Het verhaal van: Gregory

Het grote verschil: expertise op het gebied van mensen met een beperking

Volwassen man lacht

Ik werk als cliëntondersteuner voor volwassenen in een wijkteam. Mijn wijkteamcollega was al maanden bezig met Gregory (48), toen ze enigszins gefrustreerd bij me kwam voor advies. Ze snapte Gregory niet. Als ze afspraken maakten, kwam hij ze niet na. Hij zei wel ja, maar deed nee. En het leek of alles wat ze zei niet bij hem aankwam. Ik stelde voor mee te gaan op huisbezoek, om beter te kunnen inschatten of mijn vermoeden klopte.

Consulent: ‘Gregory is een ontzettend aardige, beleefde en knappe man. Hij heeft een baan en drie kinderen. Zo op het eerste gezicht geen vuiltje aan de lucht. Als je verder kijkt, is het tegendeel waar: Gregory’s leven is een puinhoop. Op zijn werk gaat het niet goed. Hij heeft met iedereen, zowel op zijn werk als privé, miscommunicaties – met alle gevolgen van dien. Zijn collega’s zeggen regelmatig dat hij dom is en zo voelt hij zich ook. Dit maakt hem verdrietig en depressief. Hij werkt hard, maar zonder resultaat. Hij blijft fouten maken. Zijn drie kinderen heeft hij bij drie verschillende vrouwen. Twee van zijn drie kinderen mag hij niet zien. Alimentatie betalen moet hij wel. Zijn huidige vrouw, waarmee hij ook een kind heeft, is van plan om naar Suriname te vertrekken. Gregory heeft paniekaanvallen en grote schulden. Vrouwen hebben misbruik van hem gemaakt en hebben hem financieel uitgekleed. Soms is hij zo wanhopig dat hij agressief wordt. Ik vermoed een verstandelijke beperking en neem contact op met een gedragsdeskundige van MEE. Met haar overleg ik over een IQ-onderzoek. Als ik dit met Gregory bespreek, wordt hij in eerste instantie boos. Hij is toch niet gek? Het grote verschil tussen mij en mijn wijkteamcollega is mijn expertise op het gebied van mensen met een (verstandelijke) beperking. Ik weet hoe ik met Gregory moet omgaan, ik spreek zijn taal. We krijgen een band en ik neem Gregory van mijn wijkteamcollega over.Al snel ontdek ik dat Gregory analfabeet is. Ik confronteer hem hiermee. Hij schaamt zich niet alleen, er komt ook veel verdriet naar boven. Verdriet, onmacht, frustratie en wanhoop, na meer dan veertig jaar hard werken, ontzettend je best doen en alleen maar verder in de problemen raken. Al die tijd heeft hij nooit aan de verwachtingen van zijn omgeving kunnen voldoen. Gregory stemt in met het IQ onderzoek. Ik stel voor met hem mee te gaan, want Gregory kan het kantoor van MEE, waar de IQ test plaatsvindt, niet vinden zonder hulp. Hij kan immers de borden op straat ook niet lezen.

Als hij de uitslag van het onderzoek krijgt, ben ik er ook bij. Ik schrik van de uitslag en begrijp niet hoe Gregory’s verstandelijke beperking zo lang onopgemerkt is gebleven. Het is verbazingwekkend wat Gregory allemaal heeft kunnen doen met zijn IQ. Met deze uitslag kan ik een indicatie aanvragen voor woonbegeleiding, iets wat Gregory zeker nodig heeft om aan de slag te kunnen met alle problemen die spelen in zijn leven.

In de tussentijd ontmoet ik Gregory twee keer per week en hij belt mij iedere dag. Ik geef hem tips en advies, en bied hem ook een luisterend oor. Ik leg contact met de instanties waarmee Gregory te maken heeft, zoals een kredietbank, om de situatie uit te leggen. Zijn contactpersoon van de kredietbank zag Gregory als een rare klant, iemand die nooit doet wat je met hem afspreekt. Ik blijf in contact met Gregory tot hij woonbegeleiding krijgt. De indicatie is er inmiddels. Ik zal zorgen voor een warme overdracht en blijf Gregory nog even in de gaten houden. Pas als ik zeker weet dat hij in goede handen is, laat ik Gregory los.

Ik ben blij met de ruimte die we in het wijkteam hebben om de tijd en aandacht te nemen en te kijken naar wat er bij iemand past en hoe iemand het beste geholpen kan worden, maar vooral met de mogelijkheid die we nu hebben om eenvoudig gebruik te maken van elkaars specialisme en kennis. Het is een positieve manier van werken en erg effectief. Teamwork, dat is de kracht van het wijkteam.’

Een consulent van MEE

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

 

Lees meer...
Het verhaal van: Armando

Armando krijgt de kans op een beter leven

ArmandoArmando is opgegroeid op de Antillen en is op 26-jarige leeftijd in Nederland komen wonen. Inmiddels is hij in de vijftig. Het gaat niet goed met Armando. Hij komt bij Aad, cliëntondersteuner van MEE, in beeld op verzoek van de nachtopvang. Daar is Armando terechtgekomen nadat hij werd vrijgelaten uit de gevangenis en geen woning had om naar terug te keren. Men vermoedt psychische klachten en een ontwikkelingsachterstand. Armando laat erg onaangenaam gedrag zien. Hij is boos en gefrustreerd en uit dit naar alle hulpverleners die op zijn pad komen. Dit komt zijn situatie niet ten goede.

Aad: ‘Armando heeft dringend hulp nodig, maar hij is zo wanhopig dat hij erg dwingend en gespannen overkomt. Armando is boos en gefrustreerd. Door goed naar hem te luisteren, verandert gaandeweg het gesprek zijn houding. Uiteindelijk wordt het hem te veel en barst hij in tranen uit. Hij voelt zich onvoldoende gehoord door verschillende instanties en hulpverleners, het is onduidelijk wie hem helpt en waarbij. Ik merk dat hij geen overzicht heeft en veel stress ervaart. Ik stel hem voor om met een gedragsdeskundige van MEE (psycholoog) in gesprek te gaan. Op die manier kan er onderzocht worden of er sprake is van een (licht) verstandelijke beperking en psychische problemen. Armando wordt boos: hij is toch niet gek?! Uiteindelijk weet ik hem ervan te overtuigen dat dit hem juist verder kan helpen en hij stemt in.’

Mara is gedragsdeskundige bij MEE. Zij gaat met Armando in gesprek en voert een onderzoek uit. Mara: ‘In zijn gesprek met mij is Armando dwingend en ervaart duidelijk veel stress. Hij vertelt mij dat hij bedreigd is in het verleden en dat hij ook op dit moment bedreigd wordt. Hij is ontzettend angstig en achterdochtig en slaapt nauwelijks. Zijn vermoeidheid en onrust maken het lastig de intelligentietest af te nemen, maar dit lukt uiteindelijk wel. Armando blijkt inderdaad een licht verstandelijke beperking te hebben. Doordat hij verbaal relatief sterker is wordt hij vaak overschat, met alle gevolgen van dien. Hij kan informatie begrijpen, maar het onthouden en er iets mee doen is erg lastig voor Armando. Het zorgt er ook voor dat hij zijn problemen niet zelfstandig kan aanpakken. Hij heeft familieleden in de buurt wonen, maar omdat zij in het verleden de politie op de stoep hebben gehad vanwege Armando, blijven ze liever uit zijn buurt. De vrienden die hij heeft zijn vrienden uit het criminele circuit. Armando probeert hen op afstand te houden. Hij heeft twee kinderen waarmee hij nauwelijks contact heeft. Armando heeft tevens last van forse psychische klachten. Hij heeft ingrijpende gebeurtenissen achter de rug, waardoor hij mogelijk een posttraumatische stressstoornis heeft ontwikkeld. Dit zorgt voor veel angst, spanning, prikkelbaarheid en woede-uitbarstingen. Armando kan lastig helder denken en heeft moeite zich te concentreren.’

Armando is duidelijk niet op zijn plek binnen de nachtopvang. Aad: ‘Hij voelt zich bedreigd en onveilig op de slaapzaal met dertig man, waardoor zijn klachten verergeren. Het is belangrijk dat er zo snel mogelijk intensieve begeleiding en een plek voor begeleid wonen komt voor Armando. Hij heeft veel ondersteuning nodig, maar we moeten beginnen bij de basis: een plek waar Armando tot rust kan komen en waar hij zich veilig voelt. Een veilige plek die hem ervan weerhoudt terug te vallen in het criminele circuit.’

Mara omschrijft Armando als een tikkende tijdbom in haar contact met de Wmo-adviseur die bepaald of Armando een indicatie krijgt. Mara: ‘Aad en ik hadden, net als onze contactpersonen binnen de nachtopvang, de angst dat de situatie zou escaleren. Dat Armando zijn woede fysiek zou gaan uiten en dat hij zichzelf of iemand in zijn omgeving iets zou aandoen. Cliënten zoals Armando zijn complex: ze werken niet mee en gedragen zich dusdanig dat veel hulpverlening afhaakt. Het onvermogen wordt niet herkend, alleen het onbeschofte en agressieve gedrag wordt gezien. Armando voelt zich door Aad eindelijk gehoord en begrepen. Dankzij de resultaten van de onderzoeken en mijn aanbevelingen heeft Armando inmiddels een tijdelijke indicatie zodat hij kan instromen op een plek voor begeleid wonen. Hij heeft daar nu een eigen kamer. Onlangs hebben we vernomen dat hij een indicatie voor deze passende woonplek heeft gekregen, zodat hij er in elk geval de komende negen maanden kan blijven. Op deze manier kan Armando op veel gebieden de begeleiding krijgen die hij nodig heeft en kan hij aan de slag met de verwerking van zijn trauma’s.’ Aad: ‘Zonder hulp zal Armando zich gedwongen voelen om terug te vallen in het criminele circuit. Hij heeft niets en hij heeft ook niet veel te verliezen. Nu krijgt Armando een kans op een beter leven.’

 

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Dania

Dania heeft straks de touwtjes weer zelf in handen

vrouw middelbare leeftijdSandy is cliëntondersteuner bij MEE en maakt deel uit van een wijkteam. Samen met haar collega’s uit het wijkteam is zij betrokken bij een gezin. Moeder Dania heeft financiële problemen en heeft hiervoor om hulp gevraagd. Dania heeft drie kinderen, waarvan de jongste twee, Anthony (19) en David (10), nog thuis wonen.

Anthony heeft een verstandelijke beperking en brengt zijn dagen slapend door. ’s Nachts speelt hij games en houdt daarbij geen rekening met zijn moeder en broertje. De enorme herrie die hij maakt zorgt ervoor dat Dania en David regelmatig wakker liggen. De slapeloze nachten hebben ruzie tot gevolg. In huis is de sfeer gespannen en dat Anthony schulden maakt en zich niet aan de regels houdt, is niet bevorderlijk voor de situatie. Ook Dania heeft schulden en geen dagbesteding. Vanwege openstaande parkeerboetes heeft zij al eens tien dagen in de gevangenis gezeten. David gaat naar school maar heeft hier regelmatig woedeaanvallen.

Sandy: ‘De situatie binnen dit gezin was best complex. Ik heb de rol van casusregisseur op me genomen, want er was natuurlijk veel meer hulp nodig dan alleen ondersteuning bij de financiën. Zeker toen er een ruzie flink uit de hand liep en er sprake was van huiselijk geweld. Dania had in haar wanhoop zelfs met een mes gedreigd en David had alles gezien.’

Als casusregisseur houdt Sandy overzicht over de gehele situatie binnen het gezin. Ze bekijkt wat er nodig is en hoe ze dit voor elkaar kunnen krijgen. Ook zorgt ze ervoor dat iedereen op de hoogte is van het gezamenlijke doel en dat de gezinsleden gemotiveerd blijven om mee te werken. Sandy: ‘Vooral Dania kwam haar afspraken soms niet na. Het blijft voor haar lastig om zich over te geven aan hulp. Maar uiteindelijk zijn we, door goed samen te werken, toch ver gekomen. Voor Dania hebben we dagbesteding gevonden. Zij heeft nu naailes in het buurtcentrum. Wie weet kan ze daar ooit nog meer mee gaan doen. Daarnaast is er bewindvoering en budgetbeheer voor Dania geregeld. Ook krijgt zij hulp bij het omgaan met haar emoties, om ervoor te zorgen dat het nooit meer zo uit de hand loopt thuis.’

De relatie tussen Anthony en Dania was slecht en de irritaties waren in de loop der jaren enorm opgelopen. Volgens cliëntondersteuner Sandy was het beter voor hen om wat meer afstand te hebben. Begeleid wonen voor Anthony bleek de beste oplossing. Sandy: ‘Anthony heeft inmiddels een leuke woonplek en dagbesteding. Hij doet mee aan Feyenoord Jobscorer, een project van voetbalclub Feyenoord waarbij jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring kunnen opdoen. MEE is één van de partners in dit project. Met Anthony gaat het veel beter nu hij weer een gezond ritme en een doel in zijn leven heeft. In de weekenden logeert hij thuis en dat gaat ontzettend goed.’

David krijgt ondersteuning van de gedragsdeskundige. Hij heeft op jonge leeftijd al veel gezien en meegemaakt. Met zijn woedeaanvallen kan hij beter omgaan en hij voelt zich prettiger nu het er thuis een stuk rustiger aan toe gaat. Sandy: ‘Het is nu een kwestie van het verder stabiliseren van de financiële situatie van Dania. Als dit op de rit is heeft zij de ondersteuning van het wijkteam niet meer nodig en heeft zij als moeder de touwtjes weer zelf in handen.’

Een consulent van MEE

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Robert

Robert krijgt eindelijk de juiste hulp

man middelbare leeftijdRobert is 43 jaar. Vier jaar geleden werd er pas geconstateerd dat Robert autisme heeft. Doordat hij dit niet wist en nooit begeleiding kreeg, heeft hij zijn leven lang al problemen. Hij was getrouwd, kreeg twee kinderen, maar is ook weer gescheiden. Hij is erg verslavingsgevoelig. Als het hem te veel wordt, vlucht hij in drank. Zijn toch al korte lontje wordt dan nog korter. Dit heeft er toe geleid dat Robert meerdere malen in detentie heeft gezeten. Hij heeft schulden gehad, inmiddels is hij daar dankzij schuldsanering vanaf. Voor het eerst in lange tijd is Robert schuldenvrij en zit hij niet in de gevangenis. Hij is gemotiveerd om zijn leven te beteren. Voor hulp bij zijn administratie klopt hij aan bij het wijkteam. Daar wordt hij geholpen door Angélique, cliëntondersteuner van MEE.

Angélique: ‘Robert is verbaal heel sterk. Hij wordt enorm overschat, ook door mij in het begin. Ik wilde met hem aan de slag met zijn administratie, daarvoor kwam hij tenslotte, maar dit lukte maar niet. In gesprek met hem ontdekte ik gaandeweg dat er veel meer speelt. Hij kan zich goed uiten, lijkt een enorm zelfinzicht te hebben, maar hij kan wat hij zegt niet uitvoeren.’

‘Robert en ik hebben echt een klik. Hij is erg gemotiveerd en we kunnen goed met elkaar praten. Dan ontdek ik dat Robert een terugval heeft: hij is weer gaan drinken. Een moeilijke brief kan voor Robert al genoeg zijn. Hij werd dan zo zenuwachtig omdat hij het niet kan overzien, dat hij geneigd was naar de winkel te gaan om bier te halen. Onze band wordt beter en steeds vaker belt hij mij in zulke situaties. Als het kan ga ik bij hem langs. Samen bekijken we dan waar hij tegenaan is gelopen en we maken een plan om het op te lossen.

Eind 2015 komt Robert zelf met een plan: hij wil naar de AA om van zijn alcoholverslaving af te komen. Op 1 januari 2016 is Robert resoluut gestopt en heeft sindsdien geen slok meer gedronken. Angélique: ‘Samen met Robert bereid ik gesprekken, bijvoorbeeld die met AA, voor zodat hij in staat is die zonder hulp te voeren. We oefenen samen en maken een plan. Met een plan in zijn hoofd is Robert veel minder zenuwachtig en kan hij gesprekken beter voeren. Ik heb regelmatig coachende gesprekken met Robert en die helpen hem enorm. Inmiddels heb ik in kaart kunnen brengen dat Robert meer hulp nodig heeft dan het wijkteam hem kan bieden. Hij heeft langere tijd een hulpverlener nodig die hem coacht en op wie hij kan terugvallen. Iemand die hem helpt te relativeren en met hem overzicht houdt, zodat hij rust blijft houden in zijn hoofd. De aanvraag voor een indicatie om dit voor elkaar te krijgen loopt. Ik heb er vertrouwen in dat het lukt. Ik heb ook vertrouwen in Robert. Met de juiste ondersteuning krijgt zijn leven eindelijke een positieve draai.’

Een consulent van MEE

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van:

Achttien en volwassen

achttien en volwassenBas heeft ADHD en PDD NOS en is onlangs achttien geworden. Nu hij volwassen is vindt hij dat hij zelfstandig keuzes kan maken. Hij stopt met zijn medicatie, draait zijn dag- en nachtritme om, gaat haast niet meer naar school en eet niet of slecht. Zijn vrienden zijn belangrijk. Hij ziet niet in dat ze hem misbruiken voor geld en dat ze niet met maar om hem lachen. Henk en Janneke, de ouders van Bas, zijn wanhopig op zoek naar hulp en bellen MEE, maar Bas wil geen ondersteuning. 

In de maanden die volgen heb ik meerdere gesprekken met de ouders van Bas. Ze zijn behoorlijk overbelast. Bas is verbaal erg gewelddadig en Henk en Janneke vrezen voor fysiek geweld.

Henk en Janneke volgen een cursus bij MEE voor ouders met kinderen met autisme. Hier kunnen zij lotgenoten ontmoeten. Samen stellen we een crisislijst op, zodat Henk en Janneke weten hoe ze kunnen handelen als de situatie uit de hand loopt. Er worden voorbereidingen getroffen voor een uithuisplaatsing. Daarnaast probeer ik contact te zoeken met het netwerk van het gezin. De ouders van Bas zien dit niet zitten. Regelmatig loopt het bijna uit de hand. Zelfs als Bas wordt opgepakt door de politie, heeft dit geen invloed op zijn gedrag.

Niet veel later escaleert de situatie. Bas heeft de deur ingetrapt, het huis vernield en gedreigd zijn vader te vermoorden. Henk en Janneke zetten Bas uit huis na fysiek contact met Henk. Bas gaat naar een vriend, waar ik hem opzoek. Hij is zichtbaar geschrokken en eindelijk beïnvloedbaar. Ik krijg hem zo ver dat hij weer medicatie wil gaan gebruiken.

Henk en Janneke zien in dat ze hulp nodig hebben en dat het verstandig is hun netwerk te benaderen. Familieleden, de korfbaltrainer van Bas, buren en vrienden van Henk en Janneke komen bijeen. Zij zijn begripvol en willen ondersteunen. Er worden logeerweekenden bij familieleden gepland, de trainer gaat kookles en voorlichting over hygiëne geven en ook de buren en vrienden staan voor het gezin klaar. Henk en Janneke kunnen zelfs even op vakantie. Bas kan voorlopig weer thuis komen wonen en er worden huisregels opgesteld en afspraken gemaakt.

Het gezin is weer op een positieve manier met elkaar in gesprek. Bas is rustiger, leert nieuwe vaardigheden, gaat weer naar school en kijkt er naar uit binnenkort uit huis te gaan.

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van:

Agressie in de zorg

ZajnabeAfgelopen mei ben ik  opgenomen geweest in Rijnlands Revalidatie Centrum te Leiden. Ik zeg altijd “ik moet weer terug terug  voor een APK.”  Ik kom al jaren in het RRC, ik ben er kind aan huis. Je kan heel wat meemaken in zo’n centrum. Leuke dingen, maar ook minder leuke dingen.

In totaal zijn er veertig bedden op de verpleegafdeling. Twintig aan de neuro- kant en 20 aan de ortho-kant. Aan de kant van de ortho lag een man die de hele sfeer verziekte binnen het centrum. Iedereen had last van hem. Van de verpleging, revalidanten, voedingsassistentes tot aan de koks. Hij had altijd wel te klagen over het eten etc. Velen waren ook bang voor hem. Hij bemoeide zich met alles. Hij vertelde continu aan iedereen dat hij miljoenen op bank had en dat hij in een villa woonde en ga zo maar door. En hij kon ook vreselijk schelden.

Toen hij zich met mijn eten ging bemoeien, heb ik actie ondernomen. Ik meldde het bij de verpleging, zijn artsen en zijn therapeuten. Maar ze konden er niet veel mee. Therapeuten zeiden tegen me: “Je hebt gelijk, maar hij is echt zo sterk dat we zelf ook niet weten wat we er mee aan moeten.” Dan denk ik: kwalijke zaak!

Volgens mij gaat het vaak zo in de gezondheidzorg. Men is bang en ‘tolereert’ deze agressie dan maar. Mijn conclusie is: die man is niet te helpen. Hij wil niet worden geholpen, want als dat wel het geval zou zijn, dan neemt hij toch alle handvatten en adviezen aan? Ik hoorde vorige week trouwens dat hij nog maanden moet blijven! Ik ben blij dat ik alweer thuis ben…

Waar het mij om gaat is de veiligheid van de medici en het personeel natuurlijk. Want al die agressiviteit tegen mensen die er zijn om je te helpen is vreselijk. Maar het gaat in deze situatie ook heel duidelijk om de patiënten, die hebben ook veel last van zulk gedrag. Je moet toch veilig kunnen revalideren? Dat vind ik belangrijk. Natuurlijk gebeuren er soms dingen die niet altijd even leuk zijn, maar dit gaat wel heel erg ver!

Zajnabe Baouch

Lees meer...