Het verhaal van: Robert

Mevrouw PGB en het sociaal wijkzorgteam

robert2Sinds begin vorig jaar zijn veel MEE collega’s lid van Sociale Wijkzorgteams (SWT). Hulpverleners en bewoners van de gemeente kunnen zich melden met veelal meervoudige problematiek. Een huisbezoek door twee leden van het SWT volgt dan meestal.

Ik kijk in mijn mail en zie een nieuwe aanmelding. Het is Robert, een man van middelbare leeftijd, getraumatiseerd door het leven en op zoek naar rust. Een dame van een pas uit de klei getrokken PGB-bureautje heeft namens Robert een PGB aangevraagd bij de gemeente. En Robert wil graag dat zij alles voor hem gaat regelen, zodat hij zichzelf in alle rust kan terugtrekken op zijn kleine flatje op vijf hoog. Hij wil zijn leven rustig kunnen leiden, met zo min mogelijk contact met die boze buitenwereld. Als lid van het Sociaal Wijkzorgteam mag ik, vanwege mijn expertise als consulent van MEE, samen met een algemeen maatschappelijk werker in deze casus duiken.

We gaan eerst bij Robert op huisbezoek. Daar maken we kennis met hem en de dame van het PGB-bureau. Door onze ervaring weten we dat mensen vaak met een relatief klein probleem bij ons aan kloppen, maar dat er soms veel grotere problemen achter zitten. Door op allerlei leefgebieden vragen te stellen komen we veel te weten. 

‘De dame van het PGB-bureau is bereid om alle zorg op zich te nemen, begrijp ik dat goed?’ Jazeker, zegt zij, en legt beschermend een arm om de schouders van Robert. Ik ben benieuwd wat zij dan precies kan bieden en of dat aansluit bij de dingen die Robert echt nodig heeft.

Ze vertelt van plan te zijn elke dag bij hem langs te komen. Maar heeft zij dan de nodige vakkennis? En welke ervaring heeft zij eigenlijk met cliënten met een post traumatische stressstoornis? Gaat dat jonge ding echt in dat kittige mantelpakje het huis van deze meneer van middelbare leeftijd op orde krijgen? Hem motiveren zijn persoonlijke hygiëne te verbeteren? Om maar eens wat te noemen..

Robert ziet in haar de ultieme oplossing voor al zijn problemen, want in de afgelopen weken heeft die aardige dame die zijn taal spreekt zijn hart gewonnen. En ze heeft hem verteld dat ze alles voor hem gaat doen en regelen. Robert is daarmee de regie over zijn leven helemaal kwijt. Ik krijg er een naar gevoel bij en het past in ieder geval niet bij de slogan van MEE ‘grip op je leven en mee blijven doen’.

Ik overleg met zijn psychiater en psycholoog. Al snel kom ik erachter dat het voor Robert belangrijk is dat hij zelf weer aan de slag gaat, bijvoorbeeld met wat eenvoudige taken in huis. Kortom: weer gaat leven. Deel gaat uitmaken van de maatschappij door langzamerhand zo veel mogelijk zaken zelf op te pakken. Zijn administratie dan? Kan mevrouw PGB die dan misschien doen? Nou nee, ook dat is eigenlijk niet nodig. Robert kan thuis samen met een vrijwilliger aan de slag, of om hulp vragen in het vrijwel naast zijn huis gelegen wijkcentrum.

Toch heeft mevrouw PGB een meerwaarde. Want laten we niet vergeten dat meneer in deze periode van malaise alleen haar vertrouwt. Hij heeft geen familie en vrienden. Niemand, alleen haar. Uiteindelijk besluiten we het volgende advies te geven: Misschien is het goed als ze een half jaar naast hem mag staan om hem te helpen wat dingen op de rails te zetten. Zoals bijvoorbeeld het zoeken naar woonruimte, het organiseren van zijn leven en huishouden, maar dan wel met het doel om haarzelf overbodig te maken. Robert moet even de tijd krijgen om onder haar vleugels uit te groeien maar moet dingen als een boodschapje of een klusje in huis weer zelf kunnen doen. Dat lijkt vooralsnog de beste weg naar een beter leven voor hem.

Mevrouw PGB keek wel een beetje beteuterd. Haar wordt nu een andere rol toegewezen dan waarvoor ze auditie deed. Niet alleen de klikkende hakjes van mevrouw willen we horen in huis, maar ook de aarzelende stappen van Robert, die weer leiden tot de eerste kleine successen.

Inmiddels is, niet lang na dit gesprek, het PGB-bureau geheel van de aardbodem verdwenen. Robert heeft vervolgens via het SWT hulp gekregen van thuisbegeleiding. Daar is een start mee gemaakt, maar al na enkele weken heeft hij aangegeven dat hij geen hulp meer wilde. De hulpverlener van de thuisbegeleiding wilde niet voor hem schoonmaken, vertelde Robert mij verontwaardigd. Zij wilde maar steeds dat hij dat zelf ging oppakken. En dat was hem veel te moeilijk. Hij heeft vervolgens zelfstandig nog eens binnen zijn netwerk gespeurd, en een neef en iemand van de kerk bereid gevonden om hand- en spandiensten te verrichten. Met andere woorden: hij heeft het zelf geregeld. We hebben dus uiteindelijk toch ons doel bereikt.

 

Een consulent van MEE

 

 

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Akmal

Hulp vragen is geen schande

meervoudige handicapEen schoolmaatschappelijk werker brengt een Afghaans gezin in beeld bij het wijkteam. Het gaat om een gezin met vier kinderen, waarvan de middelste twee op school zitten en de oudste van negen jaar, Akmal, een ernstige meervoudige beperking heeft. Hij kan niet praten, niet lopen, heeft speciale voeding nodig, kan zichzelf niet verzorgen en heeft continue begeleiding, toezicht en zorg nodig. Eelco, een cliëntondersteuner van MEE, pakt de casus vanuit het wijkteam op.

Eelco: ‘De situatie van dit gezin is zeer complex. Ruim drie jaar geleden gaat eigenlijk alles gezien omstandigheden goed. Voor de verzorging van Akmal krijgen de ouders een persoonsgebonden budget. Akmal ontvangt doordeweeks zorg op het kinderdagcentrum. Vader Amir is een ondernemende man en heeft een baan, moeder Hidi is thuis en zorgt voor Akmal en de andere kinderen. Vanwege een overlijden in de familie gaat het gezin voor een korte periode naar Afghanistan. Akmal is de stiefzoon van Amir, zijn biologische vader is overleden en Hidi is hertrouwd. Bij aankomst in Afghanistan eigent de familie van Hidi’s overleden man zich Akmal toe. Hij wordt door de familie vastgehouden.

Volgens de Afghaanse cultuur had Hidi niet mogen hertrouwen buiten de familie en daarom is Akmal nu afgenomen van zijn moeder. Je zou kunnen zeggen dat hij wordt gegijzeld. Twee maanden lang houden ze Akmal vast, zonder de juiste voeding, medicatie en verzorging. Het gaat slecht met hem, dat is de voornaamste reden dat Hidi haar zoon terug krijgt. Voorwaarde is wel dat zij het land niet mogen verlaten. Naast het betalen van losgeld, moeten een aantal familieleden garant staan zodat Akmal in Afghanistan blijft. De familie dreigt met het vermoorden van familieleden van Hidi als zij toch het land met Akmal verlaten. Twee jaar lang verblijft het gezin noodgedwongen in Afghanistan. Hun huis, de school van de kinderen, de georganiseerde zorg voor Akmal, het PGB, alles blijft onbeheerd achter. Na twee jaar besluit de familie dat Akmal het land mag verlaten na betaling van een flink bedrag. Amir weet het bij elkaar te sprokkelen en het gezin kan eindelijk terug naar Nederland. Amir is inmiddels zijn baan kwijt, het PGB is gestopt, het huis is verwaarloosd en er zijn schulden vanwege de hypotheek die betaald moest worden en het PGB dat nog een aantal maanden is uitbetaald toen het gezin in Afghanistan verbleef.

Als cliëntondersteuner en casusregisseur ga ik aan de slag. Een collega uit het wijkteam bekijkt de financiële situatie en ik zet de zorg voor Akmal weer op poten. Er is al een nieuwe indicatie voor het kinderdagcentrum voor Akmal, ik regel logeeropvang gezien de intensieve zorg die hij nodig heeft en de zware tijd die het gezin heeft. Ook vraag ik woonurgentie aan, want het huis van het gezin bevindt zich op de derde etage en er is geen lift. Hidi kan met Akmal het huis niet verlaten, hij is inmiddels ruim veertig kilo en zij kan hem niet dragen. Alleen als Amir thuis is kan Akmal in of uit huis. Omdat dit ook voor vader te zwaar tillen wordt, wordt de Wmo ingeschakeld. Er wordt voor tijdelijke duur een trappenklimmer ingezet. Met dit hulpmiddel kan Akmal veilig en zonder veel moeite de trap op en af. De woonurgentie wordt verkregen en binnen afzienbare tijd is er een passende woning beschikbaar. Samen met Amir regel ik dat een deel van de PGB-schuld wordt kwijtgescholden doordat we kunnen aantonen dat Akmal gegijzeld was en het gezin dus geen keuze had, en daarnaast tonen we aan dat Amir en Hidi de meeste tijd in Afghanistan wel gewoon voor hun zoon hebben gezorgd. Voor de rest van de schuld kunnen we goede betalingsregelingen treffen met het Zorgkantoor.

Dan doet het volgende probleem zich aan. Doordat Amir tijdelijk een uitkering krijgt, ontvangt het gezin een brief van het IND. De verblijfsvergunning van Hidi en Akmal wordt mogelijk niet verlengd omdat ze zelf geen inkomen verwerven. Door alle zorgen komt Amir nu niet toe aan het vinden van een baan. Het PGB voor Akmal moet snel gerealiseerd worden. Omdat de ouders de zorg uitvoeren geldt dit als inkomen. Het PGB wordt geregeld en Amir stopt zijn uitkering.

Vooral Hidi is erg getraumatiseerd door de tijd in Afghanistan. Haar weet ik ervan te overtuigen dat hulp vragen bij de verwerking geen schande is. Zij gaat naar de huisarts en krijgt een doorverwijzing voor een psycholoog om over de gebeurtenis te praten. De rust binnen het gezin kan eindelijk terugkeren.’

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van:

MEE over de grens

joshuaJoshua is een jongen van 9 jaar. Hij is geboren in Sudan bij een Afrikaanse moeder. Zijn vader komt uit Nederland.

Toen hij geboren werd was de oorlog nog niet afgelopen in Sudan. Er was grote armoede en het was duidelijk dat het nog jaren zou gaan duren om het land weer op te bouwen. En er waren veel kindsoldaten.

Toen hij 5 jaar was, heeft zijn vader hem naar Nederland gehaald waar hij bij zijn vader en oma ging wonen.

Na aankomst in Nederland is Joshua vrijwel direct naar school gegaan, omdat hij leerplichtig was. Dit was niet makkelijk voor hem omdat hij de taal niet sprak. De enige taal die hij kende was Arabisch. Het regulier onderwijs bleek te ingewikkeld voor Joshua en dus ging hij vanaf groep 3 naar het Speciaal Basis Onderwijs.

Vanaf groep 5 kwamen er zorgen rondom Joshua. Hij kon plots in huilen uitbarsten op school. Als de juf dan vroeg wat er aan de hand was vertelde hij dat hij zijn moeder miste.

Hij moest steeds vaker huilen en hij kon zich moeilijk concentreren op school. Hij was erg snel afgeleid en de juf vond dat hij niet lekker in zijn vel zat. Hij leek soms met zijn gedachten mijlenver weg. Op een dag vertelde Joshua tijdens het kringgesprek op school dat zijn moeder was vermoord.

De school heeft toen in samenspraak met vader en oma Joshua aangemeld bij MEE.

Toen ik bij oma en vader op huisbezoek kwam, hadden zij niet het idee dat er veel met hem aan de hand was. Hij was vrolijk en speelde veel met buurtgenootjes. Soms klaagde hij wel dat hij zijn moeder miste maar dit was ook niet helemaal vreemd. Hij was thuis niet extreem aan het huilen. Volgens vader was hij niet aanwezig toen zijn moeder gevonden was. Mensen uit het dorp hadden moeder aan de kant van de weg dood aangetroffen. Niemand kon precies zeggen wat er was gebeurd.

Toen ik met Joshua had gepraat kwam ik ook niet veel verder. Ik kreeg niet duidelijk wat werkelijkheid was of fantasie in wat hij vertelde. Ik ben consulent en geen therapeut dus ik wilde ook niet te diep gaan graven in zijn korte verleden.

De juffen en de schoolmaatschappelijk werkster maakten zich in ieder geval ernstig zorgen om hem. Daarom heb ik Joshua uiteindelijk doorverwezen naar de kinderpsychiatrie voor verder onderzoek.

Mij werd duidelijk dat de hulpvraagverduidelijking bij MEE soms verder gaat dan de Nederlandse grenzen. Het was belangrijk dat ik ook opeens wat wist over de Afrikaanse geschiedenis en de cultuur in Sudan.

Een consulent van MEE

Lees meer...