Het verhaal van: Monique

‘Nu ik mezelf begrijp, flip ik minder snel’

Monique Overduin

De ouders van de nu 37-jarige Monique Zuiderduin merkten al vroeg dat Monique anders was. Toch heeft ze pas vijf jaar geleden de diagnose autisme gekregen.
“Ik had veel last van onduidelijkheid. Als plannen veranderden, kon ik aardig flippen. Ik was snel overprikkeld en had last van harde geluiden en schelle stemmen”, vertelt Monique. Op aanraden van haar broer liet ze zich onderzoeken. Daaruit kwam de diagnose PDD-NOS, tegenwoordig ASS: Autisme Spectrum Stoornis. “Die diagnose gaf opluchting, omdat ik eindelijk wist wat ik had, dat het een naam heeft.” Dat het zo laat werd ontdekt, komt volgens Johan Nouws, consulent bij Stichting MEE, vaker voor bij meisjes. “Het wordt niet zo snel opgemerkt omdat meiden vaak socialer overkomen dan jongens, ze verstoppen zich niet zo snel achter een computer,” aldus Nouws. 

In eerste instantie ondernam Monique geen actie. Maar toen ze problemen ondervond tijdens haar vrijwilligerswerk  ging ze op zoek naar hulp. “Op mijn vrijwilligerswerk was het in de ochtend heel duidelijk wat er van mij verwacht werd, maar in de middag mocht ik zelf kiezen wat ik zou gaan doen. Daarvan raakte ik helemaal in de war.” Via maatschappelijk werk kwam Monique in aanraking met stichting MEE; een stichting die mensen helpt met een beperking zodat ze weer mee kunnen draaien in de maatschappij. “Wij werken met een vaste methode; een werkboek voor mensen met autisme om zichzelf te leren kennen en met hun autisme om te kunnen gaan”, vertelt Nouws van MEE. “Met Monique ben ik daarna doorgegaan met een methode waarbij door middel van het uittekenen van situaties duidelijk wordt wat er in haar hoofd gebeurt. Doordat het aanschouwelijk wordt gemaakt is het ook voor anderen heel begrijpelijk.” Monique had er veel baat bij: “Vroeger dacht ik: ‘Waarom reageer ik nou zo?’ Maar nu snap ik het en kan ik er iets aan doen. Ik zal niet meer zo snel flippen omdat ik mezelf begrijp.”

Tekst en foto: Esther Akerboom

 

Lees meer...
Het verhaal van: Els

Lotgenotenavond, tranen van opluchting

ontmoetingsgroep autismeGisteravond was ik op een lotgenotenavond. Sinds een maand of tien ga ik hier regelmatig naar
toe. Daar komt maandelijks, onder leiding van 2 medewerkers van MEE, een groepje
mensen bijeen die allemaal een diagnose autisme hebben.
Deze avond was bijzonder door het gekozen thema: Contacten en relaties. De inleiding, die
we tevoren via de mail hadden ontvangen, luidde als volgt: “Goede contacten zijn voor ieder
mens belangrijk. Een mens is nu eenmaal een sociaal wezen. Dat is niet anders als je
autisme hebt. Met andere mensen omgaan kan wel lastiger zijn als je autisme hebt.
Bijvoorbeeld omdat je je niet begrepen voelt, of dat je niet weet hoe je moet reageren op een
situatie. Hoe is dat voor jou? Over deze vragen gaan we in gesprek.”
Opvallend voor mij is hierin de opmerking: een mens is een sociaal wezen, dat is niet anders
als je autisme hebt.

Vroeger, een half jaar geleden nog, had ik een therapeut die dat geloofde. In de loop van
vele jaren kreeg hij mijn verhaal te horen. Een verhaal dat begint met emotionele
verwaarlozing, onbegrepen verdriet en depressie. Een verhaal waarin de personages wel
wisselden gedurende de jaren, maar de emotionele nood bleef. Een verhaal van iemand die
niets meer verwacht van mensen en elke dag hard werkt om een gevoel van bestaansrecht
te hebben.

Tijdens een van onze gesprekken kreeg hij een ingeving en hij liet me testen op autisme. En
ik bleek inderdaad binnen het spectrum te vallen. Ik was gematigd blij met de diagnose
omdat het me een model bood waarmee ik een deel van mijn klachten kon verklaren. Zeker
in combinatie met het gebrek aan aandacht en zorg waarmee ik was opgegroeid.
Wat een keer moest gebeuren, gebeurde in januari van dit jaar: mijn therapeut ging weg bij
de GGZ-instelling waarbij ik in behandeling ben. Maar hij vond het belangrijk om mijn
behandeling goed over te dragen, desnoods bij een psycholoog buiten de instelling.
Het liep anders. De aanmelding bij een andere instelling werd afgewezen. De SPV-er die mij
“zolang” zou begeleiden ging binnen de instelling op zoek naar een nieuwe behandelplek.
En, wat bleek, die is er niet. De combi autisme-hechtingsstoornis, daar is geen declarabele
behandeling voor. Of, zoals ik te horen kreeg: geen enkele therapie gaat u nog helpen. Wat
daarmee bedoeld werd? Wel, dat iemand met autisme moet accepteren dat hij/zij geen
verbinding kan maken met andere mensen. Dat willen ervaren zou net zoiets zijn als streven
naar een gouden medaille op de Olympische Spelen. U kent de weg hier, u vindt de uitgang
zelf wel. Weg zorgvuldig opgebouwde genuanceerde analyse, weg kans op aandacht voor
en behandeling van de serieuze emotionele problemen die het omgaan met mijn autisme
extra moeilijk maken.

Maar goed, gisteravond zat ik dus bij MEE tussen een 7-tal lotgenoten. Allemaal autisten,
allemaal verschillend, allemaal met andere ervaringen en behoeften. Maar ook allemaal
geïnteresseerd in het verhaal van de anderen, en betrokken daarbij. Ik vond het een
verademing: iedere aanwezige vertelde zijn/haar eigen verhaal rond het thema. Een verhaal
dat dikwijls aanleiding gaf tot vragen, aanvullingen en herkenning. Door die verhalen
begonnen de mensen in mijn beleving meer contouren te krijgen, meer diepte, meer inhoud.
Ze begonnen “te leven” voor mij. Ik voelde contact! Toen ik zelf aan de beurt was voelde ik
de betrokkenheid en belangstelling van de groep om me heen. Ik voelde me wat veiliger,
waardoor ik ook (te?) spontaan begon te reageren, vanuit mijn gevoel. He! Ik was
ondertussen zelf gaan twijfelen dat ik het in me had!
Toen ik rond 22.00 u naar huis reed (de avond was nogal uitgelopen) zat ik huilend in de
auto. Tranen van opluchting (ik leef nog) en van verdriet (om de pijn van de eenzaamheid
van mijn meeste dagen).

Ik ben mijn lotgenoten erg dankbaar voor deze ervaring. Het geeft mij weer motivatie en
moed om door te gaan met mijn zoektocht naar een nieuwe therapeut. Een therapeut die
ook gelooft in mijn vermogen tot emotionele groei en mijn klachten niet wegschuift als
onbehandelbaar, want inherent aan autisme.

Els

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Sophia

Eén vraag, meerdere problemen

sophia-mee-verhalenSophia is op zoek naar een school voor speciaal onderwijs voor haar oudste zoon Milo (8). Hij heeft ADHD en autisme en is op zijn huidige school niet op zijn plek. Hij vindt er geen aansluiting bij zijn klasgenoten, hij wordt gepest, loopt didactisch achter en is snel in paniek. In een aangepaste omgeving zou Milo beter tot zijn recht komen, zo is besloten op zijn huidige (reguliere) school. Sophia is het hier mee eens. De vraag voor een passende onderwijsplek komt terecht bij Marlise, cliëntondersteuner van MEE in een wijkteam.

Marlise: ‘Sophia is een enthousiaste jonge moeder en doet alles voor haar twee zoons. Milo’s broertje Joost is bijna drie en heeft Downsyndroom. Als casusregisseur kijk ik niet alleen naar de vraag over de onderwijsplek voor Milo, maar ook naar andere vragen of problemen die spelen binnen een gezin. Om te beginnen gaan we op zoek naar een geschikte school. Die is al snel gevonden en Milo wordt hier ingeschreven. Ik geef Sophia wat opvoedondersteuning om haar te helpen nog beter om te gaan met haar zoon met autisme. Dan gaan we aan de slag met de financiële problemen van het gezin.

Sophia en haar twee zoons komen rond van een bijstandsuitkering. De intensieve zorg die haar twee kinderen nodig hebben heeft zij nog niet kunnen combineren met een baan. Ik breng Sophia in contact met een schuldhulpmaatje, een vrijwilliger die samen met haar gaat kijken hoe zij van haar schulden afkomt. Ook laat ik het gezin kennis maken met de voedsel- en kledingbank. Omdat Joost bijna drie jaar wordt en Downsyndroom heeft, heeft Sophia binnenkort recht op dubbele kinderbijslag voor hem. Ik leg Sophia uit hoe ze dit kan aanvragen, en ze gaat hiermee zelf aan de slag.

Joost gaat sinds kort twee dagdelen naar een peuterspeelzaal om in contact te komen met andere kinderen. Sophia wil voor Joost het liefst een reguliere speelzaal, maar al snel blijkt dat dit geen geschikte plek is voor hem. Hij praat er niet, zit stil in een hoekje en loopt achter in zijn ontwikkeling. Ik praat hierover met Sophia, zij vindt het een grote stap om Joost naar een speciaal kinderdagverblijf te brengen. Het liefst wil ze dat hij zo gewoon mogelijk mee kan doen en ook in aanraking komt met kinderen zonder beperking. Er blijkt in de buurt een perfecte oplossing voor Joost te zijn. Een groep, speciaal voor kinderen met meervoudige beperkingen, die samenwerkt met regulier basisonderwijs en een reguliere peuterspeelzaal. Zij zorgen voor dagelijks contact tussen kinderen met en zonder (ernstig) meervoudige beperkingen. Binnen deze groep krijgt Joost ontwikkelingsgerichte activiteiten aangeboden en gespecialiseerde begeleiding om zich optimaal te ontwikkelen. Joost heeft zijn draai hier al snel gevonden. Er valt een enorme last van Sophia’s schouders. Haar beide zoons zitten op een goede plek. Aan haar financiële problemen wordt gewerkt. Met een goed gevoel gaat zij de toekomst tegemoet.

 

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Robert

Robert krijgt eindelijk de juiste hulp

man middelbare leeftijdRobert is 43 jaar. Vier jaar geleden werd er pas geconstateerd dat Robert autisme heeft. Doordat hij dit niet wist en nooit begeleiding kreeg, heeft hij zijn leven lang al problemen. Hij was getrouwd, kreeg twee kinderen, maar is ook weer gescheiden. Hij is erg verslavingsgevoelig. Als het hem te veel wordt, vlucht hij in drank. Zijn toch al korte lontje wordt dan nog korter. Dit heeft er toe geleid dat Robert meerdere malen in detentie heeft gezeten. Hij heeft schulden gehad, inmiddels is hij daar dankzij schuldsanering vanaf. Voor het eerst in lange tijd is Robert schuldenvrij en zit hij niet in de gevangenis. Hij is gemotiveerd om zijn leven te beteren. Voor hulp bij zijn administratie klopt hij aan bij het wijkteam. Daar wordt hij geholpen door Angélique, cliëntondersteuner van MEE.

Angélique: ‘Robert is verbaal heel sterk. Hij wordt enorm overschat, ook door mij in het begin. Ik wilde met hem aan de slag met zijn administratie, daarvoor kwam hij tenslotte, maar dit lukte maar niet. In gesprek met hem ontdekte ik gaandeweg dat er veel meer speelt. Hij kan zich goed uiten, lijkt een enorm zelfinzicht te hebben, maar hij kan wat hij zegt niet uitvoeren.’

‘Robert en ik hebben echt een klik. Hij is erg gemotiveerd en we kunnen goed met elkaar praten. Dan ontdek ik dat Robert een terugval heeft: hij is weer gaan drinken. Een moeilijke brief kan voor Robert al genoeg zijn. Hij werd dan zo zenuwachtig omdat hij het niet kan overzien, dat hij geneigd was naar de winkel te gaan om bier te halen. Onze band wordt beter en steeds vaker belt hij mij in zulke situaties. Als het kan ga ik bij hem langs. Samen bekijken we dan waar hij tegenaan is gelopen en we maken een plan om het op te lossen.

Eind 2015 komt Robert zelf met een plan: hij wil naar de AA om van zijn alcoholverslaving af te komen. Op 1 januari 2016 is Robert resoluut gestopt en heeft sindsdien geen slok meer gedronken. Angélique: ‘Samen met Robert bereid ik gesprekken, bijvoorbeeld die met AA, voor zodat hij in staat is die zonder hulp te voeren. We oefenen samen en maken een plan. Met een plan in zijn hoofd is Robert veel minder zenuwachtig en kan hij gesprekken beter voeren. Ik heb regelmatig coachende gesprekken met Robert en die helpen hem enorm. Inmiddels heb ik in kaart kunnen brengen dat Robert meer hulp nodig heeft dan het wijkteam hem kan bieden. Hij heeft langere tijd een hulpverlener nodig die hem coacht en op wie hij kan terugvallen. Iemand die hem helpt te relativeren en met hem overzicht houdt, zodat hij rust blijft houden in zijn hoofd. De aanvraag voor een indicatie om dit voor elkaar te krijgen loopt. Ik heb er vertrouwen in dat het lukt. Ik heb ook vertrouwen in Robert. Met de juiste ondersteuning krijgt zijn leven eindelijke een positieve draai.’

Een consulent van MEE

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: JP

Samen actief op basis van gelijkwaardigheid

JP en NicolasJP zocht iemand om meer structuur in zijn dagelijkse leven te krijgen. Vooral in het huishouden. Nicolas is vrijwilliger bij MEE. Zo hebben ze elkaar leren kennen. JP onderneemt met hulp van Nicolas meer activiteiten buiten en is ook gaan sporten. Hij koos ervoor om aan klimsport te gaan doen.

JP is een creatieve jongeman. Hij heeft de kunstacademie doorlopen en kan erg goed tekenen. ’s Zomers bezoekt hij een zomerkamp waar allerlei creatieve workshops worden gegeven. Hij heeft behoefte aan een maatje om meer structuur in zijn dagelijkse leven te brengen, omdat hij autistisch is.

Het eerste contact was voor beiden wennen. JP: ‘Ik moest wennen dat er iemand over de vloer kwam. Dat was erg vreemd. Ik laat niet snel het achterste van mijn tong zien, maar nu is er wel een vertrouwensband.’ Nicolas merkte al snel dat het bij JP thuis aan orde ontbrak. ‘Het was niet erg netjes bij JP. Dat is wel confronterend. Samen zijn we daaraan gaan werken en maken we duidelijke afspraken. JP is nogal een verzamelaar. Ik vraag hem dan of hij het voorwerp de afgelopen drie of zes maanden heeft gemist. Als dat niet zo is, zal hij het de komende zes maanden ook niet missen. De eerste periode ging ik wekelijks bij hem langs, maar dat zijn we gaan afbouwen. Nu ben ik er een keer in de twee/drie weken voor gemiddeld twee uur. Alleen als het eens iets minder goed gaat met JP bezoek ik hem vaker.’

JP heeft jarenlang vrijwilligerswerk gedaan bij een stichting die atelierruimte biedt aan kunstenaars met een verstandelijke beperking. Hij kan goed omgaan met mensen met een verstandelijke beperking. Hij heeft op moment van publicatie net een betaalde baan gevonden, wat niet meeviel. Daardoor zat hij veel thuis, wat natuurlijk niet ideaal is. Om hem in beweging te krijgen, zochten hij en Nicolas contact met een sportconsulent van MEE. Die kwam met de suggestie aan JP om te gaan klimmen. Hij voelt zich er goed bij: ‘Ik klom vroeger ook al in bomen. Ik ben lenig en licht gebouwd. Je kunt klimmen op verschillende niveaus. Zo stel je jezelf een doel. Dat voelt als een overwinning. Ik heb er meer zelfvertrouwen door gekregen. Het fijne is ook dat er geen competitie heerst. Het is een meer individuele sport.’

Nicolas doet niet mee aan het klimmen, ‘daar heb ik het lef niet voor’, maar is wel de eerste keren mee geweest om te kijken hoe het ging. Hij is ervan overtuigd dat de keuze voor het klimmen een goede is geweest. ‘Bij het klimmen, komen verschillende zaken kijken. Socializen, samenwerken, elkaar vertrouwen. Dat zijn nu net juist dingen waar JP moeite mee heeft. Hij wordt er goed opgevangen. De anderen weten dat hij autisme heeft. Natuurlijk stelden ze vragen toen ze zagen dat ik hem begeleidde.’

Tegenwoordig gaat Nicolas niet meer mee. JP had een vast klimmaatje gevonden en is nu op zoek naar een ander.

Alhoewel er altijd een scheidslijn blijft tussen de begeleider en de cliënt van MEE gaan JP en Nicolas op goede voet met elkaar om. Ze leren ook van elkaar. JP is nu bijvoorbeeld minder teruggetrokken. Dat wil niet zeggen dat JP altijd zin heeft in mensen over de vloer. Hij laat Nicolas wel altijd binnen. Verder heeft hij geleerd meer te communiceren. Nicolas op zijn beurt is eveneens gegroeid door het contact. ‘Ik heb hem wel eens een persoonlijke onthulling gedaan die ik bij anderen niet zo snel zou doen. Ons contact is gebaseerd op gelijkwaardigheid. Ik ben niet meer of minder dan JP. Ook ik heb mijn zwakke punten. Ik heb nogal eens de neiging om te laat te komen. Nadat dat drie keer achter elkaar was gebeurd, kon ik zien dat hij het niet leuk vond. We hebben toen daarover een compromis gevonden.’

Aanvankelijk was het de bedoeling dat Nicolas niet langer dan een jaar JP zou begeleiden. Beiden wilden het echter graag voortzetten. JP realiseert zich dat hij een steuntje nodig heeft om actief te blijven. Voor Nicolas geldt: ‘Ik wil hem het steuntje in de rug graag blijven geven. Ik heb er geen tijdsperiode op geplakt.’

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van: Sandra

Sociale netwerk versterking in de praktijk

sandraSandra heeft autisme en heel veel medische problemen. Ze heeft wekelijks bezoeken aan het ziekenhuis en is elke dag druk met organiseren, van apotheek tot spullen bestellen om te katheteriseren. Ze heeft problemen met het houden van overzicht. In het eerste gesprek blijkt dat mevrouw weinig kan omdat ze beperkt is door het dragen van een korset. Ze geeft aan dat het aantrekken van steunkousen en het korset te zwaar wordt.

Ze heeft een partner die vier dagen in de week werkt en ze vertelt dat er veel spanningen in de relatie zijn, doordat het met haar steeds slechter gaat en hij het hele huishouden moet doen. En ook nog eens hun dieren, twee honden en drie katten, moet verzorgen. 

Ik stel voor om samen met haar partner alles eens in kaart te brengen. Waar sta je nu? Waar wil je heen? Wat gaat er goed en wat wil je bereiken? Hoe ziet je dag er dan uit en waar ben je dan mee bezig? Ik merkte dat het lastig was voor haar om een beeld te krijgen van wat de bedoeling was. Ook vond ze het lastig om haar man erbij te betrekken. Hij denkt toch vaak anders over de situatie, zei ze. Toch stemde ze in met een afspraak op een tijdstip dat haar man ook thuis zou zijn.

Tijdens het gesprek merkte ik dat Sandra het lastig vond om te omschrijven wat ze graag wil en wat haar kwaliteiten zijn. Ze liet zich telkens leiden door in problemen en belemmeringen te praten. Ik herhaalde vaak de vraag: en waar word je blij van, wat gaat goed? En ik zei dat het inzoomen op problemen ‘verlammend’ werkt en het bekijken van mogelijkheden veel beter is.

Ze vond dit lastig. Totdat haar man een paar voorbeelden gaf. Hij had zelf al een paar dingen opgeschreven en even later lukt het Sandra ook om de goede dingen op papier te zetten. Ze plakte ze op en ik zag meteen een ontspannen en blij gezicht. Ze kon vertellen dat ze administratief heel sterk is, goed kan notuleren en teksten schrijven. Ook de briefjes met ‘creatief’ en ‘muzikaal’ werden opgeplakt. Wel meteen met de opmerking “maar door alle problemen is er geen ruimte meer voor”.

De ideeën werden steeds concreter. Ze wilden graag een opgeruimd huis.. Er staan zoveel spullen, in alle kamers opgestapeld, dat er geen ruimte meer is.

Ze wil graag weer zwemmen en samen willen ze meer tijd met elkaar. Er werd besproken wat ze samen kunnen gaan doen. Ook werd het gevoelige punt besproken dat de vele huisdieren veel zorg en aandacht vragen. En dat er naast het huishouden eigenlijk meer hulp nodig was.

En dat was een moment waarop ik ook de netwerkbijeenkomst ter sprake kon brengen.

Gelukkig stonden ze hier voor open. We hebben een nieuwe afspraak gemaakt. Samen met de mensen uit hun omgeving gaan we kijken wie hen kan helpen een nieuwe start te maken.

Een consulent van MEE

 

De naam in dit verhaal is om privacy-redenen aangepast. De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

 

Lees meer...
Het verhaal van: Chadrick

Een overzichtelijkere wereld

Een overzichtelijkere wereldChadrick is 8 jaar. Hij heeft een vorm van autisme. Dat zorgde voor ernstige gedragsproblemen. Zijn ouders liepen vast in de opvoeding. Ook op school ging het niet goed. De GGD zette het gezin op het spoor van cliëntondersteuning. Toen bleek dat er ook nog andere problemen thuis waren, zoals schulden.

Moeder van Chadrick: ‘Voordat Jan-Peter, onze cliëntondersteuner, kwam, hebben we andere hulp gehad om er met Chadrick uit te komen. Dat is niet gelukt. Na een aantal testen verwees de GGD ons naar Jan-Peter.’ Vader van Chadrick: ‘We weten nu wat er met Chadrick aan de hand is. We hebben geleerd om op een andere, betere manier met het gedrag van Chadrick om te gaan en te kijken naar wat hij nodig heeft. Nu kunnen we verder.’

De ouders geven bij cliëntondersteuner Jan-Peter aan dat ze het moeilijk vinden om Chadrick te sturen en aan te spreken op zijn gedrag. Er zijn regelmatig conflicten. Ook maken veranderingen binnen de school, gebrek aan structuur en onduidelijkheden dat Chadrick onrustig is in de klas. De communicatie tussen de ouders en school verloopt moeizaam. Dit drukt allemaal op het gezin en de relatie. Chadrick wordt getest en het blijkt dat hij een vorm van autisme heeft. De diagnose verklaart deels het gedrag van Chadrick. Samen met Chadrick, zijn ouders en school bekijkt Jan-Peter de verschillende mogelijkheden om de wereld voor Chadrick overzichtelijker te maken. Voor de school helpt de informatie en uitleg die Jan-Peter geeft over autisme en gedragsproblemen enorm. Hierdoor ontstaat ook meer begrip tussen ouders en de school.

Jan-Peter, cliëntondersteuner van Chadrick en zijn ouders: ‘Ik adviseerde de leerkrachten om Chadrick een duidelijke, korte opdracht te geven en pas als die klaar is, een nieuwe opdracht te geven. Zo weet Chadrick waar hij aan toe is. Dat is een goede manier om Chadrick meer structuur te geven. Een opdracht als ‘Ga maar rekenen’ overziet hij niet.’ Jan-Peter werkt samen met de ouders aan het vinden van handvatten om zo goed mogelijk te anticiperen op het gedrag van Chadrick. Zowel de ouders als Chadrick zelf denken goed mee. Als iets niet werkt, kan Chadrick over het algemeen goed aangeven waarom. Ook wordt er zoveel mogelijk rust binnen het gezin gecreëerd, zodat er minder spanningen zijn en Chadrick de aandacht krijgt die hij nodig heeft.

Tijdens een van de gesprekken met de ouders vraagt Jan-Peter door. Het blijkt dat er schulden zijn en de omgang met het budgetbeheer via de gemeente verloopt niet zo soepel. Mede daardoor liepen de spanningen binnen het gezin op. Jan-Peter schakelt een collega uit het Sociaal Team in. Moeder: ‘Jan-Peter voelde onze stress en overbelasting aan. Hij regelde vanuit het sociaal team iemand die ons kon helpen met onze financiën en die kon helpen onze administratie weer op orde te krijgen. Dat gaat nu veel beter.’

Bij het gezin zijn verschillende instanties en samenwerkingspartners betrokken. De kracht van de samenwerking zijn de korte lijnen, vaste contactpersonen en duidelijke afspraken; dit leidt snel tot resultaat. Jan-Peter: ‘Bij dit gezin zijn onder meer het GKB, het CJG, de school en bewindvoering betrokken. Naast de individuele ondersteuning die ik bied, is mijn rol ook ervoor zorgen dat alle partijen hun werk doen voor het gezin. Ik hou daarin een ‘vinger aan de pols’. Ik onderhoud dus ook de contacten met de verschillende partijen, vraag of alles goed loopt en geef antwoorden op hun vragen, zodat alles zo probleemloos mogelijk verloopt.’

Door rust en ruimte te scheppen ontstaat er ruimte voor het gezin om weer vanuit hun eigen kracht zaken op te pakken. De kracht van het gezin is dat de ouders goed kunnen aangeven wat er aan de hand is. Jan-Peter: ‘Het gezin pakt steeds meer zelf op. De ouders proberen eerst zelf te bellen met instanties. Als ze er niet uitkomen, dan kunnen wij hen bijstaan. Er is veel minder stress in het gezin. We zien dat iedereen steeds meer in hun eigen kracht komt te staan. Iedereen groeit en ontwikkelt zich. Ze doen steeds meer zelf en er ontstaat meer ruimte voor andere dingen.’ Vader: ‘Jan-Peter is heel belangrijk voor ons geweest. In onze thuissituatie maar ook in de gesprekken met de school. We hebben nu veel meer rust. Jan-Peter heeft de diagnose in gang gezet. We weten nu wat er met Chadrick aan de hand is. Dankzij de ondersteuning van Jan-Peter hebben we geleerd hoe we met Chadrick om kunnen gaan en weten we wat hij nodig heeft. Nu kunnen we verder.’

Lees meer...
Het verhaal van: Een consulent van MEE

Werk met je netwerk

werk met je netwerkBehoorlijk zelfverzekerd vertelt de jongeman tijdens ons eerste gesprek over zijn opleiding, zijn vele vaardigheden en ambities. Trots is hij op zijn 7 (!) webwinkels met voornamelijk t-shirts met prints van eigen ontwerp. Net toen ik me toch sterk begon af te vragen wat deze autistische, maar talentvolle jongen hier in hemelsnaam dééd, zuchtte zijn vader nadrukkelijk. “Misschien is het goed dat je deze mevrouw óók vertelt dat je al heel lang thuis zit achter je computer en dat er niets gebeurt. Dat die webwinkels echt niets opleveren. Dat je sociale angst hebt en bijvoorbeeld niet durft te bellen.”

Ja, dat was ook wel zo. Aha.

Het had er ook mee te maken dat hij maar één beroep wilde uitoefenen en dat was kwaliteitsmedewerker want daar was hij voor opgeleid. Maar ja, voor dat beroep zijn niet veel vacatures. Vader knikte en keek mij hoopvol aan.

Eerst maar eens mijn verwachtingregulerende praatje dat wij geen bak met banen hebben en dat de arbeidsmarkt nog steeds beroerd is. Wat wel? Een goed cv maken, werkervaring opdoen desnoods onbetaald? ”Als je maar eenmaal ergens binnen bent, want je kan het wel goed vertellen en je hebt een hoop te bieden!”, zei ik bemoedigend. Vader knikt opgelucht, zijn zoon lacht voor het eerst.

In de daarop volgende weken gingen we aan de slag met zijn cv en netwerken (e-mail aan iedereen dat je werk zoekt en welk werk, bijv. ex-mentors, ex-werkgevers). Hij was wel verknocht geraakt aan zijn veilige wereldje achter zijn beeldscherm dus op afspraken komen op het MEE-kantoor was al een uitdaging. Ik realiseerde me: dit moet niet te lang duren anders wordt het steeds moeilijker om in beweging te komen voor deze jongen. Toen we het hadden over bedrijven waar hij wel ‘stage’ zou willen lopen ging er ineens een lampje bij mij branden. Een vader van een andere autistische jongen uit mijn caseload werkt bij een grote bierbrouwerij. Hij weet als geen ander dat deze jongens wel een opstapje kunnen gebruiken, dus 1+1=2.

Enkele weken later werd ik gebeld door een manager van de brouwerij dat ze wel een gesprekje wilden met mijn klant om te kijken naar de mogelijkheden, op korte termijn graag. Wat houd ik toch van dat doortastende elan van het bedrijfsleven!

Het gesprek verliep prima, mijn klant liet zich van zijn beste kant zien en hij mag drie maanden volledig betaald (!) werkervaring opdoen in een soort testlab waar ze op alle mogelijke manieren de verpakkingen van het bier uittestten.

‘Het is ook nog echt leuk werk!’ zei hij met een grote grijns op de weg terug.

 

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van: Chris

Het netwerk werkt

sociaal netwerkChris (52 jaar) heeft een verstandelijke beperking en autisme. Hij woont al zijn hele leven samen met zijn moeder, die zelf een licht verstandelijke beperking heeft. Sinds een jaar of twintig wonen ze in een kleine 55-pluswoning. Chris is afhankelijk van zijn moeder en moeder is op haar beurt afhankelijk van Chris. Samen redden ze het, maar zonder elkaar zal het waarschijnlijk niet lang goed gaan. Dan overlijdt moeder. Voor Chris is dit een enorme klap. Het overlijden, de begrafenis en alles wat er geregeld moet worden.. Het is voor Chris allemaal te veel.

Ik probeer Chris door deze eerste zware periode te helpen en bespreek dan met hem hoe het verder moet. Koste wat het kost wil hij in zijn vertrouwde omgeving blijven wonen, het huisje waar hij al die jaren samen met zijn moeder heeft geleefd. Deze plek kent hij en hier voelt hij zich fijn.

Omdat ik wil proberen voor elkaar te krijgen dat Chris in de woning kan blijven, zoek ik contact met een aantal mensen uit zijn netwerk. Ik spreek in eerste instantie met een tante en een buurman. We zorgen samen dat er inzicht komt in de financiën en samen met Chris maken we een lijst van de uitgaven die nodig zijn en de posten waarop Chris kan bezuinigen.

Zij helpen Chris ook om te leren hoe hij het huis schoon moet houden. Samen met zijn buurman maakt Chris overzichtelijke schema’s waarin alle taken aan bod komen. Dit helpt hem enorm, hij begint het huishouden zelfs leuk te vinden! Vanwege de beperkingen waarmee Chris te maken heeft is er ook professionele ondersteuning nodig. Toch kan Chris steeds meer zelf doordat hij hulp en steun krijgt van zijn omgeving. Zijn buurman helpt hem in en om het huis, met een vriendin gaat hij geregeld op pad om boodschappen te doen en ook zijn tante helpt hem waar nodig.

Zijn moeder is natuurlijk onvervangbaar, maar dankzij zijn netwerk kan Chris wel in zijn huis blijven wonen en heeft hij zijn leven op orde.

Een consulent van MEE

 

 

Lees meer...
Het verhaal van:

Er is geen winnen of verliezen

Pim zit in kleermakerszit op de mat. Hij heeft zijn witte pak aan. Zijn band zit zorgvuldig geknoopt om zijn middel. Zijn wangen zijn rood. Ademloos luistert hij naar de leraar. De leraar noemt zijn naam. Blij staat Pim op. Hij mag het voordoen. Samen. “Zoek maar een maatje”, zegt de leraar dan. Drie kinderen rennen naar Pim. Ze willen met hem trainen. Want hij deed het net heel goed voor. Pim is voorzichtig. Zijn maatje is kleiner dan hij. Samen doen ze de oefening. Net als de andere kinderen op de mat. “Er is geen winnen of verliezen, er is alleen maar leren.”, zegt de leraar tegen de kinderen.

Budo… Het was niet makkelijk om een sport te vinden voor Pim. Autisme. MCDD. Angsten. Een sportconsulent van MEE had de oplossing: budo, een speciaal ontwikkelde training, gebaseerd op oosterse vechtsporten, voor kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum.

Het was zo ver. Op een woensdagmiddag. Het kostte heel wat overredingskracht om Pim mee te krijgen. Angstig stond hij verscholen achter mijn benen. Nee, hij ging niet meedoen. Daar stond Patrick. In zijn blauwe pak. Rust. Dat straalde hij uit. Respect. Voor Pim. Voor zijn angst. Voor zijn eigenheid. Voor zijn autisme. ‘Natuurlijk hoef je niet mee te doen’, zei Patrick. ‘Maar misschien kun je wel kijken? Je bent er nu toch’. Dat wilde Pim wel. Langs de kant keken we naar de les. Pim heel dicht naast me. Rust. Dat straalde de les uit. Respect. Voor de kinderen. Respect. Voor Patrick. Hij liet Pim rustig kijken. Hij observeerde Pim. Hoe hij schuifelde op de bank. Hoe hij alles volgde. Hoe hij even lachte als het toch wel heel leuk was op de mat. Patrick wachtte het juiste moment af. Tot Pim er klaar voor was. “Je kunt misschien best even meedoen met dit spel, je bent er nu toch.”, zei hij. “Straks denk je thuis, had ik nu toch maar even meegedaan…” En daar ging Pim. Hij deed mee. Het ijs was gebroken.

Vanaf die week gaat Pim elke week naar budo. Hij vindt het heerlijk. Hij leerde er veel. Concentreren. Wachten op je beurt. Je grenzen verleggen. Iemand helpen. Kracht. Discipline. Zelfvertrouwen. En hij vond een nieuwe vriend. Een maatje voor het leven. “Ik wil eigenlijk wel nog een keer extra trainen.”, zei hij op een dag. En zo ging het. De donderdag kwam erbij. Daar stond Pim weer. De eerste keer bij de donderdaggroep. Gespannen. Wriemelend aan zijn budopak. “Kom maar even naast me staan.”, zei Patrick. Dat deed Pim. “Dit is een oude vriend van me. Hij komt voortaan ook op donderdag trainen en ik ben heel vereerd dat hij bij ons is.”, zei Patrick tegen de andere kinderen. Pim straalde. En alle kinderen wilden wel met die oude vriend van Patrick trainen! Ineens was het helemaal niet eng meer in die nieuwe groep.

En dat is de magie van Patrick. Precies op het juiste moment het goede zeggen. Deze kinderen het gevoel geven dat ze speciaal zijn. Zodat ze boven zichzelf uitstijgen. Want Patrick pakt het niet alleen zo aan bij Pim. Nee, hij doet dat bij alle kinderen. Allemaal krijgen ze het gevoel dat ze er mogen zijn. Allemaal willen ze werken voor Patrick. Pim traint nog steeds. Een band en heel wat vuistjes verder. Twee keer in de week. In de nieuwe dojo. Het zijn de hoogtepunten voor Pim. Hij heeft het zwaar. Zijn angsten zijn groot. Vaak is hij verward en op school gaat het niet goed. We moeten op zoek naar andere mogelijkheden. En steeds is daar weer Patrick. Een baken voor Pim. Als Pim traint, is hij niet zo angstig. In de war is hij dan ook niet. Hij landt weer. Met twee voeten op de aarde. Hij voelt zich veilig. Hij helpt andere kinderen. Sparren vindt hij het mooiste dat er is. “Er is geen winnen of verliezen, er is alleen maar trainen.”, zegt Patrick. En zo is het. Hang loose!

De moeder van Pim

Er zijn meerdere MEE organisaties die een sportconsulent of beweegcoach in dienst hebben. Informeer bij uw lokale MEE of ze u kunnen helpen bij het zoeken naar een juiste sport, beweegactiviteit of vereniging.

Lees meer...