Het verhaal van: Jos

Uit de kast

josOp een vroege maandagochtend belde er een verwarde man aan bij ons MEE kantoor. Ik stelde me door een nog dichte deur voor als cliëntondersteuner en zei tegen de man dat ik eerst het alarm uit moest zetten voordat ik de deur open kon doen. Nog voordat de deur van het slot is begint de man zeer emotioneel zijn verhaal te vertellen.

Jos is rond de vijftig jaar. Hij is gescheiden en heeft een kind uit zijn vorige huwelijk. Hij zegt dat hij last heeft van paniekaanvallen en straatvrees.

Jos krijgt woonbegeleiding vanuit een zorgaanbieder en vraagt om hulp  bij bemiddeling  omdat hij niet tevreden is over de begeleiding. Hij vertelt dat de begeleider zijn privacy schendt en dat hij om die reden tijdelijk even geen begeleiding van hem wil.

Jos heeft in vertrouwen aan zijn begeleider verteld, dat hij erachter is gekomen dat hij op mannen valt. Kort daarna ontstaat er een intieme relatie tussen de cliënt en begeleider. Deze relatie heeft anderhalf jaar geduurd. Als de relatie over is vraagt Jos bij de zorgorganisatie om een andere begeleider, omdat hij zich er niet meer prettig bij voelt. Als reactie hierop maakt de begeleider de cliënt zwart binnen zijn organisatie en het netwerk van Jos. Hij deelt alle persoonlijke informatie met veel verschillende mensen.

Jos is een aantal keer op het hoofkantoor geweest maar het heeft hem niets opgeleverd. Door het stoppen van de begeleiding is Jos terug naar de GGZ gegaan, waardoor hij veel medicatie en kalmeringsmiddelen krijgt ter overbrugging.

Jos kon zijn verhaal niet aan het wijkteam vertellen omdat er een betrokkene van de zorgaanbieder in het wijkteam werkt. Gezien het feit dat er sprake is van machtsmisbruik, kan Jos het beste door een onafhankelijke cliëntondersteuning verder geholpen worden. 

Ik heb toen het initiatief genomen om de leidinggevende van de zorgaanbieder uit nodigen voor een gesprek op ‘neutrale grond’. Zowel Jos als de zorgaanbieder hebben gekozen voor het MEE kantoor en wilden graag dat ik als voorzitter bij het gesprek aanwezig zou zijn. Jos geeft aan dat hij zijn verhaal volledig wil vertellen, zonder onderbreking en geen vragen kan beantwoorden. Hiertoe is hij niet in staat. Het gesprek is een eerste stap voor hem, waarbij hij zijn verhaal kan doen, gehoord wordt en serieus genomen wordt.

Het gesprek verliep zoals gepland. Het verhaal van Jos werd voorzichtig erkent. En aan het eind kwam er een onverwachte wending. Jos was toch bereid om dieper in te gaan op de situatie, waardoor er in ieder geval een tijdelijke oplossing gevonden kon worden. Jos heeft een nieuwe begeleider gekregen en er is toegezegd dat er een onderzoek plaats zal vinden naar alles wat er gebeurd is met de vorige begeleider.  

Met Jos gaat het nu een stuk beter. Hij zegt dat hij heel blij is met de ondersteuning van MEE. Er wordt naar hem geluisterd en hij wordt betrokken bij alle hulpverleningsacties en doelen die hem aangaan. Hij zegt letterlijk dat ‘zij niet om hem heen kunnen omdat hij MEE aan zijn zij heeft’.

Het onderzoek moet nog plaatsvinden.

Een consulent van MEE

 

 

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

Lees meer...
Het verhaal van: Gregory

Het grote verschil: expertise op het gebied van mensen met een beperking

Volwassen man lacht

Ik werk als cliëntondersteuner voor volwassenen in een wijkteam. Mijn wijkteamcollega was al maanden bezig met Gregory (48), toen ze enigszins gefrustreerd bij me kwam voor advies. Ze snapte Gregory niet. Als ze afspraken maakten, kwam hij ze niet na. Hij zei wel ja, maar deed nee. En het leek of alles wat ze zei niet bij hem aankwam. Ik stelde voor mee te gaan op huisbezoek, om beter te kunnen inschatten of mijn vermoeden klopte.

Consulent: ‘Gregory is een ontzettend aardige, beleefde en knappe man. Hij heeft een baan en drie kinderen. Zo op het eerste gezicht geen vuiltje aan de lucht. Als je verder kijkt, is het tegendeel waar: Gregory’s leven is een puinhoop. Op zijn werk gaat het niet goed. Hij heeft met iedereen, zowel op zijn werk als privé, miscommunicaties – met alle gevolgen van dien. Zijn collega’s zeggen regelmatig dat hij dom is en zo voelt hij zich ook. Dit maakt hem verdrietig en depressief. Hij werkt hard, maar zonder resultaat. Hij blijft fouten maken. Zijn drie kinderen heeft hij bij drie verschillende vrouwen. Twee van zijn drie kinderen mag hij niet zien. Alimentatie betalen moet hij wel. Zijn huidige vrouw, waarmee hij ook een kind heeft, is van plan om naar Suriname te vertrekken. Gregory heeft paniekaanvallen en grote schulden. Vrouwen hebben misbruik van hem gemaakt en hebben hem financieel uitgekleed. Soms is hij zo wanhopig dat hij agressief wordt. Ik vermoed een verstandelijke beperking en neem contact op met een gedragsdeskundige van MEE. Met haar overleg ik over een IQ-onderzoek. Als ik dit met Gregory bespreek, wordt hij in eerste instantie boos. Hij is toch niet gek? Het grote verschil tussen mij en mijn wijkteamcollega is mijn expertise op het gebied van mensen met een (verstandelijke) beperking. Ik weet hoe ik met Gregory moet omgaan, ik spreek zijn taal. We krijgen een band en ik neem Gregory van mijn wijkteamcollega over.Al snel ontdek ik dat Gregory analfabeet is. Ik confronteer hem hiermee. Hij schaamt zich niet alleen, er komt ook veel verdriet naar boven. Verdriet, onmacht, frustratie en wanhoop, na meer dan veertig jaar hard werken, ontzettend je best doen en alleen maar verder in de problemen raken. Al die tijd heeft hij nooit aan de verwachtingen van zijn omgeving kunnen voldoen. Gregory stemt in met het IQ onderzoek. Ik stel voor met hem mee te gaan, want Gregory kan het kantoor van MEE, waar de IQ test plaatsvindt, niet vinden zonder hulp. Hij kan immers de borden op straat ook niet lezen.

Als hij de uitslag van het onderzoek krijgt, ben ik er ook bij. Ik schrik van de uitslag en begrijp niet hoe Gregory’s verstandelijke beperking zo lang onopgemerkt is gebleven. Het is verbazingwekkend wat Gregory allemaal heeft kunnen doen met zijn IQ. Met deze uitslag kan ik een indicatie aanvragen voor woonbegeleiding, iets wat Gregory zeker nodig heeft om aan de slag te kunnen met alle problemen die spelen in zijn leven.

In de tussentijd ontmoet ik Gregory twee keer per week en hij belt mij iedere dag. Ik geef hem tips en advies, en bied hem ook een luisterend oor. Ik leg contact met de instanties waarmee Gregory te maken heeft, zoals een kredietbank, om de situatie uit te leggen. Zijn contactpersoon van de kredietbank zag Gregory als een rare klant, iemand die nooit doet wat je met hem afspreekt. Ik blijf in contact met Gregory tot hij woonbegeleiding krijgt. De indicatie is er inmiddels. Ik zal zorgen voor een warme overdracht en blijf Gregory nog even in de gaten houden. Pas als ik zeker weet dat hij in goede handen is, laat ik Gregory los.

Ik ben blij met de ruimte die we in het wijkteam hebben om de tijd en aandacht te nemen en te kijken naar wat er bij iemand past en hoe iemand het beste geholpen kan worden, maar vooral met de mogelijkheid die we nu hebben om eenvoudig gebruik te maken van elkaars specialisme en kennis. Het is een positieve manier van werken en erg effectief. Teamwork, dat is de kracht van het wijkteam.’

Een consulent van MEE

De foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene

 

Lees meer...