Het verhaal van: Dominique en Hannie

Al bijna twintig jaar maatjes!

Dominique en Hannie in het atelier

Dominique en Hannie in het atelier

De 63-jarige Hannie en 23-jarige Dominique zijn al bijna twintig jaar maatjes. In oktober 1998 reageerde Hannie op een advertentie in de krant, waarin werd gevraagd om vrijwillig maatje te worden van een kleuter met Down. Wat begon als ondersteuning om het betreffende gezin te ontlasten, groeide in de loop der jaren uit tot een hechte vertrouwensband.

‘Ik vond het een goed idee’, herinnert moeder José zich, ‘toen ik destijds door een MEE-consulent werd gewezen op de mogelijkheden van een ‘vrijwillige thuishulp’. Het was voor mij écht een uitkomst. Doordat Hannie op de vrijdagmiddag bij ons thuis kwam en met Dominique aan het spelen was, kon ik bijvoorbeeld even boodschappen doen. Daardoor had ik in het weekend meer tijd voor mijn gezin.’

Hannie ging met Dominique puzzelen, ze knutselden samen en vaak nam Hannie Dominique mee naar de bibliotheek. Dat doen ze inmiddels al lang niet meer. Tegenwoordig gaat Hannie wekelijks mee naar Dominiques zwemles.

Voor ieder kledingstuk een apart hangertje
Iedere dinsdagavond om 10 over 6 ’s avonds staat Hannie bij Dominique voor de deur. Vaak heeft Dominique haar eten dan nog net niet op. Ze eet de laatste hapjes, ruimt de tafel af en gaat dan met Hannie mee. Alles volgens vaste patronen, want daar hecht Dominique aan. In de auto ligt altijd een pakje Sultana’s klaar. Volgens het ritueel krijgt Dominique daar één van. De andere twee zijn voor Hannie en haar man, voor bij de koffie ’s avonds, als Hannie weer thuis is. In het zwembad helpt Hannie Dominique met uitkleden, de kleding netjes op een hangertje hangen  – ‘voor ieder kledingstuk één hangertje, toch, Do?’ – en de haren netjes in twee vlechten doen. ‘Dominique kan het ook allemaal zelf, maar als ik er ben, is het zo fijn dat ik haar help.’ Dominique knikt, en lacht als Hannie zichzelf de persoonlijke assistent noemt. Het zwemmen is leuk, het spel dat ze aan het einde spelen nog leuker. Dan wordt er altijd even ‘de jongens tegen de meiden’ gespeeld. ‘En wat zeggen jullie altijd als jullie winnen?’, vraagt Hannie aan Dominique. Het is een vraag waarop Hannie het antwoord al weet. ‘Jongens zijn losers!’ zegt Dominique met weer een grote lach. Als het zwemmen is afgelopen, helpt Hannie met douchen en aankleden. ‘Ik mag zes keer op de doucheknop duwen’, glundert Dominique. Alles rustig aan, geen haast.

Moeder José geeft aan dat daar ook echt de meerwaarde zit: ‘Hannie neemt alle tijd voor Dominique, bij een moeder is dat soms toch anders. Ik zit vaker te haasten, en zeg ‘schiet nou op’. Daarom is het voor Dominique zo fijn om met Hannie naar zwemmen te gaan.

Extra aandacht
Twee dagen in de week, op maandag en dinsdag, is Dominique bij een dagbesteding. Bij de dagbesteding hebben deelnemers verschillende mogelijkheden. Ze werken in de horeca, repareren fietsen of zijn bezig in het naai-atelier. Hannie komt er regelmatig om lege jampotjes te brengen die worden hergebruikt. Dominique zit het liefste in het atelier. Daar haalt ze met uiterste concentratie de achterzakken van spijkerbroeken. Die worden gebruikt om kussens van te maken, of om op tassen te naaien. Hannie, (die voor dit interview ook bij de dagbesteding is), laat tijdens deze gelegenheid aan Dominique zien hoe ze met haar tornmesje iets meer kracht kan zetten. ‘Als je ‘m zo vasthoudt wordt het gemakkelijker’, zegt ze liefdevol. ‘Wat een spierballen heb je van het zwemmen!’ Dominique glundert en geniet zichtbaar van de extra aandacht die ze krijgt doordat haar maatje er is.

Niet voor niets is moeder José zo enthousiast over de vrijwillige thuishulp van VTV (Vrijetijdsbesteding, Thuishulp en Vormingsactiviteiten) : ‘Hannie zet zich met hart en ziel in. Ze hebben zo’n klik! Ik heb volledig vertrouwen in haar.’ Hannie wil geen complimenten voor haar inzet. Die wuift ze weg: ‘Het is doodnormaal wat ik doe. Ik vind het leuk, en kan er ook nog eens iemand anders mee helpen. Mooi toch?’

Lees meer...
Het verhaal van: Almaz

De eerste stap is gezet

almazAlmaz is afkomstig uit Eritrea. Almaz is 18 jaar, woont samen met haar zussen bij haar ouders en spreekt geen woord Nederlands. Ook haar niveau is laag (LVB). De zorgcoördinator verwijst haar door naar het wijkteam omdat zij vastloopt op school.

Ik werk vanuit MEE als cliëntondersteuner in het wijkteam en gaat met Almaz naar het Jongerenloket  om te kijken wat er voor haar gedaan kan worden. Almaz kan geen kant op zolang ze geen Nederlands spreekt en heeft tot die tijd zinvolle dagbesteding nodig. Bij het Jongerenloket krijgt zij een jobcoach en al snel krijgt ze de kans te starten in een vrijwillige functie bij het project Kookclub-catering. Hier bereidt zij maaltijden voor dak- en thuislozen. Ze werkt hier met Nederlandse collega’s dus oefent gedwongen haar Nederlandse taal.

Daarnaast vraag ik een Wmo arrangement aan voor individuele begeleiding. Almaz is een kwetsbaar meisje en ik schat in dat zij gevoelig kan zijn voor loverboys. Daarnaast heeft zij hulp nodig bij het leren van de Nederlandse taal, haar administratie en andere regelzaken waar zij tegenaan loopt in Nederland. Deze begeleiding krijgt Almaz vanuit Pameijer.

Almaz krijgt twee ochtenden per week Nederlandse les van vrijwilligers. Daarnaast werkt ze drie volle dagen en twee middagen als vrijwilliger op de Kookclub. Almaz geniet van haar werk en gaat met plezier. Ze heeft vijf dagen per week dagbesteding en haar kennis van de Nederlandse taal gaat met sprongen vooruit. Op de Kookclub zijn ze blij me Almaz: ze is een betrouwbare kracht die altijd komt opdagen en met plezier haar werkzaamheden uitvoert. In de toekomst kan ze ook in de lunchsalon gaan meedraaien. Wanneer Almaz de Nederlandse taal voldoende beheerst, gaan haar begeleider vanuit Pameijer, het Jongerenloket en haar begeleider bij de Kookclub bekijken wat de beste vervolgstap is voor Almaz.

Isabel, cliëntondersteuner van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van: Dania

Dania heeft straks de touwtjes weer zelf in handen

vrouw middelbare leeftijdSandy is cliëntondersteuner bij MEE en maakt deel uit van een wijkteam. Samen met haar collega’s uit het wijkteam is zij betrokken bij een gezin. Moeder Dania heeft financiële problemen en heeft hiervoor om hulp gevraagd. Dania heeft drie kinderen, waarvan de jongste twee, Anthony (19) en David (10), nog thuis wonen.

Anthony heeft een verstandelijke beperking en brengt zijn dagen slapend door. ’s Nachts speelt hij games en houdt daarbij geen rekening met zijn moeder en broertje. De enorme herrie die hij maakt zorgt ervoor dat Dania en David regelmatig wakker liggen. De slapeloze nachten hebben ruzie tot gevolg. In huis is de sfeer gespannen en dat Anthony schulden maakt en zich niet aan de regels houdt, is niet bevorderlijk voor de situatie. Ook Dania heeft schulden en geen dagbesteding. Vanwege openstaande parkeerboetes heeft zij al eens tien dagen in de gevangenis gezeten. David gaat naar school maar heeft hier regelmatig woedeaanvallen.

Sandy: ‘De situatie binnen dit gezin was best complex. Ik heb de rol van casusregisseur op me genomen, want er was natuurlijk veel meer hulp nodig dan alleen ondersteuning bij de financiën. Zeker toen er een ruzie flink uit de hand liep en er sprake was van huiselijk geweld. Dania had in haar wanhoop zelfs met een mes gedreigd en David had alles gezien.’

Als casusregisseur houdt Sandy overzicht over de gehele situatie binnen het gezin. Ze bekijkt wat er nodig is en hoe ze dit voor elkaar kunnen krijgen. Ook zorgt ze ervoor dat iedereen op de hoogte is van het gezamenlijke doel en dat de gezinsleden gemotiveerd blijven om mee te werken. Sandy: ‘Vooral Dania kwam haar afspraken soms niet na. Het blijft voor haar lastig om zich over te geven aan hulp. Maar uiteindelijk zijn we, door goed samen te werken, toch ver gekomen. Voor Dania hebben we dagbesteding gevonden. Zij heeft nu naailes in het buurtcentrum. Wie weet kan ze daar ooit nog meer mee gaan doen. Daarnaast is er bewindvoering en budgetbeheer voor Dania geregeld. Ook krijgt zij hulp bij het omgaan met haar emoties, om ervoor te zorgen dat het nooit meer zo uit de hand loopt thuis.’

De relatie tussen Anthony en Dania was slecht en de irritaties waren in de loop der jaren enorm opgelopen. Volgens cliëntondersteuner Sandy was het beter voor hen om wat meer afstand te hebben. Begeleid wonen voor Anthony bleek de beste oplossing. Sandy: ‘Anthony heeft inmiddels een leuke woonplek en dagbesteding. Hij doet mee aan Feyenoord Jobscorer, een project van voetbalclub Feyenoord waarbij jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring kunnen opdoen. MEE is één van de partners in dit project. Met Anthony gaat het veel beter nu hij weer een gezond ritme en een doel in zijn leven heeft. In de weekenden logeert hij thuis en dat gaat ontzettend goed.’

David krijgt ondersteuning van de gedragsdeskundige. Hij heeft op jonge leeftijd al veel gezien en meegemaakt. Met zijn woedeaanvallen kan hij beter omgaan en hij voelt zich prettiger nu het er thuis een stuk rustiger aan toe gaat. Sandy: ‘Het is nu een kwestie van het verder stabiliseren van de financiële situatie van Dania. Als dit op de rit is heeft zij de ondersteuning van het wijkteam niet meer nodig en heeft zij als moeder de touwtjes weer zelf in handen.’

Een consulent van MEE

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Lummie

Cliëntondersteuner als wegwijzer

IMG_3073

”Manon heeft ons rust gegeven”

Ondanks dat Lummie de Lange (67) door een herseninfarct ernstig gehandicapt is geraakt en 24 uur per dag zorg nodig heeft, wil haar partner Yolanda van Velzen haar graag thuis verzorgen. Om dat te kunnen regelen heeft ze echter te maken met tijdrovende bureaucratie. Ze is dan ook heel blij dat MEE-consulent Manon Liest haar door de papieren jungle leidt.

In de woonkamer van de jaren ’90 bungalow zit een vrouw in een elektrische rolstoel. Haar blik is strak, vertoont nauwelijks mimiek. Anderhalf jaar geleden werd Lummie de Lange (67) getroffen door een herseninfarct. “Het gebeurde van de ene seconde op de andere. Ik had me net opgefrist en op het moment dat ik van de badkamer naar de slaapkamer loop, val ik voorover en kan ik niet meer opstaan.” Na een aantal weken op de afdeling intensive care van een ziekenhuis wordt ze opgenomen in een revalidatiecentrum. “Ze was zo ziek, dat ze de eerste drie maanden niet kon revalideren”, vertelt Yolanda. “In die tijd stond ik op een zaterdagochtend in de lift met de partner van een medepatiënt. Zij huilde, omdat ze voor de keuze stond of ze haar man zou laten opnemen in een verpleeghuis of dat ze zelf de zorg op zich zou nemen. Toen dacht ik bij mijzelf: ‘dat gaat ons nooit gebeuren, Lum gaat nooit naar een verpleeghuis’. Maar de verpleegkundige in het revalidatiecentrum zei tegen Lum: ‘Denk niet dat je ooit nog naar huis kunt, je bent te zwaar gehandicapt’ en de maatschappelijk werker waarschuwde me: ‘Weet wel wat je doet als je Lummie mee naar huis neemt.’ Van tevoren weet je ook niet hoe het uitpakt, maar als je het niet probeert dan weet je nooit.”

“Gelukkig wonen we gelijkvloers”, gaat Yolanda verder. “Maar om Lummie thuis te kunnen verzorgen was wel een rigoureuze verbouwing van de badkamer nodig. Daarnaast is ons spaargeld voor een groot gedeelte opgegaan aan de aanschaf van een aangepaste auto waar Lummie met haar elektrische rolstoel in kan. Die auto betekent voor ons vrijheid. Omdat wij graag zelf de regie houden, wilde ik een pgb (persoonsgebonden budget) aanvragen. Maar ik zat zo in de zorgstand dat ik panisch raakte als ik papieren moest invullen. Daar had ik geen energie meer voor. Die energie had ik nodig om zorg te verlenen. Want dat hebben mensen niet in de gaten, dat instanties van alles van je willen weten. Je blijft maar formuliertjes invullen, met steeds dezelfde vragen.”

“Mijn schoondochter, die in de psychiatrie werkt, had ooit gezegd: ‘Yo, als je ooit eens hulp nodig hebt, moet je contact opnemen met MEE.’ Dat advies heb ik ter harte genomen. Zo kwam ik in contact met MEE-consulente Manon. Zij heeft ons rust gegeven door ons te helpen door de hele papieren rompslomp heen te komen. Samen met de maatschappelijk werker van het revalidatiecentrum heeft ze voor ons een indicatie aangevraagd. Ze adviseerde ons daarbij hoe we een pgb moesten aanvragen en hoe we de invulling van de dagbesteding konden regelen. Ik ben blind op dit advies afgegaan. Daarnaast zocht ze uit voor welke zorg wij in aanmerking komen.”

Lummie heeft overal hulp bij nodig, bij het uit bed komen, wassen, aankleden, eten, naar de wc gaan. Bovendien moet ze 24 uur per dag in de gaten gehouden worden en mag ze nooit alleen gelaten worden. Yolanda zou de zorg voor Lummie dus onmogelijk in haar eentje aankunnen, ze is dan ook blij dat de MEE-consulent haar ook daarbij uit de nood hielp: “Manon heeft een netwerkbijeenkomst georganiseerd voor familie en kennissen. Daarin hebben we met elkaar de invulling van de ondersteuning van Lummie besproken. Welke taken liggen er? Waar ga je professionele hulp voor inschakelen? En welke problemen kun je via het netwerk oplossen? Wat is er allemaal mogelijk als je een pgb hebt? Hoe kun je de juiste zorg realiseren? Samen met Manon hebben we een weekschema opgezet.”

“Kortgeleden heeft Manon ons geholpen bij het omzetten van de financiering van de dagbesteding van Zin (zorg in natura) naar financiering via het pgb. Ze heeft de papieren ingevuld en ons een zorg- en budgetplan helpen opstellen. Want als je zoveel aan je hoofd hebt als ik, is dat niet te doen.”

Yolanda stuurt nog regelmatig mailtjes naar Manon met het verzoek om mee te lezen. Laatst bijvoorbeeld die brief aan het zorgkantoor met vragen hoeveel je mag declareren voor het vervoer naar de dagbesteding. “Manon neemt je aan de hand door het enorme oerwoud van regels en bureaucratie. Zij is een wegwijzer met empathisch vermogen. Een luisterend professioneel oor.”

Yolanda is ook erg te spreken over MEE: “Toen Manon laatst op vakantie was, hebben ze prima vervanging geregeld. En volgende week krijgen we van MEE voorlichting over logeermogelijkheden voor gehandicapten. Ik moest Lummie vorig jaar namelijk plechtig beloven zelf eens een weekje naar de zon te gaan.”

 

Lees meer...
Het verhaal van: Jolanda

Jolanda komt weer tot haar recht

vrouw zittendJolanda (54 jaar) was een zelfstandige vrouw met een leuke baan als chauffeur die haar leven op orde had. Ze trouwde en had een leuk leven. Tot haar man, Gerard, steeds vaker een andere kant van zichzelf liet zien. Hij krijgt een alcoholverslaving en Jolanda wordt het slachtoffer van huiselijk geweld.

Uiteindelijk is Jolanda gescheiden van Gerard. Dit was een langdurig proces. Gerard liet Jolanda niet zomaar gaan. Eerst beloofde hij beterschap, later veranderden zijn mooie woorden in bedreigingen en stalkte hij haar fanatiek. Hoe langer dit duurde, hoe minder er overbleef van de zelfstandige, vrolijke vrouw die Jolanda was. Jolanda werd angstig, depressief, raakte haar baan kwijt en durfde op een gegeven moment haar huis niet meer uit. Zelfs een telefoongesprek kon zij niet aan.

Bij de huisarts was Jolanda gelukkig nog wel in beeld. Door de Praktijkondersteuner Huisarts – Geestelijke Gezondheidszorg wordt Jolanda naar het wijkteam verwezen. Jolanda is wantrouwend en angstig, maar na acht weken heeft ze voldoende moed verzameld om te komen. Aan de balie van het wijkteam komt zij door haar emoties amper uit haar woorden. Er wordt een afspraak bij haar thuis gepland.

De woning van Jolanda blijkt zeer ernstig vervuild. Veel bezittingen heeft Jolanda niet, de meubels die zij heeft zijn zwaar beschadigd. Jolanda vertelt dat zij tijdens de periode van het stalken een jongen in huis heeft genomen. Jolanda was bang om alleen te zijn vanwege Gerard. De jongen was dakloos en heeft een psychiatrische aandoening. Hij heeft in zijn psychoses de inboedel vernielt en een groot deel van Jolanda’s bezittingen weggegooid. Ook de huisdieren van Jolanda moeten het vaak ontgelden. De woning van Jolanda is geen thuis, zo voelt zij dat zelf ook. Toch heeft ze de jongen nooit op straat durven zetten.

Samen maken we afspraken: we gaan ons richten op Jolanda’s financiën, op haar woning en op haar dagbesteding.

In gesprekken met Jolanda merk ik dat zij gaat stralen als zij praat over haar leven voor Gerard. Vertelt ze de mooie verhalen over wat ze toen deed en kon, dan krijgt ze weer leven in haar ogen en nieuwe energie. Hier kom ik regelmatig op terug. Jolanda is nog niet toe aan een betaalde baan en ook vrijwilligerswerk kan zij nog niet overzien. Maar door er vaak over te praten kan ze goed nadenken over wat ze graag zou willen en wennen aan het idee dat ze toch weer een vorm van dagbesteding zal moeten vinden.

Na verloop van tijd lukt het ons om een oplossing te vinden voor haar schulden. Haar huis maakt zij met hulp van haar nichtje en een buurvrouw grondig schoon en we weten wat spulletjes te regelen om het opnieuw in te richten. De huisgenoot van Jolanda gaat begeleid wonen, dus ze heeft haar huis eindelijk weer voor zichzelf. Deze positieve ontwikkelingen geven Jolanda vertrouwen in de toekomst en zorgen er ook voor dat ze weer wat vertrouwen krijgt in anderen.

Na bijna anderhalf jaar begeleiding zijn Jolanda’s hulpvragen beantwoord en kan ik het dossier van Jolanda sluiten. Met haar goedkeuren maak ik voor haar nog wel een afspraak om eens te praten bij een organisatie voor vrijwilligerswerk. Inmiddels heb ik van de vrijwilligersorganisatie gehoord dat het nog altijd erg goed gaat met Jolanda en dat ze wordt gezien als een betrouwbare kracht. Het mooiste vind ik dat ze haar omschrijven als een slimme, vaardige vrouw die weet van aanpakken. Jolanda heeft zichzelf weer gevonden en komt weer tot haar recht.

Een consulent van MEE 

Lees meer...
Het verhaal van: Ernst

Samen bereiken we meer

ernstErnst is 45 jaar, heeft autisme en is moeilijk lerend. Hij is een alleenstaande ouder en heeft vier kinderen, waarvan twee volwassen zijn. Voor de twee jongste kinderen heeft hij een co-ouderschap met zijn ex-partner. Ernst komt aanvankelijk met hulpvragen over de opvoeding van de twee kinderen omdat hij daar in vast liep. Cliëntondersteuner Petra vermoedt dat er meer aan de hand is…

Ernst: ‘Petra, mijn cliëntondersteuner, heeft me heel goed geholpen met mijn schulden. Ze hielp me met het aanvragen van de voedselbank, de kledingbank en bewindvoering. Ze hiep me niet alleen met mijn schulden, ze heeft ervoor gezorgd dat ik mijn leven weer op de rails heb. Voordat ik cliëntondersteuning kreeg, zat ik er echt doorheen, ik was depressief en wist niet hoe ik verder moest. Ik dronk hele dagen koffie en kwam niet vooruit. Nu sta ik ’s ochtends vrolijk op. Ik ben blij dat het thuis weer goed gaat met de kinderen en dat mijn financiën straks weer op orde zijn. Er zijn weer lichtpuntjes in mijn leven en ik heb weer een doel in mijn leven. Als ik terugkijk, heb ik veel bereikt.’  

Petra, cliëntondersteuner van Ernst: ‘Ernst was heel open over zijn problemen. Ik vroeg naar zijn situatie op andere gebieden, zoals zijn financiën en welke gevolgen dit voor hem had. Toen kwam er steeds meer naar voren. Gelukkig is Ernst heel gemotiveerd om vooruit te komen.’ Ernst bleek flinke schulden te hebben. Hij overziet zijn financiën niet en begrijpt niet wat er moet gebeuren. Daarnaast is hij depressief, hij ziet het leven somber in. Naast de hulpvragen over de opvoeding van zijn kinderen, heeft Ernst geen dagstructuur en voelt hij zich nutteloos waardoor de situatie verergert. Ernst is in het verleden behandeld voor psychische problemen.  Petra en Ernst bespreken zijn problemen en Ernst krijgt allereerst opvoedings-ondersteuning. Op financieel gebied neemt Ernst zelf ook zijn verantwoordelijkheid: hij heeft de auto verkocht en doet alles met de fiets om kosten te besparen.

Er moesten regelingen worden getroffen met onder andere de woningstichting. Samen hebben we inzichtelijk gemaakt wat de schulden betroffen. Door zijn beperking is het doorspitten van de post voor Ernst een opgave en dat zorgde voor onrust. Individuele ondersteuning helpt hem om deze te ordenen. Om meer rust te creëren bij Ernst, hebben we in overleg bewindvoering aangevraagd.

Ernst hoefde zich niet meer bezig te houden met inkomsten en uitgaven en daardoor kwam hij er aan toe om aan zichzelf te werken. Zoals de opvoeding van zijn kinderen, behandeling voor zijn eigen psychische klachten en werken aan een dagstructuur. Daardoor kan hij zich binnenkort op andere zaken richten, zoals een cursus Omgaan met geld. In deze cursus leren deelnemers om met hun loon of uitkering uit te komen en schulden te voorkomen. En ze leren inzicht te krijgen in hun vaste lasten en andere uitgaven. Met verschillende instanties zijn inmiddels betalingsregelingen getroffen.’

Petra brengt in kaart wat de kracht van Ernst is. Ondanks stemmingsklachten is hij heel gemotiveerd om aan zichzelf te werken. Na een test blijkt dat Ernst moeilijk lerend is en dit, in combinatie met zijn autisme, verklaart waarom hij in het organiseren vaak vastloopt en het overzicht verliest. Duidelijke informatie en helder communiceren helpt hem het overzicht te behouden.  ‘Tegenwoordig belt Ernst zelf met de bewindvoering. Iets dat hij vroeger niet zou hebben gedaan. Ook verzamelt hij zelf de stukken die nodig zijn voor de bewindvoering. Hij wordt steeds zelfstandiger.’

Petra bespreekt de wensen en mogelijkheden met Ernst en ze stelt voor om contact op te nemen met Stichting Buitengewoon, een organisatie die dagbesteding verzorgt voor mensen met psychische problematiek. ‘Werken op een zorgboerderij, is dat iets voor jou? Lekker de hele dag buiten hard aan het werk met collega’s en zorgen voor de dieren.’ Ernst reageert enthousiast.

‘Ernst miste een daginvulling en structuur. Nu hij op de zorgboerderij werkt staat hij ’s ochtends vrolijk op en komt hij ’s avonds moe en voldaan terug. Hij voert zelfstandig taken uit op de boerderij. Het werk daar vindt hij geweldig en geeft hem weer het gevoel dat hij zinvol bezig is. Ernst is gegroeid en heeft weer zin in het leven, hij straalt, en dat is heel leuk om te zien. Hij voelt zich weer mens! En wie weet ontstaat er op een gegeven moment weer ruimte en rust om te werken aan zichzelf en zich te richten op vervolgstappen om zijn leven nog verder op de rails te krijgen.’

‘Naast de individuele ondersteuning van Ernst, coördineer ik het contact met alle instanties en hulpverleners om Ernst heen. Mijn rol is om contact te houden met Ernst en contact te houden met de verschillende partijen. Ik houd een vinger aan de pols bij de hulpverleners en ik kijk of dat goed verloopt. Verder werken Ernst en ik ernaar toe dat Ernst bepaalde zaken zelf overpakt, zodat hij weer zelf de regie voert over zijn leven.’

Bert, stichting Buitengewoon: ‘We hebben een prima medewerker erbij gekregen met Ernst, we zijn blij met hem. We zijn heel tevreden over hoe hij zijn taken oppakt en hoe hij zijn werk doet. Ernst is gegroeid en groeit nog steeds. Hij heeft een leuk contact met zijn collega’s en de medewerkers. Hij heeft weer zin in het leven, de dagstructuur helpt hem daarbij. Ernst heeft zichzelf weer op de kaart gezet!’  Ernst komt zo stap voor stap verder. Soms eentje terug, maar dan weer twee vooruit. Vooral sinds hij op de zorgboerderij werkt, gaat hij met sprongen vooruit. Zijn leven komt in een rustiger vaarwater.

 

Lees meer...