Het verhaal van: Een consulent van MEE

Kennismaking met het wijkteam

wijkteamBegin januari 2015

Onze kersverse coach grabbelde in een envelop met vele sleutels en gooide na een aantal keren proberen met gepaste trots de deur open. Er volgden enthousiaste kreten van mijn nieuwbakken collega’s. De ruimte was kaal en er stonden alleen tafels en stoelen maar ik begreep dat deze ruimtes riant waren in vergelijking met andere wijkteamlocaties. Onwennig gingen we zitten. Koffie? Geen koffie. Er was wel een wasbak met een kraan en ik probeerde me in te stellen op een koffieloze ochtend met af en toe een slokje uit de kraan. De coach had echter al een oplossing bedacht: we gingen koffie halen, we zaten immers vlakbij het station. Met de hele groep gingen we weer naar buiten om de koffie te halen; ik kreeg er een schoolreisjesgevoel van. Ondertussen besnuffelden we elkaar: wat ben jij er voor één?

De coach had een programma gemaakt voor de ochtend maar die werd vrijwel meteen terzijde geschoven. We vertelden elkaar onze achtergrond inclusief allerlei persoonlijke zaken, zo weet ik nu al de lievelingskleur van mijn nieuwe collega’s en welke huisdieren ze hebben.

Over ons aanstaande werk zei de coach bondig: ‘we doen wat nodig is’’ Ze lardeerde dit met een voorbeeld uit een ander, al werkend, wijkteam: ‘zo hebben we voor 3 dagen gekookt voor een alleenstaande mijnheer die dat niet meer kon en naar een ziekenhuis moest’ . ‘Ja, doen wat nodig is, dus!’ zei ze nogmaals en ze keek me daarbij vorsend aan. Ik knikte en slikte toen ik dacht aan een ex-klant die zijn huis had volgestouwd met oud metaal, zodanig dat hij de wc deur niet meer kon bereiken…

Veel ruimte om hier op in te gaan was er niet; de groep buitelde over elkaar heen met vragen, kritische opmerkingen en verhalen. Gezellig was het wel.

We stonden in een kleine spreekkamer met 2 tafeltjes en 4 stoelen. We probeerden ons voor te stellen dat we simultaan met 2 intakers en 2 wijkbewoners binnen een kwartier het eerste meldingsformulier moesten invullen.  Een collega protesteerde over de tijdslimiet: mensen komen met een probleem en willen hun verhaal kwijt. ‘Dat moet dan toch maar op een later tijdstip want dat kan je niet maken tegenover de andere twaalf wachtenden’.  Ik probeerde me de toch niet heel ruime gang voor te stellen met 12 wijkbewoners die op hete kolen zaten te wachten tot wij eindelijk klaar waren met hun wijkgenoten. Zou de soep zo heet zijn?

Hoewel de dag nog lang niet ten einde was en ik nog allerlei afspraken had die middag voelde dat wel zo. Met weemoed dacht ik aan ons comfortabele kantoor met altijd lekkere koffie binnen handbereik en een stel fijne collega’s. We wisten precies wat we aan elkaar hadden en konden bij elkaar terecht met vele zakelijke maar ook persoonlijke beslommeringen. Het was duidelijk wat ik moest doen, waar ik goed in was en welke koers ik aan het varen was.

“Gefeliciteerd met je nieuwe baan” zei een familielid in december nadat ik ijverig mijn LinkedIn profiel had bijgewerkt. Ik relativeerde zijn felicitatie; het is eigenlijk alleen een andere plek. Nu weet ik dat hij gelijk had: het is verdomd een andere baan.

Geloof me: ik schraap al mijn frisse moed, positivisme en relativeringsvermogen bij elkaar om hier blakend van kundigheid in te stappen. Ik denk ook dat dat gaat lukken en dat ik het meestal ook nog leuk en spannend ga vinden. Maar ook ben ik een beetje bedroefd over alles wat was en goed was en collega’s die ik nauwelijks meer zie en nu al mis…

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van:

Oranje Boven

koningsdagSinds enkele maanden draai ik eens per week een bureaudienst. Een wereld ging er voor mij open!

Tijdens een bureaudienst krijgen wij meerdere telefoontjes op een dag. Deze telefoontjes zijn meestal vragen van ouders,  instellingen, huisartsen, Bureau Jeugdzorg, Centrum Autisme, Maatschappelijk werk of zorginstellingen. En soms resulteert een vraag in een aanmelding.

Dat er zo’n diversiteit is aan activiteiten tijdens een bureaudienst daar had ik nooit bij stil gestaan. Wat een leuke manier om anders met het werk bezig te zijn! Eind oktober tijdens de bureaudienst werd ik gebeld. De receptie vraagt of zij een lijntje door kan geven van meneer Amrani, hij heeft een vraag. Tja, wij zijn er voor vragen, dus stuur maar door!

Als het lijntje door komt zeg ik mijn naam en noteer in de tussentijd het telefoonnummer waar vandaan wordt gebeld. Het gesprek verloopt als volgt:

“Goedemiddag mevrouw, u spreekt met meneer Amrani. Ik heb voor u een vraag.”

Voor een meneer Amrani klinkt hij toch anders buitenlands, met een Engels accent, ik ben even verward. “Goedemiddag meneer, wij zijn er voor uw vragen dus waarmee kan ik u helpen?”

“Mevrouw” vervolgt meneer “onze koning, hij heet toch Willem-Alexander? En zijn vrouw zij heet toch koningin Maxima?”

Ik denk, oke, wat een bijzondere vraag! Waar gaat dit gesprek heen? “Meneer”, vervolg ik, “ik begrijp niet goed waar u heen wilt, ik verwacht wel een serieuze vraag van u.”

“Ja, ja mevrouw ik heb een serieuze vraag hoor. Wat ik graag wil weten is hoe Willem-Alexander zijn vader van zijn achternaam heet. Ik weet dat hij Claus heet van zijn voornaam, maar zijn achternaam weet ik niet”.

Met enige verbazing hoor ik wat hij vraagt. Ik weet niet of ik nu boos moet worden of op moet hangen. Ik blijf toch nog maar even luisteren.

“Weet u mevrouw, ik moet naar de gemeente voor een verblijfsvergunning. Dan gaan zij mij vragen stellen over Nederland. Ik weet dus wel hoe de koning heet, maar niet zijn achternaam.”

Omdat ik te verbaasd ben over deze vraag kom ik niet direct op het antwoord. “Nou meneer, dan moet ik u enigszins teleurstellen, dat weet ik namelijk ook niet!” Gelukkig klinkt er aan de andere kant van de lijn net zoveel gelach als aan mijn kant van de lijn….

“Well, mevrouw, hoe moet dat dan als ik bij het gemeentehuis kom?”

“Weet u wat meneer? Ik zit achter een computer en ik ga het gewoon even voor u opzoeken….Meneer, ik heb het gevonden hoor. Zijn vader heet van Amsberg, dus heet Willem-Alexander ook van Amsberg van zijn achternaam!”

“Nou mevrouw, how nice dat u dat voor mij heeft opgezocht, hoe spel ik dat?”

Ik spel voor meneer de achternaam. Dit verloopt niet helemaal vlekkeloos, maar uiteindelijk lukt het.

“Mevrouw hartelijk dank voor uw antwoord”.

“Geen dank meneer, nu komt het vast goed bij het gemeentehuis!”

“Have a nice day!”

Als ik heb opgehangen begin ik te gieren van het lachen. Ik kijk mijn collega aan die er helemaal niets van begrepen heeft. Ik eigenlijk ook niet eerlijk gezegd. Hoe is deze meneer bij MEE terecht gekomen???

Ach, er is weer iemand geholpen!

Een consulent van MEE

Lees meer...
Het verhaal van:

Veertig jaar sociale werkplaats

PietPiet Schouten is negenenvijftig en een Leidenaar in hart en nieren. Hij werkt al veertig jaar bij DZB* in de Sleutelstad en kreeg daarom een gouden speld uitgereikt op een feestelijke jubileumbijeenkomst. Hij vertelt graag over zijn werk en zijn leven.

‘Ik was een jong ventje toen ik begon bij de sociale werkplaats. Ze zaten toen in de Groenesteeg en in de Vestestraat en ook nog in de Metsustraat. Schoensmeerdoosjes deed ik eerst. Daar moest zo’n nippeltje op gedrukt worden om het te kunnen openen. Later bouwde ik speelgoedautootjes en nog later werd ik bankwerker. Ik maakte allerlei dingen van metaal. Stukken pijp waar weer iets anders overheen moest, dat soort werk.

Ik heb korte tijd ook nog ergens anders gewerkt. Bij een kistenfabriek, maar dat was niet veel. Die baas was er eentje die de jongelui uitbuitte. Verder heb ik bij de koekfabriek van Ravensbergen gewerkt in Sassenheim. ’s Morgens deed ik eitjes in de oven bij de koekjes, die gingen dan het hele stuk mee en dan kwamen ze er gebakken uit en had ik een lekker ontbijt. Maar ik ging uiteindelijk toch weer terug naar DZB. Ze zaten toen inmiddels allemaal bij mekaar op de Waard, in de Willem Barentzstraat. Ik ging weer achter de draaibank. Eerst bouwde ik fietsen, later kwam ik bij de montageafdeling. Daar heb ik heteluchtkachels staan bouwen. Aan de hand van tekeningen moest ik ze dan in elkaar zetten.

Op een dag zag ik mensen buiten lopen, ook van DZB, die aan het schoffelen waren en een beetje aan het snoeien en harken enzo. En toen wist ik: dit is wat ik wil! Eigenlijk altijd al. Toen ik vijftien was wilde ik naar de tuinbouwschool, hovenier worden, maar ik liep maar te twijfelen: ja, nee, ja ,nee…Ik heb die school niet gedaan. Maar dat groen zat er altijd al in bij me. Bloemetjes, planten…daar fleur je toch helemaal van op?

Ik kreeg spijt van al dat binnen werken bij DZB. Ik werd steeds chagrijniger en stapte dus naar mijn baas en die zei: “Piet, je bent een van mijn beste werknemers, maar ik denk dat ik je toch moet laten gaan.”  Ik kreeg ander werk. In het groen. Ik heb in de loop van de tijd allerlei cursussen gedaan en diploma’s gehaald. Werken met een kettingzaag en met de bosmaaimachine, bedrijfshulpverlening en ook hoe je wegbebakening moet uitzetten, om veilig langs de weg te kunnen werken. We werken in Leiden, maar ook in de verdere omgeving. We doen van alles voor de gemeente, maar ook voor particulieren. Alle werkzaamheden die we uitvoeren vind ik leuk. Ik kan niks noemen wat niet leuk is.

De laatste drie jaar was ik meewerkend voorman, maar ik heb het heel moeilijk gehad.
Mijn vrouw Lydia overleed in 2011. Ze had kanker. Ik hield heel erg veel van haar. Ze werkte ook bij DZB. Daarom zei ik op het feestje waar ik van B en W een gouden speld kreeg, dat ik vond dat Lydia die speld moet krijgen. Zij heeft tenslotte ook bij DZB gewerkt. Zij mocht het niet halen. Ik wel. Ik zei: deze is voor jou.’ 

Piet Schouten

*DZB is gespecialiseerd in gesubsidieerde arbeid. Werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat kunnen mensen zijn met een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking. Of mensen die er om een andere reden niet zelfstandig in slagen aan een baan te komen. Meer informatie kunt u vinden op: http://dzb.leiden.nl/

Lees meer...
Dit verhaal gaat over: