Het verhaal van: Wilfred en Jennifer

In verwachting van het onverwachte

Kinderwens Blog (002)

Een nieuw MEE-verhaal over kinderwens, zwangerschap en ouderschap

Huisje, boompje, baby

Wilfred en Jennifer waren, net als veel andere stellen gelukkig getrouwd. Hadden beiden een stabiele baan, een huis gekocht, en zowel financiën als administratie waren netjes in orde. Een goede uitgangspositie voor gezinsuitbreiding. Zowel Wilfred als Jennifer hadden in hun jeugd speciaal onderwijs gevolgd. Vanwege de behoefte aan extra ondersteuning en veel duidelijkheid en structuur, waren ze vanuit daar doorgestroomd naar een sociale werkplaats. Toen Jennifer zwanger bleek, verwees de maatschappelijk werker van de sociale werkplaats de aankomende ouders naar MEE om te onderzoeken of ze in de opvoeding ook extra ondersteuning nodig zouden hebben.

Zo kwamen de MEE-consulenten Jantine en Dunja in contact met Wilfred en Jennifer. ‘Toen Wilfred en Jennifer bij ons werden aangemeld, was Jennifer al ruim zeven maanden in verwachting. We gingen bij hen thuis op bezoek en spraken met hen over het ouderschap. De babykamer was volledig ingericht en alle praktische voorbereidingen voor de baby waren helemaal op orde. In het gesprek werd snel duidelijk dat de aanstaande ouders nauwelijks wisten wat een baby aan verzorging nodig zou hebben’, vertelt Jantine. Om goed te weten te komen wat de komende ouders aan zouden kunnen, wat hen beweegt, wat hen motiveert en bij wie ze terechtkunnen met hun vragen, kortom om goed in kaart te brengen wat de krachten en de risico’s zijn, werd in overleg met de gedragsdeskundige afgesproken om het verantwoord ouderschapstraject te starten. Dit traject bestaat uit een psychologisch onderzoek, het in kaart brengen van het netwerk en de ‘kinderwenskoffer’. Aan de hand hiervan wordt met de ouders besproken wat er allemaal kan gaan veranderen als er een kind komt. Ook het oefenen met een oefenpop maakt deel uit van het traject.

Oefenpop Priscilla
En zo mocht oefenpop Priscilla komen logeren; de oefenpop waarmee cliënten “ervaringsgericht kunnen zorgen voor een simulatiebaby”. Een pop die zo is geprogrammeerd dat ie, net als een echte baby, op onverwachte momenten door te huilen om verzorging vraagt. Ook midden in de nacht. De oefenpop kan na afloop worden ‘uitgelezen’, zodat consulenten kunnen zien hoe de cliënt reageert en/of handelt. Dunja, de consulent die gespecialiseerd is in ‘kinderwens en verantwoord ouderschap’ herinnert het zich goed: ‘Alleen al de uitleg over hoe je voor de oefenpop zorgt, duurde bijna twee keer zo lang als normaal. De instructie dvd bekijken, situaties laten bedenken, oefenen, voordoen en plaatjes laten zien en meegeven, we hebben alles de revue laten passeren.’
De aanstaande ouders zouden voor een periode van vier dagen voor oefenpop Priscilla zorgen, maar een dag eerder dan gepland kwam de vraag of Priscilla kon worden opgehaald. De ouders vonden het moeilijk aan de zorgvraag van de oefenpop te voldoen. Wilfred gaf aan dat hij het lastig vond de oefenpop vast te houden. Dat bleek ook uit de meldingen die de consulenten in het systeem tevoorschijn zagen komen: ‘shaken baby’ en ‘insufficient head support’.

‘Ik verwacht het onverwachte’
Uit het psychologisch onderzoek van Jennifer bleek dat haar IQ rond de 50 lag. Wilfreds IQ was hoger, rond de 85, maar vanwege zijn enorme drang naar structuur waren er sterke vermoedens van autisme. Om krachten en zorgen rondom het aanstaande gezinnetje met het netwerk te delen, organiseerden de twee consulenten een familienetwerkberaad. De krachten: de aanstaande ouders staan open voor hulp, de opa’s en oma’s wilden helpen, alle babyspullen waren in huis, kinderopvang en de oppas waren geregeld. Kortom: aan alle praktische zaken was gedacht. Er waren ook zorgen: de naaste familie leek niet te beseffen hoeveel ondersteuning Wilfred en Jennifer nodig zouden hebben bij het verzorgen van hun kindje. Wilfred had ook zijn eigen zorgen. Jantine: ‘Hij zei letterlijk dat hij bang was dat er te veel op zijn schouders terecht zou komen.’ Daar moesten dus afspraken over worden gemaakt. Duidelijk, kort en simpel, op het niveau van de cliënten, maar vooral ook in goed overleg met hen, zodat ze zich er ook écht aan zouden houden. Het netwerkoverleg maakte duidelijk dat MEE zich veel meer zorgen maakte dan de aanstaande ouders en het netwerk: ‘Toen we bespraken hoe Wilfred en Jennifer om zouden gaan met situaties met de baby die je niet kunt inplannen, had Wilfred de perfecte oplossing: ‘Ik verwacht het onverwachte’. Zou dat genoeg zijn om om te kunnen gaan met alles wat een baby met zich meebrengt?

De échte baby: Wendy
Wilfred en Jennifer werden meteen goed op de proef gesteld toen de echte baby zich aandiende. Jennifer was een week over datum en daarom besloot de verloskundige haar te strippen. Daarna mochten ze weer naar huis, in tegenstelling tot wat ze hadden verwacht. Thuis kwamen de weeën op gang, waarna de aanstaande ouders halsoverkop met de tram naar het ziekenhuis moesten. De bevalling ging relatief soepel, maar leverde natuurlijk wel een behoorlijke dosis stress op. En dat werd niet minder toen ze eenmaal, met baby Wendy, weer thuis waren. Dat concludeerde ook de kraamzorg die maximaal werd ingezet. Veilig en goed zorgen voor baby Wendy was moeilijk en er waren meer onverwachte zaken dan het stel aankon. Jantine en Dunja hielden het nauwlettend in de gaten. Toen het kindje na een week een paar blauwe plekken had, waarvan de ouders niet konden zeggen hoe ze die had opgelopen, gingen de consulenten met ouders en baby naar een letselschade-arts in het ziekenhuis. Die stelde officieel vast dat er geen sprake was van lichamelijke mishandeling. Toen was wel duidelijk dat er extra ondersteuning moest komen, om Wendy’s veiligheid te blijven garanderen. Daar gingen Jantine en Dunja mét Wilfred en Jennifer mee aan de slag.

Richting een oplossing
Samen met de jonge ouders zochten Dunja en Jantine naar een goede oplossing. Ze kwamen daarbij uit op beide oma’s: baby Wendy zou de helft van de week naar oma van vaders kant gaan, terwijl oma van moeders kant de andere helft van de week in kwam wonen bij het gezin. Zo was er 24/7 extra zorg. De consulenten van MEE organiseerden extra ondersteuning via Ipse De Bruggen, waar gewerkt wordt met de Pinkies-behandelmethode. De professionals van Pinkies bouwen aan een stabiele en veilige ouder-kindrelatie bij cliënten met een (licht-)verstandelijke beperking. Ook zij kwamen al snel tot de conclusie dat er (te) weinig lerend vermogen bij de ouders aanwezig was om baby Wendy op een gezonde en veilige manier te laten opgroeien. Het lukte de ouders niet aan te sluiten bij en vooral ook te begrijpen wat Wendy nodig had. Extra ondersteuning van Pinkies bood geen soelaas. Er moest een structurele oplossing komen. Een pleeggezin binnen het eigen netwerk bleek niet te realiseren. Daarom stelden Jantine en Dunja voor, in overleg met ouders en grootouders, voort te bouwen op de reeds gemaakte afspraken en de rol van oma van vaders kant te versterken. Zij woonde dichtbij bij, had alle voorzieningen voor de baby al in huis, en het kindje was er gewend. Aldus geschiedde. Iedere dag na het werk kwam Wilfred met Jennifer eten bij zijn ouders, en konden zij onder toeziend oog van oma een deel van de zorg geven: Wendy te eten geven, in bad doen en naar bed brengen. Zo konden ze toch een aandeel naar vermogen leveren in de zorg voor hun kind.

Eind goed, al goed
De consulenten van MEE konden zich eindelijk terugtrekken uit het gezin; na anderhalf jaar van meedenken, mee begeleiden, mee coördineren, checken en mee regelen. Hoewel de oplossingen die beide consulenten aandroegen niet altijd meteen met enthousiasme werden ontvangen door Wilfred en Jennifer, lukte het Jantine en Dunja toch telkens weer om hen mee te krijgen. Juist door met de cliënten te overleggen, door náást hen te staan, in plaats van de regie over te nemen, waren ze aangekomen bij het punt waarop hun taak erop zat. Ze droegen de zorg over aan de gezinscoach van het CJG. Door dit intensieve traject hebben ze hun missie vervuld: bijdragen aan de mogelijkheden voor ook déze ouders om op een verantwoorde manier ouder te zijn. Met de veiligheid en gezondheid van het kind als allerbelangrijkste.

Bij de evaluatie een paar maanden later zei vader Wilfred: ‘Wij zien nu in dat Wendy pas bij ons kan logeren, als zij zelf kan zien wat veilig is voor haar.’

NB Om de privacy van de cliënten te waarborgen, zijn de namen gefungeerd en sommige details aangepast dan wel weggelatenDe foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene(n).

 

Lees meer...
Het verhaal van: Monique

‘Nu ik mezelf begrijp, flip ik minder snel’

Monique Overduin

De ouders van de nu 37-jarige Monique Zuiderduin merkten al vroeg dat Monique anders was. Toch heeft ze pas vijf jaar geleden de diagnose autisme gekregen.
“Ik had veel last van onduidelijkheid. Als plannen veranderden, kon ik aardig flippen. Ik was snel overprikkeld en had last van harde geluiden en schelle stemmen”, vertelt Monique. Op aanraden van haar broer liet ze zich onderzoeken. Daaruit kwam de diagnose PDD-NOS, tegenwoordig ASS: Autisme Spectrum Stoornis. “Die diagnose gaf opluchting, omdat ik eindelijk wist wat ik had, dat het een naam heeft.” Dat het zo laat werd ontdekt, komt volgens Johan Nouws, consulent bij Stichting MEE, vaker voor bij meisjes. “Het wordt niet zo snel opgemerkt omdat meiden vaak socialer overkomen dan jongens, ze verstoppen zich niet zo snel achter een computer,” aldus Nouws. 

In eerste instantie ondernam Monique geen actie. Maar toen ze problemen ondervond tijdens haar vrijwilligerswerk  ging ze op zoek naar hulp. “Op mijn vrijwilligerswerk was het in de ochtend heel duidelijk wat er van mij verwacht werd, maar in de middag mocht ik zelf kiezen wat ik zou gaan doen. Daarvan raakte ik helemaal in de war.” Via maatschappelijk werk kwam Monique in aanraking met stichting MEE; een stichting die mensen helpt met een beperking zodat ze weer mee kunnen draaien in de maatschappij. “Wij werken met een vaste methode; een werkboek voor mensen met autisme om zichzelf te leren kennen en met hun autisme om te kunnen gaan”, vertelt Nouws van MEE. “Met Monique ben ik daarna doorgegaan met een methode waarbij door middel van het uittekenen van situaties duidelijk wordt wat er in haar hoofd gebeurt. Doordat het aanschouwelijk wordt gemaakt is het ook voor anderen heel begrijpelijk.” Monique had er veel baat bij: “Vroeger dacht ik: ‘Waarom reageer ik nou zo?’ Maar nu snap ik het en kan ik er iets aan doen. Ik zal niet meer zo snel flippen omdat ik mezelf begrijp.”

Tekst en foto: Esther Akerboom

 

Lees meer...
Het verhaal van: Els

Lotgenotenavond, tranen van opluchting

ontmoetingsgroep autismeGisteravond was ik op een lotgenotenavond. Sinds een maand of tien ga ik hier regelmatig naar
toe. Daar komt maandelijks, onder leiding van 2 medewerkers van MEE, een groepje
mensen bijeen die allemaal een diagnose autisme hebben.
Deze avond was bijzonder door het gekozen thema: Contacten en relaties. De inleiding, die
we tevoren via de mail hadden ontvangen, luidde als volgt: “Goede contacten zijn voor ieder
mens belangrijk. Een mens is nu eenmaal een sociaal wezen. Dat is niet anders als je
autisme hebt. Met andere mensen omgaan kan wel lastiger zijn als je autisme hebt.
Bijvoorbeeld omdat je je niet begrepen voelt, of dat je niet weet hoe je moet reageren op een
situatie. Hoe is dat voor jou? Over deze vragen gaan we in gesprek.”
Opvallend voor mij is hierin de opmerking: een mens is een sociaal wezen, dat is niet anders
als je autisme hebt.

Vroeger, een half jaar geleden nog, had ik een therapeut die dat geloofde. In de loop van
vele jaren kreeg hij mijn verhaal te horen. Een verhaal dat begint met emotionele
verwaarlozing, onbegrepen verdriet en depressie. Een verhaal waarin de personages wel
wisselden gedurende de jaren, maar de emotionele nood bleef. Een verhaal van iemand die
niets meer verwacht van mensen en elke dag hard werkt om een gevoel van bestaansrecht
te hebben.

Tijdens een van onze gesprekken kreeg hij een ingeving en hij liet me testen op autisme. En
ik bleek inderdaad binnen het spectrum te vallen. Ik was gematigd blij met de diagnose
omdat het me een model bood waarmee ik een deel van mijn klachten kon verklaren. Zeker
in combinatie met het gebrek aan aandacht en zorg waarmee ik was opgegroeid.
Wat een keer moest gebeuren, gebeurde in januari van dit jaar: mijn therapeut ging weg bij
de GGZ-instelling waarbij ik in behandeling ben. Maar hij vond het belangrijk om mijn
behandeling goed over te dragen, desnoods bij een psycholoog buiten de instelling.
Het liep anders. De aanmelding bij een andere instelling werd afgewezen. De SPV-er die mij
“zolang” zou begeleiden ging binnen de instelling op zoek naar een nieuwe behandelplek.
En, wat bleek, die is er niet. De combi autisme-hechtingsstoornis, daar is geen declarabele
behandeling voor. Of, zoals ik te horen kreeg: geen enkele therapie gaat u nog helpen. Wat
daarmee bedoeld werd? Wel, dat iemand met autisme moet accepteren dat hij/zij geen
verbinding kan maken met andere mensen. Dat willen ervaren zou net zoiets zijn als streven
naar een gouden medaille op de Olympische Spelen. U kent de weg hier, u vindt de uitgang
zelf wel. Weg zorgvuldig opgebouwde genuanceerde analyse, weg kans op aandacht voor
en behandeling van de serieuze emotionele problemen die het omgaan met mijn autisme
extra moeilijk maken.

Maar goed, gisteravond zat ik dus bij MEE tussen een 7-tal lotgenoten. Allemaal autisten,
allemaal verschillend, allemaal met andere ervaringen en behoeften. Maar ook allemaal
geïnteresseerd in het verhaal van de anderen, en betrokken daarbij. Ik vond het een
verademing: iedere aanwezige vertelde zijn/haar eigen verhaal rond het thema. Een verhaal
dat dikwijls aanleiding gaf tot vragen, aanvullingen en herkenning. Door die verhalen
begonnen de mensen in mijn beleving meer contouren te krijgen, meer diepte, meer inhoud.
Ze begonnen “te leven” voor mij. Ik voelde contact! Toen ik zelf aan de beurt was voelde ik
de betrokkenheid en belangstelling van de groep om me heen. Ik voelde me wat veiliger,
waardoor ik ook (te?) spontaan begon te reageren, vanuit mijn gevoel. He! Ik was
ondertussen zelf gaan twijfelen dat ik het in me had!
Toen ik rond 22.00 u naar huis reed (de avond was nogal uitgelopen) zat ik huilend in de
auto. Tranen van opluchting (ik leef nog) en van verdriet (om de pijn van de eenzaamheid
van mijn meeste dagen).

Ik ben mijn lotgenoten erg dankbaar voor deze ervaring. Het geeft mij weer motivatie en
moed om door te gaan met mijn zoektocht naar een nieuwe therapeut. Een therapeut die
ook gelooft in mijn vermogen tot emotionele groei en mijn klachten niet wegschuift als
onbehandelbaar, want inherent aan autisme.

Els

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Sophia

Eén vraag, meerdere problemen

sophia-mee-verhalenSophia is op zoek naar een school voor speciaal onderwijs voor haar oudste zoon Milo (8). Hij heeft ADHD en autisme en is op zijn huidige school niet op zijn plek. Hij vindt er geen aansluiting bij zijn klasgenoten, hij wordt gepest, loopt didactisch achter en is snel in paniek. In een aangepaste omgeving zou Milo beter tot zijn recht komen, zo is besloten op zijn huidige (reguliere) school. Sophia is het hier mee eens. De vraag voor een passende onderwijsplek komt terecht bij Marlise, cliëntondersteuner van MEE in een wijkteam.

Marlise: ‘Sophia is een enthousiaste jonge moeder en doet alles voor haar twee zoons. Milo’s broertje Joost is bijna drie en heeft Downsyndroom. Als casusregisseur kijk ik niet alleen naar de vraag over de onderwijsplek voor Milo, maar ook naar andere vragen of problemen die spelen binnen een gezin. Om te beginnen gaan we op zoek naar een geschikte school. Die is al snel gevonden en Milo wordt hier ingeschreven. Ik geef Sophia wat opvoedondersteuning om haar te helpen nog beter om te gaan met haar zoon met autisme. Dan gaan we aan de slag met de financiële problemen van het gezin.

Sophia en haar twee zoons komen rond van een bijstandsuitkering. De intensieve zorg die haar twee kinderen nodig hebben heeft zij nog niet kunnen combineren met een baan. Ik breng Sophia in contact met een schuldhulpmaatje, een vrijwilliger die samen met haar gaat kijken hoe zij van haar schulden afkomt. Ook laat ik het gezin kennis maken met de voedsel- en kledingbank. Omdat Joost bijna drie jaar wordt en Downsyndroom heeft, heeft Sophia binnenkort recht op dubbele kinderbijslag voor hem. Ik leg Sophia uit hoe ze dit kan aanvragen, en ze gaat hiermee zelf aan de slag.

Joost gaat sinds kort twee dagdelen naar een peuterspeelzaal om in contact te komen met andere kinderen. Sophia wil voor Joost het liefst een reguliere speelzaal, maar al snel blijkt dat dit geen geschikte plek is voor hem. Hij praat er niet, zit stil in een hoekje en loopt achter in zijn ontwikkeling. Ik praat hierover met Sophia, zij vindt het een grote stap om Joost naar een speciaal kinderdagverblijf te brengen. Het liefst wil ze dat hij zo gewoon mogelijk mee kan doen en ook in aanraking komt met kinderen zonder beperking. Er blijkt in de buurt een perfecte oplossing voor Joost te zijn. Een groep, speciaal voor kinderen met meervoudige beperkingen, die samenwerkt met regulier basisonderwijs en een reguliere peuterspeelzaal. Zij zorgen voor dagelijks contact tussen kinderen met en zonder (ernstig) meervoudige beperkingen. Binnen deze groep krijgt Joost ontwikkelingsgerichte activiteiten aangeboden en gespecialiseerde begeleiding om zich optimaal te ontwikkelen. Joost heeft zijn draai hier al snel gevonden. Er valt een enorme last van Sophia’s schouders. Haar beide zoons zitten op een goede plek. Aan haar financiële problemen wordt gewerkt. Met een goed gevoel gaat zij de toekomst tegemoet.

 

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Robert

Robert krijgt eindelijk de juiste hulp

man middelbare leeftijdRobert is 43 jaar. Vier jaar geleden werd er pas geconstateerd dat Robert autisme heeft. Doordat hij dit niet wist en nooit begeleiding kreeg, heeft hij zijn leven lang al problemen. Hij was getrouwd, kreeg twee kinderen, maar is ook weer gescheiden. Hij is erg verslavingsgevoelig. Als het hem te veel wordt, vlucht hij in drank. Zijn toch al korte lontje wordt dan nog korter. Dit heeft er toe geleid dat Robert meerdere malen in detentie heeft gezeten. Hij heeft schulden gehad, inmiddels is hij daar dankzij schuldsanering vanaf. Voor het eerst in lange tijd is Robert schuldenvrij en zit hij niet in de gevangenis. Hij is gemotiveerd om zijn leven te beteren. Voor hulp bij zijn administratie klopt hij aan bij het wijkteam. Daar wordt hij geholpen door Angélique, cliëntondersteuner van MEE.

Angélique: ‘Robert is verbaal heel sterk. Hij wordt enorm overschat, ook door mij in het begin. Ik wilde met hem aan de slag met zijn administratie, daarvoor kwam hij tenslotte, maar dit lukte maar niet. In gesprek met hem ontdekte ik gaandeweg dat er veel meer speelt. Hij kan zich goed uiten, lijkt een enorm zelfinzicht te hebben, maar hij kan wat hij zegt niet uitvoeren.’

‘Robert en ik hebben echt een klik. Hij is erg gemotiveerd en we kunnen goed met elkaar praten. Dan ontdek ik dat Robert een terugval heeft: hij is weer gaan drinken. Een moeilijke brief kan voor Robert al genoeg zijn. Hij werd dan zo zenuwachtig omdat hij het niet kan overzien, dat hij geneigd was naar de winkel te gaan om bier te halen. Onze band wordt beter en steeds vaker belt hij mij in zulke situaties. Als het kan ga ik bij hem langs. Samen bekijken we dan waar hij tegenaan is gelopen en we maken een plan om het op te lossen.

Eind 2015 komt Robert zelf met een plan: hij wil naar de AA om van zijn alcoholverslaving af te komen. Op 1 januari 2016 is Robert resoluut gestopt en heeft sindsdien geen slok meer gedronken. Angélique: ‘Samen met Robert bereid ik gesprekken, bijvoorbeeld die met AA, voor zodat hij in staat is die zonder hulp te voeren. We oefenen samen en maken een plan. Met een plan in zijn hoofd is Robert veel minder zenuwachtig en kan hij gesprekken beter voeren. Ik heb regelmatig coachende gesprekken met Robert en die helpen hem enorm. Inmiddels heb ik in kaart kunnen brengen dat Robert meer hulp nodig heeft dan het wijkteam hem kan bieden. Hij heeft langere tijd een hulpverlener nodig die hem coacht en op wie hij kan terugvallen. Iemand die hem helpt te relativeren en met hem overzicht houdt, zodat hij rust blijft houden in zijn hoofd. De aanvraag voor een indicatie om dit voor elkaar te krijgen loopt. Ik heb er vertrouwen in dat het lukt. Ik heb ook vertrouwen in Robert. Met de juiste ondersteuning krijgt zijn leven eindelijke een positieve draai.’

Een consulent van MEE

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: JP

Samen actief op basis van gelijkwaardigheid

JP en NicolasJP zocht iemand om meer structuur in zijn dagelijkse leven te krijgen. Vooral in het huishouden. Nicolas is vrijwilliger bij MEE. Zo hebben ze elkaar leren kennen. JP onderneemt met hulp van Nicolas meer activiteiten buiten en is ook gaan sporten. Hij koos ervoor om aan klimsport te gaan doen.

JP is een creatieve jongeman. Hij heeft de kunstacademie doorlopen en kan erg goed tekenen. ’s Zomers bezoekt hij een zomerkamp waar allerlei creatieve workshops worden gegeven. Hij heeft behoefte aan een maatje om meer structuur in zijn dagelijkse leven te brengen, omdat hij autistisch is.

Het eerste contact was voor beiden wennen. JP: ‘Ik moest wennen dat er iemand over de vloer kwam. Dat was erg vreemd. Ik laat niet snel het achterste van mijn tong zien, maar nu is er wel een vertrouwensband.’ Nicolas merkte al snel dat het bij JP thuis aan orde ontbrak. ‘Het was niet erg netjes bij JP. Dat is wel confronterend. Samen zijn we daaraan gaan werken en maken we duidelijke afspraken. JP is nogal een verzamelaar. Ik vraag hem dan of hij het voorwerp de afgelopen drie of zes maanden heeft gemist. Als dat niet zo is, zal hij het de komende zes maanden ook niet missen. De eerste periode ging ik wekelijks bij hem langs, maar dat zijn we gaan afbouwen. Nu ben ik er een keer in de twee/drie weken voor gemiddeld twee uur. Alleen als het eens iets minder goed gaat met JP bezoek ik hem vaker.’

JP heeft jarenlang vrijwilligerswerk gedaan bij een stichting die atelierruimte biedt aan kunstenaars met een verstandelijke beperking. Hij kan goed omgaan met mensen met een verstandelijke beperking. Hij heeft op moment van publicatie net een betaalde baan gevonden, wat niet meeviel. Daardoor zat hij veel thuis, wat natuurlijk niet ideaal is. Om hem in beweging te krijgen, zochten hij en Nicolas contact met een sportconsulent van MEE. Die kwam met de suggestie aan JP om te gaan klimmen. Hij voelt zich er goed bij: ‘Ik klom vroeger ook al in bomen. Ik ben lenig en licht gebouwd. Je kunt klimmen op verschillende niveaus. Zo stel je jezelf een doel. Dat voelt als een overwinning. Ik heb er meer zelfvertrouwen door gekregen. Het fijne is ook dat er geen competitie heerst. Het is een meer individuele sport.’

Nicolas doet niet mee aan het klimmen, ‘daar heb ik het lef niet voor’, maar is wel de eerste keren mee geweest om te kijken hoe het ging. Hij is ervan overtuigd dat de keuze voor het klimmen een goede is geweest. ‘Bij het klimmen, komen verschillende zaken kijken. Socializen, samenwerken, elkaar vertrouwen. Dat zijn nu net juist dingen waar JP moeite mee heeft. Hij wordt er goed opgevangen. De anderen weten dat hij autisme heeft. Natuurlijk stelden ze vragen toen ze zagen dat ik hem begeleidde.’

Tegenwoordig gaat Nicolas niet meer mee. JP had een vast klimmaatje gevonden en is nu op zoek naar een ander.

Alhoewel er altijd een scheidslijn blijft tussen de begeleider en de cliënt van MEE gaan JP en Nicolas op goede voet met elkaar om. Ze leren ook van elkaar. JP is nu bijvoorbeeld minder teruggetrokken. Dat wil niet zeggen dat JP altijd zin heeft in mensen over de vloer. Hij laat Nicolas wel altijd binnen. Verder heeft hij geleerd meer te communiceren. Nicolas op zijn beurt is eveneens gegroeid door het contact. ‘Ik heb hem wel eens een persoonlijke onthulling gedaan die ik bij anderen niet zo snel zou doen. Ons contact is gebaseerd op gelijkwaardigheid. Ik ben niet meer of minder dan JP. Ook ik heb mijn zwakke punten. Ik heb nogal eens de neiging om te laat te komen. Nadat dat drie keer achter elkaar was gebeurd, kon ik zien dat hij het niet leuk vond. We hebben toen daarover een compromis gevonden.’

Aanvankelijk was het de bedoeling dat Nicolas niet langer dan een jaar JP zou begeleiden. Beiden wilden het echter graag voortzetten. JP realiseert zich dat hij een steuntje nodig heeft om actief te blijven. Voor Nicolas geldt: ‘Ik wil hem het steuntje in de rug graag blijven geven. Ik heb er geen tijdsperiode op geplakt.’

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van: Sandra

Sociale netwerk versterking in de praktijk

sandraSandra heeft autisme en heel veel medische problemen. Ze heeft wekelijks bezoeken aan het ziekenhuis en is elke dag druk met organiseren, van apotheek tot spullen bestellen om te katheteriseren. Ze heeft problemen met het houden van overzicht. In het eerste gesprek blijkt dat mevrouw weinig kan omdat ze beperkt is door het dragen van een korset. Ze geeft aan dat het aantrekken van steunkousen en het korset te zwaar wordt.

Ze heeft een partner die vier dagen in de week werkt en ze vertelt dat er veel spanningen in de relatie zijn, doordat het met haar steeds slechter gaat en hij het hele huishouden moet doen. En ook nog eens hun dieren, twee honden en drie katten, moet verzorgen. 

Ik stel voor om samen met haar partner alles eens in kaart te brengen. Waar sta je nu? Waar wil je heen? Wat gaat er goed en wat wil je bereiken? Hoe ziet je dag er dan uit en waar ben je dan mee bezig? Ik merkte dat het lastig was voor haar om een beeld te krijgen van wat de bedoeling was. Ook vond ze het lastig om haar man erbij te betrekken. Hij denkt toch vaak anders over de situatie, zei ze. Toch stemde ze in met een afspraak op een tijdstip dat haar man ook thuis zou zijn.

Tijdens het gesprek merkte ik dat Sandra het lastig vond om te omschrijven wat ze graag wil en wat haar kwaliteiten zijn. Ze liet zich telkens leiden door in problemen en belemmeringen te praten. Ik herhaalde vaak de vraag: en waar word je blij van, wat gaat goed? En ik zei dat het inzoomen op problemen ‘verlammend’ werkt en het bekijken van mogelijkheden veel beter is.

Ze vond dit lastig. Totdat haar man een paar voorbeelden gaf. Hij had zelf al een paar dingen opgeschreven en even later lukt het Sandra ook om de goede dingen op papier te zetten. Ze plakte ze op en ik zag meteen een ontspannen en blij gezicht. Ze kon vertellen dat ze administratief heel sterk is, goed kan notuleren en teksten schrijven. Ook de briefjes met ‘creatief’ en ‘muzikaal’ werden opgeplakt. Wel meteen met de opmerking “maar door alle problemen is er geen ruimte meer voor”.

De ideeën werden steeds concreter. Ze wilden graag een opgeruimd huis.. Er staan zoveel spullen, in alle kamers opgestapeld, dat er geen ruimte meer is.

Ze wil graag weer zwemmen en samen willen ze meer tijd met elkaar. Er werd besproken wat ze samen kunnen gaan doen. Ook werd het gevoelige punt besproken dat de vele huisdieren veel zorg en aandacht vragen. En dat er naast het huishouden eigenlijk meer hulp nodig was.

En dat was een moment waarop ik ook de netwerkbijeenkomst ter sprake kon brengen.

Gelukkig stonden ze hier voor open. We hebben een nieuwe afspraak gemaakt. Samen met de mensen uit hun omgeving gaan we kijken wie hen kan helpen een nieuwe start te maken.

Een consulent van MEE

 

De naam in dit verhaal is om privacy-redenen aangepast. De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

 

Lees meer...
Het verhaal van: Daan

Zelf op weg met MEE op Weg

MEE op weg

Al enige tijd ben ik verbonden als trainer aan MEE op Weg. Hier worden kinderen en jongeren getraind in het zelfstandig gebruik maken van het openbaar vervoer. Elke training is anders. Elke jongere vraagt andere ondersteuning, maar elke keer is het weer een ontzettend leuk en spannend avontuur.

Bijvoorbeeld de training van Daan. Daan is een jongen van 13 jaar. Hij heeft autisme, faalangst en ADHD. Daan moest van zijn woonplaats leren reizen naar zijn nieuwe school in een andere plaats. Dubbel spannend dus!

Tijdens de kennismaking bleek dat vooral de ouders van Daan best wat beren op de weg zagen. Daan is snel afgeleid door dingen die er om hem heen gebeuren. Is hij dan in staat om op te letten waar hij uit moet stappen?  En welke bus hij daarna moet nemen? Nou, het openbaar vervoer biedt zeker in de spits genoeg prikkels! Verder slaat Daan dicht als hij de situatie niet meer overziet. Hij moet handreikingen krijgen om in zo’n situatie toch een oplossing te zoeken door bijvoorbeeld om hulp te vragen aan de buschauffeur of naar zijn ouders te bellen.

Daan zelf had heel veel zin in de training. Maar we kwamen er tijdens het gesprek al snel achter dat alles nieuw voor hem is. Verder dan het feit dat je een OV-chipkaart nodig hebt reikte zijn kennis niet. In het kennismakingsgesprek bespreken we altijd hoe we het beste kunnen reizen. Bij Daan kwamen we er op uit dat hij met de fiets naar de bushalte gaat en dan verder met de bus naar school. Om ons in de trainingen te kunnen focussen op het OV zouden de ouders het fietsen van en naar de bushalte met hem oefenen. Ook zou Daan samen met zijn ouders een schema maken van de reis. Zo heeft hij iets om op terug te vallen als hij onzeker wordt. Dit schema liet hij me bij de eerste training vol trots zien.

Tijdens de eerste training bleek dat het oefenen van het fietsen goed was gelukt. Daan fietste moeiteloos naar de bushalte. Daan blijkt een gezellige prater (oeps leidt dat hem niet teveel af? Schiet er door mijn hoofd). Ook bemoeit hij zich graag met alles wat er om hem heen gebeurd.

We beginnen stap voor stap. Hoe werkt dat bij een bushalte? Hoe lees je de borden? Hoe zorg je dat de bus voor je stopt? Hoe check je in en uit met je OV-chipkaart? Door steeds in kleine stapjes te werken kreeg Daan veel succeservaringen. Hij groeide en kreeg zelfvertrouwen voor de volgende stappen. Steeds herhaalden we de bereikte stappen om te controleren of hij ze daadwerkelijk beheerst en om ze beter in te laten slijten.

Daan herhaalde alles vol vuur. Zo enthousiast dat ik bang was dat hij helemaal niets mee kreeg van de reis op dat moment. Maar daarin onderschatte ik Daan! Toen we bij het overstappunt kwamen had hij de volgende bus die verdekt achter een andere stond opgesteld al in de gaten voor ik hem zelf had gezien. Ook mijn vertrouwen groeide! Na de eerste training had Daan al een aardig zicht op de route en het overstappen.

Dan gaan we door naar het volgende. Wat doe je als er onderweg iets gebeurd dat je niet prettig vindt? Wat doe je als je de bus mist? Daan voelde zich bijvoorbeeld erg bekeken tijdens het reizen. Hier werd hij onzeker van. Zijn oplossing; uit het raam kijken en niet op de medereizigers letten.

Als trainer neem je letterlijk steeds meer afstand. Zo gebeurde het een keer dat Daan naast een man zat die hem een aai over zijn hoofd gaf. Daan stond op en ging op een andere plaats zitten. Later vertelde hij dat hij dit bewust als oplossing had bedacht omdat hij het een onprettige situatie vond en zich ongemakkelijk voelde als hij daar bleef zitten. Bravo Daan, prima oplossing! Op de terugweg wilde Daan in de bus nog wel eens in slaap vallen. Toen ik aangaf dat ik hem niet meer wakker ging maken omdat hij nu zelfstandig moest gaan reizen bleef hij wakker om zijn halte niet te missen.

Tijdens de laatste training heeft hij alles zelf gedaan en was ik puur op de achtergrond aanwezig ter controle. Daan heeft zelfvertrouwen gekregen. Hij durft en kan het zelfstandig reizen aan. Ik heb er vertrouwen in dat het hem gaat lukken ook als het een keertje anders loopt. En gelukkig, hebben ook zijn ouders er een goed gevoel bij.

Daan reist nu zelfstandig van en naar school. Maar dat is niet het enige dat hij hiermee heeft bereikt. Als hij nu met iemand af wil spreken na school kan dat en neemt hij de bus een uur later. Het geeft hem een extra stuk vrijheid. En wat ook belangrijk is, Daan heeft tijdens de trainingen ook andere hobbels overwonnen en ook dit kan hem helpen op andere momenten.

Daan succes! Het was gezellig om samen met jou dit avontuur aan te gaan.

 

Diverse MEE organisaties bieden de training MEE op weg aan. Neem voor meer informatie contact op met een MEE bij u in de buurt.

Lees meer...
Het verhaal van: Ernst

Samen bereiken we meer

ernstErnst is 45 jaar, heeft autisme en is moeilijk lerend. Hij is een alleenstaande ouder en heeft vier kinderen, waarvan twee volwassen zijn. Voor de twee jongste kinderen heeft hij een co-ouderschap met zijn ex-partner. Ernst komt aanvankelijk met hulpvragen over de opvoeding van de twee kinderen omdat hij daar in vast liep. Cliëntondersteuner Petra vermoedt dat er meer aan de hand is…

Ernst: ‘Petra, mijn cliëntondersteuner, heeft me heel goed geholpen met mijn schulden. Ze hielp me met het aanvragen van de voedselbank, de kledingbank en bewindvoering. Ze hiep me niet alleen met mijn schulden, ze heeft ervoor gezorgd dat ik mijn leven weer op de rails heb. Voordat ik cliëntondersteuning kreeg, zat ik er echt doorheen, ik was depressief en wist niet hoe ik verder moest. Ik dronk hele dagen koffie en kwam niet vooruit. Nu sta ik ’s ochtends vrolijk op. Ik ben blij dat het thuis weer goed gaat met de kinderen en dat mijn financiën straks weer op orde zijn. Er zijn weer lichtpuntjes in mijn leven en ik heb weer een doel in mijn leven. Als ik terugkijk, heb ik veel bereikt.’  

Petra, cliëntondersteuner van Ernst: ‘Ernst was heel open over zijn problemen. Ik vroeg naar zijn situatie op andere gebieden, zoals zijn financiën en welke gevolgen dit voor hem had. Toen kwam er steeds meer naar voren. Gelukkig is Ernst heel gemotiveerd om vooruit te komen.’ Ernst bleek flinke schulden te hebben. Hij overziet zijn financiën niet en begrijpt niet wat er moet gebeuren. Daarnaast is hij depressief, hij ziet het leven somber in. Naast de hulpvragen over de opvoeding van zijn kinderen, heeft Ernst geen dagstructuur en voelt hij zich nutteloos waardoor de situatie verergert. Ernst is in het verleden behandeld voor psychische problemen.  Petra en Ernst bespreken zijn problemen en Ernst krijgt allereerst opvoedings-ondersteuning. Op financieel gebied neemt Ernst zelf ook zijn verantwoordelijkheid: hij heeft de auto verkocht en doet alles met de fiets om kosten te besparen.

Er moesten regelingen worden getroffen met onder andere de woningstichting. Samen hebben we inzichtelijk gemaakt wat de schulden betroffen. Door zijn beperking is het doorspitten van de post voor Ernst een opgave en dat zorgde voor onrust. Individuele ondersteuning helpt hem om deze te ordenen. Om meer rust te creëren bij Ernst, hebben we in overleg bewindvoering aangevraagd.

Ernst hoefde zich niet meer bezig te houden met inkomsten en uitgaven en daardoor kwam hij er aan toe om aan zichzelf te werken. Zoals de opvoeding van zijn kinderen, behandeling voor zijn eigen psychische klachten en werken aan een dagstructuur. Daardoor kan hij zich binnenkort op andere zaken richten, zoals een cursus Omgaan met geld. In deze cursus leren deelnemers om met hun loon of uitkering uit te komen en schulden te voorkomen. En ze leren inzicht te krijgen in hun vaste lasten en andere uitgaven. Met verschillende instanties zijn inmiddels betalingsregelingen getroffen.’

Petra brengt in kaart wat de kracht van Ernst is. Ondanks stemmingsklachten is hij heel gemotiveerd om aan zichzelf te werken. Na een test blijkt dat Ernst moeilijk lerend is en dit, in combinatie met zijn autisme, verklaart waarom hij in het organiseren vaak vastloopt en het overzicht verliest. Duidelijke informatie en helder communiceren helpt hem het overzicht te behouden.  ‘Tegenwoordig belt Ernst zelf met de bewindvoering. Iets dat hij vroeger niet zou hebben gedaan. Ook verzamelt hij zelf de stukken die nodig zijn voor de bewindvoering. Hij wordt steeds zelfstandiger.’

Petra bespreekt de wensen en mogelijkheden met Ernst en ze stelt voor om contact op te nemen met Stichting Buitengewoon, een organisatie die dagbesteding verzorgt voor mensen met psychische problematiek. ‘Werken op een zorgboerderij, is dat iets voor jou? Lekker de hele dag buiten hard aan het werk met collega’s en zorgen voor de dieren.’ Ernst reageert enthousiast.

‘Ernst miste een daginvulling en structuur. Nu hij op de zorgboerderij werkt staat hij ’s ochtends vrolijk op en komt hij ’s avonds moe en voldaan terug. Hij voert zelfstandig taken uit op de boerderij. Het werk daar vindt hij geweldig en geeft hem weer het gevoel dat hij zinvol bezig is. Ernst is gegroeid en heeft weer zin in het leven, hij straalt, en dat is heel leuk om te zien. Hij voelt zich weer mens! En wie weet ontstaat er op een gegeven moment weer ruimte en rust om te werken aan zichzelf en zich te richten op vervolgstappen om zijn leven nog verder op de rails te krijgen.’

‘Naast de individuele ondersteuning van Ernst, coördineer ik het contact met alle instanties en hulpverleners om Ernst heen. Mijn rol is om contact te houden met Ernst en contact te houden met de verschillende partijen. Ik houd een vinger aan de pols bij de hulpverleners en ik kijk of dat goed verloopt. Verder werken Ernst en ik ernaar toe dat Ernst bepaalde zaken zelf overpakt, zodat hij weer zelf de regie voert over zijn leven.’

Bert, stichting Buitengewoon: ‘We hebben een prima medewerker erbij gekregen met Ernst, we zijn blij met hem. We zijn heel tevreden over hoe hij zijn taken oppakt en hoe hij zijn werk doet. Ernst is gegroeid en groeit nog steeds. Hij heeft een leuk contact met zijn collega’s en de medewerkers. Hij heeft weer zin in het leven, de dagstructuur helpt hem daarbij. Ernst heeft zichzelf weer op de kaart gezet!’  Ernst komt zo stap voor stap verder. Soms eentje terug, maar dan weer twee vooruit. Vooral sinds hij op de zorgboerderij werkt, gaat hij met sprongen vooruit. Zijn leven komt in een rustiger vaarwater.

 

Lees meer...
Het verhaal van: Chadrick

Een overzichtelijkere wereld

Een overzichtelijkere wereldChadrick is 8 jaar. Hij heeft een vorm van autisme. Dat zorgde voor ernstige gedragsproblemen. Zijn ouders liepen vast in de opvoeding. Ook op school ging het niet goed. De GGD zette het gezin op het spoor van cliëntondersteuning. Toen bleek dat er ook nog andere problemen thuis waren, zoals schulden.

Moeder van Chadrick: ‘Voordat Jan-Peter, onze cliëntondersteuner, kwam, hebben we andere hulp gehad om er met Chadrick uit te komen. Dat is niet gelukt. Na een aantal testen verwees de GGD ons naar Jan-Peter.’ Vader van Chadrick: ‘We weten nu wat er met Chadrick aan de hand is. We hebben geleerd om op een andere, betere manier met het gedrag van Chadrick om te gaan en te kijken naar wat hij nodig heeft. Nu kunnen we verder.’

De ouders geven bij cliëntondersteuner Jan-Peter aan dat ze het moeilijk vinden om Chadrick te sturen en aan te spreken op zijn gedrag. Er zijn regelmatig conflicten. Ook maken veranderingen binnen de school, gebrek aan structuur en onduidelijkheden dat Chadrick onrustig is in de klas. De communicatie tussen de ouders en school verloopt moeizaam. Dit drukt allemaal op het gezin en de relatie. Chadrick wordt getest en het blijkt dat hij een vorm van autisme heeft. De diagnose verklaart deels het gedrag van Chadrick. Samen met Chadrick, zijn ouders en school bekijkt Jan-Peter de verschillende mogelijkheden om de wereld voor Chadrick overzichtelijker te maken. Voor de school helpt de informatie en uitleg die Jan-Peter geeft over autisme en gedragsproblemen enorm. Hierdoor ontstaat ook meer begrip tussen ouders en de school.

Jan-Peter, cliëntondersteuner van Chadrick en zijn ouders: ‘Ik adviseerde de leerkrachten om Chadrick een duidelijke, korte opdracht te geven en pas als die klaar is, een nieuwe opdracht te geven. Zo weet Chadrick waar hij aan toe is. Dat is een goede manier om Chadrick meer structuur te geven. Een opdracht als ‘Ga maar rekenen’ overziet hij niet.’ Jan-Peter werkt samen met de ouders aan het vinden van handvatten om zo goed mogelijk te anticiperen op het gedrag van Chadrick. Zowel de ouders als Chadrick zelf denken goed mee. Als iets niet werkt, kan Chadrick over het algemeen goed aangeven waarom. Ook wordt er zoveel mogelijk rust binnen het gezin gecreëerd, zodat er minder spanningen zijn en Chadrick de aandacht krijgt die hij nodig heeft.

Tijdens een van de gesprekken met de ouders vraagt Jan-Peter door. Het blijkt dat er schulden zijn en de omgang met het budgetbeheer via de gemeente verloopt niet zo soepel. Mede daardoor liepen de spanningen binnen het gezin op. Jan-Peter schakelt een collega uit het Sociaal Team in. Moeder: ‘Jan-Peter voelde onze stress en overbelasting aan. Hij regelde vanuit het sociaal team iemand die ons kon helpen met onze financiën en die kon helpen onze administratie weer op orde te krijgen. Dat gaat nu veel beter.’

Bij het gezin zijn verschillende instanties en samenwerkingspartners betrokken. De kracht van de samenwerking zijn de korte lijnen, vaste contactpersonen en duidelijke afspraken; dit leidt snel tot resultaat. Jan-Peter: ‘Bij dit gezin zijn onder meer het GKB, het CJG, de school en bewindvoering betrokken. Naast de individuele ondersteuning die ik bied, is mijn rol ook ervoor zorgen dat alle partijen hun werk doen voor het gezin. Ik hou daarin een ‘vinger aan de pols’. Ik onderhoud dus ook de contacten met de verschillende partijen, vraag of alles goed loopt en geef antwoorden op hun vragen, zodat alles zo probleemloos mogelijk verloopt.’

Door rust en ruimte te scheppen ontstaat er ruimte voor het gezin om weer vanuit hun eigen kracht zaken op te pakken. De kracht van het gezin is dat de ouders goed kunnen aangeven wat er aan de hand is. Jan-Peter: ‘Het gezin pakt steeds meer zelf op. De ouders proberen eerst zelf te bellen met instanties. Als ze er niet uitkomen, dan kunnen wij hen bijstaan. Er is veel minder stress in het gezin. We zien dat iedereen steeds meer in hun eigen kracht komt te staan. Iedereen groeit en ontwikkelt zich. Ze doen steeds meer zelf en er ontstaat meer ruimte voor andere dingen.’ Vader: ‘Jan-Peter is heel belangrijk voor ons geweest. In onze thuissituatie maar ook in de gesprekken met de school. We hebben nu veel meer rust. Jan-Peter heeft de diagnose in gang gezet. We weten nu wat er met Chadrick aan de hand is. Dankzij de ondersteuning van Jan-Peter hebben we geleerd hoe we met Chadrick om kunnen gaan en weten we wat hij nodig heeft. Nu kunnen we verder.’

Lees meer...