Het verhaal van: Ranja met een rietje

Sociale vaardigheden in de praktijk

ranja met een rietjeDe sociale vaardigheidstraining bij MEE is erop gericht dat cliënten zich zekerder gaan voelen in sociale situaties. Cliënten leren bijvoorbeeld hoe ze een praatje kunnen maken en beter voor zichzelf op te komen. We hebben hier bij MEE al jaren een mooie map en handleiding voor, en spelen veel rollenspellen. Dit jaar wilden mijn collega en ik het anders aanpakken en oefenen met de sociale situaties, maar dan echt in de praktijk.

Samen met de deelnemers zijn we naar de naastgelegen brasserie gegaan. Voorafgaand ben ik met de eigenaar gaan praten of hij goed vond als we samen met een club sova deelnemers naar zijn restaurant zouden komen om te oefenen met sociale vaardigheden. Hij reageerde direct enthousiast en de werknemers vonden het ook leuk. Samen hebben we de opdrachten voor de deelnemers bedacht en deze afgestemd op de leervragen van de deelnemers en op dingen die ons waren opgevallen tijdens de bijeenkomsten. De opdrachten waren zowel voor de bediening (“probeer geld te lenen”) als voor de deelnemers (“vraag of je het zout mag lenen”).

Een van de deelnemers had aangegeven het lastig te vinden om nee te zeggen en laat zich regelmatig dingen aansmeren. De barman had de opdracht hem een ander drankje te geven dan hij zou bestellen. De barman zag hier de lol wel van in en bracht met een strak gezicht een glaasje ranja met een vrolijk rietje (en niet het bestelde biertje). Verbouwereerd keek de man naar zijn drankje, maar nam toen toch maar een slok. Tegen ons durfde hij te zeggen dat dit niet klopte. De man naast hem vroeg hem of hij er dan niet iets van moest zeggen? “Oh inderdaad!”. Samen zijn ze naar de barman gelopen en de man heeft aangegeven dat zijn drankje niet klopte. De barman zat goed in zijn rol en bleef volhouden dat ranja toch echt de bestelling was. Samen hebben de mannen toen op een nette en duidelijke manier aangegeven dat dit niet zijn bestelling was. Vol trots (en met een biertje!) kwam hij terug nadat de barman zijn excuses had aangeboden.

Een andere man had aangegeven altijd het bovenste van de menukaart aan te wijzen omdat hij het lastig vindt dingen te vragen en er zo snel mogelijk vanaf wil zijn. Hij kreeg de opdracht om te vragen wat de barman hem zou aanraden van de menukaart. Voor elke sociale vaardigheid hadden we hulplijnen op tafel gelegd die erbij gepakt konden worden (bijvoorbeeld welke stappen zet je als je iets wilt vragen). De stappen werden zorgvuldig doorgenomen en ook de andere deelnemers hadden tips. Na een paar keer diep ademhalen en aanmoedigingen door de groep heeft hij de opdracht uitgevoerd. Hij was blij dat hij “de lastigste opdracht die er maar was” goed had doorstaan en zei “eigenlijk valt het mee als je dit doet!”.

Zo zijn er verschillende opdrachten uitgevoerd van een “praatje maken” tot “nee zeggen (tegen de lekkerste bitterballen van Nederland voor maar 10 euro per stuk!)”. De bediening had er zoveel plezier in dat ze vroegen of ze ook zelf opdrachten mochten verzinnen (en kwamen bijvoorbeeld met een rekening van 100 euro voor een paar drankjes). Het was geweldig te zien hoeveel nieuwe moed de deelnemers kregen en hoe de deelnemers elkaar steunden om opdrachten uit te voeren. We gaan dit soort praktijkoefeningen dan ook zeker uitbreiden!

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van: Mats

Mats op Weg

mee op wegSinds een tijdje gaat de 17-jarige Mats van Dijk alleen naar school. Bus 22 brengt hem in minder dan tien minuten naar zijn school.

Voor Mats zijn deze ritjes in zijn eentje best bijzonder: hij heeft het syndroom van Down. De vaardigheden die hij nodig heeft om zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen leerde hij van Irene van Harten, zijn MEE op Weg-trainer.

Mats is enthousiast over het reizen met de bus. Voordat hij zelf met de bus ging, werd hij ’s ochtends door een speciaal taxibusje al om kwart voor acht opgehaald, terwijl de school pas om negen uur begon. Bij ieder adres op de route moest er gewacht worden. ‘Dat duurde zo vreselijk lang!’, zucht Mats. Moeder Ardi vult aan: ‘Er is nog een reden waarom Mats het zo fijn vindt om met de bus te gaan en niet meer door het busje opgehaald te worden. Mats zei ook ‘Het busje is voor kleintjes’. Toch Mats?’ Mats beaamt dat: ‘Ik ben al zeventien! En volgend jaar word ik achttien.’

Met trainer Irene oefende hij verschillende dingen die hem helpen om veilig van huis naar school te komen, en weer terug. Mats somt op: ‘Hand opsteken bij de halte. Inchecken. Op stop drukken. En uitchecken.’ Zijn ov-chipkaart hangt in een plastic hoesje aan een touwtje om zijn nek. Zo kan hij die niet kwijtraken als hij de bus instapt met zijn schooltas en soms ook nog een hockeystick in zijn handen. Op een los papier in het plastic hoesje staan de instaphalte en uitstaphalte geschreven. En voor noodgevallen het telefoonnummer van moeder Ardi. Dat heeft hij nog niet hoeven gebruiken. Eén keer ging het bijna mis. Bus 22 rijdt namelijk twee routes: een met de school van Mats als eindbestemming, en een die naar de Waalsdorperweg gaat. Gelukkig zat er een medeleerling in de bus die hem kende en wist dat hij moest uitstappen. Bovendien leerde hij tijdens de training van Irene dat hij om hulp moet vragen als het nodig is. Wat hij moet doen als de bus te laat is, weet Mats heel goed: ‘Wachten natuurlijk!’

Voor moeder Ardi was het een vanzelfsprekende stap dat Mats zelfstandig ging reizen. ‘Ik vond het wel spannend. Maar niet superspannend. Ik wist dat hij het kon.’ Zelf had ze de route ook al met haar zoon geoefend: ‘Mats stapte dan in bij de bushalte, en ik fietste heel hard achter de bus aan. Bij de uitstaphalte wachtte ik hem dan weer op.’ Door de omleidingen en wegopbrekingen bij hen in de wijk was ze daar tijdelijk mee gestopt.

De training van MEE kwam op een goed moment. De school attendeerde haar erop. Ook Mats’ leraren vonden dat hij in aanmerking kwam voor zelfstandig reizen. De trainer van MEE had, als externe deskundige, een duidelijke toegevoegde waarde vindt Ardi: ‘Ik geloof dat vreemde ogen dwingen. Mats luistert bij het oefenen beter naar Irene dan naar mij.’ Als Mats lachend knikt, vervolgt ze: ‘Ook vind ik het fijn dat dit advies van een externe deskundige kwam. Haar beoordeling was een onafhankelijke bevestiging dat hij het kon.’ Ze weet hoe belangrijk het voor Mats is. ‘Hij wil zo graag die zelfstandigheid. Hij gaat alleen naar de bakker en naar de AH, om pannenkoeken te halen als hij daar trek in heeft’- Mats lacht glunderend – ‘en vorige week ging hij alleen naar de kapper. Ik vroeg nog of ik mee moest om te betalen, maar hij zei ‘geef me maar geld mee’ en wilde liever alleen. Ook is hij al alleen thuis gekomen van zijn hockeytraining. Het is niet alleen goed voor Mats, ook voor mijzelf is dat prettig, dat hij meer dingen alleen kan.’

Mats heeft nu al zin in de zomer. Dan kan hij misschien zelf met de tram naar het strand: ‘Als het mooi weer is, met zon en een blauwe lucht. Niet als het waait want dan komt er zand in mijn gezicht en daar houd ik niet van.’ Hij is enthousiast over MEE op Weg en zelfstandig reizen, en deelt dat graag met iedereen die het horen wil: ‘Het is heel leuk. Ga mee!’

Lees meer...
Het verhaal van: Daan

Zelf op weg met MEE op Weg

MEE op weg

Al enige tijd ben ik verbonden als trainer aan MEE op Weg. Hier worden kinderen en jongeren getraind in het zelfstandig gebruik maken van het openbaar vervoer. Elke training is anders. Elke jongere vraagt andere ondersteuning, maar elke keer is het weer een ontzettend leuk en spannend avontuur.

Bijvoorbeeld de training van Daan. Daan is een jongen van 13 jaar. Hij heeft autisme, faalangst en ADHD. Daan moest van zijn woonplaats leren reizen naar zijn nieuwe school in een andere plaats. Dubbel spannend dus!

Tijdens de kennismaking bleek dat vooral de ouders van Daan best wat beren op de weg zagen. Daan is snel afgeleid door dingen die er om hem heen gebeuren. Is hij dan in staat om op te letten waar hij uit moet stappen?  En welke bus hij daarna moet nemen? Nou, het openbaar vervoer biedt zeker in de spits genoeg prikkels! Verder slaat Daan dicht als hij de situatie niet meer overziet. Hij moet handreikingen krijgen om in zo’n situatie toch een oplossing te zoeken door bijvoorbeeld om hulp te vragen aan de buschauffeur of naar zijn ouders te bellen.

Daan zelf had heel veel zin in de training. Maar we kwamen er tijdens het gesprek al snel achter dat alles nieuw voor hem is. Verder dan het feit dat je een OV-chipkaart nodig hebt reikte zijn kennis niet. In het kennismakingsgesprek bespreken we altijd hoe we het beste kunnen reizen. Bij Daan kwamen we er op uit dat hij met de fiets naar de bushalte gaat en dan verder met de bus naar school. Om ons in de trainingen te kunnen focussen op het OV zouden de ouders het fietsen van en naar de bushalte met hem oefenen. Ook zou Daan samen met zijn ouders een schema maken van de reis. Zo heeft hij iets om op terug te vallen als hij onzeker wordt. Dit schema liet hij me bij de eerste training vol trots zien.

Tijdens de eerste training bleek dat het oefenen van het fietsen goed was gelukt. Daan fietste moeiteloos naar de bushalte. Daan blijkt een gezellige prater (oeps leidt dat hem niet teveel af? Schiet er door mijn hoofd). Ook bemoeit hij zich graag met alles wat er om hem heen gebeurd.

We beginnen stap voor stap. Hoe werkt dat bij een bushalte? Hoe lees je de borden? Hoe zorg je dat de bus voor je stopt? Hoe check je in en uit met je OV-chipkaart? Door steeds in kleine stapjes te werken kreeg Daan veel succeservaringen. Hij groeide en kreeg zelfvertrouwen voor de volgende stappen. Steeds herhaalden we de bereikte stappen om te controleren of hij ze daadwerkelijk beheerst en om ze beter in te laten slijten.

Daan herhaalde alles vol vuur. Zo enthousiast dat ik bang was dat hij helemaal niets mee kreeg van de reis op dat moment. Maar daarin onderschatte ik Daan! Toen we bij het overstappunt kwamen had hij de volgende bus die verdekt achter een andere stond opgesteld al in de gaten voor ik hem zelf had gezien. Ook mijn vertrouwen groeide! Na de eerste training had Daan al een aardig zicht op de route en het overstappen.

Dan gaan we door naar het volgende. Wat doe je als er onderweg iets gebeurd dat je niet prettig vindt? Wat doe je als je de bus mist? Daan voelde zich bijvoorbeeld erg bekeken tijdens het reizen. Hier werd hij onzeker van. Zijn oplossing; uit het raam kijken en niet op de medereizigers letten.

Als trainer neem je letterlijk steeds meer afstand. Zo gebeurde het een keer dat Daan naast een man zat die hem een aai over zijn hoofd gaf. Daan stond op en ging op een andere plaats zitten. Later vertelde hij dat hij dit bewust als oplossing had bedacht omdat hij het een onprettige situatie vond en zich ongemakkelijk voelde als hij daar bleef zitten. Bravo Daan, prima oplossing! Op de terugweg wilde Daan in de bus nog wel eens in slaap vallen. Toen ik aangaf dat ik hem niet meer wakker ging maken omdat hij nu zelfstandig moest gaan reizen bleef hij wakker om zijn halte niet te missen.

Tijdens de laatste training heeft hij alles zelf gedaan en was ik puur op de achtergrond aanwezig ter controle. Daan heeft zelfvertrouwen gekregen. Hij durft en kan het zelfstandig reizen aan. Ik heb er vertrouwen in dat het hem gaat lukken ook als het een keertje anders loopt. En gelukkig, hebben ook zijn ouders er een goed gevoel bij.

Daan reist nu zelfstandig van en naar school. Maar dat is niet het enige dat hij hiermee heeft bereikt. Als hij nu met iemand af wil spreken na school kan dat en neemt hij de bus een uur later. Het geeft hem een extra stuk vrijheid. En wat ook belangrijk is, Daan heeft tijdens de trainingen ook andere hobbels overwonnen en ook dit kan hem helpen op andere momenten.

Daan succes! Het was gezellig om samen met jou dit avontuur aan te gaan.

 

Diverse MEE organisaties bieden de training MEE op weg aan. Neem voor meer informatie contact op met een MEE bij u in de buurt.

Lees meer...
Het verhaal van: Karin

Bijzondere Ontmoeting

lvb burenTwee weken geleden had ik er weer één. Een bijzondere ontmoeting. Dock – waaronder buurtbemiddeling valt – vindt het belangrijk dat de vrijwilligers zo goed mogelijk voorbereid op pad kunnen. In dat kader worden zogeheten verdiepings-bijeenkomsten georganiseerd. Deze verdiepingsbijeenkomst betrof het omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking.

Want ja, hoe gaat dat nou eenmaal? In eerste instantie maak je als buurtbemiddelaar een afspraak om in gesprek te gaan met partij a. Dit is meestal de partij die overlast ervaart. Na dit gesprek bel je aan bij Partij b, de ‘overlast’ veroorzakende partij. Je weet natuurlijk nooit wie de deur gaat opendoen. Wie je gaat ontmoeten. Wat ik wel weet is dat mensen altijd in eerste instantie geneigd zijn om vanuit zichzelf te denken en dus de andere persoon vanuit zichtzelf te benaderen. Dat dat niet altijd de beste manier hoeft te zijn moge duidelijk zijn.

De informatie deze avond werd verzorgd door MEE. Ik kende deze partij tot dit moment niet, maar ik ben heel blij dat ik ze heb leren kennen. Want we zijn voorzien van een forse stapel kennis. Ook was er een ervaringsdeskundige aanwezig. Deze meneer heeft een licht verstandelijke beperking en hij was bereid om zijn levensverhaal met ons te delen om zo bij te dragen aan onze vaardigheden om op een betere manier om te gaan met mensen met deze problematiek. Een prachtig, mooi, droevig, open maar vooral eerlijk verhaal heeft hij verteld. Een verhaal dat heel goed duidelijk maakte wat deze groep mensen nodig heeft.

Er is een wereld van kennis voor me open gegaan. Ik moet bekennen, ik had werkelijk geen idee dat deze problematiek zo’n enorme invloed heeft op het leven van alledag. Mocht ik al een beeld hebben gehad van licht verstandelijk beperkte mensen dan weet ik nu dat dat beeld verkeerd was. Het zijn geen kinderen in de verpakking van een volwassene. Het zijn volwassenen die op sommige punten functioneren met het ontwikkelingsniveau van een 10-11 jarig kind. En, zo weet ik nu, dat is dus iets heel anders.

Waar ik misschien toch al snel de neiging had om, als ik dacht niet begrepen te worden, wat langzamer te gaan praten en dezelfde woorden te uiten weet ik nu dat dat volkomen zinloos is en vervelend voor de ontvanger van mijn informatie. Concreet en duidelijk zijn, dat werkt. Er is geen onwil om informatie te ontvangen en te verwerken, het is onkunde.

Deze avond ging misschien expliciet om ‘omgaan met mensen met een ‘licht verstandelijke beperking’ maar eigenlijk is het altijd enorm belangrijk om te proberen om achter de manier van denken te komen van de persoon die je tegenover je aantreft. Om zo samen het gesprek te hebben, met respect voor elkaars onvolkomenheden.

Ik heb er weer een paar hele mooie ontmoetingen bij. Want niet alleen de trainers van MEE hebben mijn leven weer wat rijker gemaakt, maar ook alle andere buurtbemiddelaars die aanwezig waren om hun ervaring en kennis uit te breiden.

Karin, buurtbemiddelaar

Lees meer...