na anderhalf jaar van meedenken, mee begeleiden, mee coördineren, checken en mee regelen. Hoewel de oplossingen die beide consulenten aandroegen niet altijd meteen met enthousiasme werden ontvangen door Wilfred en Jennifer, lukte het Jantine en Dunja toch telkens weer om hen mee te krijgen. Juist door met de cliënten te overleggen, door náást hen te staan, in plaats van de regie over te nemen, waren ze aangekomen bij het punt waarop hun taak erop zat. Ze droegen de zorg over aan de gezinscoach van het CJG. Door dit intensieve traject hebben ze hun missie vervuld: bijdragen aan de mogelijkheden voor ook déze ouders om op een verantwoorde manier ouder te zijn. Met de veiligheid en gezondheid van het kind als allerbelangrijkste.

Bij de evaluatie een paar maanden later zei vader Wilfred: ‘Wij zien nu in dat Wendy pas bij ons kan logeren, als zij zelf kan zien wat veilig is voor haar.’

NB Om de privacy van de cliënten te waarborgen, zijn de namen gefungeerd en sommige details aangepast dan wel weggelatenDe foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene(n).

 

Lees meer...
Het verhaal van: Gregory

Het grote verschil: expertise op het gebied van mensen met een beperking

Volwassen man lacht

Ik werk als cliëntondersteuner voor volwassenen in een wijkteam. Mijn wijkteamcollega was al maanden bezig met Gregory (48), toen ze enigszins gefrustreerd bij me kwam voor advies. Ze snapte Gregory niet. Als ze afspraken maakten, kwam hij ze niet na. Hij zei wel ja, maar deed nee. En het leek of alles wat ze zei niet bij hem aankwam. Ik stelde voor mee te gaan op huisbezoek, om beter te kunnen inschatten of mijn vermoeden klopte.

Consulent: ‘Gregory is een ontzettend aardige, beleefde en knappe man. Hij heeft een baan en drie kinderen. Zo op het eerste gezicht geen vuiltje aan de lucht. Als je verder kijkt, is het tegendeel waar: Gregory’s leven is een puinhoop. Op zijn werk gaat het niet goed. Hij heeft met iedereen, zowel op zijn werk als privé, miscommunicaties – met alle gevolgen van dien. Zijn collega’s zeggen regelmatig dat hij dom is en zo voelt hij zich ook. Dit maakt hem verdrietig en depressief. Hij werkt hard, maar zonder resultaat. Hij blijft fouten maken. Zijn drie kinderen heeft hij bij drie verschillende vrouwen. Twee van zijn drie kinderen mag hij niet zien. Alimentatie betalen moet hij wel. Zijn huidige vrouw, waarmee hij ook een kind heeft, is van plan om naar Suriname te vertrekken. Gregory heeft paniekaanvallen en grote schulden. Vrouwen hebben misbruik van hem gemaakt en hebben hem financieel uitgekleed. Soms is hij zo wanhopig dat hij agressief wordt. Ik vermoed een verstandelijke beperking en neem contact op met een gedragsdeskundige van MEE. Met haar overleg ik over een IQ-onderzoek. Als ik dit met Gregory bespreek, wordt hij in eerste instantie boos. Hij is toch niet gek? Het grote verschil tussen mij en mijn wijkteamcollega is mijn expertise op het gebied van mensen met een (verstandelijke) beperking. Ik weet hoe ik met Gregory moet omgaan, ik spreek zijn taal. We krijgen een band en ik neem Gregory van mijn wijkteamcollega over.Al snel ontdek ik dat Gregory analfabeet is. Ik confronteer hem hiermee. Hij schaamt zich niet alleen, er komt ook veel verdriet naar boven. Verdriet, onmacht, frustratie en wanhoop, na meer dan veertig jaar hard werken, ontzettend je best doen en alleen maar verder in de problemen raken. Al die tijd heeft hij nooit aan de verwachtingen van zijn omgeving kunnen voldoen. Gregory stemt in met het IQ onderzoek. Ik stel voor met hem mee te gaan, want Gregory kan het kantoor van MEE, waar de IQ test plaatsvindt, niet vinden zonder hulp. Hij kan immers de borden op straat ook niet lezen.

Als hij de uitslag van het onderzoek krijgt, ben ik er ook bij. Ik schrik van de uitslag en begrijp niet hoe Gregory’s verstandelijke beperking zo lang onopgemerkt is gebleven. Het is verbazingwekkend wat Gregory allemaal heeft kunnen doen met zijn IQ. Met deze uitslag kan ik een indicatie aanvragen voor woonbegeleiding, iets wat Gregory zeker nodig heeft om aan de slag te kunnen met alle problemen die spelen in zijn leven.

In de tussentijd ontmoet ik Gregory twee keer per week en hij belt mij iedere dag. Ik geef hem tips en advies, en bied hem ook een luisterend oor. Ik leg contact met de instanties waarmee Gregory te maken heeft, zoals een kredietbank, om de situatie uit te leggen. Zijn contactpersoon van de kredietbank zag Gregory als een rare klant, iemand die nooit doet wat je met hem afspreekt. Ik blijf in contact met Gregory tot hij woonbegeleiding krijgt. De indicatie is er inmiddels. Ik zal zorgen voor een warme overdracht en blijf Gregory nog even in de gaten houden. Pas als ik zeker weet dat hij in goede handen is, laat ik Gregory los.

Ik ben blij met de ruimte die we in het wijkteam hebben om de tijd en aandacht te nemen en te kijken naar wat er bij iemand past en hoe iemand het beste geholpen kan worden, maar vooral met de mogelijkheid die we nu hebben om eenvoudig gebruik te maken van elkaars specialisme en kennis. Het is een positieve manier van werken en erg effectief. Teamwork, dat is de kracht van het wijkteam.’

Een consulent van MEE

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

 

Lees meer...
Het verhaal van: Armando

Armando krijgt de kans op een beter leven

ArmandoArmando is opgegroeid op de Antillen en is op 26-jarige leeftijd in Nederland komen wonen. Inmiddels is hij in de vijftig. Het gaat niet goed met Armando. Hij komt bij Aad, cliëntondersteuner van MEE, in beeld op verzoek van de nachtopvang. Daar is Armando terechtgekomen nadat hij werd vrijgelaten uit de gevangenis en geen woning had om naar terug te keren. Men vermoedt psychische klachten en een ontwikkelingsachterstand. Armando laat erg onaangenaam gedrag zien. Hij is boos en gefrustreerd en uit dit naar alle hulpverleners die op zijn pad komen. Dit komt zijn situatie niet ten goede.

Aad: ‘Armando heeft dringend hulp nodig, maar hij is zo wanhopig dat hij erg dwingend en gespannen overkomt. Armando is boos en gefrustreerd. Door goed naar hem te luisteren, verandert gaandeweg het gesprek zijn houding. Uiteindelijk wordt het hem te veel en barst hij in tranen uit. Hij voelt zich onvoldoende gehoord door verschillende instanties en hulpverleners, het is onduidelijk wie hem helpt en waarbij. Ik merk dat hij geen overzicht heeft en veel stress ervaart. Ik stel hem voor om met een gedragsdeskundige van MEE (psycholoog) in gesprek te gaan. Op die manier kan er onderzocht worden of er sprake is van een (licht) verstandelijke beperking en psychische problemen. Armando wordt boos: hij is toch niet gek?! Uiteindelijk weet ik hem ervan te overtuigen dat dit hem juist verder kan helpen en hij stemt in.’

Mara is gedragsdeskundige bij MEE. Zij gaat met Armando in gesprek en voert een onderzoek uit. Mara: ‘In zijn gesprek met mij is Armando dwingend en ervaart duidelijk veel stress. Hij vertelt mij dat hij bedreigd is in het verleden en dat hij ook op dit moment bedreigd wordt. Hij is ontzettend angstig en achterdochtig en slaapt nauwelijks. Zijn vermoeidheid en onrust maken het lastig de intelligentietest af te nemen, maar dit lukt uiteindelijk wel. Armando blijkt inderdaad een licht verstandelijke beperking te hebben. Doordat hij verbaal relatief sterker is wordt hij vaak overschat, met alle gevolgen van dien. Hij kan informatie begrijpen, maar het onthouden en er iets mee doen is erg lastig voor Armando. Het zorgt er ook voor dat hij zijn problemen niet zelfstandig kan aanpakken. Hij heeft familieleden in de buurt wonen, maar omdat zij in het verleden de politie op de stoep hebben gehad vanwege Armando, blijven ze liever uit zijn buurt. De vrienden die hij heeft zijn vrienden uit het criminele circuit. Armando probeert hen op afstand te houden. Hij heeft twee kinderen waarmee hij nauwelijks contact heeft. Armando heeft tevens last van forse psychische klachten. Hij heeft ingrijpende gebeurtenissen achter de rug, waardoor hij mogelijk een posttraumatische stressstoornis heeft ontwikkeld. Dit zorgt voor veel angst, spanning, prikkelbaarheid en woede-uitbarstingen. Armando kan lastig helder denken en heeft moeite zich te concentreren.’

Armando is duidelijk niet op zijn plek binnen de nachtopvang. Aad: ‘Hij voelt zich bedreigd en onveilig op de slaapzaal met dertig man, waardoor zijn klachten verergeren. Het is belangrijk dat er zo snel mogelijk intensieve begeleiding en een plek voor begeleid wonen komt voor Armando. Hij heeft veel ondersteuning nodig, maar we moeten beginnen bij de basis: een plek waar Armando tot rust kan komen en waar hij zich veilig voelt. Een veilige plek die hem ervan weerhoudt terug te vallen in het criminele circuit.’

Mara omschrijft Armando als een tikkende tijdbom in haar contact met de Wmo-adviseur die bepaald of Armando een indicatie krijgt. Mara: ‘Aad en ik hadden, net als onze contactpersonen binnen de nachtopvang, de angst dat de situatie zou escaleren. Dat Armando zijn woede fysiek zou gaan uiten en dat hij zichzelf of iemand in zijn omgeving iets zou aandoen. Cliënten zoals Armando zijn complex: ze werken niet mee en gedragen zich dusdanig dat veel hulpverlening afhaakt. Het onvermogen wordt niet herkend, alleen het onbeschofte en agressieve gedrag wordt gezien. Armando voelt zich door Aad eindelijk gehoord en begrepen. Dankzij de resultaten van de onderzoeken en mijn aanbevelingen heeft Armando inmiddels een tijdelijke indicatie zodat hij kan instromen op een plek voor begeleid wonen. Hij heeft daar nu een eigen kamer. Onlangs hebben we vernomen dat hij een indicatie voor deze passende woonplek heeft gekregen, zodat hij er in elk geval de komende negen maanden kan blijven. Op deze manier kan Armando op veel gebieden de begeleiding krijgen die hij nodig heeft en kan hij aan de slag met de verwerking van zijn trauma’s.’ Aad: ‘Zonder hulp zal Armando zich gedwongen voelen om terug te vallen in het criminele circuit. Hij heeft niets en hij heeft ook niet veel te verliezen. Nu krijgt Armando een kans op een beter leven.’

 

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Dania

Dania heeft straks de touwtjes weer zelf in handen

vrouw middelbare leeftijdSandy is cliëntondersteuner bij MEE en maakt deel uit van een wijkteam. Samen met haar collega’s uit het wijkteam is zij betrokken bij een gezin. Moeder Dania heeft financiële problemen en heeft hiervoor om hulp gevraagd. Dania heeft drie kinderen, waarvan de jongste twee, Anthony (19) en David (10), nog thuis wonen.

Anthony heeft een verstandelijke beperking en brengt zijn dagen slapend door. ’s Nachts speelt hij games en houdt daarbij geen rekening met zijn moeder en broertje. De enorme herrie die hij maakt zorgt ervoor dat Dania en David regelmatig wakker liggen. De slapeloze nachten hebben ruzie tot gevolg. In huis is de sfeer gespannen en dat Anthony schulden maakt en zich niet aan de regels houdt, is niet bevorderlijk voor de situatie. Ook Dania heeft schulden en geen dagbesteding. Vanwege openstaande parkeerboetes heeft zij al eens tien dagen in de gevangenis gezeten. David gaat naar school maar heeft hier regelmatig woedeaanvallen.

Sandy: ‘De situatie binnen dit gezin was best complex. Ik heb de rol van casusregisseur op me genomen, want er was natuurlijk veel meer hulp nodig dan alleen ondersteuning bij de financiën. Zeker toen er een ruzie flink uit de hand liep en er sprake was van huiselijk geweld. Dania had in haar wanhoop zelfs met een mes gedreigd en David had alles gezien.’

Als casusregisseur houdt Sandy overzicht over de gehele situatie binnen het gezin. Ze bekijkt wat er nodig is en hoe ze dit voor elkaar kunnen krijgen. Ook zorgt ze ervoor dat iedereen op de hoogte is van het gezamenlijke doel en dat de gezinsleden gemotiveerd blijven om mee te werken. Sandy: ‘Vooral Dania kwam haar afspraken soms niet na. Het blijft voor haar lastig om zich over te geven aan hulp. Maar uiteindelijk zijn we, door goed samen te werken, toch ver gekomen. Voor Dania hebben we dagbesteding gevonden. Zij heeft nu naailes in het buurtcentrum. Wie weet kan ze daar ooit nog meer mee gaan doen. Daarnaast is er bewindvoering en budgetbeheer voor Dania geregeld. Ook krijgt zij hulp bij het omgaan met haar emoties, om ervoor te zorgen dat het nooit meer zo uit de hand loopt thuis.’

De relatie tussen Anthony en Dania was slecht en de irritaties waren in de loop der jaren enorm opgelopen. Volgens cliëntondersteuner Sandy was het beter voor hen om wat meer afstand te hebben. Begeleid wonen voor Anthony bleek de beste oplossing. Sandy: ‘Anthony heeft inmiddels een leuke woonplek en dagbesteding. Hij doet mee aan Feyenoord Jobscorer, een project van voetbalclub Feyenoord waarbij jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring kunnen opdoen. MEE is één van de partners in dit project. Met Anthony gaat het veel beter nu hij weer een gezond ritme en een doel in zijn leven heeft. In de weekenden logeert hij thuis en dat gaat ontzettend goed.’

David krijgt ondersteuning van de gedragsdeskundige. Hij heeft op jonge leeftijd al veel gezien en meegemaakt. Met zijn woedeaanvallen kan hij beter omgaan en hij voelt zich prettiger nu het er thuis een stuk rustiger aan toe gaat. Sandy: ‘Het is nu een kwestie van het verder stabiliseren van de financiële situatie van Dania. Als dit op de rit is heeft zij de ondersteuning van het wijkteam niet meer nodig en heeft zij als moeder de touwtjes weer zelf in handen.’

Een consulent van MEE

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...