Het verhaal van: Grace

Een sterk netwerk met veel herkenning

Cute young Asian woman. Image exclusive to iStockphoto.​Grace is moeder en komt uit Indonesië. In Jakarta had ze een goed leven, maar via internet was ze een Nederlandse man tegengekomen die met haar wilde trouwen. Het idee om naar het westen te gaan leek haar geweldig, maar ze had wel haar bedenkingen. Toen de man echt op het vliegveld bleek te staan en haar naar Nederland wilde laten overkomen, leek haar toekomst zonnig.

Eenmaal in Nederland, zwanger van haar eerste kind,  bleek haar man toch wat beperkingen te hebben. Haar oudste kind bleek gehandicapt en de problemen stapelden zich op. Er kwam een tweede kind en tweede hypotheek. Er waren wat tegenvallers, de man kreeg een zware hartaanval en opeens zat Grace met torenhoge schulden in een kleine flat met twee jongetjes en een zieke man.

Het wijkteam komt met 2 vrouw sterk op bezoek: voor de schulden wordt het traject van schuldhulpmaatje gestart die het gezin een jaar begeleiden. Voor de oudste zoon komt er wat hulp in de vorm van logeer weekenden en de jongste gaat naar de peuterspeelzaal met VVE (extra veel dagdelen voor de taalontwikkeling)

De ouders van de man ondersteunen het gezin waar ze kunnen maar het gehandicapte jongetje is voor hen teveel. Het gezin heeft voortdurend problemen en het netwerk is overbelast. Waar zijn de vrienden van Grace? Ze kent niemand, zegt ze.

Ik ga met Grace mee naar het taalhuis en meldt haar aan voor het vrijwilligerstraject van de taalschool, daar ontmoet ze al haar docent van de inburgeringcursus. Dan ga ik een keer mee naar de peuterspeelzaal om de jongste op te halen. Er loopt een Thaise moeder en ik zeg: schiet haar dan aan, maak contact! Grace geeft aan dat ze dat niet durft, maar na een tijdje ontstaat toch schoorvoetend wat contact. Dat is het begin van een sneeuwbaleffect: deze ene vrouw heeft weer heel veel andere contacten in het stadje en die hebben ook weer contacten.

Als ik tegenwoordig een afspraak met Grace wil maken, dan word ik tussen allerlei afspraken geplaatst in haar agenda. Ik krijg dan bijvoorbeeld het antwoord dat ze met elkaar gaan ontbijten in de Hema. Of ze gaan ’s middags met de kinderen naar de speeltuin.

Een moment van loslaten. Er is een sterk netwerk met veel herkenning van problemen, vrouwen die met een Nederlandse man getrouwd zijn en alle ins en outs die daarbij horen. Wie heeft er een wijkteam nodig?

Een consulent van MEE

 

De naam in dit verhaal is om privacy-redenen aangepast. De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

 

Lees meer...
Het verhaal van: Fleur

Woningnood opgelost: urgentie voor studente

Student in wheelchairSinds ruim een jaar ben ik als MEE consulente in contact met Fleur. Fleur is een studente met een chronische ziekte die hulp nodig heeft bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Desondanks volgt ze een studie.

Fleur wilde graag afspreken om te kijken welke ondersteuning er mogelijk is voor haar. Dit hebben we toen gedaan en ik heb haar wat tips kunnen geven voor ondersteuning onder andere bij vervoer, hulpmiddelen, Wajong en verzorging. Ze had gelukkig veel steun van haar vriend, tevens mantelzorger die in het zelfde studentencomplex woont. Dat was genoeg voor toen.

Ruim een jaar later krijg ik een mailtje, of ik nog wist wie ze was: Ja natuurlijk!

Fleur maakt zich erg zorgen om haar woonsituatie. Haar vriend studeert af en moet uit het complex. Zij is nog wel 2 jaar bezig met haar studie, maar kan die niet volgen zonder hulp van haar mantelzorger. Ze staan wel ingeschreven bij woningnet maar zijn nog lang niet aan de beurt voor een woning. Ze heeft de situatie aangegeven bij DUWO (Wooncorperatie voor studenten) en de verhuurder maar komt niet verder. Ze vraagt of ik nog wat weet. Ik bespreek de mogelijkheden voor urgentie met haar, het is het waard om te proberen concludeert ze.

Als student vraagt Fleur in eerste instantie urgentie aan bij DUWO. Zij maakt een opzetje voor een brief en samen herschrijven we de brief. Hierin wordt goed duidelijk wat voor woning zij nodig heeft (aangepast en met ruimte voor hulpmiddelen zoals rolstoel, douchestoel en trippelstoel) en wie zij in huis ook nodig heeft om te ondersteunen bij de ADL (haar vriend/mantelzorger). Zij stuurt de brief met alle benodigde papieren in bij DUWO en krijgt snel antwoord.

Fleur krijgt urgentie, alleen is dat voor een eenpersoonswoning. Dit betekent dat haar vriend/ mantelverzorger niet mee kan verhuizen. Ze is blij met een dooie mus. Zonder ondersteuning van haar vriend helpt een nieuwe woning haar van de regen in de drup. We bespreken de voor- en nadelen van deze uitkomst met elkaar.

Fleur belt daarop de urgentiecommissie van DUWO met haar besluit om geen gebruik te maken van de urgentie. Ze kan niets met deze uitkomst, zo wordt haar situatie er niet beter op. De voorzitter van de commissie hoort haar verhaal aan en geeft aan of zij en haar MEE-consulent nog een mail kunnen sturen waarom dit besluit geen oplossing voor haar is.

Dit doen we beide en nog dezelfde dag wordt ze gebeld, ze begrijpen nu waarom haar vriend ook mee moet verhuizen en passen hun besluit aan, ze krijgt urgentie voor een tweepersoonswoning!

Haar vriend kan mee verhuizen en ook zal er dan eindelijk genoeg plek zijn voor haar hulpmiddelen, zodat ze goed uit de voeten kan in haar woning. Dolgelukkig belt Fleur me op.

Een consulent van MEE

 

De naam in dit verhaal is om privacy-redenen aangepast. De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene(n)

 

Lees meer...
Het verhaal van:

Komen en gaan

Moslim vrouw met kindMevrouw Yoesra Chabvin wordt aangemeld bij MEE door een medewerker van het Blijf-van mijn lijf huis. Yoesra heeft eerst met haar zoontje anderhalf jaar in het Blijf-van-mijn-lijf huis gewoond. Daarna in een zelfstandig appartement. Ze is gevlucht uit haar huwelijk, omdat haar man haar veelvuldig sloeg en vernederde. Op het moment van aanmelding bij MEE ontvangt Yoesra al anderhalf jaar nazorg en begeleiding aan huis, maar ze kan nog steeds niet helemaal zelfstandig functioneren. Bij het Blijf-van-mijn-lijf huis beginnen ze te vermoeden dat mevrouw Chabvin een verstandelijke beperking heeft.

Ze kan niet lezen en schrijven, omdat ze in haar geboorteland Marokko nooit naar school is geweest. Haar Nederlands is nog vrij beperkt en ze begrijpt niet goed hoe instanties werken. Het intake gesprek doe ik samen met een collega die haar taal spreekt. We leggen uit dat mevrouw een onderzoek krijgt om te kijken of ze hulp vanuit MEE kan krijgen. Aanvankelijk wil Yoesra daar niet aan meewerken. Ze vertelt dat ze niet gehandicapt is. Haar hoofd doet het niet goed, omdat ze veel geslagen is en ze niet kan lezen en schrijven omdat ze nooit naar school is geweest.

Als duidelijk is dat ze alleen hulp kan krijgen als ze mee werkt aan het onderzoek, stemt ze zuchtend in. Uit het onderzoek bij MEE blijkt dat Yoesra een lichte verstandelijke beperking heeft en de verdere hulpverlening kan starten. Er liggen veel vragen. Vragen rond haar tijdelijke verblijfsvergunning, financiële vragen, vragen rond de school van haar zoontje die niet goed meekan met leren en over de instanties waarmee ze te maken heeft.

Door haar consulent te worden stap ik een nieuwe wereld in. Een wereld waarin ik te maken krijg met verlenging van een tijdelijke verblijfsvergunning, inburgeringcursus, plafond-leerling en taaltoets via de computer. Samen beginnen we aan een spannend traject waarin elkaar begrijpen de hoogste prioriteit heeft. Ik leer dat lidwoorden overbodige toevoegingen zijn en dat werkwoord-verbuigingen een luxe is waar je ook buiten kunt. Mevrouw Chabvin zegt: ‘ik komen kantoor, ik praten, ik brief.’ En kijk, dat begrijp ik goed. Door goed naar haar te luisteren, leer ik welke begrippen ze kent en welke woorden ze niet begrijpt. Zo leer ik al gauw dat ze het woord ‘goed’ kent, maar als ik variaties gebruik zoals ‘mooi’, ‘fijn’ of alleen maar een toevoeging erbij ‘zo goed?’, kijkt ze me glazig aan. Het is opletten wat je zegt, maar… wat is communicatie toch een mooi iets.

Als we elkaar begrijpen, bloeien we allebei op. Op een gegeven moment praten we over de brief waarin ze opgeroepen wordt om te kijken of ze alsnog de inburgeringcursus kan volbrengen. Ik bereid haar voor op het gesprek en zeg wat belangrijk is om te vertellen: ‘hoofd moeilijk, hoofd pijn, vergeten snel’. Ik zie aan haar ogen dat ze begrijpt wat ik bedoel en aan haar samenzweerderig lachje om haar mond dat ze ook de onderliggende boodschap begrijpt: duidelijk maken dat de inburgeringcursus te hoog gegrepen is voor haar.

Ik leer Yoesra kennen als een dappere, eerlijke dame die ondanks haar nare verleden en ondanks het feit dat ze nooit scholing heeft gehad, weet wat ze wil in het leven. Ze komt met steeds meer vragen en verhalen. Zo vaak dat ik haar regelmatig moet zeggen dat ze moet wachten totdat ik tijd heb om er voor haar te zijn. Als ze opbelt en ik kan haar niet gelijk helpen, start ze een onderhandeling die mij sterk doet denken aan een prijsonderhandeling op de Marokkaanse groentemarkt: ‘Lieke, kan je mij helpen?’. ‘Nee vandaag heb ik geen tijd, volgende week kan wel’. ‘Lieke, 10 minuten! Brief gemeente moeilijk’. ‘Sorry Yoesra, vandaag heb ik het druk, kan niet vandaag. ‘Lieke, 5 minuten, ik komen, jij kijken, ik gaan’.

Uiteindelijk legt ze zich neer bij een afspraak voor de volgende dag. Als ik na een aantal weken de bevestiging binnen heb van het CIZ dat Yoesra in aanmerking komt voor individuele begeleiding van een zorgaanbieder, voel ik verdriet. Ik zal deze mevrouw, die me dierbaar is geworden, weer moeten loslaten. En… hoe leg ik haar uit wat de reden is dat een andere organisatie haar verder gaat begeleiden? In het intake gesprek is dat wel genoemd, maar dat zal ze vast weer vergeten zijn. Uiteindelijk begrijpt ze mijn uitleg over de vervolghulp wel en ze vat samen: ‘ik begrijpen, het is komen en gaan’. Ik zal haar gaan missen. Maar, zij gaat het wel redden. Deze mevrouw heeft voor hetere vuren gestaan. Ze maakt goed contact en zo is het leven: komen en gaan.

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van:

Rianne is toch niet de enige die zonder vrienden thuis zit?

Sabrina_9364Je zal maar 16 jaar zijn, graag leuke activiteiten willen doen, maar in je dorp geen vrienden hebben waarmee je dat kunt doen. Rianne is zo’n meisje. Op school heeft ze wel vriendinnen, maar niet in haar woonplaats. Haar moeder vraagt tijdens het kennismakingsgesprek aan mij: ‘Het kan toch niet zo zijn dat Rianne de enige is die zonder vrienden thuis zit en zich rot verveelt?’

Rianne volgt het praktijkonderwijs. Ze is wat verlegen en maakt niet zo gemakkelijk contact met andere jongeren. Ze heeft jarenlang op scouting gezeten. Dat vond ze leuk, maar toch vond ze het moeilijk om aansluiting met andere jongeren te krijgen. Ik merk dat veel ouders die een zoon of dochter hebben in het speciaal onderwijs dit herkennen. Het VTV in Leiden biedt voor deze doelgroep veel leuke activiteiten aan, maar jongeren van 16 jaar uit het praktijkonderwijs, willen vaak juist leuke dingen doen in hun eigen omgeving. 

Tijdens het gesprek krijgen we allerlei plannen en worden we echt enthousiast! Rianne weet wel wat ze wil. Ze zou graag een vriendengroepje willen om gezellige dingen mee te doen. Haar moeder komt met het idee om het clubhuis van hun sportvereniging daarvoor te gebruiken. Rianne weet ook precies wat ze wil gaan doen: films kijken en cupcakes bakken!

Mijn taak wordt het om jongeren te vinden die qua leeftijd en niveau bij Rianne passen en die in haar woonplaats wonen. Dit blijkt niet gemakkelijk. Ik vraag me af of ik cliënten van MEE zomaar kan bellen, zonder dat zij zelf een vraag hebben. ‘Gewoon doen’, zegt mijn collega en mijn werk wordt beloond. De ouders die ik telefonisch spreek zijn zo enthousiast dat ik vleugels krijg. Een moeder zegt zelfs: ‘Wat ben ik blij dat je ons belt, dit is precies wat wij zoeken voor onze dochter’.

Nog enthousiaster worden we als we ondersteuning krijgen vanuit het VTV. De consulent van VTV is een enthousiaste jonge meid en zij heeft meteen het plan om de bijeenkomst te begeleiden. We gaan steeds groter denken. Misschien kunnen we wel veel meer avonden organiseren. Ook Rianne en haar moeder zetten hun netwerk in. Hun nichtje doet een opleiding in de zorg voor mensen met een beperking. Zij wil ook graag komen helpen. Dit is voor haar meteen een mooie leerervaring. En dan is het zover. We hebben zes jongeren bij elkaar die graag willen komen.

Rianne en haar moeder plannen de datum en zij reserveren het clubhuis. De uitnodigingen gaan de deur uit en dan gaat het gebeuren. Op vrijdagochtend stapt Rianne met buikpijn uit bed en moppert boos tegen haar moeder; ‘Jij ook altijd met je stomme ideeën, straks is het helemaal niet leuk!’ Het is natuurlijk ook wel spannend. Ook de moeder van Rianne denkt even: ‘Waar ben ik aan begonnen?’ Maar als het eenmaal zover is wordt de avond is een groot succes! De zes deelnemers zijn allemaal gekomen en er wordt veel gelachen. Er zijn allerlei spelletjes gedaan om elkaar te leren kennen, zoals speed-daten en Twister. Er worden zelfs serieuze gesprekken gevoerd over wat je moet doen als je gepest wordt.

Natuurlijk hebben de jongeren hun gegevens uitgewisseld, zodat ze elkaar op Facebook kunnen opzoeken. De moeder van Rianne vertelt dat haar dochter de volgende ochtend stralend uit bed kwam, nog nagenietend van de leuke avond. Een heel ander gezicht dan op vrijdagochtend, toen het allemaal nog zo spannend was. De moeder van Rianne en ik geven haar een high five! Zo trots zijn we dat we dit toch maar mooi voor elkaar hebben gekregen! De consulent van VTV is ook enthousiast. Met Rianne en haar moeder maakt ze al nieuwe plannen. De volgende bijeenkomst staat alweer bij iedereen met grote letters in de agenda!

Een consulent van MEE

Heb je ook moeite om nieuwe vrienden te maken? MEE biedt verschillende cursussen aan op het gebied van vriendschap en sociale vaardigheden. Kijk voor meer informatie op onze website.

Lees meer...
Het verhaal van:

Hij leeft in zijn eigen wereld

huis troepIk leer Joop kennen via de zorgnetwerker van het algemeen maatschappelijk werk. Ze vraagt zich af of Joop niet tot de doelgroep van MEE behoort. Joop heeft de afgelopen 3 jaar al verschillende hulpverleners over de vloer gehad, en hij heeft ze allemaal weer de deur gewezen. “De GGD kwam alleen maar katten en duiven ruimen, de gemeente zeurt en de huisbaas doet niks.”
Ook de buurt is tegen hem, ‘zelfs die lui op de hoek, die zijn gek’, aldus Joop.

Behalve de zorgnetwerker komt er niemand in. Na lang onderhandelen, krijgt zij het toch voor elkaar dat ik een keer mee mag. Wanneer ik bij Joop aanbel zie ik dat zijn kozijnen aan vervanging toe zijn. Ik mag binnenkomen. Het huis is compleet vervallen. Er liggen verschoten Perzische tapijtjes, er hangt gelige vitrage met gaten en het behang, ooit met oranje bloemen, is nu vergeeld.

In zijn huis lijkt het of de tijd heeft stil gestaan. De vloer is deels bedekt met ouderwets zeil. Omhoog krullende stukken zijn door Joop weggesneden. Overal hangen vergeelde en vervaagde foto’s, een kalender uit 2008 en porseleinen poezenbeeldjes en kleurige vaasjes sieren de donkerbruine stoffige schouw. De tijd heeft in het leven van Joop in wezen ook stil gestaan. Joop drentelt zenuwachtig heen en weer. Ik probeer tijdens het gesprek bijna onzichtbaar te zijn in de hoop dat Joop rustig zijn verhaal kan doen naar de zorgnetwerker. Joop is voor mij nauwelijks te verstaan. Zijn spreektempo ligt enorm hoog en hij gaat van de hak op de tak. Ik span me in om zo veel mogelijk informatie op te pakken. Gedurende het gesprek stel ik af en toe een vraag. Uiteindelijk stemt Joop er in toe dat ik voortaan bij hem langskom. Ik vermoed dat hij tot onze doelgroep behoort.

Joop heeft 3 jaar geleden zijn moeder verloren, na een ziekbed. De dieren die Joop verzorgt, betekenen alles voor hem. Hij leeft in zijn eigen wereld, maar de buurt is niet blij met die wereld. Op zijn plaatsje voert Joop zijn eigen duiven maar ook wilde duiven. Het worden er steeds meer. Ze vliegen overal, zitten overal en bovendien, poepen overal. De buurt heeft meerdere keren klachten ingediend bij de beheerder en de gemeente. De maat is vol!

Joop lijdt aan paniekaanvallen, hij hyperventileert en voelt zich voortdurend bekeken en bekritiseerd. Hij slaapt slechts drie uur per nacht en geeft aan elke dag hevig te trillen. Iedereen is er op uit om zijn leven zuur te maken. Hij zal ‘die en die’ wel eens een lesje leren door ‘een bom te plaatsen of ze neer te steken, gereedschap genoeg’.

Joop is vermagerd. Hij offert zijn uitkering op aan voer voor zijn dieren. Zelf eet hij soms niets, dierenvoer of brood met boter. ‘Dieren zijn belangrijker dan mensen!’ Joop heeft een huisvriend die af en toe een boodschap doet of iets uit de vuilcontainer haalt, zodat ze kunnen eten. Joop is eenzaam. Af en toe komen er mensen aan de deur die misbruik van hem willen maken. Ze proberen hem geld af te troggelen of laten hun fiets maken zonder er voor iets terug te doen. Joop maakt elke dag schoon op zijn manier volgens een vast patroon. Hij heeft het heel druk. Elke vrijdag douchet Joop in een kofferdouche, zijn huis heeft geen badkamer.

Joop schaamt zich voor zijn woning en voor zijn manier van bestaan, maar is niet bij machte om er iets aan te veranderen. Met veel geduld en duidelijkheid weet ik uiteindelijk na een jaar Joop zo ver te krijgen dat ik hem mag filmen. Een regulier onderzoek zit er echt niet in. Joop komt niet buiten en laat de gedragsdeskundige niet binnen. Samen met haar kijk ik op kantoor naar de filmopname. Zij maakt een mooi verslag over Joop met behulp van alle rapportages die ik gemaakt heb het afgelopen jaar. Joop functioneert op de grens van licht en matig verstandelijk beperkt, er is een vermoeden van Psychiatrie, Autisme en NAH. Joop interesseert het niks: “ Wat schiet ik er nou mee op joh!”.

Ik krijg een indicatie voor 15 jaar. Nu aan mij de taak om Joop zover te krijgen dat hij begeleiding toelaat. Het punt nadert waarop ik Joop moet overdragen aan een hulpverlener. Spannend voor Joop, maar ook voor mij. Stiekem zal ik hem best een beetje missen, de duivenman.

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van:

Waar zit de beperking?

Fons_0539Mijn cliënt is ziek. Er is een aantal jaar geleden geheel onverwacht een ernstige vorm van botkanker bij hem vastgesteld. Dit heeft geleid tot een heupprothese wat deze jonge man met mogelijkheden een beperking bracht. Samen met MEE is cliënt door hulpverleningsland gewandeld en heeft hij diverse aanpassingen gekregen van een invalidenparkeerplaats  voor het huis tot badkamersteunen, een ziekenhuisbed en een rolstoel. Vervolgens is er gezorgd voor een Wajongstatus en is een traject voor een opleiding via het UWV in gang gezet, ondersteund door “studie en handicap”; is er een rugzak voor scholing thuis en extra begeleiding op school. Dit alles leek voldoende mogelijkheden te bieden voor een MBO opleiding: sociaal cultureel werk in Rotterdam.

Na een jaar school, blijkt dat de opleiding niet verder wil met mijn cliënt (ze zien geen mogelijkheden voor nieuwe aanpassingen zoals ondersteuning thuis of op school via rugzak en digitale huiswerkopdrachten). Ondanks de positieve studieresultaten en een enorme motivatie van mijn cliënt.

Voor mijn cliënt is deze opleiding van “levensbelang” en buiten zijn familie om is deze opleiding de enige deelname aan de maatschappij.

Na een van de vele operaties en maanden bedrust kreeg mijn cliënt dit ongezouten bericht van zijn opleiding: stoppen!

Alle hulptroepen zijn nu ingezet ( juridische dienst van MEE, UWV, stagebegeleider, studie en handicap ) om de BEPERKING van school op te lossen en MEE te denken over hoe er voorzien kan worden in de aanpassingen, die voor mijn cliënt noodzakelijk zijn om deze opleiding, gepast en aangepast af te ronden.

Volgens de vele betrokkenen ligt de beperking echt niet bij mijn cliënt, maar moet de MBO opleiding MEE gaan werken aan zijn beperking voor mijn cliënt met mogelijkheden.

Een consulent van MEE

Lees meer...