Het verhaal van: Larissa

Van depressief naar doorzetter

LarissaLarissa is een jonge vrouw van 31 jaar. Ze heeft geen inkomen of werk en leeft van het salaris van haar vriend waarmee ze samenwoont. Ze heeft een zware depressie. De hulp die zij krijgt van een GGZ instelling sluit niet aan bij haar licht verstandelijke beperking (LVB). Ze wordt steeds depressiever en zit hele dagen thuis.

Bij het wijkteam krijgt zij hulp van Isabel, een cliëntondersteuner van MEE. Isabel gaat op zoek naar een goede GGZ instelling die gespecialiseerd is in LVB. Larissa kan snel starten met een EMDR-behandeling. Dit blijkt een schot in de roos, Larissa voelt zich al snel veel beter. Tegelijkertijd start Isabel bij het UWV een traject om te kijken of Larissa in aanmerking komt voor een Wajong uitkering. Als dit niet het geval blijkt, wordt er een arbeidsboordeling gestart. Larissa heeft arbeidsvermogen en wil zelf ook graag aan de slag. Via een jobcoach van het Jongerenloket krijgt Larissa al snel de kans om in het washok van een restaurant op een luchthaven te beginnen. De eerste twee maanden zijn op proef. Ze zijn tevreden over Larissa en ze krijgt een contract voor een half jaar. Haar contract wordt daarna verlengd en ze mag ook wat uren in de horeca meedraaien. Binnenkort krijgt Larissa er extra uren bij en zal ze steeds meer horeca-uren krijgen. Ze gaat dan ook een opleiding volgen over hygiëne in de horeca.

Larissa gaat voor het eerst in haar leven met plezier naar haar werk en ze houdt het ook vol. Voorheen meldde zij zich vaak ziek en bleef dan dagen in bed. Dat doet zij nu niet meer. Haar behandeling is met succes afgerond en op haar werk kan ze groeien en zichzelf ontwikkelen. Ze komt voor zichzelf op en wordt steeds zelfstandiger. Isabel kan met een goed gevoel en een gerust hart afsluiten.

Isabel, cliëntondersteuner van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van: Jos

Uit de kast

josOp een vroege maandagochtend belde er een verwarde man aan bij ons MEE kantoor. Ik stelde me door een nog dichte deur voor als cliëntondersteuner en zei tegen de man dat ik eerst het alarm uit moest zetten voordat ik de deur open kon doen. Nog voordat de deur van het slot is begint de man zeer emotioneel zijn verhaal te vertellen.

Jos is rond de vijftig jaar. Hij is gescheiden en heeft een kind uit zijn vorige huwelijk. Hij zegt dat hij last heeft van paniekaanvallen en straatvrees.

Jos krijgt woonbegeleiding vanuit een zorgaanbieder en vraagt om hulp  bij bemiddeling  omdat hij niet tevreden is over de begeleiding. Hij vertelt dat de begeleider zijn privacy schendt en dat hij om die reden tijdelijk even geen begeleiding van hem wil.

Jos heeft in vertrouwen aan zijn begeleider verteld, dat hij erachter is gekomen dat hij op mannen valt. Kort daarna ontstaat er een intieme relatie tussen de cliënt en begeleider. Deze relatie heeft anderhalf jaar geduurd. Als de relatie over is vraagt Jos bij de zorgorganisatie om een andere begeleider, omdat hij zich er niet meer prettig bij voelt. Als reactie hierop maakt de begeleider de cliënt zwart binnen zijn organisatie en het netwerk van Jos. Hij deelt alle persoonlijke informatie met veel verschillende mensen.

Jos is een aantal keer op het hoofkantoor geweest maar het heeft hem niets opgeleverd. Door het stoppen van de begeleiding is Jos terug naar de GGZ gegaan, waardoor hij veel medicatie en kalmeringsmiddelen krijgt ter overbrugging.

Jos kon zijn verhaal niet aan het wijkteam vertellen omdat er een betrokkene van de zorgaanbieder in het wijkteam werkt. Gezien het feit dat er sprake is van machtsmisbruik, kan Jos het beste door een onafhankelijke cliëntondersteuning verder geholpen worden. 

Ik heb toen het initiatief genomen om de leidinggevende van de zorgaanbieder uit nodigen voor een gesprek op ‘neutrale grond’. Zowel Jos als de zorgaanbieder hebben gekozen voor het MEE kantoor en wilden graag dat ik als voorzitter bij het gesprek aanwezig zou zijn. Jos geeft aan dat hij zijn verhaal volledig wil vertellen, zonder onderbreking en geen vragen kan beantwoorden. Hiertoe is hij niet in staat. Het gesprek is een eerste stap voor hem, waarbij hij zijn verhaal kan doen, gehoord wordt en serieus genomen wordt.

Het gesprek verliep zoals gepland. Het verhaal van Jos werd voorzichtig erkent. En aan het eind kwam er een onverwachte wending. Jos was toch bereid om dieper in te gaan op de situatie, waardoor er in ieder geval een tijdelijke oplossing gevonden kon worden. Jos heeft een nieuwe begeleider gekregen en er is toegezegd dat er een onderzoek plaats zal vinden naar alles wat er gebeurd is met de vorige begeleider.  

Met Jos gaat het nu een stuk beter. Hij zegt dat hij heel blij is met de ondersteuning van MEE. Er wordt naar hem geluisterd en hij wordt betrokken bij alle hulpverleningsacties en doelen die hem aangaan. Hij zegt letterlijk dat ‘zij niet om hem heen kunnen omdat hij MEE aan zijn zij heeft’.

Het onderzoek moet nog plaatsvinden.

Een consulent van MEE

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Armando

Armando krijgt de kans op een beter leven

ArmandoArmando is opgegroeid op de Antillen en is op 26-jarige leeftijd in Nederland komen wonen. Inmiddels is hij in de vijftig. Het gaat niet goed met Armando. Hij komt bij Aad, cliëntondersteuner van MEE, in beeld op verzoek van de nachtopvang. Daar is Armando terechtgekomen nadat hij werd vrijgelaten uit de gevangenis en geen woning had om naar terug te keren. Men vermoedt psychische klachten en een ontwikkelingsachterstand. Armando laat erg onaangenaam gedrag zien. Hij is boos en gefrustreerd en uit dit naar alle hulpverleners die op zijn pad komen. Dit komt zijn situatie niet ten goede.

Aad: ‘Armando heeft dringend hulp nodig, maar hij is zo wanhopig dat hij erg dwingend en gespannen overkomt. Armando is boos en gefrustreerd. Door goed naar hem te luisteren, verandert gaandeweg het gesprek zijn houding. Uiteindelijk wordt het hem te veel en barst hij in tranen uit. Hij voelt zich onvoldoende gehoord door verschillende instanties en hulpverleners, het is onduidelijk wie hem helpt en waarbij. Ik merk dat hij geen overzicht heeft en veel stress ervaart. Ik stel hem voor om met een gedragsdeskundige van MEE (psycholoog) in gesprek te gaan. Op die manier kan er onderzocht worden of er sprake is van een (licht) verstandelijke beperking en psychische problemen. Armando wordt boos: hij is toch niet gek?! Uiteindelijk weet ik hem ervan te overtuigen dat dit hem juist verder kan helpen en hij stemt in.’

Mara is gedragsdeskundige bij MEE. Zij gaat met Armando in gesprek en voert een onderzoek uit. Mara: ‘In zijn gesprek met mij is Armando dwingend en ervaart duidelijk veel stress. Hij vertelt mij dat hij bedreigd is in het verleden en dat hij ook op dit moment bedreigd wordt. Hij is ontzettend angstig en achterdochtig en slaapt nauwelijks. Zijn vermoeidheid en onrust maken het lastig de intelligentietest af te nemen, maar dit lukt uiteindelijk wel. Armando blijkt inderdaad een licht verstandelijke beperking te hebben. Doordat hij verbaal relatief sterker is wordt hij vaak overschat, met alle gevolgen van dien. Hij kan informatie begrijpen, maar het onthouden en er iets mee doen is erg lastig voor Armando. Het zorgt er ook voor dat hij zijn problemen niet zelfstandig kan aanpakken. Hij heeft familieleden in de buurt wonen, maar omdat zij in het verleden de politie op de stoep hebben gehad vanwege Armando, blijven ze liever uit zijn buurt. De vrienden die hij heeft zijn vrienden uit het criminele circuit. Armando probeert hen op afstand te houden. Hij heeft twee kinderen waarmee hij nauwelijks contact heeft. Armando heeft tevens last van forse psychische klachten. Hij heeft ingrijpende gebeurtenissen achter de rug, waardoor hij mogelijk een posttraumatische stressstoornis heeft ontwikkeld. Dit zorgt voor veel angst, spanning, prikkelbaarheid en woede-uitbarstingen. Armando kan lastig helder denken en heeft moeite zich te concentreren.’

Armando is duidelijk niet op zijn plek binnen de nachtopvang. Aad: ‘Hij voelt zich bedreigd en onveilig op de slaapzaal met dertig man, waardoor zijn klachten verergeren. Het is belangrijk dat er zo snel mogelijk intensieve begeleiding en een plek voor begeleid wonen komt voor Armando. Hij heeft veel ondersteuning nodig, maar we moeten beginnen bij de basis: een plek waar Armando tot rust kan komen en waar hij zich veilig voelt. Een veilige plek die hem ervan weerhoudt terug te vallen in het criminele circuit.’

Mara omschrijft Armando als een tikkende tijdbom in haar contact met de Wmo-adviseur die bepaald of Armando een indicatie krijgt. Mara: ‘Aad en ik hadden, net als onze contactpersonen binnen de nachtopvang, de angst dat de situatie zou escaleren. Dat Armando zijn woede fysiek zou gaan uiten en dat hij zichzelf of iemand in zijn omgeving iets zou aandoen. Cliënten zoals Armando zijn complex: ze werken niet mee en gedragen zich dusdanig dat veel hulpverlening afhaakt. Het onvermogen wordt niet herkend, alleen het onbeschofte en agressieve gedrag wordt gezien. Armando voelt zich door Aad eindelijk gehoord en begrepen. Dankzij de resultaten van de onderzoeken en mijn aanbevelingen heeft Armando inmiddels een tijdelijke indicatie zodat hij kan instromen op een plek voor begeleid wonen. Hij heeft daar nu een eigen kamer. Onlangs hebben we vernomen dat hij een indicatie voor deze passende woonplek heeft gekregen, zodat hij er in elk geval de komende negen maanden kan blijven. Op deze manier kan Armando op veel gebieden de begeleiding krijgen die hij nodig heeft en kan hij aan de slag met de verwerking van zijn trauma’s.’ Aad: ‘Zonder hulp zal Armando zich gedwongen voelen om terug te vallen in het criminele circuit. Hij heeft niets en hij heeft ook niet veel te verliezen. Nu krijgt Armando een kans op een beter leven.’

 

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Morena

De lach op het gezicht van Morena is weer terug

MorenaAchter elke voordeur schuilt een verhaal. Voor Morena geldt dat zeker ook. Een tijd lang kwam nauwelijks nog buiten. Ze voelde zich somber, had nauwelijks sociale contacten en kampte met een onverwerkt verleden. Met hulp van een cliëntondersteuner zette ze grote stappen in de richting van een nieuwe, blije toekomst.

Goed luisteren is altijd het eerste wat ik doe bij een nieuwe ontmoeting”, vertelt cliëntondersteuner José van MEE. “Daar nemen we ook ruim de tijd voor, want zo leg je de basis voor een geschikte ondersteuning. Bij de eerste ontmoeting met Morena zag ik een vriendelijke vrouw. Maar al gauw bleek dat ze helemaal niet goed in haar vel zat.” Voor Morena voelde dat eerste gesprek met José als een opluchting. “Ik had eindelijk het gevoel dat ik op het juiste adres was: voor het eerst in twintig jaar werd ik gehoord! Al tijden kwam ik bij verschillende instellingen waar ik de opdracht kreeg om mijn probleem van me af te schrijven. Dat vond ik heel moeilijk. Ik kan mijn verdriet en boosheid niet goed op papier kwijt. Ik wilde echt met iemand in gesprek en een klik hebben. Bij José had ik dat vanaf het begin.”

Het verhaal van Morena liegt er niet om. Ze trouwde op 22-jarige leeftijd met een Nederlandse man, waarna ze de Dominicaanse Republiek verliet. Een gelukkig huwelijk werd het niet. Uiteindelijk scheidden ze vijf jaar geleden. Haar echtgenoot stond haar niet toe dat ze sociale contacten aanging of zich ontwikkelde waardoor ze veroordeeld was tot huiselijke taken en het verzorgen van haar inmiddels achttienjarige zoon. Het verdriet om een al eerder doodgeboren kind was groot, maar dat kon ze met niemand delen. Door een bedrijfsongeval in de catering lag ze twaalf jaar geleden lang in het ziekenhuis. Nog steeds heeft ze veel last van haar heupen en knieën. Mede daarom is ze volledig afgekeurd om te werken. Bovendien werd ze anderhalf jaar geleden geopereerd aan baarmoederkanker, waarvan ze nu herstellende is. “Ja, het is veel”, zegt Morena, die geen familie heeft waarbij ze terecht kan. “Ik heb één goede vriendin, maar zij woont in Rotterdam. Zo gauw ik buiten mijn vertrouwde omgeving kom, schiet ik in de stress. Even met de trein naar Rotterdam lukt me gewoon niet.”

Uit de tas van José komt een grote witte tekening tevoorschijn met daarop een tienpuntenschaal van tevredenheid. Morena gaf haar leven eind vorig jaar een vijf. Ze had last van paniekaanvallen, was erg eenzaam en had weinig vertrouwen in zichzelf en in anderen. Uit een IQ-test bleek ook dat ze moeilijk lerend is en een taalachterstand heeft. José: “Tegelijk had ik vrij snel door dat Morena heel praktisch en creatief is en haar leven graag een positieve wending wilde geven. Dat zijn goede aanknopingspunten om iemand in zijn kracht te zetten. Maar we moesten ook iets met haar opgekropte verleden, want dat knaagde zichtbaar aan haar.”

Samen met stagiaire Lisa ging José voor Morena aan de slag, op twee fronten tegelijk. Het ene spoor leidde naar psychiatrische dagbehandeling, een instelling die gespecialiseerd is in therapie voor mensen met een verstandelijke beperking en moeilijk lerende mensen. Morena wordt daar binnenkort gedurende twaalf weken bijna dagelijks begeleid om haar levensverhaal een plek te geven. “Ze heeft veel meegemaakt, er is intensieve begeleiding nodig om dat te verwerken. Intensiever dan MEE kan bieden. Voor therapie is de deskundigheid van psychologen en een psychiater nodig”, aldus José. “Ik heb kunnen helpen Morena snel door de intakes te leiden. Haar probleem is voor mij urgent omdat verwerking van het verleden een grote stap is om verder te kunnen.” Morena: “José was een fijne steun bij de intakes. Zij kende mijn verhaal inmiddels. Er werd me gevraagd of ik nog zin in het leven heb. Dat vond ik zo raar: natuurlijk heb ik er zin in. Ik heb alleen een probleem waar ik zo snel mogelijk van af wil. Ik zie overal blijdschap en dat wil ik ook!”

Met Lisa volgde Morena het tweede spoor, dat zich richtte op het verbeteren van haar taalvaardigheid en het vinden van passend vrijwilligerswerk. José keek op de achtergrond mee naar de vorderingen. “Ik zag een heel gemotiveerde Morena die initiatieven nam, zelf de telefoon pakte en overal informeerde. Ze kwam letterlijk in beweging en ging vaker het huis weer uit. Je zag haar elke week verder opfleuren en zelfs weer lachen. Toen ze voor het eerst bij ons kwam, vertelde ze ook dat er conflicten met haar zoon waren. Ik wilde nog voorstellen om hem ook eens uit te nodigen, maar voor ik het wist had ze thuis zelf al een goed gesprek met hem gehad. Daarin zag ik de vooruitgang. Ze is een aanpakker, maar had onze begeleiding nodig om de ban te breken.”

“Ik ben er nog niet, mijn verdriet en paniekaanvallen zijn er nog”, erkent Morena. “Daar ga ik hard aan werken bij dagbehandeling. Mijn zelfverzekerdheid is in elk geval al erg gegroeid. Ik ga de deur weer vaker uit en mijn Latijns-Amerikaans temperament begint terug te komen”, zegt ze met een grote lach. “Ik heb ook al even vrijwilligerswerk gedaan bij een ouderensoos, alleen dat stopte helaas door te weinig animo. Mogelijk kan ik aan de slag als vrijwilliger in een snoezelruimte van een verzorgingshuis voor dementerende ouderen. Het hangt nog even af van het aantal dagen dat de dagtherapie in beslag neemt, want dat is de belangrijkste vervolgstap. Daarna kan ik verder plannen maken.”

José: “Ik hoop dat Morena haar leven weer helemaal op de rit krijgt. De therapie gaat daar zeker bij helpen. Maar het is ook belangrijk dat ze zich daarna goed blijft voelen. Vrijwilligerswerk speelt daarin een grote rol , want daardoor komt ze buiten en doet ze sociale contacten op. In de aanpak van MEE krijgt dat aspect veel nadruk. Een netwerk van vrienden en kennissen maakt je leven mooi.” En Morena zelf? Die heeft alvast een doel gesteld: “Als ik weer in de trein durf en naar mijn vriendin durf te reizen, dan gaat het echt weer helemaal goed met me.”

 

Dit verhaal is tot stand gekomen in samenwerking met magazine Doe mee!

Lees meer...
Het verhaal van: Corné

‘Deze hulp is goud waard’

Corné van HoutenCorné van Houten kreeg het twee jaar geleden uit het niets extreem benauwd. Hij raakte zijn bewustzijn kwijt en kwam ernstig beperkt uit een maandenlange diepe slaap op de intensive care. Sinds een jaar woont hij weer thuis bij zijn vader Reinier die hem intensief en liefdevol verzorgt. Met behulp van MEE zijn een hoop praktische zaken geregeld die dat mogelijk maken.

We zijn in het rolstoelvriendelijke appartementencomplex dat Corné en zijn vader Reinier onlangs betrokken. Met grote regelmaat verschijnt er een grote glimlach op het gezicht van de 18-jarige liefhebber van rapmuziek en tatoeages. Zijn beginnende baard en de vlinderdas om zijn rood geruite overhemd zijn belangrijke kenmerken van zijn nieuwe ‘looks’. Daar is hij veel mee bezig. Een goed teken, want dat betekent dat Corné het alledaagse leven inmiddels weer omarmt en er naar omstandigheden het beste van maakt. “Gefrustreerd ben ik niet”, zegt hij via zijn spraakcomputer die hij via irisherkenning met zijn ogen bedient. “Natuurlijk had ik me het leven heel anders voorgesteld, maar negatieve gedachten helpen me niet verder. Ik ben juist heel nuchter. Een oorzaak voor wat ik heb is niet gevonden, dus ik kan ook op niets of niemand boos worden. In kleine stappen ga ik vooruit, maar of ik ooit weer kan lopen of praten is niet te zeggen.”

Het waren de ernstige complicaties en de bijna permanente hoge koorts die Corné troffen tijdens zijn comateuze toestand in het medisch centrum. “Een regelrechte nachtmerrie”, vertelt Reinier. “De artsen testten hem op allerlei enge ziektes en elke keer weer was ik opgelucht als er iets werd uitgesloten. Ondertussen had ik niet door dat zijn toestand steeds slechter werd. Motorisch is hij nu ernstig gehandicapt door beschadiging van zijn hersenen en zenuwstelsel. Zelfstandig eten of naar het toilet kan hij niet. Aanvankelijk zag Corné ook bijna niets meer. Maar verstandelijk is er gelukkig niets mis met hem. Zijn oorspronkelijke karakter komt steeds meer terug en ook de humor die hij voorheen had.”

Na het ontslag uit het ziekenhuis werd Corné een jaar opgenomen in een revalidatiecentrum om conditioneel aan te sterken. Reinier keek in die tijd intensief mee en leerde zijn zoon te verzorgen. “We hadden de keuze om Corné naar een woonvorm te verhuizen of om hem weer thuis te laten komen waar ik 24 uur per dag de zorg op me zou nemen. Het stond voor ons allebei buiten kijf dat we dat wilden”, vertelt Reinier. “Ik heb toen contact gezocht met MEE om te kijken wat we nog meer zouden moeten regelen. Er komt zoveel op je af ineens, je wordt letterlijk heen en weer geslingerd tussen allerlei instanties. Die hulp is dan echt goud waard.”

MEE-consulent Tineke bood Corné en Reinier de afgelopen maanden onafhankelijke cliëntondersteuning, wat mogelijk is doordat Corné een indicatie kreeg voor de Wet langdurige zorg (Wlz) van het CIZ (Centrum indicatiestelling zorg, red.). Tineke: “Reinier had samen met de revalidatiekliniek al veel geregeld. Niet alleen de Wlz-indicatie, maar bijvoorbeeld ook een rolstoel, een tillift en een aangepast bed voor Corné. Ik heb daarom eerst de stand van zaken opgemaakt. Als cliëntondersteuner loop je een eindje mee op en ondersteun je een cliënt in het regelen van zaken die nodig zijn.”

Tineke en een collega met een juridische achtergrond waren ook een belangrijke schakel in de toekenning van een Wajong-uitkering aan Corné. Het UWV keurde zijn aanvraag af, omdat Corné nog herstellende is. Bezwaar maken was kansloos gaven ze aan. Tineke: “Ik vond dat onterecht. Je kunt geen wetten veranderen, maar soms zegt je kennis en ervaring dat een cliënt in zijn recht staat. We hebben alles uitgezocht en er is door Reinier en Corné toch bezwaar aangetekend. Met succes.” Reinier: “Soms vervloek ik de hele situatie, omdat het zo lang duurt om iets geregeld te krijgen. Veel mensen hebben dan de neiging om te denken: ‘laat maar zitten’. Maar dat heb ik nog nooit gedaan. Ik was verbolgen toen ze aangaven dat Corné nog herstellende is. Natuurlijk, hij gaat vooruit, maar het is echt millimeterwerk. Niemand kan daar een tijdspad aan koppelen. Morgen kan het herstel voorgoed stil komen te staan.”

Al eerder, toen hij nog niet in contact was met MEE, had Reinier zo’n wrange situatie meegemaakt toen hij bij het zorgkantoor aanklopte om erkenning te krijgen als zorgverlener. Dat ging niet vanzelf, maar was wel noodzakelijk om er 24 uur per dag voor zijn zoon te kunnen zijn en daarvoor betaald te krijgen. “Ik werd echt onder vuur genomen. Ze zeiden letterlijk tegen mij: ‘Wie denk jij wel dat je bent om dit werk te kunnen doen?’ Ik kon dat slecht verkroppen. Maandenlang ben ik dagelijks naar het revalidatiecentrum gereden om Corné te leren verzorgen, ik zegde mijn baan ervoor op en had ondertussen alle voorzieningen in huis getroffen.” Tineke vervolgt: “Ik had daar als cliëntondersteuner graag een rol in willen spelen. Door misbruik in het verleden is het goed dat het zorgkantoor streng is in de toekenning van pgb’s, maar mijn ervaring is dat ouders heel veel aankunnen als het om de verzorging van hun kinderen gaat.” Corné maakt een handgebaar om aan te geven dat hij ook wat wil zeggen. Het duurt even voor hij een kort zinnetje heeft ingetikt op zijn computer: “Ik ben heel erg blij dat mijn vader me verzorgt. Ik wilde absoluut niet naar een woonvorm. De prikkels die ik thuis krijg bevorderen mijn herstel.”

Reinier en Corné deden de afgelopen maanden nog wel vaker een beroep op Tineke om helderheid te krijgen in de wirwar van procedures en regeltjes. Zo kregen ze onder meer advies over de financiële bewindvoering van Corné toen hij 18 jaar werd. “Het is soms alleen al fijn om even telefonisch te sparren over zaken waar MEE veel meer kennis van heeft dan ik”, zegt Reinier. “Die deskundigheid en het persoonlijke contact heb ik erg gewaardeerd.” Tineke geniet er op haar beurt van hoe Reinier en Corné zich samen inmiddels goed redden. “Ik ben slechts een tijdelijke spin in het web om samen de schouders onder ingewikkelde zaken te zetten. Dat is de meerwaarde van onafhankelijke cliëntondersteuning. Het is mijn taak als cliëntondersteuner ervoor te zorgen dat cliënten zelfstandig verder kunnen met behulp van hun netwerk. In het geval van Corné en Reinier is die missie helemaal geslaagd.”

Dit verhaal is tot stand gekomen in samenwerking met magazine Doe mee!

Lees meer...
Het verhaal van: Lummie

Cliëntondersteuner als wegwijzer

IMG_3073

”Manon heeft ons rust gegeven”

Ondanks dat Lummie de Lange (67) door een herseninfarct ernstig gehandicapt is geraakt en 24 uur per dag zorg nodig heeft, wil haar partner Yolanda van Velzen haar graag thuis verzorgen. Om dat te kunnen regelen heeft ze echter te maken met tijdrovende bureaucratie. Ze is dan ook heel blij dat MEE-consulent Manon Liest haar door de papieren jungle leidt.

In de woonkamer van de jaren ’90 bungalow zit een vrouw in een elektrische rolstoel. Haar blik is strak, vertoont nauwelijks mimiek. Anderhalf jaar geleden werd Lummie de Lange (67) getroffen door een herseninfarct. “Het gebeurde van de ene seconde op de andere. Ik had me net opgefrist en op het moment dat ik van de badkamer naar de slaapkamer loop, val ik voorover en kan ik niet meer opstaan.” Na een aantal weken op de afdeling intensive care van een ziekenhuis wordt ze opgenomen in een revalidatiecentrum. “Ze was zo ziek, dat ze de eerste drie maanden niet kon revalideren”, vertelt Yolanda. “In die tijd stond ik op een zaterdagochtend in de lift met de partner van een medepatiënt. Zij huilde, omdat ze voor de keuze stond of ze haar man zou laten opnemen in een verpleeghuis of dat ze zelf de zorg op zich zou nemen. Toen dacht ik bij mijzelf: ‘dat gaat ons nooit gebeuren, Lum gaat nooit naar een verpleeghuis’. Maar de verpleegkundige in het revalidatiecentrum zei tegen Lum: ‘Denk niet dat je ooit nog naar huis kunt, je bent te zwaar gehandicapt’ en de maatschappelijk werker waarschuwde me: ‘Weet wel wat je doet als je Lummie mee naar huis neemt.’ Van tevoren weet je ook niet hoe het uitpakt, maar als je het niet probeert dan weet je nooit.”

“Gelukkig wonen we gelijkvloers”, gaat Yolanda verder. “Maar om Lummie thuis te kunnen verzorgen was wel een rigoureuze verbouwing van de badkamer nodig. Daarnaast is ons spaargeld voor een groot gedeelte opgegaan aan de aanschaf van een aangepaste auto waar Lummie met haar elektrische rolstoel in kan. Die auto betekent voor ons vrijheid. Omdat wij graag zelf de regie houden, wilde ik een pgb (persoonsgebonden budget) aanvragen. Maar ik zat zo in de zorgstand dat ik panisch raakte als ik papieren moest invullen. Daar had ik geen energie meer voor. Die energie had ik nodig om zorg te verlenen. Want dat hebben mensen niet in de gaten, dat instanties van alles van je willen weten. Je blijft maar formuliertjes invullen, met steeds dezelfde vragen.”

“Mijn schoondochter, die in de psychiatrie werkt, had ooit gezegd: ‘Yo, als je ooit eens hulp nodig hebt, moet je contact opnemen met MEE.’ Dat advies heb ik ter harte genomen. Zo kwam ik in contact met MEE-consulente Manon. Zij heeft ons rust gegeven door ons te helpen door de hele papieren rompslomp heen te komen. Samen met de maatschappelijk werker van het revalidatiecentrum heeft ze voor ons een indicatie aangevraagd. Ze adviseerde ons daarbij hoe we een pgb moesten aanvragen en hoe we de invulling van de dagbesteding konden regelen. Ik ben blind op dit advies afgegaan. Daarnaast zocht ze uit voor welke zorg wij in aanmerking komen.”

Lummie heeft overal hulp bij nodig, bij het uit bed komen, wassen, aankleden, eten, naar de wc gaan. Bovendien moet ze 24 uur per dag in de gaten gehouden worden en mag ze nooit alleen gelaten worden. Yolanda zou de zorg voor Lummie dus onmogelijk in haar eentje aankunnen, ze is dan ook blij dat de MEE-consulent haar ook daarbij uit de nood hielp: “Manon heeft een netwerkbijeenkomst georganiseerd voor familie en kennissen. Daarin hebben we met elkaar de invulling van de ondersteuning van Lummie besproken. Welke taken liggen er? Waar ga je professionele hulp voor inschakelen? En welke problemen kun je via het netwerk oplossen? Wat is er allemaal mogelijk als je een pgb hebt? Hoe kun je de juiste zorg realiseren? Samen met Manon hebben we een weekschema opgezet.”

“Kortgeleden heeft Manon ons geholpen bij het omzetten van de financiering van de dagbesteding van Zin (zorg in natura) naar financiering via het pgb. Ze heeft de papieren ingevuld en ons een zorg- en budgetplan helpen opstellen. Want als je zoveel aan je hoofd hebt als ik, is dat niet te doen.”

Yolanda stuurt nog regelmatig mailtjes naar Manon met het verzoek om mee te lezen. Laatst bijvoorbeeld die brief aan het zorgkantoor met vragen hoeveel je mag declareren voor het vervoer naar de dagbesteding. “Manon neemt je aan de hand door het enorme oerwoud van regels en bureaucratie. Zij is een wegwijzer met empathisch vermogen. Een luisterend professioneel oor.”

Yolanda is ook erg te spreken over MEE: “Toen Manon laatst op vakantie was, hebben ze prima vervanging geregeld. En volgende week krijgen we van MEE voorlichting over logeermogelijkheden voor gehandicapten. Ik moest Lummie vorig jaar namelijk plechtig beloven zelf eens een weekje naar de zon te gaan.”

 

Lees meer...
Het verhaal van: Een consulent van MEE

Kennismaking met het wijkteam

wijkteamBegin januari 2015

Onze kersverse coach grabbelde in een envelop met vele sleutels en gooide na een aantal keren proberen met gepaste trots de deur open. Er volgden enthousiaste kreten van mijn nieuwbakken collega’s. De ruimte was kaal en er stonden alleen tafels en stoelen maar ik begreep dat deze ruimtes riant waren in vergelijking met andere wijkteamlocaties. Onwennig gingen we zitten. Koffie? Geen koffie. Er was wel een wasbak met een kraan en ik probeerde me in te stellen op een koffieloze ochtend met af en toe een slokje uit de kraan. De coach had echter al een oplossing bedacht: we gingen koffie halen, we zaten immers vlakbij het station. Met de hele groep gingen we weer naar buiten om de koffie te halen; ik kreeg er een schoolreisjesgevoel van. Ondertussen besnuffelden we elkaar: wat ben jij er voor één?

De coach had een programma gemaakt voor de ochtend maar die werd vrijwel meteen terzijde geschoven. We vertelden elkaar onze achtergrond inclusief allerlei persoonlijke zaken, zo weet ik nu al de lievelingskleur van mijn nieuwe collega’s en welke huisdieren ze hebben.

Over ons aanstaande werk zei de coach bondig: ‘we doen wat nodig is’’ Ze lardeerde dit met een voorbeeld uit een ander, al werkend, wijkteam: ‘zo hebben we voor 3 dagen gekookt voor een alleenstaande mijnheer die dat niet meer kon en naar een ziekenhuis moest’ . ‘Ja, doen wat nodig is, dus!’ zei ze nogmaals en ze keek me daarbij vorsend aan. Ik knikte en slikte toen ik dacht aan een ex-klant die zijn huis had volgestouwd met oud metaal, zodanig dat hij de wc deur niet meer kon bereiken…

Veel ruimte om hier op in te gaan was er niet; de groep buitelde over elkaar heen met vragen, kritische opmerkingen en verhalen. Gezellig was het wel.

We stonden in een kleine spreekkamer met 2 tafeltjes en 4 stoelen. We probeerden ons voor te stellen dat we simultaan met 2 intakers en 2 wijkbewoners binnen een kwartier het eerste meldingsformulier moesten invullen.  Een collega protesteerde over de tijdslimiet: mensen komen met een probleem en willen hun verhaal kwijt. ‘Dat moet dan toch maar op een later tijdstip want dat kan je niet maken tegenover de andere twaalf wachtenden’.  Ik probeerde me de toch niet heel ruime gang voor te stellen met 12 wijkbewoners die op hete kolen zaten te wachten tot wij eindelijk klaar waren met hun wijkgenoten. Zou de soep zo heet zijn?

Hoewel de dag nog lang niet ten einde was en ik nog allerlei afspraken had die middag voelde dat wel zo. Met weemoed dacht ik aan ons comfortabele kantoor met altijd lekkere koffie binnen handbereik en een stel fijne collega’s. We wisten precies wat we aan elkaar hadden en konden bij elkaar terecht met vele zakelijke maar ook persoonlijke beslommeringen. Het was duidelijk wat ik moest doen, waar ik goed in was en welke koers ik aan het varen was.

“Gefeliciteerd met je nieuwe baan” zei een familielid in december nadat ik ijverig mijn LinkedIn profiel had bijgewerkt. Ik relativeerde zijn felicitatie; het is eigenlijk alleen een andere plek. Nu weet ik dat hij gelijk had: het is verdomd een andere baan.

Geloof me: ik schraap al mijn frisse moed, positivisme en relativeringsvermogen bij elkaar om hier blakend van kundigheid in te stappen. Ik denk ook dat dat gaat lukken en dat ik het meestal ook nog leuk en spannend ga vinden. Maar ook ben ik een beetje bedroefd over alles wat was en goed was en collega’s die ik nauwelijks meer zie en nu al mis…

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van: Een consulent van MEE

Voorlezen

voorlezenVoor deze ouders is het opvoeden van kinderen niet zo makkelijk, moeder zelf is moeilijk lerend en vader dringt er bij mij op aan om hem overal in te betrekken, want ze begrijpt niet alles….

Dus ik heb gesprekken over de jongste zoon die een verstandelijke beperking heeft en op het zml onderwijs zit.

Moeder heeft ondertussen erg veel moeite met de oudere zus, ze wordt opstandig en zegt zelfs: ” ik haat mijn broertje. Jullie houden wel van hem maar niet van mij!” Dat doet moeder echt pijn en ze vraagt: ” Wil u niet eens met haar praten? Wij weten niet zo goed wat we kunnen doen.” Ik geef haar op voor de brusjes groep. Ondertussen ga ik op zoek naar een voorleesboek over een brusje met een handicap.

Boven in de MEE bieb ligt ‘De prins op de praalwagen’ van Ina de Vries-van der Lichte, over een jongen die een gehandicapt zusje heeft en dat helemaal niet leuk vindt. Ik besluit het voor te lezen. Maar de eerste keer is het zusje helemaal van slag. Ze wil niet met een vreemde mevrouw praten en waarom moet dat nou! Ik zeg: ik ga je een verhaal voorlezen, wil je dat wel? En ja hoor, gaandeweg het verhaal vertelt ze steeds meer over haar broertje en waar ze last van heeft. Als het boek uit is, vraagt ze of ze het even mag houden, ze wil er een boekverslag van maken. Dat vind ik prima en als ik het weer op kom halen vertelt ze het volgende:

‘Ik heb uit mijn hoofd een boekverslag gemaakt en de juf heeft gevraagd of ik er een presentatie over wilde houden. Ik vertelde waar het boek over ging en over mijn eigen broertje, de klas was muisstil, niemand praatte! De juf zei dat ze diep onder de indruk was van het verhaal en ik kreeg een 10.’

Heeft het je geholpen om anders met je broertje om te gaan? vroeg ik en dat had het zeker!

‘Ik begrijp nu veel beter dat hij er niets aan kan doen en dat het voor mijn ouders ook moeilijk is om voor hem te zorgen. Ik weet dat ze van mij houden en gewoon hun best doen, dat doe ik nu ook, net als die jongen in het verhaal…’

Een consulent van MEE

 

Lees meer...
Het verhaal van: Ernst

Samen bereiken we meer

ernstErnst is 45 jaar, heeft autisme en is moeilijk lerend. Hij is een alleenstaande ouder en heeft vier kinderen, waarvan twee volwassen zijn. Voor de twee jongste kinderen heeft hij een co-ouderschap met zijn ex-partner. Ernst komt aanvankelijk met hulpvragen over de opvoeding van de twee kinderen omdat hij daar in vast liep. Cliëntondersteuner Petra vermoedt dat er meer aan de hand is…

Ernst: ‘Petra, mijn cliëntondersteuner, heeft me heel goed geholpen met mijn schulden. Ze hielp me met het aanvragen van de voedselbank, de kledingbank en bewindvoering. Ze hiep me niet alleen met mijn schulden, ze heeft ervoor gezorgd dat ik mijn leven weer op de rails heb. Voordat ik cliëntondersteuning kreeg, zat ik er echt doorheen, ik was depressief en wist niet hoe ik verder moest. Ik dronk hele dagen koffie en kwam niet vooruit. Nu sta ik ’s ochtends vrolijk op. Ik ben blij dat het thuis weer goed gaat met de kinderen en dat mijn financiën straks weer op orde zijn. Er zijn weer lichtpuntjes in mijn leven en ik heb weer een doel in mijn leven. Als ik terugkijk, heb ik veel bereikt.’  

Petra, cliëntondersteuner van Ernst: ‘Ernst was heel open over zijn problemen. Ik vroeg naar zijn situatie op andere gebieden, zoals zijn financiën en welke gevolgen dit voor hem had. Toen kwam er steeds meer naar voren. Gelukkig is Ernst heel gemotiveerd om vooruit te komen.’ Ernst bleek flinke schulden te hebben. Hij overziet zijn financiën niet en begrijpt niet wat er moet gebeuren. Daarnaast is hij depressief, hij ziet het leven somber in. Naast de hulpvragen over de opvoeding van zijn kinderen, heeft Ernst geen dagstructuur en voelt hij zich nutteloos waardoor de situatie verergert. Ernst is in het verleden behandeld voor psychische problemen.  Petra en Ernst bespreken zijn problemen en Ernst krijgt allereerst opvoedings-ondersteuning. Op financieel gebied neemt Ernst zelf ook zijn verantwoordelijkheid: hij heeft de auto verkocht en doet alles met de fiets om kosten te besparen.

Er moesten regelingen worden getroffen met onder andere de woningstichting. Samen hebben we inzichtelijk gemaakt wat de schulden betroffen. Door zijn beperking is het doorspitten van de post voor Ernst een opgave en dat zorgde voor onrust. Individuele ondersteuning helpt hem om deze te ordenen. Om meer rust te creëren bij Ernst, hebben we in overleg bewindvoering aangevraagd.

Ernst hoefde zich niet meer bezig te houden met inkomsten en uitgaven en daardoor kwam hij er aan toe om aan zichzelf te werken. Zoals de opvoeding van zijn kinderen, behandeling voor zijn eigen psychische klachten en werken aan een dagstructuur. Daardoor kan hij zich binnenkort op andere zaken richten, zoals een cursus Omgaan met geld. In deze cursus leren deelnemers om met hun loon of uitkering uit te komen en schulden te voorkomen. En ze leren inzicht te krijgen in hun vaste lasten en andere uitgaven. Met verschillende instanties zijn inmiddels betalingsregelingen getroffen.’

Petra brengt in kaart wat de kracht van Ernst is. Ondanks stemmingsklachten is hij heel gemotiveerd om aan zichzelf te werken. Na een test blijkt dat Ernst moeilijk lerend is en dit, in combinatie met zijn autisme, verklaart waarom hij in het organiseren vaak vastloopt en het overzicht verliest. Duidelijke informatie en helder communiceren helpt hem het overzicht te behouden.  ‘Tegenwoordig belt Ernst zelf met de bewindvoering. Iets dat hij vroeger niet zou hebben gedaan. Ook verzamelt hij zelf de stukken die nodig zijn voor de bewindvoering. Hij wordt steeds zelfstandiger.’

Petra bespreekt de wensen en mogelijkheden met Ernst en ze stelt voor om contact op te nemen met Stichting Buitengewoon, een organisatie die dagbesteding verzorgt voor mensen met psychische problematiek. ‘Werken op een zorgboerderij, is dat iets voor jou? Lekker de hele dag buiten hard aan het werk met collega’s en zorgen voor de dieren.’ Ernst reageert enthousiast.

‘Ernst miste een daginvulling en structuur. Nu hij op de zorgboerderij werkt staat hij ’s ochtends vrolijk op en komt hij ’s avonds moe en voldaan terug. Hij voert zelfstandig taken uit op de boerderij. Het werk daar vindt hij geweldig en geeft hem weer het gevoel dat hij zinvol bezig is. Ernst is gegroeid en heeft weer zin in het leven, hij straalt, en dat is heel leuk om te zien. Hij voelt zich weer mens! En wie weet ontstaat er op een gegeven moment weer ruimte en rust om te werken aan zichzelf en zich te richten op vervolgstappen om zijn leven nog verder op de rails te krijgen.’

‘Naast de individuele ondersteuning van Ernst, coördineer ik het contact met alle instanties en hulpverleners om Ernst heen. Mijn rol is om contact te houden met Ernst en contact te houden met de verschillende partijen. Ik houd een vinger aan de pols bij de hulpverleners en ik kijk of dat goed verloopt. Verder werken Ernst en ik ernaar toe dat Ernst bepaalde zaken zelf overpakt, zodat hij weer zelf de regie voert over zijn leven.’

Bert, stichting Buitengewoon: ‘We hebben een prima medewerker erbij gekregen met Ernst, we zijn blij met hem. We zijn heel tevreden over hoe hij zijn taken oppakt en hoe hij zijn werk doet. Ernst is gegroeid en groeit nog steeds. Hij heeft een leuk contact met zijn collega’s en de medewerkers. Hij heeft weer zin in het leven, de dagstructuur helpt hem daarbij. Ernst heeft zichzelf weer op de kaart gezet!’  Ernst komt zo stap voor stap verder. Soms eentje terug, maar dan weer twee vooruit. Vooral sinds hij op de zorgboerderij werkt, gaat hij met sprongen vooruit. Zijn leven komt in een rustiger vaarwater.

 

Lees meer...
Het verhaal van: Claudia

Mijn droom? Een betaalde baan!

leren en werkenClaudia is 20 jaar en moeilijk lerend. Ze werd gepest, spijbelde veel en zat op verschillende scholen waar ze steeds vastliep. Daardoor kreeg ze een negatief zelfbeeld en werd ze erg onzeker. Nu zit ze op het praktijkonderwijs en wordt ze begeleid door een cliëntondersteuner. Ze loopt inmiddels stage, een belangrijke stap op weg naar een betaalde baan. 

Claudia: ‘Ik heb heel lang het gevoel gehad dat ik niets kon. Dat werd eigenlijk steeds erger. Niets lukte en ik voelde me nergens thuis. Marcel, mijn cliëntondersteuner, kijkt heel anders naar me, die ziet alleen maar wat ik wél kan. Dat voelt zo anders. Ik ben ook heel blij met de beroepentest. Daar bleek uit dat ik horeca heel leuk vind. Nu kan ik me echt op iets richten en droom zelfs van een echte baan! Ik ben er trots op dat ze mij bij La Place drie dagen in de week willen hebben.’

Nadat ze op verschillende scholen vastliep, kwam Claudia terecht bij het Praktijkonderwijs. Ook daar leek het er op dat ze weer vast zou lopen. Al snel was duidelijk dat Claudia meer behoefte heeft aan structuur en begeleiding dan de school haar kon bieden. De Praktijkschool werkt in dat soort gevallen samen met de zogenoemde ‘Navigatoren’. Dat zijn cliëntondersteuners die onderdeel zijn van het schoolteam.

Marcel: ‘Samen hebben we een traject uitgezet en een toekomstplan gemaakt. In het toekomstplan staat wat Claudia wil bereiken, wat haar mogelijkheden zijn en wat ze nodig heeft om die doelen te realiseren. Een traject uitzetten doen we niet alleen. Er zijn verschillende partijen betrokken zoals de gemeente, het UWV, hulpverleners, school, werkgever, zorginstelling en het re-integratiebureau. Als navigator/cliëntbegeleider leg ik verbindingen met alle betrokken partijen. 

De randvoorwaarden om aan het traject deel te kunnen nemen, moeten goed zijn. Als je lekker in je vel zit, heeft dat een positief effect op de werkvloer. We kijken naar alle leefgebieden. Hoe is de thuissituatie? Hoe is de financiële situatie? Lukt het iemand een eigen administratie te voeren? Kan iemand zelfstandig reizen van huis naar het werk? Ook dan gaan we met die partijen om de tafel die daar verantwoordelijk voor zijn, om de neuzen dezelfde kant op te krijgen en de begeleiding op elkaar af te stemmen.’

Claudia is begonnen met een stage bij La Place (V&D). Ze heeft het er ontzettend naar haar zin en ontdekte dat ze veel plezier heeft in horecawerk. Haar stage werd nog een keer verlengd waardoor ze nog meer kon leren en is gegroeid. Claudia heeft nu meer zelfvertrouwen en is minder onzeker. Ze kan beter haar grenzen aangeven en voor zichzelf opkomen. Ze is nu toe aan een volgende stap op weg naar een betaalde baan.

Claudia: ‘Marcel heeft mij geholpen bij het zoeken van stages. Hij ondersteunde me en ging mee als we stagegesprekken hadden. Ook bij beoordelingsgesprekken is hij erbij. Hij zegt vaak positieve dingen over me en dat is fijn om te horen. Complimenten doen me goed. Door het werk bij La Place heb ik meer zelfvertrouwen gekregen.’

Marcel: ‘Als je collega’s en werkgever je begrijpen heeft dat een positief effect op je werkplezier en functioneren. Voor jongeren zoals Claudia is het erg belangrijk dat collega’s en de werkgever begrijpen wat een beperking inhoudt. Of je nu moeilijk lerend bent, een licht verstandelijke beperking, autisme of niet aangeboren hersenletsel hebt: vaak zie je het niet aan de buitenkant. Goede voorlichting op de werkplek kan veel ‘kou uit de lucht halen’ en voorkomen dat  iemand overvraagd wordt en vastloopt’. Doordat haar zelfvertrouwen groeide is Claudia erg gemotiveerd en klaar voor een volgende stap. Haar ouders geven aan haar op alle fronten te willen steunen. Claudia heeft een werkgever veel te bieden: ze is behulpzaam, gemotiveerd, zorgvuldig, eerlijk, heeft humor, neemt initiatief en ziet werk liggen.  Momenteel wordt een werkervaringsplek gezocht bij een ander horecabedrijf. Een werkplek waar ze weer nieuwe dingen kan leren en door kan groeien naar een dienstverband. Weer een stap verder richting haar doel: een betaalde baan en een werkgever die bij haar past en rekening houdt met haar beperkingen.


Marcel Abbing, consulent

 

 

Lees meer...